Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Bruid van Christus zijn

Jaargang: 
2
Datum: 
09 apr. 2008
Nummer: 
14
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
273
Rubriek: 

Opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.(Ef.3:17-19)
Bruid van Christus zijn als gemeenschap der heiligen. Wat houdt dat in? Het klinkt allemaal heel mooi. Maar wat betekent het concreet voor onze houding, ons handelen, ons spreken? Het is belangrijk dat we ervan doordrongen zijn dat we met deze rijke benamingen tegelijk rijke opdrachten ontvangen. Het Bruid zijn betekent maar niet minder dan dat we gericht mogen en moeten zijn op onze Here Jezus Christus als Bruidegom. En gemeenschap der heiligen betekent dat we als gemeenschap ons gezamenlijk mogen en moeten wijden aan onze God en Heiland. Dat we samen bij Hem horen en dat we samen Hem dienen. En dat vraagt wel onze inzet. Dat moet ook aan ons te zien zijn. Dat moeten we uitstralen. In de eerste plaats naar ons Hoofd, onze Bruidegom Christus, en naar God onze Vader. In de tweede plaats moeten we het ook naar elkaar toe in de Kerk uitstralen: wij vormen een eenheid met een heerlijk doel. In de derde plaats moet het dan ook voor anderen zichtbaar zijn. Die moeten erdoor worden getrokken.
Het is belangrijk om van tijd tot tijd specifieke aandacht aan de gemeenschap der heiligen te geven. Niet dat daaraan niets gedaan wordt. We hebben immers plaatselijk een vrij bloeiend verenigingsleven, er is in veel gemeenten belangstelling voor elkaar. Maar als zondige mensen is er bij ons ook te vaak onnodige afstand of zelfs onenigheid. En daarom zullen we ons moeten blijven toetsen of we de eerste liefde nog wel hebben (Openb.2:4). Ook als we liefde tonen is het vaak nodig, dat we dit veel meer doen, zoals Paulus dat schrijft aan de Tessalonicenzen (1 Tess.4:9,10). Werken aan de gemeenschap en de onderlinge broederliefde blijft nodig voor de voortgang van Christus’ Kerk.

Wat is de gemeenschap der heiligen?

We zouden de gemeenschap der heiligen naar Ef.4 kunnen omschrijven als de eenheid in de waarheid. De eenheid van de heiligen, die haar eenheid vindt in de Waarheid in Christus. Christus is het Hoofd van Zijn Kerk. De Kerk is als Bruid door Hem uitgekozen en afgezonderd. Deze Bruid is in Zijn bloed gereinigd en door Zijn Geest geheiligd en mag daarom ook een heilige Bruid heten. Niet omdat ze van zichzelf zo goed is, maar omdat Christus haar voor Zich heeft afgezonderd, geheiligd.
Die Bruid is ook niet degene die als eerste haar Bruidegom zoekt. Nee, de Bruidegom heeft haar eerst gezocht. God heeft haar al in Christus voor Zich uitgekozen. Zelfs voor de grondlegging der wereld, toen zij niet eens bestond, werd ze in Christus al uitverkoren (Ef.1:4). En vervolgens heeft Christus Zijn Bruid geroepen en tot Zich vergaderd. En daar is Hij mee bezig van het begin van de wereld tot het einde ervan.
Het begin en uitgangspunt van de gemeenschap der heiligen ligt dus niet bij deze heiligen. Maar bij God en Christus. En deze rust op Christus’ verzoenende genade, op Zijn opstanding en Zijn voor ons verworven vrede.

De Kerk, de gemeenschap der heiligen, heeft haar bestaan dus te danken aan God en Christus. Zij is daartoe uit God geboren, wedergeboren door de Heilige Geest. Wedergeboren door het Woord en door de kracht van de Geest. Zo blijft Christus Zijn Kerk vergaderen tot het einde van deze wereld toe, zo brengt Hij haar nog steeds bijeen in de waarheid.
Daarbij voorziet Hij Zijn Bruid ook van alle gaven om haar helemaal klaar te maken voor de definitieve ontmoeting op de jongste dag. Hij geeft haar alles, nl. Zijn Geest, Zijn genade, en alle krachten die daaruit voortkomen.
Zo leeft die gemeenschap der heiligen van Gods genade en vrede. Zo wordt ze gevoed met die heerlijke gaven van Christus, Zijn Woord en Geest. Zo wordt ze toegerust, verzorgd en gekoesterd. Daarbij is de Bruid van Christus dus ook tempel van de Heilige Geest, een woonstede van God. Want Christus woont nu in haar met Zijn Geest. Zo, in Zijn Kerk wonend, doet de Geest haar delen in al de schatten in Christus. De Woordverkondiging, de ambtelijke verzorging, de onderlinge gemeenschap, de vergeving van de zonden, de opstanding van het vlees en het eeuwige leven met haar Bruidegom en God de Vader.

