Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus - Zondag 26

Jaargang: 
9
Datum: 
20 mei. 2015
Nummer: 
17
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1513
Rubriek: 


De vorige keer hebben we je uitgelegd dat sacramenten tekens en zegels zijn bij de Woord-verkondiging. De Heilige Geest werkt door de Woordverkondiging (preek) en de sacramenten. Er zijn twee sacramenten, doop en avondmaal. Dit keer beginnen we met je iets te vertellen over de doop.Lezen: Marcus 16:14-18Zingen: Psalm 105:5

Heilige doop

Dopen is een woord wat ook in het gewone dagelijkse leven gebruikt wordt. Je patat doop je in de mayonaise, een nieuw schip wordt gedoopt door de koning.

Maar met de doop in de Kerk bedoelen we iets anders. We hebben het dan over de Heilige doop. Het woord heilig betekent, apart gezet. Het is dus iets veel belangijkers dan het dopen van een boot.

De Heilige doop hoort bij het verbond. Het verbond dat God met Zijn kinderen heeft gesloten. Toch is Adam niet gedoopt. Ook Jakob niet of David. Deze verbondskinderen zijn besneden. De Here Jezus heeft de doop pas ingesteld toen Hij op aarde was. Je kunt erover lezen in Marcus 16. Nadat de Here Jezus was opgestaan uit de dood vertelde Hij de discipelen wat ze moesten gaan doen na Zijn hemelvaart. De discipelen moesten het hele land door en de wereld over om te vertellen over Jezus´ dood en opstanding. Over Zijn overwinning van de zonden. De Here Jezus zegt daarbij dat de gelovigen gedoopt moeten worden. `Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden´.

De doop is dus geen bedenksel van mensen, maar van God. De drieënige God, want de Here zegt ook; `doop ze in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest´ (Matteüs 28).

Nu zul je wel denken aan Johannes de doper, die doopte toch ook al. Veel eerder dan de Here de opdracht aan Zijn discipelen gaf. Hij heeft zelfs de Here Jezus gedoopt! Toch was dit een andere doop. Johannes zei het zelf al, `ik doop met water maar Hij die na mij komt, de Christus, Hij zal u dopen met de Heilige Geest.´ (zie Marcus 1:8).

Drieënige God

Bij de doop van een kindje zegt de dominee: `Ik doop u in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Dit doet de dominee niet omdat hij dat zelf heeft bedacht. Hij doet dit omdat het een opdracht van God is.

De zin die de dominee uitspreekt, betekent: je komt op naam te staan van de drieënige God.

Denk maar aan een auto. Als iemand een auto koopt, komt die op naam te staan van de koper. Als er iets met die auto is, moet de eigenaar het betalen. De belasting moet door de eigenaar betaald worden. Als er een keer te hard wordt gereden met de auto... moet de eigenaar betalen. De koper verplicht zich voor de auto te zorgen, hij is er verantwoordelijk voor.

Zo is het ongeveer ook met de doop. Jij bent dan net als die auto. De Here Jezus heeft jou met Zijn bloed gekocht, en je komt door de doop op Gods Naam te staan. Op de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze drieënige God verplicht Zichzelf om voor jou te zorgen.

De Vader gaat voor jou zorgen, nog beter dan een aardse vader kan. Hij zal je beschermen tegen erge dingen, en als je wel ziek wordt of iemand waar je van houdt verliest, dan zal de Here ervoor zorgen dat het goed voor je is. Hij zal het doen meewerken ten goede.

De Zoon verplicht Zich door de doop om voor jouw zonden te betalen. Hij betaalt met Zijn kostbaar bloed voor alle zonden waar jij gelovig vergeving voor vraagt.

De Heilige Geest verplicht Zichzelf bij de doop om in jou te wonen en je te helpen met de strijd tegen de zonde. Zo neemt de drieënige God jou voor Zijn rekening. Dat is de grote waarde van de doop in Zijn Naam.

Een echte doop

Een voorbeeld klopt nooit helemaal, het is om iets uit te leggen. Zo ook het voorbeeld van die auto. De drieënige God verplicht Zich in de doop om voor jou te zorgen. Hij sluit een verbond met jou. Maar nou komt er nog iets bij, wat de auto niet had. Een verbond kent namelijk twee delen. De belofte en de eis. God belooft voor jou te zorgen en Hij eist dat jij Hem liefhebt, Hem dient en gehoorzaamt. De doop is geen magisch iets, of een wondermiddel. Zo van: `ik ben gedoopt en het komt zeker goed met mij! Ik krijg zeker het eeuwige leven, ook als ik de Here niet ga dienen en niet in Hem ga geloven.´ De doop is geen garantie op het eeuwige leven.

De doop is wel altijd echt. In de kerkstrijd van 1944 (de Vrijmaking) was dit een strijdpunt. Sommige mensen zeiden dat als een kind later niet in God ging geloven, de doop niet echt was geweest, het was knoeien met water geweest.

Dit is niet waar. Gods beloften zijn altijd echt, maar wij mensen kunnen wel Gods verbond verlaten. Door goddeloos te leven bijvoorbeeld, of door niet meer naar de Kerk te gaan. Of door niet meer te bidden en uit de Bijbel te lezen.

De doop moet je echt gebruiken in je leven. Hoe doe je dat?

Als je zonden hebt gedaan, ben je schuldig. Dan moet je tot de Here gaan in gebed en Hem om vergeving vragen. Je mag dan pleiten op Zijn eigen beloften. De beloften die Hij deed bij jouw doop. Je mag, als het ware, de Here eraan herinneren. `Ik ben toch Uw verbondskind! Vergeef alstublieft mijn zonden door het bloed van Christus, zoals U beloofd hebt.´ Je grijpt eigenlijk Gods beloften vast, net als iemand die bijna verdrinkt, die grijpt de reddingsboei vast. Zo grijpen wij Gods beloften vast, en dat is onze redding.