Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Boekbespreking: beeldscherm, brein en bidden (2)

Jaargang: 
8
Datum: 
24 sep. 2014
Nummer: 
39
Schrijver: 
M. Dijkstra
ID:
1420


internetmoderne mediasociale mediafacebooktwitterbeeldschermbreinhersenenvirtuele wereldwhatsappTVmobiele telefoonmobieltjelezendiep-lezenlineair lezenprikkelsafleidingnieuwsconcentratiemultitaskingboekverleidingtijdverspillingidentiteitprofielgemeenschap der heiligengereformeerde levenwereldamusementfilmmuziekBijbelluisterenGods WoordwoordgeheugenonthoudenIn dit artikel vervolgen we onze boekbespreking. In het vorige artikel hebben we het gehad over de invloed van internet op ons leven en op onszelf. De invloed die internet en beeldschermen hebben op je hersenen en op hoe je informatie verwerkt. We hebben het gehad over concentratie en over de afleiding door internet en beeldschermen. Je hebt gelezen over nadelen van internet: verleiding tot zonde en tijdverspilling. We eindigden met de virtuele wereld. In dit artikel gaan we verder met de nadelen van internet. Daarnaast zullen we ook positieve kanten bekijken en zien hoe we vanuit de Bijbel moeten kijken naar internet en moderne media.Meer nadelen

We gaan verder met de bespreking van de nadelen van internet en moderne media.

Van der Veen wijst in zijn boek op het volgende. Internet is onbetrouwbaar, p. 47. Uit alle informatie moet je zélf maar kiezen wat nu waarheid en leugen is. Internet is laagdrempelig: iedereen die zijn (schadelijke of onjuiste) mening wil geven, kan dat daar doen voor een groot publiek

Van der Veen laat zien dat internet verslavend is, p. 49. Je raakt gewend aan internet en kunt niet meer zonder. De schrijver wijst erop dat internet je beloont, zoals bij een verslaving. Je brein is daar gevoelig voor. Internet geeft nieuws als beloning. Sociale media geven berichten of (nieuwe) vrienden. Internet trekt steeds en vraagt om meer (denk aan het voorbeeld uit het vorige artikel over fastfood). Steeds op de hoogte willen blijven van nieuws en vrienden. Veel jongeren voelen zich pas gelukkig als ze deel uitmaken van een sociale-media-groep en als ze veel reacties, likes en retweets krijgen. Willen we eigenlijk niet gewoon aandacht? Dan hoor je erbij. Als dat niet zo is, dan voelen velen zich eenzaam of buitengesloten. Zou dat een reden zijn dat veel jongeren hun mobiel niet met rust kunnen laten? Hoe is dat bij jou?

Ook wijst de schrijver erop dat internet je geen rust geeft. Het kan zelfs leiden tot psychische klachten. Er zijn veel vooral jonge mensen die een burn-out krijgen doordat ze internet en sociale media gebruiken. Ze raken compleet overprikkeld en komen niet meer tot rust. Omdat ze overal op moeten reageren en steeds prikkels krijgen van weer nieuwe berichten.

Daar komt nog bij dat bijna iedereen steeds bereikbaar wil zijn. Of moet zijn vanwege het werk. En een sms of een e-mail moet toch wel binnen een paar uur beantwoord worden Zorgen we er zo samen niet voor dat we overbelast en uitgeput raken? De tijd loopt, maar wij rennen

Het ene gereformeerde leven doorbroken

Een ander belangrijk punt dat de schrijver noemt, is dat internet een van de zondige wereld afgeschermd leven moeilijk maakt, p. 59-60.

Lange tijd hadden gereformeerden allerlei eigen organisaties waarmee het geloof op allerlei levensterreinen kon doorwerken. Het zorgde ook voor een min of meer veilige gereformeerde leefwereld, waarin bijv. de jongeren afgeschermd waren van verkeerde invloeden en de zondige cultuur.

Maar internet doorbreekt dit. Het is vandaag de dag bijna onmisbaar, iedereen heeft internet. Ook gelovigen die uit geloofsovertuiging bijv. nooit een tv hadden. Het gevaarlijke is dat we geen gereformeerd internet hebben. Met internet dringt de wereld dus volop binnen in het gereformeerde leven! Het brengt de wereld en haar denken in je huis. In je hart en in je hoofd. Vroeger las je een gereformeerde krant, maar nu klik en lees je op allerlei sites algemeen nieuws.

Op dezelfde manier komen we nu ook in aanraking met (werelds) amusement, muziek en films. Hiervan afstand nemen, een afgeschermd leven is erg lastig geworden.