Zo vergádert Christus Zich niet alleen Zijn Kerk, Zijn Bruid, maar wèrkt Hij ook in haar. Zo onderhoudt, beschermt en bewaart Hij haar. Door Zijn Woord en Geest. Dit alles met als doel: die heerlijke ontmoeting, die volmaakte gemeenschap, als Christus terugkomt op de wolken. De bruiloft van het Lam.
Het is belangrijk om goed te blijven zien wat de Kerk van Christus is. Van wie zij is en door wie ze wordt onderhouden. Hoe de Kerk van haar Hoofd, haar Bruidegom, afhankelijk is in haar bestaan, in haar voortleven en functioneren als gemeenschap.

Van, voor en in Christus

Deze gemeenschap der heiligen is tegelijk in de éérste plaats een gemeenschap vóór Christus. Geleid door Zijn Geest leeft ze als Bruid ook naar Hem tóe. Zo is God in Christus ook de eerste en de laatste m.b.t. het Kerkvergaderend werk en de gemeenschap der heiligen. Op Christus, die haar Zijn genade en vrede belooft en geeft, moet haar oog steeds gericht blijven. Hij is haar Leidsman. Hij is de Voleinder van het geloof. Naar Hem moeten de harten brandend en vol verlangen uitgaan.

Als gemeenschap hebben we ons bestaan, voortbestaan en functioneren dus alleen door Christus met zijn genadegaven en Zijn Geest. Alleen dáárdoor kunnen we naar Hem toe en onderling de liefde tonen die Hij in ons werkt. Die onderlinge liefde kan niet buiten Christus bestaan. Maar als Christus werkelijk in ons werkt, zal dat ook moeten blijken uit die onderlinge liefde. Want zó leeft Hij in ons. Dat verband is zo sterk, dat de apostel Johannes concludeert: als die onderlinge liefde niet functioneert, dan hebben wij Christus niet in ons
(1 Joh.4:20,21). En:

    Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren worden, heeft ook degene lief, die uit Hem geboren is, 1 Joh.5:1

.

Heel onze zin en ons doel als gemeente verwijst naar Christus en in Hem naar God de Vader. Met dat voor ogen kunnen we onze beschouwingen rond de gemeenschap der heiligen zuiver houden:
Het zet ons in beweging, maar tegelijk bewaart het ons voor activisme. Want we moeten nooit denken dat het functioneren van de gemeenschap der heiligen in de eerste plaats een zaak is van ònze inspanningen.
Het weerhoudt ons er ook van om als Kerk onze eigen aparte doelen te stellen, zoals een “missionaire” kerk dat doet. Of een aparte doelgroep aan te wijzen, zoals een jeugdkerk. Ook is het zien op Christus als ons ene Hoofd niet te verenigen met een modaliteitenkerk waarin allerlei stromingen naast elkaar een plaats hebben.
Het bewaart ons er ook voor om vooral negatief over de kerkgemeenschap te spreken als zij aan ons ideaalbeeld niet beantwoordt. Want door zo negatief te spreken, geven we blijk van onvoldoende besef van het feit dat we allen van genade leven, en dat Christus Zijn Kerk voedt, koestert en verzorgt.
Tenslotte hebben we, ziende op Christus als onze Bruidegom, ook geen enkel excuus om het functioneren van de gemeenschap der heiligen maar op zijn beloop te laten, zoals de 5 dwaze maagden uit Matt.25:1-13! Maar we worden zo juist aangemoedigd om in dankbaarheid ons te blijven inzetten. Dat blijft zelfs gelden als de houding van individuele kerkleden tegenvalt of als de gemeente als geheel te weinig onderlinge liefde toont. We mogen ook dan weten dat de Kerk van Christus is, en dat Híj ons aanspreekt om in die onderlinge broederliefde het goede voorbeeld te tonen.

Doel van de gemeenschap der heiligen

Christus schenkt zijn Bruid eenheid in de waarheid. Maar dat betekent tegelijk dat er met Christus’ genadegaven die Hij daarbij aan zijn Bruid geeft, gewerkt moet worden om die bestaande eenheid te blijven bevorderen. En om de doelen, die Christus Zelf aan haar stelt, te blijven nastreven.
Om welke doelen gaat het?

