Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Calvijn – Reformator

Jaargang: 
1
Datum: 
25 jul. 2007
Nummer: 
27
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
120
Rubriek: 

Onlangs is in ons blad een hoofdartikel verschenen over de prediking. Dat gebeurde naar aanleiding van moderne opvattingen, die in Kampen worden gedoceerd en zo de kerken ingedragen. Ik heb toen in uitzicht gesteld iets te schrijven over de prediking van Calvijn en zijn gedachten daarover. In dit artikel maak ik daar een begin mee en later hoop ik er nog meer over te schrijven. Want er is heel wat materiaal over dit onderwerp en Calvijn is nog steeds actueel. Hij wijst nog steeds ons de weg voor een Schriftuurlijke prediking. Het is de weg die de HEERE wijst en die voor alle tijden is!

Materiaal

Onlangs verscheen er een uitvoerige biografie over Calvijn, die heel wat bijzonderheden geeft, die tot nu toe niet algemeen bekend waren. Maar vooral wordt in dat boek een levendig beeld geschetst van de grote betekenis van Calvijn als reformator - een betekenis nog steeds voor vandaag in deze moderne tijd. Wat is het geheim van die blijvende invloed van Calvijn?
Daarnaast heb ik nog weer eens kennisgenomen van een dissertatie over de prediking van Calvijn. De titel God roept ons tot Zijn dienst is opmerkelijk. Met name in zijn prediking is Calvijn steeds blijven oproepen tot de doorgaande reformatie van de kerk.
Hoewel alleen een klein gedeelte van Calvijns preken voorwerp is van het onderzoek, namelijk 17 preken over Handelingen 4:1-6:7, is het toch wel representatief voor heel Calvijns werk als reformator.

Roeping

Het is een wonder van de HEERE dat Hij aan Zijn kerk deze man gegeven heeft als reformator. Calvijn heeft niet veel over zichzelf willen spreken en ons geen persoonlijke bekeringsgeschiedenis nagelaten. Eigenlijk niet veel meer dan een korte aanduiding van zijn bekering - die was 'subita', plotseling. Maar over het hoe en waarom zwijgt hij. Pas tien jaar later maakt hij er kort melding van in een brief. Hij schrijft dat hij, als hij aan zijn voordeel had gedacht, zich wel op een achtbare en vrije manier had beziggehouden met studie. Dan zou hij eerbetoon hebben gekregen. Maar God heeft hem gekozen. Hij heeft hem 'verlicht' door het 'klare schijnsel van zijn Geest'. Zijn Woord is een levende 'toorts', die gesproken heeft tot het 'hart' van Calvijn. En heel veel later, zeven jaar voor zijn dood, schrijft hij nog eens over zijn bekering. Hij vergelijkt zich dan met David:

    Het is waar dat mijn positie veel minder en lager is (dan die van David) en het is niet nodig om dat aan te tonen. Maar zoals hij van achter de beesten weggehaald werd en verheven tot de vorstelijke staat van de koninklijke waardigheid, zo heeft God mij uit mijn kleine en lage beginnetjes zo ver naar voren gehaald, dat Hij mij geroepen heeft tot deze zo eervolle taak van dienaar en prediker van het evangelie.... Hij heeft door een plotselinge bekering mijn hart, dat gerekend naar mijn leeftijd in zulke dingen al te verhard was, getemd en tot leerzaamheid onderworpen.

Hij is na zijn bekering theologie gaan studeren, maar vóór er een jaar verlopen was, zo schrijft hij, kwamen al degenen die enig verlangen hadden naar de zuivere leer naar mij toe om te leren, hoewel ik er zelf nog maar een begin mee gemaakt had. Zijn verlangen naar rust werd niet vervuld:

    Wat mij betreft, te meer omdat ik van nature een beetje schuw ben en ik mij gauw schaam, heb ik altijd van een teruggetrokken en rustig leven gehouden en dus begon ik mij wat te verbergen om mij van de mensen terug te trekken. Maar in plaats dat ik aan mijn verlangen toe kon geven, werden alle plekken waar ik mij verschool juist tot publieke scholen. Kortom, hoewel ik altijd als levensdoel had om privé te leven en onbekend blijven, heeft God mij zodanig voorop gezet en mij door verschillende veranderingen doen omkeren, dat Hij me nooit enige rustplaats gelaten heeft totdat Hij, tegen mijn natuur in, mij in het daglicht gezet en mij op het spel gezet heeft, zoals men zegt.

