Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Boekbespreking: beeldscherm, brein en bidden (1)

Jaargang: 
8
Datum: 
10 sep. 2014
Nummer: 
38
Schrijver: 
M. Dijkstra
ID:
1416


Wat doet de beeldcultuur, internet en moderne media met jou? Kun je er onbeperkt gebruik van maken en er volop van genieten en aan meedoen? Of begeef jij je dan in gevaar? In een aantal artikelen willen we ruim aandacht geven aan een heel belangrijk boek: Beeldscherm, brein en bidden. Wat internet doet met hersenen en geloof. Lees je mee? Want het gaat over jou: jouw beeldscherm, hersenen en geloof. Je loopt gevaar

Invloed van internet

In het eerste hoofdstuk van het boek wijst de schrijver Van der Veen erop dat internet en moderne media de wereld ingrijpend hebben veranderd. Je kunt het ook om je heen zien: overal zie je steeds mensen bezig met hun mobiel of smartphone. Helemaal gegrepen door het beeldscherm, zonder aandacht voor de mensen om hen heen of hun omgeving. Zelfs op de fiets en onderweg zie je jongeren nog met hun telefoon bezig. Van der Veen legt de stelling neer dat internet tot revolutionaire veranderingen leidt. Het verandert ONS. Want het zorgt ervoor dat onze manier van werken en denken verandert. En ook onze hersenen, je brein. Wat doen internet en moderne media dan met ons? We surfen veel op internet. Zoeken van alles op. Online bankieren. We mailen en whatsappen er wat op los. Steeds op de hoogte blijven van updates op je facebook, filmpjes kijken en telkens het laatste nieuws checken. We gaan van de ene internetsite naar de andere en klikken er heel wat op los. Dat doen we eigenlijk de hele dag door

Hoeveel uur eigenlijk? Uit onderzoek blijkt dat veel jongeren elke week meer dan 30 uur op internet of in de virtuele wereld zitten!! Hoe is dat bij jou?

Van der Veen laat zien dat dit niet zonder gevolgen is voor ons mens-zijn. Onze hersenen veranderen hierdoor, zodat we informatie verwerken op de manier zoals die zich verspreidt: als een snelle stroom van een enorme hoeveelheid informatie. Dat leidt bij veel jongeren en ouderen tot verlies aan concentratie en contemplatie (het nadenken en overdenken van dingen). Ook leidt het tot een afname van het lezen van boeken en kranten. We worden continu afgeleid door onze beeldschermen van de telefoon, de computer en onze multimedia-tv. Wie kan nog een paar uur lang goed geconcentreerd bezig zijn met één ding? Bijv. je studie of werk? Zónder dat je afgeleid wordt door weer een nieuw bericht of dat je de drang voelt om je mobiel te pakken of om op internet te gaan en het laatste nieuws te checken?

Wetenschappers wijzen op het gevaar van de internet-revolutie, zoals ze het noemen. Vooral voor jongeren. Want het gevolg kan zijn dat je minder goed emotionele en sociale vaardigheden kunt leren. Dat je steeds verlangt naar (fijne) reacties en feedback van anderen op iets van jezelf. Je contacten met mensen kunnen ook vluchtiger worden en je kunt minder weerbaar zijn in de echte wereld.

Jouw hersenen

De schrijver van het boek wijst erop dat door internet de hersenen veranderen. Onze hersenen groeien en ontwikkelen zich. Bij jongeren én bij ouderen. Je hersenen kunnen groeien, maar ook krimpen. Er komen dingen bij én er gaan dingen weg. Hersenen passen zich zo steeds aan een nieuwe situatie en gewoontes aan. Dus ook aan de nieuwe informatie- en internetcultuur. Het positieve hiervan is dat onze hersenen veel sneller informatie leren te verwerken. Dat ons brein beter informatie kan filteren en sneller beslissingen kan nemen, p. 24. Maar er gaat ook iets weg. De schrijver wijst op iets belangrijks. Onze hersenen kiezen steeds de weg van de minste weerstand. Een nieuwe gemakkelijke gewoonte moet blijven. Je went eraan om te werken en leven met de beeld- en internetcultuur. Om op die gemakkelijkere manier informatie te verwerken. Juist die manier is het grote probleem.

