Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus - Zondag 24

Jaargang: 
9
Datum: 
25 mrt. 2015
Nummer: 
13
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1491
Rubriek: 


Dit keer bespreken we Zondag 24 van de Heidel-bergse Catechismus. De vorige keer spraken we over onze rechtvaardigheid. We leerden dat wij mensen zondig zijn maar dat wij door het werk van Christus rechtvaardig zijn, dat is zonder zonde zijn, voor God. Wij mogen geloven in het verlossend werk van onze Heiland. Geloven was, zo leerden we, niet een goede daad van ons maar een genadegave van de Here. We gaan nu verder spreken over wat goede werken eigenlijk zijn en wat we er wel of niet mee verdienen. Doe je mee?Lezen: Deuteronomium 27:11-26Zingen: Gezang 13:4

Goede werken

Ken je deze regels ook? ´t Boze dat ik heb gedaan, zie het, Here, toch niet aan. Schoon mijn zonden vele zijn, maak om Jezus´ wil mij rein. Waar komen deze zinnen vandaan?

Misschien bid jij dit ´s avonds ook wel. Het kan ook zijn dat jij een ander gebedje opzegt, maar daar zal ook zoiets in staan. Je vraagt elke dag vergeving van je zonden. Maar doe jij elke dag zonden? Is er veel verkeerd bij de dingen die je doet? Zijn er dan helemaal geen goede dingen? Je hebt toch zo fijn gespeeld met je zusje en zelfs je speelgoed gedeeld, je hebt papa geholpen met het wassen van de auto, je hebt je snoepjes gedeeld met een vriendje, je hebt je psalmvers heel goed geleerd. Dat zijn toch allemaal goede dingen? Dat zijn toch goede werken? Daar zit toch geen zonde bij? Zijn we dan niet een beetje goed in Gods ogen? Kunnen we dan toch niet een stukje eeuwig leven zelf verdienen?

Zonde

Het antwoord op de laatste vragen uit het vorige stukje is `nee´. Nee, wij kunnen geen eeuwig leven verdienen en nee, we zijn niet goed in Gods ogen. Al onze werken zijn bevlekt met zonde. Wij kunnen ons niet houden aan Gods wet. In het Oude Testament wordt vaak gezegd dat als het volk het goed doet, dat er dan een beloning volgt. Je zou kunnen denken dat mensen toch iets goeds kunnen doen. Dat is niet zo. Je hebt net in Deuteronomium 27 gelezen dat het volk Israël zich moest verdelen over twee bergen. En daar horen ze twaalf vervloekingen. Het volk zegt steeds als antwoord: amen. De Here noemt twaalf zonden op, net zoveel als er stammen zijn. Twaalf keer klinkt er een zonde die wij mensen doen, en daardoor zijn ze vervloekt voor Gods aangezicht. Alle stammen maakten zich schuldig, alle mensen verdienen Gods straf.

Een tijd later werd de tempel gebouwd, daar konden de mensen hun schuld belijden en een offer brengen voor de Here. Nu doen wij dat niet meer, omdat de Here Jezus Zijn leven heeft gegeven als offer voor onze zonden.

Nu even terug naar de voorbeelden van goede werken. Ook al heb je je speelgoed gedeeld, je vader geholpen, je psalmvers geleerd, je deed er toch zonden bij. Je dacht misschien: `als ik mijn vader help, krijg ik iets van hem´, of bij het leren van de psalm was je er met je gedachten helemaal niet bij.

Al onze goede werken zijn bevlekt met zonden. Ook de goede dingen die volwassenen doen. Bijvoorbeeld de dominee die uit Gods Woord preekt, de mensen die trouw naar de kerk gaan, de juf die zo mooi uit de Bijbel vertelt of de ouderlingen die de mensen vertellen hoe ze de Here moeten dienen. Alle mensen hebben Gods straf verdiend. Zelfs de gelovigste mensen verdienen niet het eeuwige leven, maar hebben Christus´ offer nodig om rechtvaardig voor de Here te staan.

Zorgeloos

Nu kun je denken dat het allemaal dus niets meer uit-maakt. Je doet je best om de goede dingen te doen, maar het is voor niets. Je kan er niets mee verdienen of krijgen. Het maakt niet uit hoe je leeft. We kunnen achterover leunen en zorgeloos doorleven. We komen er toch wel, want Christus heeft voor ons betaald. Wij horen bij Gods verbondskinderen, dus met ons komt het wel goed. Dit heet `verbondsautomatisme´ en is niet zoals God het ons leert. Denk maar aan het verhaal van de wijngaard in Johannes 15. De Here Jezus vergelijkt Zichzelf met een wijnstok, dat is een plant waar druiven aan groeien. Aan die plant groeien ranken, dat zijn een soort takken. Deze takken krijgen water en voeding van de wijnstok. En aan die ranken groeien druiven. De Here Jezus is de wijnstok, wij, Zijn kinderen, zijn de ranken. Doordat Hij ervoor zorgt dat wij gevoed worden met Zijn Woord en Geest doen wij goede dingen en groeien er vruchten aan ons. De vruchten zijn dan de goede werken. De Here Jezus zorgt ervoor dat wij goede werken kunnen doen ter eer van God. Zonder Zijn Woord en Geest kunnen wij dat niet. Wij kunnen dus nooit trots zijn op onze goede werken, want ze zijn eigenlijk niet van ons. De Heilige Geest werkt het in ons. Als wij de Here God liefhebben, naar Zijn Woord luisteren, Hem dienen, dan komen als vanzelf goede werken. Deze werken doen wij dan ter eer van Hem.

Het kan dus niet zo zijn dat iemand zich christen noemt, maar niet naar de Kerk gaat, niet in de Bijbel leest, geen psalm voor de Here zingt, niet om zijn naaste denkt. Deze (zogenaamde) christen brengt geen goede vruchten voort. Hij vertrouwt op zichzelf in plaats van op de Here. Hij denkt dat hij het beter weet dan God. Hij is eigenwijs. Een gelovig christen kan je herkennen aan zijn goede werken. Want doordat deze (echte) gelovige weet dat hij zondig en schuldig voor de Here staat, zal hij uit dankbaarheid voor zijn verlossing de Here willen danken door goede werken te doen.