Terecht wijst Van der Veen op de fragmentarisering van het leven, p. 61. Dat betekent dat het leven in veel kleine delen wordt geknipt. En dat je voor elk deel een andere rol kunt aannemen.

Hoeveel (gelovige) mensen hebben daardoor een dubbelleven gekregen? Zondags in de kerk zijn we netjes gereformeerd, maar thuis pakken we onze smartphone en luisteren naar popmuziek en kijken allerlei films en we lezen de sportuitslagen Of we zien eruit als keurige gereformeerde ouderen en jongeren, maar achter ons beeldscherm zien we allerlei zondige beelden en geven we misschien wel toe aan verkeerde begeerten.

Nog een voorbeeld: we doen als gereformeerden niet mee aan loterijen en kansspelen. Omdat ze de begeerte naar geld en goed prikkelen. Maar op internet doen velen gewoon mee aan allerlei (kans)zaken waarmee je mooie dingen kunt winnen. Denk bijvoorbeeld ook aan de like en win acties op Facebook. Je klikt op vind ik leuk en je maakt kans op een (grote) mooie prijs die jou wel aanstaat.

Confronterend? Ja, misschien wel. Het is goed dat we er kritisch over gaan nadenken waarom we dit soort dingen doen. Met welke reden doe je daaraan mee? Wat is je doel daarmee? Is het uiteindelijk niet begeerte en het willen hebben?

Het is in deze moderne tijd erg moeilijk geworden om als gereformeerde antithetisch in de wereld te staan. Om als kerk in de woestijn, in het isolement te zijn (Openb. 12) en al het verkeerde en schadelijke te ontvluchten. Het is moeilijk, want internet doorbreekt alle grenzen, als we niet oppassen en waakzaam zijn.

Positieve kanten van internet

Internet en moderne media hebben niet alleen nadelen. Die indruk heb je tot nu toe misschien gekregen. Maar we willen vooral kritisch zijn en aanzetten tot nadenken. Wijzen op gevaren.

De voordelen van internet noemt Van der Veen in hoofdstuk 5. We kunnen door internet veel sneller en gemakkelijker informatie vinden. Veel dingen kunnen we nu online afhandelen. Denk maar aan internetbankieren, online winkelen, belastingaangiftes etc. We kunnen het geloof wereldwijd uitdragen op internet en websites. Denk maar aan de websites van de kerk en De Bazuin.

Ook heeft e-mailen veel verbetering gebracht. We kunnen nu supersnel berichten en documenten met elkaar delen. Het hoeft niet meer met de post, wat eerder dagen kon duren. E-mail is ook voor het kerkelijk leven nuttig. Want de documenten voor bijv. de classis of de synode kunnen nu snel aan elkaar worden toegestuurd. Belangrijke communicatie kost nu minder tijd.

Daarnaast kun je via internet ook contacten met mensen veel makkelijker onderhouden. Je kunt chatten, skypen, facebookberichten plaatsen. Dat is in ons kerkverband iets positiefs, nu we vaak ver uit elkaar wonen. Je kunt nu fijn contact onderhouden met veel andere jongeren van de kerk. Gebruik je internet en je tijd daar ook voor?

Het boek van God voor zijn volk

Internet heeft positieve kanten en nadelige of slechte kanten. Van der Veen merkt op dat we door internet dingen krijgen, maar ook dingen kwijtraken. Vanwege de grote nadelen van internet en moderne media is het daarom goed om kritisch te zijn en te kijken wat dit voor ons geloof betekent. En hoe we er daarom mee om moeten gaan.

In hoofdstuk 6 bespreekt Van der Veen de Bijbel als de openbaring van God. God openbaart Zich door te spreken. Door zijn Woord. Het is Gods keuze om dat op déze manier te doen. God verbindt zich aan het woord. Hij spreekt door woorden. En die heeft de HERE laten opschrijven. Voor zijn volk. Voor ons vandaag. Zo hebben wij de goddelijke en heilige boeken ontvangen als Gods eigen woord (art. 3 NGB). Wat een prachtig geschenk van God hebben we gekregen. De almachtige en grote God spreekt in mensentaal. Hij buigt Zich naar ons toe. Hij daalt tot ons menselijke bevattingsvermogen af, zodat wij kunnen begrijpen wat Hij tot ons zegt. Zo zijn wij door het geloof in staat om te begrijpen wat de HERE in zijn Woord, de Bijbel tegen ons zegt.

Let er op dat het geschreven en gesproken woord heel belangrijk is. Al in het Oude Testament. Denk maar aan de profeten en aan de geboden die Mozes moest opschrijven. Hij had ze van God zelf ontvangen. Het gaat steeds om het Woord. En niet om afbeeldingen of beelden. En dus ook niet om het naspelen van Bijbelse geschiedenissen. Denk maar aan het tweede gebod: geen gesneden beeld maken, maar luisteren naar wat God zegt!

