Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Catechisatie (1)

Jaargang: 
6
Datum: 
19 sep. 2012
Nummer: 
32
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
1075
Rubriek: 


In de afgelopen tijd werd in de Saambinder, weekblad van de Gereformeerde Gemeenten, geschreven over de bezinning die heeft plaatsgevonden over de catechese binnen dit kerkgenootschap. De bezinning betrof niet zozeer de leer, als wel de wijze waarop de aloude stof aan de jongeren moet worden overgebracht. Deze vragen zijn ook binnen De Gereformeerde Kerken relevant. Hoe brengt de catecheet de leerstof over? Hoe worden de jongens en meisjes geactiveerd? Hoe moet de catecheet met de jongeren omgaan? In hoeverre moet hij zich aanpassen aan de leefwereld van de catechisanten?

Catechisatie

De relevantie van bovenstaande vragen wordt mede bepaald door de tijd waarin wij leven. We leven midden in een digitale revolutie en het tempo van het leven is hoog. Dat is de wereld waarin onze jongens en meisjes opgroeien. Met die belevingswereld komt de ‘kerk van morgen’ binnen in het catechisatielokaal. Die wereld nemen ze als het ware mee als ze naar catechisatie gaan. De catechisatie, waar de catechumenen (= de leerlingen) een uur(tje) worden bepaald bij een afdeling uit de belijdenisgeschriften, meestal de Heidelbergse Catechismus. De catechisatie, waar ze de besproken zondagsafdeling moeten kunnen repeteren en memoriseren, zonder de mogelijkheid het even op te zoeken op google.com of wikipedia.nl. De jongelui worden daar stilgezet bij de enige troost in leven en sterven en moeten zich daarop concentreren. Terwijl ze op catechisatie de echte normen en waarden leren en zich eigen maken, neemt de normloosheid in hun eigen leefwereld toe. In dat licht is het heel goed om te blijven nadenken op welke manier wij de geloofsleer overdragen.

Doel van catechisatie

De doelstelling van de catechisatie kan op meerdere manieren worden omschreven. Een belangrijk doel is om de gedoopten tot mondige leden van de kerk te maken. Om zo het bevel van de Here Christus ‘gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb’ (Matth. 28 : 19), concreet vorm te geven.

Leerlingen van Christus, mondige leden van de kerk, dat wil zeggen hun-geloof-belijdende leden van Christus’ gemeente. De gedoopten zijn al wel kerkleden, maar hebben nog geen toegang tot het Heilig Avondmaal. Die toegang ontvangen ze pas wanneer ze hun geloof hebben beleden voor de Here met hun Openbare Geloofsbelijdenis. Oftewel, wanneer ze belijden dat ze daadwerkelijk stellig weten en vast vertrouwen dat de beloften van het evangelie niet alleen aan anderen, maar ook hen geschonken zijn, enkel uit genade door het geloof in onze Here Jezus Christus.

Drieërlei catechese

De synode van Dordt (1618/1619) onderscheidde drieërlei catechisatie, te weten: 1. in het gezin, 2. op de school, 3. door de kerk. In het gezin ligt dus de eerste verantwoordelijkheid. We lezen daarvan in de Schrift bijvoorbeeld in Deuteronomium 6. Daar geeft de HERE, wanneer Hij het volk herinnerd heeft aan Zijn grote daden met het volk Israël in Egypte en wanneer Hij hen herinnert aan Zijn Verbondstrouw, een opdracht aan de ouders. Wanneer hun kinderen later vragen: wat zijn dat voor getuigenissen, inzettingen en verordeningen die de HERE onze God u heeft opgelegd?, dan moeten de ouders hun kinderen onderwijzen. Ze moeten vertellen over Gods verlossing uit het diensthuis van Egypte. Ze moeten vertellen dat de HERE doet wat Hij beloofd heeft, namelijk het volk brengen naar het land van de belofte.

Deze opdracht is in de tussentijd niet gewijzigd. Nog steeds ligt de eerste verantwoordelijkheid in het gezin. De vader is hierbij priester in zijn gezin. Hij zal zijn kinderen, ondersteund en gesteund door zijn vrouw, zoveel als in zijn vermogen ligt de geloofskennis, de kennis van Gods vrije genade en de beloften van het evangelie, moeten en mogen overdragen. De kennis van Gods daden in de geschiedenis van zijn volk. De kennis van Gods liefde en Gods barmhartigheid. De kennis van de wijze waarop de HERE gediend wil worden, naar zijn geboden.

Het is allereerst de taak van de ouders om de kinderen van Gods daden in de geschiedenis te vertellen. Om van Gods verbond te vertellen, van Gods verbondsbeloften en van daaruit over de klem die daardoor op heel ons leven ligt om ons leven te wijden aan de dienst aan de HERE.

Huisgodsdienstoefening

Een belangrijk element van de huisgodsdienst is het samen lezen uit de Schrift. De Bijbel is daarin duidelijk: ‘het openen van uw woorden verspreidt licht, het geeft de onverstandigen inzicht’ (Ps. 119: 130).

Hierin is het gehele gezin werkzaam, door zowel (mee) te lezen als ook te luisteren. Daarbij kan het gelezen Bijbelgedeelte aanleiding en de mogelijkheid bieden tot het met elkaar doorspreken over Gods Woord.

Naast het regelmatig Bijbellezen wordt het geloofsleven ook gevoed door het gebed. In dit gebed kan degene die bidt ook de noden van het gezin aan de Here opdragen. Eveneens is hier de mogelijkheid om voor Gods kerk te bidden en voor bijvoorbeeld de noden van de broeders en zusters die om het geloof worden verdrukt en vervolgd.

