Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus

Jaargang: 
11
Datum: 
05 apr. 2017
Nummer: 
7
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1727
Rubriek: 



Zondag 51

Het gebed dat de Here Jezus ons leerde gaat verder met: 'En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren'. In dit artikel leggen we deze vijfde bede aan je uit. Doe je mee?Lezen: Mattheüs 18:21-35Zingen: Gezang 5:6

Vergeven

Je hebt net het verhaal in de Bijbel gelezen dat de Here Jezus vertelde over een koning en zijn slaven.

Hij vertelde dit verhaal omdat Petrus hem vroeg hoe vaak we een ander zijn fouten moeten vergeven. De Here zegt dat we onze broeders zeventig maal zevenmaal moeten vergeven. Met andere woorden het houdt niet op. Elke keer als iemand om vergeving vraagt zullen wij moeten vergeven.

En dan vertelt de Here dit verhaal. De slaaf die een grote schuld had, kwam bij de koning en de koning deed zijn schuld weg. Hij had medelijden met deze arme slaaf. Daarna ging de slaaf naar een collega-slaaf en eiste dat hij zijn schuld zou terugbetalen. Hij kon dit niet en de slaaf werd erg boos en liet zijn medeslaaf gevangen nemen. Hij deed zijn schuld niet weg.

Toen de koning dit hoorde werd hij boos op de slaaf. Hij liet hem komen en straffen.

Schulden

De Here God vergeeft ons alle zonden als we Hem daarom bidden.

Wij doen elke dag zonden. Alle daden, woorden en gedachten van ons zijn met zonden bevlekt. Bij alles zoeken we niet Gods eer maar doen we het voor onszelf. We vergeten de Here.

En ook denken we niet genoeg om onze naasten. We denken meer aan onszelf. We liegen en stelen om er zelf beter van te worden.

Al deze zonden van elke dag wil de Here ons vergeven. Wat een berg zonden!

De catechismus noemt ons 'arme zondaars'. Nu kun je denken dat dat betekent dat wij zielig zijn. Dat we er niets aan kunnen doen, we zijn ook maar slachtoffers van de satan.

Toch bedoelen de schrijvers van de catechismus dit niet. Wij zijn arme zondaars omdat wij schulden gemaakt hebben. Het is onze eigen schuld. We hebben zoveel schulden dat we ze niet terug kunnen betalen, net als de slaaf uit het verhaal van de Here Jezus.

De man was niet alleen arm omdat hij geen geld had maar ook omdat hij misdaden had gedaan. Hij zat diep in de schulden net als wij.

Met onze zonden is het zelfs nog erger want, zegt de catechismus, de zonde zit nog in ons. We zijn door en door zondig. We mogen weten dat we verlost zijn door Christus maar we moeten ondertussen wel steeds blijven zien dat de slechtheid nog in ons is. En dat blijft tot de dood. Als je dat zo gelooft zie je dat de zonde een groot probleem is.

'En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.' Dit betekent: en vergeef ons onze zonden, zoals ook wij vergeven willen.

Zie je dat deze bede begint met 'en'. Je weet vast wel dat een zin of een verhaal nooit begint met 'en'. Het woordje 'en' geeft aan dat de zin ervoor er ook bij hoort. Kijk maar eens in Zondag 45, daar zie je het hele gebed staan. De bede over het dagelijks brood staat er voor, dat komt eerst. Het bidden om eten en spullen is niet belangrijker dan de zonden vergeven. Nee, het hoort bij elkaar. Je hebt eten maar ook vergeving nodig anders komt het niet goed. Om vergeving van je zonden vragen is erg belangrijk.

In deze bede staat het woordje 'ons'. We bidden niet voor anderen die allemaal verkeerde dingen doen zoals ongelovigen, die niet naar de kerk gaan, en veel slechte dingen doen. Nee, we bidden voor ons zelf. We moeten goed beseffen dat we zelf schuldig zijn.

Wonder

Eigenlijk is het een wonder dat je om vergeving mag bidden. Elke keer als we deze bede uitspreken vragen we of de Here een groot wonder doet, namelijk onze grote schuld vergeven.

Hij wil dit doen omdat Zijn Zoon voor onze zonden gestorven is. Hij heeft Zijn bloed vergoten voor ons. De zonde is zo verschrikkelijk dat er zo'n groot offer nodig was. Als je bidt om vergeving dan moet je bedenken 'eigenlijk bid ik om een wonder'.

Als je dat goed bedenkt zul je nooit gedachteloos deze bede uitspreken. Je zult er goed bij nadenken wat je vraagt van je hemelse Vader.

Anderen vergeven

Als je dan je eigen zonden goed hebt overdacht en snapt wat je vraagt als je om vergeving vraagt, dan zul je ook naar je naaste toe graag dingen vergeven.

De mensen die bij ons leven doen ook veel verkeerde dingen. Ook denken ze niet altijd om jou. Ze doen je misschien iets aan.

Maar als zij berouw tonen en om vergeving vragen moet je ze van harte vergeven. Je moet hun schuld wegdoen, kwijtschelden. Net als die slaaf uit het verhaal van de Here Jezus had moeten doen. Want denk eens aan je Vader in de Hemel. Hij doet een veel grotere schuld weg door het verlossingswerk van Zijn Zoon!

Verwerkingsvragen

1. Wie vertelde het verhaal van de koning en de slaven?2. Wat doet de koning met de schulden van de slaaf?3. Wat doet de slaaf zelf met de schulden van een andere slaaf?4. Wat had hij moeten doen?5. Wat betekent dit verhaal voor ons?6. Hoe vaak moeten we onze naaste vergeven?