Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus

Jaargang: 
11
Datum: 
19 apr. 2017
Nummer: 
8
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1731
Rubriek: 



Zondag 50

Dit keer bespreken we met je de vierde bede van het gebed dat de Here Jezus ons leerde te bidden. Hij deed ons voor hoe we tot onze Vader in de hemel kunnen bidden. In de vierde bede zeggen we: Geef ons heden ons dagelijks brood. We willen met jullie nadenken over deze bede. Waar vragen we eigenlijk om? Bidden we alleen voor ons brood? Doe je mee? Dan zul je zien dat deze bede meer betekent dan alleen maar vragen om een boterham.Lezen: Exodus 16:1-5Zingen: Psalm 128:1

Brood

Weet je nog dat we de vorige keer spraken over jouw taak hier op aarde? We zagen toen dat de Here nu van jou vraagt om je werk op school goed te doen zodat je later je taak, die de Here je geeft, goed kan uitvoeren. Maar naar school gaan met een lege maag is heel lastig. Want als je honger hebt dan kun je niet goed opletten. Je hebt geen energie om je werk te doen en om iets te leren.

Daarom vragen we in deze bede of de Here ons eten wil geven. Niet alleen brood. Want een mens heeft ook fruit, groenten en drinken nodig om goed te kunnen werken. We vragen of de Here ons alles geeft wat we nodig hebben. Ook kleren horen daarbij of een fiets. Maar denk ook aan schoolspullen. Al deze dingen hebben we nodig om ons schoolwerk goed te doen.

Het lijkt vaak dat je eten kan kopen omdat je ouders geld hebben. Het gaat zo vaak automatisch. Je ouders verdienen geld en daarvan kopen jullie het eten en alle spullen. Ook de huur van jullie huis, de stroom en het water betalen jullie ervan. T

och is het een beetje anders. Want al dit geld en al deze rijkdom krijgen jullie van Iemand. Weet je van Wie?

God geeft

Juist, de Here God zorgt ervoor dat je vader kan werken, dat hij geld verdient. De Here God zorgt ervoor dat jullie genoeg hebben om boodschappen van te doen. De Here zorgt hierin voor jullie. En wij mogen erkennen dat we alles van Hem krijgen. Zonder Gods zegen beginnen we niets. We weten: Here God, U zorgt voor regen, voor droogte, U leidt alles zo dat we eten op ons bord hebben. U opent Uw hand voor ons. U laat ons ervoor werken, maar U bent zo machtig, U kunt het ook geven zonder dat we ervoor hoeven werken.

Denk hierbij aan de Israëlieten in de woestijn. Zij kregen water uit de rots om te drinken en manna en vlees om te eten. De Here deed wonderen en gaf Zijn volk voldoende te eten en te drinken. Zo zorgt de Here ook nog voor ons.

De Here gaf in de woestijn manna genoeg voor elke dag. De volgende dag was er weer genoeg, daar moesten de Israëlieten op vertrouwen. Daarom bidden wij ook geef ons heden ons dagelijks brood. Dat betekent: geef ons vandaag wat we nodig hebben. Dus niet: geef ons een flinke voorraad voor de toekomst. Maar geef ons alleen wat we nu nodig hebben en in de toekomst zullen we weer de Here om eten vragen en erop vertrouwen dat Hij het ons geeft.

In dit gebed leren we dat het niet ons werk is. Nee, het is de Here die ons te eten en te drinken geeft.

Barmhartig

Door de zonde is het hier op aarde niet goed. Er zijn mensen die in armoede leven, maar er zijn er ook die overvloed hebben. Wij hier in Nederland hebben het heel goed. We leven in overvloed. Ook hierin vraagt de Here van ons iets. Hij wil dat we goed omgaan met de dingen die Hij geeft. Dat we geen voedsel verspillen, dat we niet alleen denken aan onszelf, dat we goed met de natuur omgaan.

De Here leert ons te bidden; geef ons heden ons dagelijks brood. Hieraan kun je zien dat je niet alleen voor je eigen eten bidt. We bidden als Kerk ook voor elkaar. We hebben in de Kerk een plaats gekregen naast andere kinderen van de Here. Misschien is er een hele rijke broeder, maar er zijn er vast ook die niet veel hebben. Als broeders en zusters moeten we ook naar elkaar omzien. We geven geld aan de diakenen, die het geld kunnen geven aan de armen. En ook kunnen we het door God gegeven geld gebruiken voor hulp in arme landen. We leren door deze bede barmhartig te zijn voor anderen. God is ook barmhartig voor ons, Hij geeft ons veel wat we niet verdiend hebben. Zo moeten wij barmhartig zijn voor onze naaste ver weg en dichtbij.

Wie bidt om brood, mag vertrouwen dat hij elke dag brood krijgt. Die mag op verhoring rekenen. De Here heeft het immers beloofd. Wie gedoopt is kan zelfs op zijn doop terugvallen. Toen beloofde de Here dat Hij je van al het goede zal voorzien. Hij doet dat ook om Christus' wil. Want onze Heiland heeft voor ons honger geleden in de woestijn, Hij heeft voor ons dorst geleden aan het kruis. Hij zal ons daarom geven wat we nodig hebben.

Wie zo bidt en dankbaar de zorg van zijn Hemelse Vader ziet, die zal leven vol vertrouwen op Hem. Die zal zijn werk trouw doen onder de zegen van de Here.

Verwerkingsvragen

1. Waar vragen we om bij de vierde bede?2. Wat betekent: 'geef ons heden ...'?3. Waarom bidden we 'geef ons' en niet 'geef mij ...'?4. Welke ambtsdragers hebben de taak gekregen om voor de armen te zorgen?5. Wat betekent barmhartig?