Als eerste zullen we met het Bijbelse beeld van de Bruid (Hosea 2:19,20; 2 Kor.11:2; Ef.5:23-32; Openb. 19:7;21:2,9;22:17), moeten zeggen: zij moet volmaakt worden in de liefde tot Christus (Ef.3:18,19; 4:13; 5:26,27). Christus leeft in Zijn Bruid door Zijn Geest. Wij mogen Zijn éne Geest hebben, daarin zijn we één. Maar nu mag en moet dat ook blijken. Want de Geest zet ons aan om die eenheid in Hem te tonen, en aan die eenheid te werken. Met de gave van de eenheid komt er dus ook de opgave. De eenheid in de Geest is niets anders dan de eenheid in Christus, de eenheid in de Waarheid, waarvoor Christus de Vader had gebeden in Zijn hogepriesterlijk gebed (Joh.17). Die eenheid moet nu dus ook tot uiting komen en tot verdere ontwikkeling komen. Als eenheid met Christus en eenheid onderling. Daarvoor schakelt Christus ons nu in.

Christus wil verder dat wij daarbij gelijkvormig worden aan Zijn beeld (Rom.8:29). Wij leven dan niet in onze zonden, maar Hij in ons en wij in Hem. Door liefdevolle gehoorzaamheid aan Zijn geboden.

Daarbij zullen wij als gemeente mogen groeien naar de volle kennis van de Zoon van God (Ef.4:13). Kennis als liefdeskennis. Kennis met heel ons hart en met onze volle inzet. In die kennis moeten wij de geestelijke volwassenheid en de mannelijk rijpheid zien te bereiken. In Christus leren wij ook steeds beter God de Vader kennen. Zo zijn wij als gemeente op weg naar het eeuwige leven met God (Joh.17:3).

Als tweede geldt: bij dit alles zullen we ook op elkáár betrokken moeten zijn. Het avondmaal zegt van ons leven in gehoorzaamheid niet Hij in mij en ik in Hem, maar Hij in ons en wij in Hem. Dat wil zeggen: ook in onze onderlinge verbondenheid zullen we onze gemeenschap met Christus steeds meer moeten tonen. We moeten een welsluitend geheel vormen (Ef.4:16). Ons aan de waarheid houdende, groeien wij in liefde tot Christus. Maar dat gaat niet zonder de onderlinge band. Daarbij moeten we ons dus op elkaar richten en aan elkaar vasthouden. Een welsluitend geheel vormen, door samen op Christus te steunen en samen naar Hem toe te leven. De verticale band en de horizontale band moet hier in harmonie komen. Uiteindelijk in volmaakte harmonie. Maar dat zal pas echt werkelijkheid zijn als het hemelse Jeruzalem af is.

Als derde doel zullen we ook een licht voor de wereld moeten zijn, een stad op een berg, Matt.5:13-16. We zullen zijn naam moeten belijden in de wereld. Ook dat is opgenomen in het plan waarmee Christus met Zijn Kerk werkt: om alles tot volheid te brengen. En zo tot het volle getal van de uitverkorenen te komen.

De eer van God

Zo moet ons uiteindelijke doel als gemeente in alles zijn: de eer en verheerlijking van God. Al het functioneren als gemeenschap der heiligen moet daar altijd op uit zijn: “opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus” (1 Petr.4:11).
Dat mag ten slotte volmaakte werkelijkheid worden als God zal zijn alles in allen, in het volmaakte nieuwe Jeruzalem (1 Kor. 15:28, Ef.4:6). We horen al iets van deze voleinding in Ef.4:6, waar staat:

    Eén God en Vader van allen, die is boven allen, en door allen en in allen.

Dat is het ultieme doel van de gemeenschap der heiligen. Straks zal dat zijn volle rijkdom krijgen wanneer de Kerk van boven en beneden wordt samengevoegd tot de schare die niemand tellen kan, om eeuwig God te loven en te prijzen.

Wanneer we deze schriftuurlijke doelen overdenken dan mogen we weer een aantal zaken helder krijgen:
Eén daarvan is dat wij als gemeente nooit ònze eigen doelen gaan opstellen of indenken. Zoals onze maatschappelijke relevantie, onze invloed, onze omvang, onze groei als Kerk. Of dat we vooral de jeugd moeten vasthouden.
Ook moeten we niet uit willen zijn op een soort succesverhaal alsof het om òns geloof of ònze saamhorigheid gaat. Alsof we ons daarvoor bepaalde ‘harde doelen’ zouden moeten stellen. Dit tegenover het denken van de zo populaire Rick Warren in zijn “doelgerichte gemeente” en “doelgericht leven”. Nee, als we één zijn in Christus, dan mogen we ervaren dat Christus in ons daadwerkelijk heeft gewerkt en nog werkt. Dat Hij Zijn Kerk heeft bewaard en dat nog doet. En dat Hij zo Zijn Kerk verder brengt naar haar eindbestemming.

