Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

De brieven van Paulus (2)

Jaargang: 
13
Datum: 
06 feb. 2019
Nummer: 
3
Schrijver: 
Daniël Antonides
ID:
2128

De brief aan de Galaten

 

Zoals in het vorige artikel van deze serie al is verteld schreef Paulus de brief aan de Galaten waarschijnlijk na zijn eerste zendingsreis. Tijdens die reis zijn veel gemeentes gesticht en zo ook in de provincie Galatie. Maar al vrij snel nadat Paulus die gemeentes verlaten had, was het nodig dat Hij deze brief schreef. In dit artikel schrijven we over wie de Galaten waren, waarom Paulus de brief aan de Galaten moest schrijven en wat we zelf van deze brief kunnen leren.


Wie waren de Galaten?
Simpel gezegd worden met de Galaten waarschijnlijk de gemeenten bedoeld die Paulus gesticht heeft op zijn eerste zendingsreis in het zuiden van de provincie Galatie. Deze provincie lag in een gebied wat nu Turkije is. In het Bijbelboek Handelingen lezen we in hoofdstuk 13 en 14 dat Paulus tijdens zijn eerste zendingsreis onder andere Antiochie, Ikonium, Lystre en Derbe heeft bezocht. Dit waren allemaal plaatsen in de provincie Galatie. De Galaten die Paulus in zijn brief bedoeld zijn waarschijnlijk één of meerdere van de gemeenten in deze steden. Zoals je wel kan lezen in de zojuist genoemde hoofdstukken in Handelingen waren deze steden van oorsprong heidense steden die het Evangelie nog niet kenden. Maar er waren ook dwaalleraars aanwezig. Deze dwaalleraars waren waarschijnlijk trotse Joden die de Galaten op een dwaalspoor brachten. Ze leerden namelijk aan de gemeente dat ze alleen door het houden van de wet gered konden worden.


Rechtvaardiging niet door werken
Het grote gevaar dat dreigde voor de Galaten was dus een dwaalleer. De dwaalleer dat als de gelovigen (dus ook de bekeerde heidenen) gered wilden worden, ze moesten worden besneden. Ook moesten ze naar alle Joodse wetten die nog van kracht waren voor de kruisiging van Christus, maar ook naar de tien geboden, gaan leven. Je weet vast al wel dat deze leer niet goed is. Vanwege het offer van Christus aan het kruis hoeft er geen bloed meer te vloeien dat heen wijst naar het offer van Christus. Het offer van Christus is namelijk al gebracht. Zo wees de besnijdenis door het vloeien van het bloed naar Christus’ offer. Nu dat offer is gebracht, is in plaats van de besnijdenis de doop gekomen. We mogen ook weten dat we volledig uit genade gered mogen zijn. En niet doordat we zo vroom en netjes naar Gods geboden leven. Natuurlijk blijven de geboden wel van kracht, maar die moeten we niet willen houden om daarmee de gerechtigheid te verdienen, dat kunnen we namelijk niet. We moeten de wet houden om onze dankbaarheid te tonen omdat God ons al heeft gered. Hierin moeten we dus volledig vertrouwen op het offer dat Christus voor ons gebracht heeft en niet op onze eigen werken. Verderop in dit artikel zullen we hier verder op in gaan.


Rechtvaardiging door geloof
Wat de dwaalleraars leerden was dat je gerechtvaardigd kon worden door je werken. Maar we zagen zojuist dat recht tegenover deze rechtvaardiging door werken de leer die Paulus bracht staat, namelijk de leer van rechtvaardiging door geloof. Paulus gaat aan de Galaten duidelijk onderbouwen waarom deze leer de juiste is en hoe ze deze leer moeten toepassen in hun dagelijks leven.
In Gal. 3 zien we heel mooi dat Paulus het Oude Testament gebruikt om de dwaalleer onderuit te halen. Maar allereerst vermaant hij de Galaten, dat ze zo gemakkelijk beïnvloed werden door de valse leer; ja, Paulus zegt zelfs dat ze betoverd waren! (Gal. 3:1-5). Vervolgens gebruikt Paulus Abraham als voorbeeld: Zoals Abraham God geloofde en het hem tot gerechtigheid werd gerekend. Ook Abraham werd niet door God als rechtvaardige gezien omdat Abraham zo goed naar de wil van God leefde, maar doordat hij in God en Zijn beloften geloofde! Dit kunnen we heel duidelijk zien als we bijvoorbeeld Gen. 15:6 lezen: En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid. Lees heel Gen. 15 maar eens. Vervolgens schrijft Paulus in Gal. 3:10 dat wie toch door het houden van de wet gered wil worden, juist vervloekt is!   Want een mens kan de wet van God niet houden vanwege de erfzonde. We moeten dus ook niet proberen om zo onze gerechtigheid te verdienen (Gal. 2:21). Als Christus niet voor ons gestorven was dan waren we nog steeds onder deze vloek van de wet. Met andere woorden, dan konden we niet gered worden. Omdat we zelf niet voor onze straf kunnen betalen en er ook niemand zou zijn die dat voor ons kon doen. Maar Christus heeft voor ons de wet volbracht (Gal. 3:13).