Informatieverwerking

Om te zien waarom dat nu een probleem is, kijken we eerst hoe informatieverwerking vroeger ging en vervolgens hoe dat in onze internettijd gaat. Vroeger lazen we veel boeken. Op school en voor onze ontspanning en hobbys. Ook Bijbellezen hoort daarbij en voorstudie maken voor vereniging en catechisatie. Door dit lezen deden we kennis op. Dat heet lineair lezen of: diep-lezen, p. 26. Je concentreert je op regels en bladzijden van een boek. Zo kon je urenlang met een boek bezig zijn. Het kon zo gebeuren dat je helemaal niets van je omgeving meekreeg. Je was zo verdiept in het boek Door deze manier van diep-lezen dringt de informatie uit het boek langzaam door van je werkgeheugen naar je langetermijngeheugen. Je neemt heel veel op dat je blijft onthouden.

En juist dat verandert in onze tijd en cultuur vandaag. Want diep-lezen gebeurt veel en veel minder. Ja, je leest natuurlijk nog heel veel, bijv. op internet, tv en je mobiel. Maar tussen het lezen van een boek en het lezen/kijken op een beeldscherm zit verschil! Want je brein gaat heel anders om met een boek dan met een beeldscherm. Bij het lezen van een internetpagina of iets op je beeldscherm komen er veel extra prikkels bij die je bij het lezen van een boek niet hebt. Dat heeft invloed op je concentratie op de tekst. Veel bewegende plaatjes en reclames staan erbij op het scherm. Veel uitnodigende links. Juist dat leidt enorm af. Ja, je scrolt snel door alle paginas. Het lijkt of je veel leest en veel kennis opdoet in korte tijd. Maar dat is niet zo. Het is te vergelijken met het verschil tussen een vlugge hap (fastfood) en een stevige voedzame maaltijd. Na beide maaltijden zit je vol, maar die snelle hap blijkt toch niet heel erg voedzaam te zijn je wilt al snel weer een Het lijkt dus of je veel kennis opdoet, maar je wordt er oppervlakkiger van, p. 29. Terwijl je in een wereld vol informatie zit en er veel op je afkomt. Je wordt overspoeld met prikkels. En we doen tegelijkertijd allerlei andere dingen. En dat is het probleem.

Multitasking?

Van der Veen wijst erop dat multitasking, afleiding en al die prikkels helemaal niet zo positief zijn. Al die informatie en prikkels die tegelijkertijd op ons afkomen, zorgen voor afleiding en minder concentratie. Internet vraagt om heel veel tegelijk te doen. En onze hersenen vinden dat wel prima. Ze vinden dat juist prettig. Die vlotte informatie en prikkels. Dat wordt uiteindelijk de weg die de hersenen de volgende keer ook willen gaan. De weg van de minste weerstand. Want een stevige maaltijd, een belangrijk boek lezen, is veel lastiger. Door al die afleiding wordt het steeds moeilijker om je te concentreren. Er verandert en verdwijnt iets: bepaalde hersenfuncties gaan achteruit, waardoor het moeilijker wordt om informatie op de juiste manier (via diep-lezen) tot je te nemen. Van der Veen stelt daarom dat internet afleiding is, p. 31. Daardoor verliezen we concentratie.

Het werken aan één inspannende opdracht lukt bij velen niet meer, omdat ze steeds worden afgeleid: even je mail checken of klikken op die link die je net opvalt. Of je krijgt net een whatsappje of een facebookbericht En dat werkt niet bij geestelijk inspannende bezigheden die al je aandacht en concentratie steeds nodig hebben. Je hebt steeds weer tijd nodig om na je afleiding je werk weer op te pakken. Van der Veen stelt dat door internet en sociale media mensen steeds minder goed abstract kunnen denken, p. 33. Minder goed lang en grondig aandacht voor iets kunnen hebben en iets kunnen analyseren. Meer moeite met moeilijke denkopdrachten. Het verschil tussen oude media (boeken, etc.) en nieuwe media (internet) is daarin belangrijk. Want het geschreven woord in een boek of krant blijft je voor de ogen staan. Het beweegt niet, je kunt niet doorklikken en de afleiding is minimaal. Daardoor kun je dieper en abstracter nadenken, p. 34. Juist in de afleiding, de prikkels en uitdagende links om verder te klikken, ligt het probleem. Steeds de prikkel om verder te klikken op zoek naar nieuwe prikkels en ervaringen.

