Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Bouwen aan onderwijs

Jaargang: 
8
Datum: 
28 mei. 2014
Nummer: 
25
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1376
Rubriek: 


Inleiding gehouden tijdens de jaarvergadering van de Vereniging voor Gereformeerd Onderwijs Oost-Nederland.

Dankbaarheid

Onze dank brengen wij aan de HERE onze God. Hij geeft ons rijke geschenken en overlaadt ons met zijn weldaden.We ontvangen elkaar als broeders en zusters. Hij geeft dat we gemeenten mogen vormen waar zijn Woord zuiver wordt bediend. Hij geeft ons aan elkaar om elkaar te bemoedigen om trouw te blijven in een waarachtig christelijk leven. Hij geeft kinderen aan zijn kerken. Hij geeft aan gemeenteleden de bereidwilligheid om getrouw Bijbelonderwijs aan de kinderen van zijn kerken te geven. Hij geeft broeders en zusters die onderwijs aan onze kinderen willen en kunnen geven. Hij geeft broeders en zusters die willen assisteren bij het onderwijs. Hij geeft broeders en zusters die de huisvesting in orde brengen. Hij geeft broeders en zusters die in het bestuur van de schoolvereniging het onderwijs willen organiseren. Heel veel weldaden van de HERE. Wij vragen de Here dat Hij ons niet doet stappen in de valkuil van het beroemen op eigen werk. We vragen aan de Here dat we allemaal enthousiast en dankbaar onze schouders blijven zetten onder het in stand houden en uitbreiden van het onderwijs aan de Bijbelschool. Dan mogen we Hem om zijn zegen vragen.

Het Woord van God geeft onderwijs

Bouwen aan onderwijs. En dus ook bouwen aan de Bijbelschool. Dat kunnen we alleen maar als we zelf eerst Gods onderwijs aannemen.

Het Woord van God geeft ons mooie voorbeelden van onderwijs.

In Psalm 78 kunnen we een uitgewerkt voorbeeld lezen waarin de HERE ons wijst op onze opdracht tot onderwijzen en tegelijkertijd een voorbeeld geeft om een stuk kennis op een imposante manier over te dragen.

Dat gebeurt in de vorm van een leerdicht. We kennen deze vorm van onderwijs uit eigen ervaring ook wel. In de vorm van een lied kun je veel vertellen. En dat is vaak een goed middel om de boodschap van dat lied te onthouden. Denkt u maar aan het Wilhelmus. In dat lied worden de grondvesten van ons land bezongen en wordt aangegeven dat alleen door het geloof in God een natie tot ontplooiing en zelfstandigheid kan komen.

Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer. Wat een prachtige kennisoverdracht èn geloofs-belijdenis. Dat raakt het hart, dat geeft nog eens houvast.

Het lied is een didactische leervorm. In de Bijbel staat zo vaak Gods openbaring in de vorm van een lied. We hebben er in de kerk zelfs een bundel van 150 liederen door gekregen. Een bundel waaruit we elke zondag zingen. De HERE legt ons zijn woord op de lippen. En denk aan het lied van Mozes bij zijn afscheid van het volk (Deut. 32). Het eindigt met de boodschap dat de HERE zijn land en zijn volk verzoent. Indrukwekkend. Om nooit meer te vergeten.

En verder openbaart de HERE Zich in zijn Woord in geschiedenissen, profetieën, spreuken, brieven, visioenen.

Het Woord van God is richtinggevend

Het Woord van God is richtinggevend. Heeft dus kracht van wet.

Want God wil ons door zijn Woord regeren. Dat Woord van God heeft scheppende kracht. We weten toch dat God niet zomaar zijn openbaring aan ons geeft. Hij brengt zijn Woord naar onze oren om te horen en naar onze ogen om te lezen.

Hij wil dat we ons hart naar zijn Woord neigen en daarnaar willen luisteren en dat willen overdenken. In nederigheid. Dat Woord vraagt van ons onderwerping in vrijheid, opdat we niet gebonden worden door de satan, die ons wil laten geloven dat we ons zelf wel kunnen redden. Dat geloof in eigen redding is de grootste vergissing die een mens ooit kan begaan.