De huisgodsdienstoefening beperkt zich niet tot het Bijbellezen en bidden voor en na de maaltijd. Een trouwe kerkgang en het thuis met elkaar de Here loven en prijzen door het zingen van Psalmen zijn bijvoorbeeld ook belangrijke elementen.

Hoe is het met onze huisgodsdienstoefening gesteld? Wordt de Bijbel bij de maaltijd gelezen? Wordt met elkaar doorgesproken over Gods Woord? Wordt de Here gebeden en gedankt voor Zijn trouwe Vaderzorg? En, komt dit alles voort uit hartelijke liefde voor de Here? Of is er sprake van huisgodsdienstsleur in plaats van huisgodsdienstoefening?

Uitholling identiteit

Naast het onderwijs thuis is ook het schoolonderwijs aangemerkt als belangrijk middel om de kinderen tot mondige leden van de kerk te maken. Vroeger werd op school catechisatie gegeven. Tegenwoordig is dat niet meer gebruikelijk. Wel is op de gereformeerde scholen sprake van godsdienstonderwijs en dat is van groot belang. Maar, het is niet nieuw als we melden dat de identiteit van het gereformeerd (vrijgemaakt) onderwijs steeds verder wordt uitgehold. Evangelische en interkerkelijke invloeden, die in de kern niets anders zijn dan Woordverlating, zijn daar debet aan. Dit heeft bijvoorbeeld het aannamebeleid voor docenten en leerlingen beïnvloed. Waar mogelijk wordt dat beleid steeds meer opgerekt, zodat christenen uit allerlei denominaties kunnen participeren. Dat heeft ook zijn weerslag op de inhoud van het godsdienstonderwijs dat onze jongens en meisjes krijgen. We kunnen onze jongens en meisjes daarom niet met een gerust hart overlaten aan dit onderwijs. Welke ouder met kinderen op het basis- of voortgezet onderwijs kan daar niet over meepraten?

Isolement

Daarnaast is het goed om stil te staan bij het feit dat de jongens en meisjes van de kerk al op jonge leeftijd steeds meer in een isolement komen te staan. Zij merken in de klas dat de leeftijdsgenoten bijvoorbeeld op catechisatie niets hoeven te leren. Of, dat de leeftijdsgenoten regelmatig niet naar catechisatie of vereniging hoeven omdat de ouders de toetsresultaten belangrijker vinden dan de geloofsleer. Of, dat in de klas openlijk Schriftkritische of evangelische geluiden worden geventileerd, waarbij onze jongens en meisjes vaak pijnlijk duidelijk merken dat ze alleen staan. Hun isolement is al op jonge leeftijd merkbaar en dat is lang niet altijd gemakkelijk.

Consequenties

Het feit dat de identiteit van het gereformeerd onderwijs steeds verder uitholt en de ontwikkeling dat de jongens en meisjes al vroeg worden geconfronteerd met hun vreemdelingschap, heeft meerdere consequenties. Ten eerste is er de groeiende noodzaak om ook het gereformeerd onderwijs weer in eigen hand te nemen. Dat is een zaak van geldelijke offers, inspanning en strijd, een zaak van blijdschap en tegenslagen, maar bovenal en in de eerste plaats een zaak van overtuiging. Ouders, broeders en zusters, zien wij hierin onze verantwoordelijkheid voor de kinderen die de HERE aan de gemeente heeft toevertrouwd? De zaterdagse Bijbelscholen verdienen onze hartelijke steun en kunnen als opstap dienen voor het verder intensiveren van het gereformeerd onderwijs.

De tweede consequentie is dat de nadruk en de klem op de huisgodsdienst nog sterker wordt.

Voorleven

De jongelui moeten sterk in hun schoenen staan om wat ze in de kerk, thuis en op catechisatie meekrijgen te durven uitdragen. Als ouders is het daarom belangrijk om de jongens en meisjes deze levensstijl voor te leven. En ook de andere broeders en zusters hebben hierin een taak door er met de jongelui over te praten. De ouderen zijn immers reeds mondige leden, leesbare brieven. Leesbare brieven, juist voor onze jonge broeders en zusters een belangrijk element. Voor de ouders betekent dat heel concreet een voorbeeld te zijn voor wat betreft bijvoorbeeld tijdsindeling. Een voorbeeld te zijn hoe om te gaan met verleidingen die op ons af komen op internet en televisie. Waar mogelijk moet hier thuis over gesproken worden, maar praten is niet altijd gemakkelijk. Juist als de ouders pal staan voor hun principes, daarin ook consistent zijn en ‘rechte voren’ trekken (2 Tim. 2 : 15), is dat voor de kinderen een helder licht en kan dat evenveel betekenen als een goed gesprek.

Let wel, het geloof is een geschenk, een gave van God. Maar de geloofsopvoeding, waar de ouders hun eed voor hebben gegeven, komt tot uiting in woord én daad. De jongelui prikken er doorheen wanneer ze zien dat woorden en daden bij hun ouders niet overeenstemming zijn.

De eerste verantwoordelijkheid ligt dus in het gezin. Daarna komt het onderwijs op de gereformeerde (Bijbel)scholen. Ten slotte volgt dan de kerkelijke catechisatie als invulling van de opdracht om allen te maken tot leerlingen van de Here Christus.

We willen daar een volgende keer nader bij stilstaan.