Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus - Zondag 30

Jaargang: 
10
Datum: 
24 feb. 2016
Nummer: 
11
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1601
Rubriek: 


De vorige keer is per ongeluk het artikel over Zondag 31 geplaatst, terwijl eigenlijk Zondag 30 aan de beurt was. Daarom gaan we nu een stapje terug.Ook Zondag 30 gaat over het Heilig Avondmaal. Bij Zondag 29 zeiden we al dat wij zondige mensen vaak en goed onderwijs nodig hebben want anders gaat het mis. Dan gaan de mensen zelf iets verzinnen wat God niet heeft gezegd. Vandaag gaat het over zo´n dwaling. Lezen: Psalm 135:13-21Zingen: Psalm 135:9,10

Roomsen

Toen de apostelen, na de dood van de Here Jezus, met het evangelie de wereld overgingen kwamen velen tot geloof. Zij vormden samen een gemeente, de kerk van Christus. Zij lazen in de Bijbel, ze vertelden hun kinderen over de grote daden van de Here. Zij vertelden ook over het lijden en sterven van onze Here Jezus Christus. En vierden het avondmaal om Zijn lijden en sterven te gedenken. Zo vergaten ze Gods beloften niet.

Maar na vele jaren kwamen er dwalingen in de kerk. Een dwaling is een verkeerde leer. Een dwaalleer wordt door mensen zelf bedacht en staat niet in de Bijbel. Het zijn verzinsels. Zo kwam er ook een dwaalleer in de kerk. De mensen begrepen Jezus Zijn woorden niet toen Hij zei `dit is Mijn lichaam´ en `dit is Mijn bloed´. In de kerk werd geleerd dat het stukje brood en het slokje wijn van het avondmaal echt veranderden in het lichaam van Christus. Dus als de priester bij het vieren van de mis een stukje brood aan iemand gaf, gaf hij een stukje van Jezus Zijn lichaam. Dit betekende dat er heel voorzichtig mee om werd gegaan. Knoeien was natuurlijk heel erg. Je knoeide dan met het lichaam van Christus! De mensen gingen het brood en de wijn vereren. Eigenlijk maakten ze daar een afgod van. Ze vereerden het brood en de wijn net zoals de mensen vroeger in de tijd van het Oude Testament een afgod vereerden.

Ook geloofden de mensen dat de priesters elke dag het lichaam van Christus moesten offeren. Die ene keer op Golgotha was niet genoeg. Elke dag moest voor de zonden betaald worden. De priesters offerden dan weer het lichaam van Christus. Uiteindelijk geloofden de mensen zelfs dat ze voor de gestorven mensen nog offers moesten brengen. Ze geloofden dat de mensen na het sterven in het vagevuur zouden komen. Als de levenden dan maar flink gingen offeren en betalen dan konden de gestorven mensen sneller het vagevuur weer uit.

Dit waren allemaal dwalingen die in Rome bedacht werden. In Rome woonde de paus, de belangrijkste persoon in de kerk. Deze paus werd ook vereerd. Ook dit was verkeerd. Alleen de Here moeten wij dienen en geen enkel ander (zondig) mens. Niemand mag zichzelf de belangrijkste van de kerk noemen en zo zich onderkoning voelen van Jezus.

De reformatie

De Here God zag vanuit de hemel dat het verkeerd ging in Zijn kerk. Hij zag hoe de mensen de Paus gingen vereren en hoe de mensen afgoderij bedreven met het avondmaal / de mis. De Here greep in en stuurde mensen als Maarten Luther en Johannes Calvijn die wel leerden wat in de Bijbel stond. Luther en Calvijn vertelden de mensen hoe het wel in de Bijbel stond en velen geloofden dit. Maar de roomse kerk wilde er niets van weten. De roomse kerk stuurde Luther en Calvijn weg. Veel mensen die Luther en Calvijn volgden werden vervolgd door de roomse kerk en zelfs gedood! Er kwam een grote strijd met als gevolg de reformatie. Reformatie betekent terugkeer naar Gods Woord.

De mensen die met de reformatie meegingen werden gevangen genomen, verbrand op brandstapels en op andere vreselijke manieren gedood. Stel je eens voor dat je om je geloof wordt opgepakt en gedood! Deze mensen bleven gelukkig standvastig, ze twijfelden niet, maar vertrouwden op God.

Afgoderij

De roomse kerk is er nu nog. Misschien heb je de paus wel eens gezien op een foto in de krant of op internet. Nog steeds hebben ze een dwaalleer in de roomse kerk. Daarom waarschuwt de catechismus ons er ook nu nog voor. De catechismus noemt de roomse mis zelfs `vervloekte afgoderij.´ Bij afgoderij moet je maar denken aan het dienen van de afgodsbeelden in het Oude Testament. In Psalm 135 kon je er over lezen. De mensen dachten dat de afgoden hen zouden helpen.

Wij moeten niet geloven dat het brood en de wijn echt veranderd wordt in het lichaam en bloed van Christus. Wij mogen bij de brood en de wijn denken aan het offer van Christus dat Hij eens heeft gebracht. Net zoals die foto van je opa en oma. Als je die foto ziet denk je aan hen. We hebben dit al een keer aan je uitgelegd. Het offer van Christus hoeft ook niet elke dag overnieuw. Eén keer is genoeg. Jezus heeft voor al onze zonden betaald. Wij mogen nu geloven en vertrouwen op Gods beloften.

Voor wie?

Stel je eens voor, je kleine broertje of zusje gaat mee naar de kerk en ziet dat we avondmaal vieren. En het roept, `ik wil ook brood´, of `ik wil brood met kaas.´ Je kleine broertje of zusje snapt nog niets van het avondmaal. Hij of zij is nog te klein. Jij snapt er al iets meer van, maar ook vast nog niet alles. Daarom mogen (kleine) kinderen nog niet meedoen met het vieren van het avondmaal. Als je 18 jaar bent, en je hebt op catechisatie veel geleerd over de Bijbel, dan mag je belijdenis doen. En dan kan je ook meedoen met het avondmaal. Dan snap je pas echt wat de Here bedoelt. Het betekent niet dat kinderen thuis moeten blijven als we avondmaal vieren. Nee, zeker niet. Jullie horen er ook bij, jullie horen ook bij het verbond dat God met Zijn kinderen heeft gesloten. Bij het vieren van het avondmaal kun je juist met je gedachten wel meedoen. Je denkt aan de Here Jezus op Golgotha. Je weet dat de Here ook voor jouw zonden gestorven is.

Het is ook niet zo dat alle grote mensen wel mee mogen vieren. Mensen die nooit naar de kerk gaan en niet in God geloven, mogen niet aan het avondmaal meedoen. Zij geloven niet in Gods beloften. Ook mensen die expres tegen Gods geboden ingaan mogen niet meevieren. Ze zullen het avondmaal ontheiligen. De kerkenraad moet goed kijken wie wel en niet mee mag vieren. De kerkenraad kan als het ware `de deur op slot doen´ en de mensen bij het avondmaal weghouden. Zodat deze mensen eerst gaan nadenken, zich bekeren en dan toch mee mogen vieren. Over dit `op slot doen´ en over de sleutels van het koninkrijk van God gaat Zondag 31.

Dat hebben we de vorige keer al aan je uitgelegd. Lees het nog maar eens na.