Daarom zegt de Here Jezus het ons zo duidelijk: Wie een oor heeft die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt (Openb. 2:7).

Het door de Heilige Geest ingegeven onderwijs (2 Petr. 1:21) roept de hoorders op om goed te letten op zijn onderwijs. Want als God uiting geeft aan zijn waarheid dan is wel het minste wat wij kunnen doen om ons oor tot Hem te neigen. En aan die woorden de oprechte gehoorzaamheid van ons hart te geven.

Zal God spreken en zal de hoorder weigeren te horen?

En als een doorsnee-hoorder al niet mag weigeren te horen, dan mogen Gods kinderen dat al helemaal niet. De wet van de HERE is volmaakt, zij verkwikt de ziel (Ps. 19:8). De bevelen van de HERE zijn waarachtig, zij verheugen het hart (Ps. 19:9).

Goddelijke woorden hebben kracht van wet. Laten we ons oor, en ook ons hart daaraan geven.

Het Woord van God is werkelijkheid

Dat geldt zeker vandaag de dag. Nu in veel kerkgenoot-schappen, tot zelfs in het kerkgenootschap waarmee wij eens een eenheid vormden, het Woord van de HERE cultuurgebonden en tijdgebonden wordt genoemd. Van veel kanten uit familie, vrienden en bekenden komt die dwaling op ons af. Of we niet een beetje ouderwets worden door de Bijbel helemaal te nemen zoals deze ons gegeven is. En te blijven geloven dat de wereld in zes dagen van 24 uur geschapen is, dat de zondvloed echte realiteit is, dat de zon echt heeft stil gestaan in het dal van Ajalon. En gaat u zo maar verder.

Onze Zon is in de hof van Arimathea echt opgegaan.

Wij hebben de verplichting om de Bijbel ernstig te bestuderen en serieus te nemen. Als een officier in het leger zijn soldaten onderwijst, dan eist hij hun aandacht en zo is ook iedereen, die deel uitmaakt van het leger van Christus, geroepen om aandachtig naar zijn stem en woorden te luisteren. De mensen luisteren naar muziek, hoe veel te meer moeten ze luisteren naar de mooie klanken van het onvervalste evangelie.

Dat evangelie is op schrift gesteld. Het is een verslag van de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben (Luc. 1:1). De waarheid van het evangelie is ontwijfelbaar: de vergeving van zonden en het eeuwig leven dankzij Jezus Christus is echte realiteit. Onze ouders hebben dat ons verteld, en op ons rust de plicht om dat door te vertellen aan onze kinderen, kleinkinderen en verdere geslachten. En die kinderen, dat zijn de natuurlijke kinderen van de ouders hier aanwezig, zijn ook de broedertjes en zustertjes van alle broeders en zusters in de kerk van Christus. Op ieder belijdend lid rust de plicht om eraan mee te werken dat deze heerlijke boodschap verder verteld wordt.

Onderwijzen in de volle breedte

Want iedereen heeft een eigen plaats in het lichaam van Christus. En vanuit die geheel eigen plaats mag gewerkt worden aan het gezond houden van het dat éne lichaam dat van Christus is. Dat is nu het heerlijke van dat lichaam. In de kerk is iedereen nodig, niemand kan hier gemist worden. Ieder heeft een eigen plaats. Uniek. Elk gemeentelid zal graag mee willen doen, en de medeleden zoveel mogelijk in staat willen stellen om ook op de eigen plaats mee te doen.

Ieder van ons zal toch willen meewerken aan het doorgeven van de grote daden van de HERE God; de wonderen die Hij heeft gedaan in schepping en instand-houding van deze wereld. In de wonderen van zijn Zoon tijdens zijn rondwandeling op deze aarde. Hij maakte echt het leven weer nieuw. Een voorbode van wat ons eens ten deel zal vallen.