De vrucht van de Geest
Maar hoeven we dan de wet helemaal niet meer te houden, als Christus ons heeft vrijgekocht van de wet? In Gal. 5:13-26 spreekt Paulus over de “ werken van het vlees” en de “ vrucht van de Geest”. Omdat we door het offer van Christus bevrijd zijn van de veroordeling door de wet moeten we ook tegen de verkeerde neigingen en werken vechten. Paulus noemt hier die zondige werken: “ werken van het vlees”; dat zijn dus werken van onze zondige natuur. In plaats daarvan moeten we de vrucht van de Geest tonen. Je weet vast wel dat, na de hemelvaart van Jezus Christus, God de Heilige Geest heeft gestuurd om in Zijn kinderen te werken. Lees nog maar eens in Hand. 2 over de gebeurtenissen op de Pinksterdag. Vanaf die dag ging de Heilige Geest op nog veel grotere schaal dan daarvoor werken in de harten van de gelovigen. En dat doet Hij vandaag nog. Nu noemt Paulus in Gal. 5:22-25 de vrucht van de Geest. Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Omdat wij nu gered zijn en ook de Heilige Geest in ons hart hebben gekregen, moeten wij ook de vrucht van de Geest tonen. Dat kunnen wij niet uit onszelf, daar hebben wij dan ook de Heilige Geest voor nodig, maar toch moeten wij hier ook zelf actief mee bezig zijn. Hiermee moeten wij ook onze dankbaarheid naar God tonen. Lees maar eens in Jac. 2:14-26 hoe belangrijk dit is.
Zoals je kan lezen in Gal. 3:24 leert de wet ons ook hoe erg wij Christus nodig hebben! Want we merken dan dat wij de schuld zelf elke dag groter maken, omdat wij elke dag weer tegen de wil van God zondigen. Wat een blijdschap dat je dan mag weten dat Christus voor al jouw zonden betaald heeft!
Naast nog andere zaken wilde Paulus dus de Galaten op het hart drukken dat ze niet door het houden van de wet de bevrijding konden verdienen, en al helemaal niet door de oudtestamentische wetten van besnijdenis en dergelijke die door het lijden van Christus vervuld waren (Gal. 5:2-4). Maar toch moesten ze actief tegen de zondige begeerten en werken strijden en juist “ geestelijke” werken tot Gods eer vertonen.


Compleet afhankelijk
Je merkt vast al wel hoe nuttig deze brief ook voor ons vandaag de dag is. In sommige genootschappen die zich “ kerk” noemen wordt deze verkeerde leer van rechtvaardiging door werken sterk aangehangen. Denk bijvoorbeeld aan de Rooms Katholieke Kerk. Als mens willen we graag zelf onze boontjes doppen en kunnen doppen. We vinden het moeilijk om ons compleet afhankelijk te weten van iemand anders. Het zou dus goed kunnen dat je deze verkeerde leer nog weleens tegen gaat komen in je leven. Misschien wel op school of op je werk. Het is super belangrijk voor ons om te weten hoe het zit. Als we namelijk Christus met Zijn betaling voor onze zonden aan de kant willen zetten omdat we het zelf wel denken te kunnen, zijn we ondankbaar en ongelovig! We moeten in complete afhankelijkheid onze redding zoeken in het offer van Jezus Christus. Bid God dan ook voor de Heilige Geest om het geloof in je hart te werken en om je te helpen naar Gods wil te leven uit dankbaarheid. En dank God voor het offer van Jezus Christus. Een groot geschenk!
Om verder over dit onderwerp door te lezen: Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 22, 23, 24 en 25, Heidelbergse Catechismus Zondag 5, 6, 7, 23, 24, 27, 32 en 33.

Bronnen:
-Survey of the Bible – William Hendriksen, HSV-Studiebijbel
-“ Broad_overview_of_geography_relevant_to_paul_of_tarsus” (Wikipedia) door: Alecmconroy, Licentie CC By 3. 0