En zoals David steeds oorlog had te voeren en dikwijls vervolgd werd,

    zo kan ik wat mij betreft zeggen, dat ik van alle kanten ben aangevallen, zodanig dat ik nauwelijks een ogenblikje rust heb gehad, dat ik altijd weer enige strijd heb moeten doorstaan, van buitenaf of van binnenuit. ..
    Kortom, God deed mij uiteindelijk de teugel naar een andere kant wenden.

Die roeping door de HEERE was en bleef de vaste grond van zijn hele leven, zijn troost in de vele moeiten die hij moest ondervinden, de kracht om te volharden.
Zijn vader had hem bestemd voor de advocatuur of voor een regeringsambt – van een geestelijk ambt word je niet rijk of beroemd, zo redeneerde hij - en liet hem rechten studeren. Calvijn voelde zelf ook meer voor een niet-geestelijk ambt en wilde liever een algemene studie in geschiedenis of letteren volgen. Ook later in zijn leven, als het hem in zijn reformatorische werk moeilijk werd gemaakt, bleef hem als ideaal voor ogen staan: zich helemaal te kunnen wijden aan de algemene studie. Maar in dat alles besliste toch steeds Gods roeping de gang van zijn leven.

Reformator

Een reformator is iemand die midden in het leven staat. God heeft Calvijn weggehaald uit zijn ivoren toren en plaatste hem in Genève. Hij gebruikte hem niet alleen voor de reformatie van de kerk vanuit de Roomse dwalingen, maar ook voor de doorgaande reformatie. En dat niet alleen van de gemeente te Genève, maar vooral ook voor de reformatie van kerken in allerlei landen. Zijn stem weerklonk door heel Europa, we mogen wel zeggen, vandaag: door heel de wereld!
Ook daarin volgde hij de roeping van de HEERE:

    Een hond blaft als hij ziet dat zijn meester wordt aangevallen; ik zou wel heel laf zijn als ik, wanneer ik zie dat de waarheid van God zo wordt aangevallen, mij stil zou houden zonder een woord te laten horen (Calvijn aan Marguerite de Navarre. April 1545).

Daar moet meteen bij gezegd worden dat het beslist niet voldoende is om Calvijn te bestuderen en te protesteren tegen dwalingen in de kerk. De HEERE gebiedt om de gemeenschap met de dwaling te verbreken en een ketters mens te verwerpen na de eerste en tweede vermaning, Titus 3:10.
Dat zal dan ook de consequentie moeten zijn van het bestuderen van de geschriften van Calvijn en de instemming daarmee. Dat is pas de echte reformatie.
Reformatie en daarom breken met de valse kerk en zich afscheiden van degenen die niet van de kerk zijn - dat was totaal anders dan wat het humanisme voorstond. Erasmus wilde binnen de roomse kerk misstanden, vooral die van het persoonlijke leven van veel geestelijken, uit de kerk uitbannen. Maar hij dàcht er niet aan met die kerk te breken.
Dat is een geesteshouding die zich telkens weer vertoont in de kerkelijke strijd. Ook later in de geschiedenis van de kerk is dat steeds aan de orde, bijvoorbeeld in Nederland, toen tegenover de Afscheiding en de Doleantie de mensen van het Reveil binnen de kerk bleven strijden, hun leven lang, voor de zuivering van de kerk. De Gereformeerde Bond in de PKN is daar vandaag een duidelijk voorbeeld van. Zo is het ook gegaan met de ‘bezwaarden’ binnen de synodaal gereformeerde kerken – tot hun dood toe bleven zij binnen die kerken aandringen op reformatie, waarbij zij telkens weer de grenzen bijstelden en verruimden voor hun blijven in de kerk: als ze dìt doen (aansluiten bij de Wereldraad, de vrouw in het ambt, de ketterij van Kuitert en anderen toelaten enz.) dàn.....
Wij zien dat ook weer in de Gereformeerde kerken vrijgemaakt met betrekking tot de verontrusten – ook zij gaan van synode tot synode steeds voort, ondanks al hun bezwaren en hun activiteiten op allerlei websites en voorlichtingsvergaderingen.
Tot vandaag aan de dag toe is dat nog altijd de verzoeking van de duivel om de echte reformatie van de kerk te verhinderen.
Calvijn heeft die houding duidelijk aangewezen als een verzoeking van de duivel. Hij noemt deze mensen nicodemieten - zij willen net als Nicodemus geheime discipelen zijn - en hij zegt daarvan:

    Een gelovig man die verkeert temidden van de papisten kan niet deelnemen aan hun bijgelovigheden zonder God te beledigen.

Dat gaat dus over mensen die, om hun blijven in de Roomse kerk te verontschuldigen, een religie van het hart prediken zonder de uiterlijke gehoorzaamheid van het zich afscheiden van degenen die niet van de kerk zijn.
Ook dat klinkt ons bekend in de oren: de religie van het hart, de eenheid van het hart, zoals men die gestalte tracht te geven in de EO en het contactorgaan voor de gereformeerde gezindte en andere samenwerkingsverbanden.
Calvijn maakte dat dus ook mee. Hij heeft zich daar heel duidelijk overeenkomstig Schrift en belijdenis over uitgesproken. Hij wees dat aan als compromis, dat al snel compromitterend werd en daarom met kracht moest worden weerstaan.
Op zijn altijd levendige manier spot Calvijn met deze geesten die 'Christus hun kok willen maken om een lekker diner voor hen klaar te maken'. Kernachtig noemt hij hen salonevangelisten. Zij hebben zich, zo zegt hij, afgekeerd van de reformatie. Dat is niet anders dan heilsegoïsme. In hun overdreven zorg over het hiernamaals doen zij mee aan het kerkelijke bedrog. Maar, aldus Calvijn, terwijl men zich alleen zelf wil redden, kan men zichzelf slechts verliezen: 'Al wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen'.
Een Schriftwoord voor alle tijden en in elke situatie van het leven, maar wel bijzonder op zijn plaats met betrekking tot de kerkelijke gehoorzaamheid.

Trompet in de strijd

Reformatie brengt altijd strijd met zich mee. In de kerkgeschiedenis is dat op te merken bij alle reformaties. Ook Calvijn heeft daar in ruime mate zijn deel van gehad.
Uiteraard ging zijn strijd op de eerste plaats tegen de roomse leer. Hij legde er de nadruk op dat zijn strijd zich niet allereerst richtte tegen het leven van veel roomse geestelijken, hoeveel daar ook op aan te merken was, maar met name tegen de dwalingen van de valse kerk.
Verder heeft hij altijd weer moeten strijden tegen de Wederdopers.
Maar ook in de gemeente zelf riep de doorgaande reformatie tegenstand op, zelfs haat en vijandschap. In dat alles kon Calvijn alleen staande blijven omdat hij zich geroepen wist:

    De HEERE heeft gewild dat ik als een trompet ben om het volk dat van Hem is in gehoorzaamheid om Hem heen te verzamelen, en dat ik bij de kudde behoor zoals de anderen. Wanneer dus mijn stem gehoord wordt, dan is dat opdat u en ik allen vergaderd zullen zijn om de kudde te zijn van God en van onze Here Jezus Christus.