Dat geloof in de scheppende en herscheppende God houdt in dat ook Gods grote daden in de geschiedenis aan onze kinderen verteld moeten worden. De dwaling dat de geschiedenis alleen maar een gevolg is van menselijk handelen, moet worden ontmaskerd. En ook een vak als aardrijkskunde is belangrijk, omdat de theorieën over evolutie en spontane ontwikkeling van deze wereld en het heelal weerlegd moeten worden. Eveneens vraagt het taalonderwijs aandacht. Want welke boeken wordt aan onze kinderen geleerd om te lezen? En welke gedachten van ongeloof worden daarin als heel vanzelfsprekend geventileerd? En als er gebruikgemaakt wordt van digitale hulpmiddelen, wordt dan wel gewaarschuwd van de grote mogelijkheden van het bekijken van perverse beelden?

Onze zorg gaat uit naar het opkomende geslacht. Zij zullen eens de fakkel van de verkondiging van ons moeten overnemen. De fakkel van het reinigende en zaligmakende evangelie. Van die boodschap waar ons hart zo blij van wordt.

Iedereen doet mee

Wat mogen we blij zijn dat we een geschreven openbaring van de Here hebben ontvangen. Met een aantal prachtige belijdenisgeschriften erbij. Resultaat van de geloofsworsteling van onze voorouders. Prima om de kinderen van de gemeente mondeling onderwijs te geven in de waarheid.

En laten we vooral ook denken aan de kinderbijbels die ons gegeven zijn. En aan de moeders die de aan hun zorgen toevertrouwde kinderen daaruit voorlezen. Als die kinderen van hun bordje hebben gegeten, als vader weg is om zijn werk te doen en het inkomen voor het gezin te verdienen. Kostelijk. Kostbaar. Die plaats van moeder in het gezin. Onze zusters zijn profetessen van de gemeente.

Denk aan de vaders en moeders die hun kinderen vertellen als die kinderen naar bed gebracht worden. Voor het slapen gaan nog even een verhaaltje. Van onschatbare waarde is dit voorlezen en het vertellen van de roemrijke daden van de Here en zijn alles overtreffende zorg voor zondaren, ook voor die kleine kinderen die hun handjes vouwen, hun ogen toedoen en hun avondgebedje zingen.

En de opas en omas en de andere broeders en zusters doen ook mee op hun eigen plaats.

Alle geslachten

Wij zullen zien op de toekomende geslachten en ons inspannen om te voorzien in een Schriftgetrouw onderwijs.

Het is de plicht van de gemeente van God om de instellingen op te richten en in stand te houden die voorzien in verantwoord onderwijs van de jeugd van de kerk. Aan de kinderen moeten we leren om de Here groot te maken. Wij zullen oogsten naar wat wij gezaaid hebben (2 Cor. 9:6, Galaten 6:7).

Onze grote zorg en opdracht is om onze godsdienst, het grote pand dat ons is toevertrouwd, zuiver en ongeschonden over te geven in de handen van hen die ons volgen.

Want: de HERE heeft een getuigenis, dat is een verbond, opgericht in Jakob en Hij heeft een wet gesteld in Israël.

De HERE gaf geboden èn beloften die Hij hun gebood om aan hun kinderen te leren (Ps. 78:5,6). Wat de HERE ons gebiedt, zal in ons hart zijn, wij zullen het onze kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer we in ons huis zitten, wanneer we ons neerleggen en wanneer we weer opstaan (Deut. 6:7).

De kerk van Christus is niet maar een zaak van één bepaald geslacht of tijdsperiode. Nee! De kerk van Christus op deze aarde is een zaak van het begin van de wereld tot aan het einde. Het Woord van God moet bewaard blijven van geslacht tot geslacht. Daarom heeft God in het Oude Testament ervoor gezorgd dat er een opeenvolgende bediening van zijn Woord is in de stam van Levi en in het huis van Aäron. Het onderwijs in zijn Woord moet de geslachten doorgaan. En zoals de Here in de kerk voor blijvend onderwijs heeft gezorgd (1,2 Tim., Titus), zo moeten ook wij zorgen voor een altijd blijvend onderwijs aan onze kinderen. Als het ene geslacht van Gods dienstknechten en aanbidders voorbijgegaan is, zal een ander geslacht komen. De Here wil dat zijn kerk, evenals de aarde, in eeuwigheid zal bestaan en dat zijn Naam onder de mensen eeuwig geëerd en geprezen zal worden.