Gelovig horen en lezen

Het woord van de HERE is belangrijk. Dat woord blijft altijd, terwijl de tijden voorbij gaan. Juist dat woord van God veranderde mensen. Op deze wijze wilde de HERE dat doen: horen naar zijn woord.

Maar steeds kwam er afval van en opstand tegen de manier waarop God zich wil openbaren en wil werken. Velen wilden het op andere manieren. Ze kwamen met eigen(tijdse) gouden kalveren. Denk maar aan de roomse kerk met de beeldendienst. Dat waren de boeken der leken. Weer beelden en plaatjes kijken, maar niet eenvoudig luisteren naar het woord van de HERE.

Gelukkig gaf God bij afval steeds weer reformatie, waardoor er terugkeer kwam naar het woord. Het woord kwam weer centraal te staan.

De HERE wil dat zijn woord tot de mensen komt. Allereerst via de prediking en daarna ook door het lezen van de Bijbel. We moeten dus horen en lezen. Het geloof is uit het gehoor van het (gepredikte) woord van God (Rom. 10:8 en 17). En verder vormt het zelf lezen van de Bijbel daarin een belangrijk aanvulling. Tot versterking en opbouw van je geloof.

We zien dus dat luisteren en lezen kenmerkend zijn. Zo wil de HERE het geloof werken. Juist deze twee dingen staan in onze internettijd en beeldcultuur onder grote druk.

Nieuwe aanval

Van der Veen spreekt over een nieuwe aanval op het woord, p. 78-79. Niet door gouden kalveren of roomse beeldendienst. Maar wel door de moderne beeldcultuur en internettijd, waardoor plaatjes en beelden belangrijk zijn geworden, vaak ten koste van boeken, tekst en diep-lezen. Ja, we lezen nog wel. Maar door de beeldcultuur en internet gebeurt dat toch anders. Minder diep, oppervlakkiger. Het gevolg is dat we de inhoud, de kennis veel minder goed kunnen opnemen en blijvend kunnen onthouden. In het eerste artikel hebben we dat besproken. Door internet en de beeldschermcultuur gaan onze hersenen anders werken. We krijgen moeite met concentratie. Met ingespannen lezen. We krijgen er steeds meer moeite mee, omdat plaatjes en beelden veel leuker en prettiger zijn. Het kost veel minder inspanning. We hebben steeds even afleiding. Op die manier krijgen onze hersenen steeds meer weerstand tegen dingen die langdurige inspanning en concentratie vragen.

En de gevolgen? Als we niet oppassen, zullen we weerstand opmerken en moeite krijgen met het aandachtig lezen uit de Bijbel of het maken van voorstudie. Het onthouden wordt moeilijker. Maar ook het geconcentreerd luisteren wordt dan steeds moeilijker. Hoe vaak wordt er niet geklaagd over preken die te lang duren?

Heel mooi wijst Van der Veen erop dat het geloof uit het gehoor is. Maar dat die oren in verbinding staan met onze hersenen. Je hoort dus eigenlijk met je hérsenen. Als je hersenen nu veranderen door internet en de beeldcultuur, dan heeft dat uitwerking op je luisteren. Als je hersenen steeds weer om prikkels en afleiding vragen, dan wordt ook het aandachtig en langdurig luisteren steeds moeilijker.

Ligt het probleem wel in de (lange) preken, of ligt het aan onszelf? We moeten ons oefenen én wapenen tegen deze nieuwe aanval op (ons begrijpen en horen van) het Woord van God.

Dat zullen we in het volgende en laatste artikel bespreken.

Verwerkingsvragen:

1. Herken jij bij jezelf dat internet verslavend werkt? Hoe belangrijk vind jij de reacties die je krijgt via sociale media? Hoe zorg jij ervoor dat je rust in je leven houdt?2. Brengt internet de wereld ook in jouw leven? Hoe dan? Hoe kun jij je afschermen van de zonde die op je af kan komen? Wat is het gevaar van een dubbelleven?3. Op welke manier wekt internet begeerten op? Herken je dat ook bij jezelf?4. Benoem voor jezelf positieve kanten van jouw internetgebruik. Zijn deze ook opbouwend, ook voor de kerk?5. Denk eens na over het geschenk van de Bijbel. Wat is daar zo bijzonder aan? 6. Waarom zijn luisteren en lezen kenmerkend voor Gods woord? Hoe zit het met jouw horen en lezen in onze internettijd en beeldcultuur?7. Waarom is er sprake van een nieuwe aanval op het woord? Waaruit bestaat die aanval? Hoe wapen jij je daartegen?