Wij willen zo graag groei zien en vragen ons dan af, is die er wel? Maar zouden we ook daarin geen groei in de gemeenschap der heiligen mogen zien, dat Christus Zijn Kerk doet volharden in de laatste dagen, ook al is ze klein (1 Tess.5:11)?

Leven naar de ontmoeting

Hoe gaan wij nu als Bruid de ontmoeting met onze Bruidegom tegemoet? We wezen er al op dat daarbij Christus’ genadegaven gebruikt moeten worden. Uitgangspunt voor de praktijk is het tweede deel van V&A 55 van de HC dat handelt over de betekenis van de gemeenschap der heiligen:

    ten tweede dat ieder verplicht is Zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken.

We mogen dat ook betrekken op de gaven die Christus na Zijn hemelvaart aan Zijn gemeente geeft: Zijn ambtsdragers (Ef.4:11). Deze gaven van het bijzondere ambt worden in Ef.4 speciaal genoemd m.b.t. de opbouw van de gemeente, het onderling dienstbetoon en de bewaring bij Gods Woord. Naast leiding geven aan de gemeente en bediening van de verzoening in de eredienst, houdt dat in vertroosting, bemoediging, onderwijzing, vermaning, en zo nodig tucht. Ook moet dat kostelijke werk zich richten op het bevorderen van de groei in de kennis van Christus, en van de groei en bloei van de onderlinge liefde.

Zo moet het bijzonder ambt weer het ambt aller gelovigen bevorderen. Het ambt van koning, profeet en priester (HC zondag 12). Hierbij zal elk gemeentelid in dienende houding barmhartigheid tonen naar de ander. Door om te zien naar de andere broeders en zusters. Deze onderlinge liefde mag en moet ook blijken uit het delen in vreugde en leed.
Maar ook moet die onderlinge liefde zich uiten in het geven van onderlinge vertroosting. Door elkaar op te bouwen en onderling te vermanen op bezoeken of op de vereniging.
Gemeenschap der heiligen is niet een stuk gezelligheid als mensen van het zelfde geloof. Zoals je die ook kan hebben op de volleybalvereniging. Gezelligheid mag er zeker bijkomen, maar de gemeenschap der heiligen heeft toch diepe wortels? Want we zijn geworteld en gegrond in de liefde van Christus! En daarom zullen wij samen met alle heiligen, de geweldige afmetingen van de liefde van Christus willen kennen (Ef.3:17-19).
In je broeder of zuster moet je Christus zien, Die ook hem of haar heeft gekocht en geheiligd en heeft ingevoegd in Zijn huis. En daarom is een dienende houding vereist om de ander weer te helpen in zijn of haar dienst aan de Here. In déze dienende houding is Christus ons voorgegaan.

Heel praktisch kan daar invulling aan gegeven worden door met die intentie regelmatig de broeders en zusters in de eigen wijk of streek op te zoeken. Laat daarbij ook de jeugd eens vaker bij de ouderen in de gemeente op bezoek gaan; de ouderen vinden dat fijn, maar voor de jeugd is dat vaak heel leerzaam.
We zullen ons dus juist ook in onze onderlinge contacten moeten laten leiden door Gods Woord en Geest. Daarnaast zal er ook veel gebeden moeten worden voor nieuwe genadekrachten en gaven, en om de Heilige Geest. Ook de voorbede voor elkaar is daarbij van onschatbare betekenis.

En een ieder zal daarbij zijn inzet moeten tonen, en gebruik maken van zijn of haar specifieke gaven. Ter wille van de ander, de broeder en zuster, of ter wille van het geheel van de gemeente. Geheel belangeloos, zonder bijoogmerk. In zelfverloochening en zelfovergave. Is die bereidheid en intentie er bij ons allen?

Bedenk dan dat Christus Zich zo voor ons heeft overgegeven (Joh. 15:12; Gal.2:20; Ef.5:2; 1 Petr.2:21;1 Joh.3:16).
Hij wil Zelf zo ook door middel van onze dienst in Zijn gemeente, Zijn Bruid, werken. Zodat zij straks onberispelijk en stralend voor Hem mag staan (1 Kor.1:8; 2 Kor.11:2; Ef.5: 26,27; Fil. 1:10; Kol.1:22; 1 Tess.5:23; Openb.21:2).