Vertrouwen op de HERE

De HERE wil dat we op Hem vertrouwen. Dat betekent dat we ook zijn voorzienigheid aan het volgende geslacht zullen doorvertellen. Zijn voorzienigheid die uitkomt in zijn werken, zijn beloften, zijn bedreigingen en de vervulling daarvan.

Deze moet verteld worden.

Opdat de kinderen en de kleinkinderen van de kerk aangemoedigd worden om van harte gehoorzaam te zijn en te leven naar de wil van God. Dat is verreweg het beste voor een mens. Onze kerkjeugd mag niet vergeten de wonderen die God gedaan heeft, en doet, en zijn trouw in het nakomen van zijn beloften.

De Naam van onze God is HERE, Hij doet wat Hij belooft.

Wij zullen ons inzetten dat de jeugdigen van onze kerk hun hoop op God stellen, Hij is ook hun Vader in de hemel, de Almachtige, op Hem kun je echt bouwen. Bij de doop maakte Hij zichtbaar dat Hij een verbond heeft gesloten met dat kleine kindje daar voor in de kerk. Hij beloofde toen trouw. En Hij vraagt ook trouw, geloof.

Vertellen

Daarom is ook belangrijk het vertellen van de geschiedenissen van de afkerige verbondskinderen en de vijanden van de kerk. Van Kaïn. Van Ezau. Van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël zondigen deed door zijn eigenwillige godsdienst. Van de Assyriërs. Van de Babyloniërs.

We moeten vertellen van de geschiedenis van de kerk en van de grote trouw dat de Here zijn kerk toch echt bewaart en in stand houdt, ook al wordt deze aangevallen. Van buitenaf en van binnenuit. We vertellen van de grote hervorming in de zestiende eeuw, van Luther, van Calvijn, van Guido de Brès, van Hendrik de Cock, van Schilder en van Greijdanus, van de Vrijmaking van 2003 en 2004, van de eigenwilligheid waar onze kerken al direct weer mee geconfronteerd werden, van de verzuchting van de apostel Paulus dat we allen eenstemmig moeten zijn en dat er geen scheuringen mogen zijn (1 Cor. 1:10), en van zijn verzuchting dat hij hoort van verdeeldheid en dat scheuringen er wel moeten zijn, zal het blijken wie in de gemeente de toets kunnen doorstaan (1 Cor. 11:19, Matt. 18:7, Luc. 17:1, Joh. 6:39, 1 Joh. 2:19).

Door de wan wordt het kaf van het koren gescheiden (Matt. 3:12). Dat is een uitermate pijnlijk en verdrietig proces. Ter beproeving. De geesten zullen openbaar worden. We hebben de oproep om te strijden om in te gaan door de enge poort, want velen zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen (Luc. 13:24).

De kerk moet strijden en zal lijden. Als de kerk niet strijdt, niet in vuur en vlam staat voor haar Heer en Heiland, dan zal ze ten onder gaan aan eigenwilligheid, zelfgenoegzaamheid en uitgespuwd worden omdat ze lauw is (Openb. 3:16) en zich niet meer geheel en al wil vastklampen aan Jezus Christus, de Redder van iedereen die zich tot Hem wendt in een waar geloof.

De toekomst die we wensen

De inzet van ons allemaal is nodig: Schriftuurlijk verantwoord onderwijs voor onze kinderen en kleinkinderen, de toekomst van de kerk.

Dit gunnen wij onze kinderen niet dat ze eens zullen zeggen: Here, Here hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en in uw Naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan?, en dat zij dan openlijk te horen krijgen: Ik heb u nooit gekend, gaat weg van mij gij werkers der wetteloosheid (Matth. 7:22,23).

Dit gunnen wij onze kinderen wèl en hiervoor zetten wij ons in: dat de Koning tot onze kinderen zal zeggen: Komt, gij gezegenden van de Vader, beërft het Koninkrijk dat u bereid is van de rondlegging der wereld af (Matth. 25:34), jouw plaats is in de schare die niemand tellen kan en zing mee met luide stem: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam! (Op. 7:9).