Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechismus

Jaargang: 
10
Datum: 
21 sep. 2016
Nummer: 
18
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
1664
Rubriek: 



Zondag 37

In Zondag 37 gaan we nog een keer spreken over de Naam van de Here. De vorige keer hebben we iets uitgelegd over het ijdel (zinloos) gebruiken van Gods Naam. Deze keer spreken we nog verder over Gods Naam en dan vooral over het zweren bij Gods Naam. Weet je wel wat zweren is? Nee? We zullen het je uitleggen. Lezen: Jakobus 5:12Zingen: Psalm 15:1,3

Zweren

Twee kinderen spelen buiten. De één denkt dat de ander iets van hem afgepakt heeft. Maar de ander zegt: 'Nee ik heb het niet gedaan, ik zweer het.' Misschien heb je zoiets wel eens gehoord.

Het tweede kind bedoelt dan: ik heb het echt niet gedaan, je moet me geloven, ik spreek de waarheid. Hij zweert een eed. De ander moet het geloven want het is echt waar.

Wij mensen spreken vaak niet de waarheid. We liegen en bedriegen elkaar. Zelfs kinderen doen dat al. 'Nee, mamma, ik heb echt geen snoepje gepakt!'

We kunnen het vaak zo goed dat je aan onze gezichten niet kan zien dat we liegen. En als een ander ons dan niet gelooft, dan zweren we. Net alsof een ja of nee niet genoeg is.

Doordat wij mensen liegen, geloven we elkaar ook vaak niet meer. We weten niet wat waarheid is en wat niet.

Als je een eed zweert, zeg je eigenlijk: 'Ik zweer bij de Naam van de Here'. Ook al spreek je die laatste woorden niet uit, toch is een eed zo bedoeld. De Here ziet alles en hoort alles en weet of het waar is wat je zegt.

Zweren is dus eigenlijk de Here aanroepen als Getuige. Daarom gebruik je de Naam van de Here als je zweert. Je misbruikt de Naam van de Here om als je liegt je gelijk te krijgen.

De Catechismus leert ons daarom om niet te zweren. Door de valse eed misbruik je de Naam van de Here. En dat wordt verboden in het derde gebod.

In de kerk

Ook in de kerk worden beloften gedaan. Denk maar aan de bevestiging van een dominee, een ouderling of een diaken. Zij krijgen vragen te horen en beantwoorden dan met 'ja'. Nooit hoor je erachteraan: 'Ik zweer het'. Een 'ja' is genoeg om iets te beloven.

Ook als iemand belijdenis doet of als ouders een kindje laten dopen, zeggen ze 'ja' voor in de kerk. Hun belofte is dan een grote belofte. En ze weten ook dat God hoort wat ze beloven. Hij zal ze aan die belofte houden.

Zoals in de brief van Jakobus wordt gezegd, is een eed zweren niet nodig. Een ja of nee is genoeg. Daar moeten we ons aan houden.

De overheid

Soms mag je wel zweren als de overheid het van je vraagt. Bijvoorbeeld als je door de politie wordt verhoord. Je moet dan zweren dat je de waarheid vertelt. De politie wil dat, want anders kan iemand een ander vals beschuldigen. Die ander wordt dan opgepakt maar later blijkt dat het niet de waarheid was.

Met het zweren van de eed zeg je ook, het is waar en de straf van mijn eventuele leugen komt op mij neer. Als later blijkt dat je gelogen hebt bij het zweren van de eed kun je zelf opgepakt en vervolgd worden.

Als er een nieuwe minister wordt beëdigd, moet hij ook een eed zweren. Hij steekt twee vinders in de lucht en zegt: 'Zo waarlijk helpe mij God almachtig'. Degene die dit belooft, weet heel goed dat de Here luistert en ook zal straffen als de eed verbroken wordt. Zo wordt de Here God er eerbiedig bij genoemd. Op die manier is de eed zweren wel mogelijk.

Schepsel

Nou zul je denken, als zweren bij Gods Naam dan niet mag, kunnen we dan niet bij iets anders zweren? Bij een dier bijvoorbeeld of een ander schepsel. Nee, zegt de Catechismus. Want echt een eed zweren kan alleen maar bij Gods Naam. Want Hij kan getuigen of ik het echt doe en kan mij ook straffen. Een schepsel kan dit niet. Een eed zweren bij een schepsel is dus een valse eed.

Verwerkingsvragen

1. Wat betekent 'laat uw ja, ja zijn en uw nee, nee'?2. Wat is een eed zweren?3. Waarom mag dit niet?4. Wie kan het zweren van een eed wel van je vragen?5. Wat is een schepsel? Noem eens een voorbeeld.6. Waarom mag je niet zweren bij een schepsel?