Maar dat betekende dan ook dat hij heel duidelijk en scherp de dwalingen aanwees en de gemeente waarschuwde voor de dwaalleraars. Daarbij ontzag hij zich niet om dat door heel duidelijke beelden te doen. Hij keerde zich vooral tegen degenen, die de zogenaamde reformatie van het hart voorstaan: hervormd in het hart, maar papist in de praktijk. Maar dat betekent dat men gaat wennen aan de deformatie van de kerk. Calvijn heeft zo'n grote weerzin tegen het rooms-katholicisme, dat hij deze gelijkgestelt heeft aan de walging die uitwerpselen oproepen:

    De schoonmakers van de privaten zijn er door de gewoonte zo gewend aan geraakt om tussen de vuiligheid te verkeren dat zij denken dat ze tussen rozen leven.

Een heel duidelijk voorbeeld van de scherpte waarmee Calvijn de dwalingen bestrijdt is te vinden in een vlugschrift tegen de 'beesten van de Sorbonne'. Hij vergelijkt de roomse theologen van deze universiteit met kalveren:

    Zoals het spreekwoord zegt dat men een os aan zijn horens kent, zo kunnen wij niet beter nagaan wat voor beesten het zijn dan door hun daden.

En hij gebruikte daarvoor allerlei beelden. Een haan, ezel, varken, hond, stier en wolven die schapen verslinden:

    Men ziet de vette dronkelappen, die net als zwijnen met hun snuit heel de heilige leer van onze Here omwoelen. Men ziet er die als waakhonden blaffen tegen de dienaren van God. Men ziet er zo dom als kalveren en ook zo zwaar als ossen. Men ziet er als wilde stier en die met hun horens woedend tekeer gaan tegen het Woord van God en de predikers ervan. Men ziet leeuwen die gewend zijn om alles te verslinden wat zij tegenkomen. Men ziet wolven die niet anders willen dan op de kudden aanvallen en de arme schapen worgen en vermoorden. Men ziet ezels die hun oren alleen maar dichtgestopt hebben. Zo kan men weten hoe ze zijn.

Reformatie - geen vernieuwing

Een reformator behoort geen vernieuwer te zijn, nog minder revolutionair. Hij keert zich integendeel tegen allerlei nieuwigheden, die de betekenis van de Schrift hebben bedorven en veranderd. Reformatie is terugkeer naar Schrift en belijdenis.
Zo heeft Calvijn met de reformatie in de wereld gestaan, in de praktijk - de praktijk van de godzaligheid. De hoofdinhoud van zijn preken is dan ook gericht tot gewone mensen in hun dagelijks leven: God roept ons (door middel van die preken) tot Zijn dienst. Weg met religieus consumentisme, met heilsegoïsme. Bepalend voor ons leven is de roeping door de HEERE om ons ambt te bedienen. Die roeping is ingesteld toen de HEERE de mens schiep als zijn beeld. Door de zondeval is de mens onbekwaam geworden die roeping te vervullen. Maar Christus heeft ons die roeping niet alleen teruggegeven, Hij geeft ons ook de krachten die roeping te vervullen. Dat is het evangelie van de totale verlossing door de Here Jezus Christus.
Dat was de hoofdinhoud van alle preken van Calvijn. En dat moet nog steeds zo zijn in de prediking van vandaag, voor ieder, overal, altijd.
Daar over D.V. in een volgend artikel.

Naar aanleiding van: Bernard Cottret Calvijn Biografie Kampen 2005; W.H.Th. Moehn God roept ons tot Zijn dienstEen homiletisch onderzoek naar de verhouding tussen God en hoorder in Calvijns preken over Handelingen 4:1–6:7, diss.Utrecht 1996, Kampen 1996.
Voor Calvijnstudie verwijs ik nog naar een nieuwe website van Importantia Publishing www.calvijn.org. Begonnen wordt met een overzicht van alle beschikbare boeken van en over Calvijn, daarnaast artikelen en verklaringen van bekende Bijbelpassages.
Verder is van belang de uitgave door uitgeverij Importantia uit Dordrecht van nieuwe vertalingen van het Bijbelcommentaar van Calvijn op het Nieuwe Testament.