Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus - Zondag 22

Jaargang: 
9
Datum: 
25 feb. 2015
Nummer: 
11
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1481
Rubriek: 


De Apostolische geloofsbelijdenis sluit af met de zinnen: ik geloof in de opstanding van het vlees, en een eeuwig leven. Deze zinnen gaan we vandaag bespreken. Lees en doe je mee?Lezen: Johannes 16:19-31Zingen: Psalm 16:5

Opstanding

Denk jij wel eens na over het sterven?

Ben jij bang voor de dood?

Bang zijn voor de dood is voor ons mensen heel normaal. Wij willen graag in leven blijven. We weten niet precies wat er na ons sterven met ons gebeurt.

Nou, eigenlijk weten we dit wel! Als we in de Bijbel lezen, weten we wel wat er na dit leven gebeurt. We geloven in de Woorden van de Here.

Je hebt zonet het verhaal gelezen dat de Here Jezus vertelde over de arme Lazarus en de rijke man.

Toen Lazarus stierf, kwamen de engelen hem halen en brachten hem bij God. Zo zal het ook met ons zijn. Na ons sterven gaan we gelijk naar de Here. Er zit geen tijd tussen, geen wachttijd bijvoorbeeld. We hoeven niet te wachten op het sterven van onze familieleden of op het sterven van alle kinderen van de Here. Onze ziel is gelijk Thuis.

Ons lichaam blijft hier op aarde en wordt begraven. Misschien heb je wel eens een begrafenis meegemaakt. Je snapt dan precies wat begraven is. Het dode lichaam wordt in een kist gelegd en daarna in de grond begraven. Daar blijft het liggen tot de Here Jezus terugkomt. Dan gaan de graven weer open en krijgt iedereen zijn lichaam weer terug. Ziel en lichaam worden weer één, net zoals ze dat nu zijn bij een levend mens. Er is alleen één groot verschil. Nu zijn onze lichamen ziek of er ontbreekt iets. Bijvoorbeeld als je gehandicapt bent. Dit komt door de zonde. Na onze opstanding is er geen zonde meer. Onze lichamen zijn dan helemaal heel en mooi. We krijgen een lichaam dat lijkt op het lichaam van Christus, een verheerlijkt lichaam.

Al deze dingen staan in de Bijbel en moeten we geloven. In het verhaal van de arme Lazarus kon je ook lezen dat de rijke man vraagt of er iemand uit de hemel naar de aarde terug mag om zijn broers te waarschuwen. Dat mag niet. Want, zegt Abraham, zij hebben de Bijbel, Gods Woord. Zij kunnen het weten.

Dit geldt ook voor ons. Er is nog niemand uit de dood weer teruggekomen die ons heeft verteld hoe het sterven eigenlijk gaat. Dat hoeft ook niet. We moeten vertrouwen op Gods Woord.

Dat betekent ook dat je Gods Woord heel serieus moet nemen. Je kan niet denken: och, nu doe ik niets voor de Here, ik bid niet, ik ga niet naar de Kerk, ik doe slecht mee op catechisatie, ik ga niet naar de Bijbelschool, later als ik groot ben ga ik wel mijn best doen. Dat kan niet, want weet jij hoe oud jij wordt?

Nee, dat weet niemand. Dus ook nu, ook al ben je nog jong, ook nu moet je luisteren naar en geloven in de Here. Je moet anders leven dan de kinderen van de wereld. Jij bent een heilig kind, een kind van God! En dan mag je getroost wezen door al de woorden hierboven over de opstanding. Ook als je heel erg ziek wordt en jong sterft. Je hoeft niet bang te zijn, je mag bij de Here schuilen, Hij zal alles goedmaken.

Eeuwig leven

We zijn aan het einde gekomen van het bespreken van de Apostolische geloofsbelijdenis. Het is wel grappig als je bedenkt dat we nu iets gaan uitleggen wat geen einde heeft, namelijk het eeuwige leven. Na dit leven komt voor Gods kinderen het eeuwige leven in de hemel. Het leven dat geen einde kent. Een eeuwig leven dat geen oog ooit heeft gezien, waar geen oor van heeft gehoord en wat niemand in zijn hart kan bedenken. Wij mogen daar bij God wonen in het paradijs!

Dit hebben we niet verdiend. De Here Jezus heeft dit voor ons verdiend. Hij heeft met Zijn lijden en sterven onze zonden weggedaan. Hij is onze Verlosser. Eigenlijk hebben we dezelfde straf verdiend als de goddelozen, de mensen die niet geloven dat God bestaat. Die zelfs spotten met God.

Wij zijn net zo. Wij hebben ook de eeuwige straf in de hel verdiend, omdat wij ook zondigen. Maar door Christus werk mogen we straks eeuwig bij Hem wonen!

In het stralend hemels licht,

zullen wij de Heer ontmoeten.

Aangezicht tot aangezicht,

mogen wij Hem blij begroeten.

Wij, van alle smet ontdaan,

mogen rein voor Jezus staan!

(Gezang 22 vers 5)