Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus

Jaargang: 
10
Datum: 
30 nov. 2016
Nummer: 
23
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1688
Rubriek: 



Zondag 42

Het achtste gebod van Gods verbondswet luidt: U zult niet stelen. In de Catechismus Zondag 42 wordt dit gebod aan de mensen uitgelegd. Wij gaan proberen om het zo te vertellen dat ook jullie, kinderen, het begrijpen. Lezen jullie mee?Lezen: Psalm 24:1-6Zingen: Psalm 62:5

Dief

Je hebt vast weleens een verhaal gelezen over een diefstal. Een man met een zwarte sjaal voor zijn mond komt met een pistool de winkel binnen. Hij eist het geld uit de kassa anders gaat hij schieten. Dit is een hele duidelijke dief. Hij moet snel worden gezocht en naar de gevangenis worden gebracht om te worden gestraft.

Maar diefstal kan ook veel stiller en onopvallender. Denk maar aan jezelf. Mamma zegt; 'je mag 2 koekjes' en je neemt er 3. Of je pakt stiekem iets af van iemand uit je klas. Het kan ook dat je probeert zonder toegangskaartje ergens, bijvoorbeeld in het zwembad, naar binnen de gaan. Er wordt getrakteerd op school, je liegt en zegt dat je nog niets hebt gehad of je probeert nog een keer aan de beurt te komen. Allemaal voorbeelden van stelen, die de Here verbiedt in dit 8ste gebod.

Ook al zijn jij en ik geen dief met een pistool en een zwarte sjaal, toch zijn we er steeds op uit iets te stelen van een ander. Wij zijn net zo zondig en verkeerd als die dief. Wij hebben ook straf verdiend.

Hebzucht

De Here verbiedt in dit gebod ook de hebzucht. Wij zondige mensen willen al meer hebben en het liefst zo goedkoop mogelijk. We willen een al groter huis, een mooiere auto, mooier en duurder speelgoed. Daarom doen ook veel mensen mee aan een loterij, ze hopen zo een grote prijs te krijgen zonder er voor gewerkt te hebben. Hier kunnen wij als kinderen van God dus niet aan mee doen. Wij moeten blij en dankbaar zijn met wat de Here ons geeft.

Volwassenen kunnen ook stelen bijvoorbeeld door iets te verkopen dat heel goed lijkt, maar stiekem toch kapot is. Of door spullen van hun werk, dus van hun baas, mee te nemen naar huis. Ook het niet hard genoeg werken of lange pauzes nemen is stelen van de baas zijn tijd. Maar ook het net niet helemaal eerlijk invullen van (belasting)- formulieren is stelen.

Sommigen stelen mensen. Dat is raar denk je. Maar toch is het zo. Denk aan die kledingfabrieken waar jonge meisjes heel hard moeten werken zonder pauzes, eten, rust en voldoende geld. Ze zijn slaven geworden. Ze zijn eigenlijk gestolen door hun baas. In de Bijbel lezen we het verhaal van Jozef, die als slaaf verkocht werd. Zijn leven, zijn vrijheid, werd gestolen door anderen.

Zie je dat stelen veel meer is dan wat die dief, aan het begin van ons verhaal, deed?

De Eigenaar

'De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat, de wereld en wie er in wonen'. Dit las je zonet in Psalm 24. De Here God heeft de wereld gemaakt het is Zijn eigendom. Alles wat in de aarde, op de aarde is, is van Hem. Hij heeft het voor ons gemaakt zodat wij ervan kunnen leven en genieten.

De Here gaf na de schepping de mensen de opdracht om ervoor te zorgen om goede rentmeesters te zijn. Een rentmeester moet ergens voor zorgen wat niet van hemzelf is. Zo is de aarde niet van ons maar wij mogen en moeten er goed voor zorgen.

Na de zondeval ging dit rentmeester-zijn helemaal verkeerd. De mens dacht alleen aan zichzelf. Wilde al rijker zijn, putte de aarde uit, bossen werden omgekapt, de luchtvervuiling werd al groter, de oceanen leeggevist, alleen om al rijker te worden, dus door hebzucht.

Mensen maken ook elkaar tot slaaf. Sommige mensen worden mishandeld en uitgebuit. Hun vrijheid wordt afgepakt. De zondige mens maakt alles kapot wat God zo mooi heeft gemaakt.

Ook wij zijn onze vrijheid kwijt door onze eigen schuld. Wij zijn slaven geworden van de satan, van de zonde. Wij hebben, door onze eigen schuld, geen vrijheid meer. Maar door Gods genade zijn we bevrijd. De Here heeft Zijn volk eens uit Egypte bevrijd en ons heeft Hij bevrijd uit het slavenhuis van de zonde. Daarom is het ook zo mooi dat de Here de wet begint met: Ik ben de Here uw God die u bevrijd heeft. Door alle geboden zien we dat we slaven van de zonden zijn, maar de Here komt met Zijn heerlijk evangelie van de verlossing van zonden door Jezus Christus.

Het is opvallend dat de straf op het achtste gebod niet hoog is. Bij andere volken, om Israël heen, waren de straffen hoog. Bij de dief werd een hand afgehakt of hij moest het gestolene 30 keer terugbetalen. De Here geeft kleinere straffen. De dief hoefde het maar drie keer terug te betalen.

Hoe komt het toch dat de straf niet zo hoog is? Zou de Here stelen niet zo erg vinden?

Nee, de Here vindt stelen net zo erg als de andere zonden. Maar de eigenaar en de dief zijn allebei niet de échte eigenaar. Alle dingen zijn van de Here. Door deze lage straf leerde God de mens kijken naar de echte Eigenaar. De Schepper Zelf! Wij mensen bezitten niets. We mogen het van de Here gebruiken. Als we sterven kunnen we niets bij ons houden.

De Here wil ons in dit gebod voorhouden dat Hij de Maker en Bezitter van alles is. En als we wat stelen, stelen we het eigenlijk van Hem!

Wat moet wel?

In vraag en antwoord 111 bespreekt de Catechismus wat de Here nu eigenlijk wel wil. We hebben net uitgebreid besproken wat de Here niet wil, wat Hij verbiedt. Maar wat wil Hij wel met dit gebod?

Het antwoord is: dat we onze naaste, de mensen die om ons heen wonen en waar we mee omgaan, goed behandelen. Dat we net zo met hen omgaan als dat we zouden willen dat zij met ons omgaan. Dat we hen niet benadelen, dus dingen afpakken, maar juist ervoor zorgen dat die medemens het beter krijgt. Ook wil de Here dat wij trouw ons werk doen. Dat we onze talenten en ons geld gebruiken om onze naasten te helpen. En dat we zo laten zien dat we kinderen van de Here God zijn. Zodat ook de goddelozen om ons heen worden gewezen op de Here God en al Zijn grote daden.

Verwerkingsvragen

1. Wat is stelen?2. Wat is hebzucht?3. Kan je ook mensen 'stelen'?4. Van wie zijn wij een slaaf?5. Wie redt ons van deze slavernij?6. Waarom moeten we ons werk trouw en goed doen?7. Wie is de Eigenaar van alles?