Nadelen van internet

Van der Veen bespreekt in hoofdstuk 4 een aantal nadelen van internet. Hij wijst op het gevaar van internet omdat het vol met rotzooi en zonde is. Juist op internet komt de zonde met grote kracht op ons af. Het is soms maar één klik van je vandaan. Op internet stellen we ons dus meer bloot aan verleidingen. De catechismus zegt (en waarschuwt) dat wij uit zijn op elk kwaad (Zondag 3). Overschat je zelfbeheersing niet!

Het tweede waar de schrijver op wijst is dat internet leidt tot tijdverspilling. Hoeveel tijd ben jij elke week kwijt aan internet, mail, filmpjes en sociale media? We zagen al dat jongeren gemiddeld 30 uur per week hiermee bezig zijn. Dat is meer dan 4 uur per dag (nog zonder tv-kijken)! Ongelofelijk toch, of niet? Houd jij dat eens elke dag een week lang bij. Hoeveel van jouw tijd (of beter: Gods tijd) besteed jij aan zulke bezigheden? Vraag jij je wel eens af waarvoor je dat allemaal doet? En of het wel zinvol en nuttig is?

Vrije virtuele wereld?

Een ander nadeel van internet is dat er een virtuele wereld is gekomen, waardoor het contact met de echte wereld en het natuurlijke bestaan minder wordt. Je kunt op internet een identiteit en profiel aannemen die niet overeenkomen met wie je bent in de echte wereld. Je laat bijvoorbeeld alleen je positieve kanten zien. Daardoor kan het zijn dat je online of op je pc iemand anders bent dan bijv. in de kerk of op vereniging. Je hoort wel eens zeggen over internet en de virtuele wereld: ach, dat is toch niet echt Dus dan kun je daar ook wel dingen doen die je in het echt niet zou doen: bijv. het spelen van gewelddadige of zondige (moord)spellen, roddelen, pesten en mensen uitsluiten. Het gevaar is dat jongeren de virtuele wereld niet meer kunnen onderscheiden van de echte wereld. Waardoor ze in de echte wereld ook gewelddadig worden en geen regels en grenzen meer kennen. Of andersom: je uitleven in de virtuele wereld door te doen wat in de echte wereld verboden en zonde is: moord, stelen, etc. Maar vergeet niet dat de virtuele wereld ook een echte wereld is, waarin jij als kind van God hebt te leven! De virtuele wereld is niet onecht tegenover de normale wereld, maar het is een andere echte wereld. Een andere vorm van de werkelijkheid, die net als de normale wereld óók onder het gezag van Gods Woord en wet staat. Dus ook voor de virtuele wereld gelden voor jouw als Gods kind zijn geboden!

Ook is te zien dat veel mensen juist de virtuele wereld in vluchten. Want daar is geen echte pijn. Je kunt daar je eigen wereld en persoon maken zoals je zelf wilt: beter, positiever. Van der Veen wijst in dit verband ook op de gemeenschap der heiligen. Internet en sociale media vormen een bedreiging voor de gemeenschap der heiligen. Want je kiest in de virtuele wereld je eigen vrienden, de gemeenschap die jij leuk vindt. Terwijl je in de echte wereld, in de gemeenschap der heiligen niet zélf kiest. Nee, daar plaatst de HERE jou in het midden van anderen. Het is een gave én een opdracht (Zondag 21 HC). Het vraagt inzet en inspanning ook als het minder leuk is en je het moeilijk vindt.

Het volgende artikel

In het volgende artikel bespreken we nog een paar negatieve kanten van internet en moderne media. Maar naast nadelen heeft internet ook voordelen, positieve kanten. Daar zullen we ook naar kijken. En we gaan zien hoe we deze dingen moeten beoordelen vanuit Gods Woord.

Verwerkingsvragen:

1. Denk eens na welke invloed internet op jouw leven heeft. Denk je bijv. eens in dat de stroom wekenlang uitvalt Wat verandert er dan in je leven?2. Welke gevolgen kunnen internet en moderne media hebben op jouw hersenen? Wat is het verschil tussen lineair lezen / diep-lezen en lezen op internet of op een beeldscherm?3. Wat betekent dat voor hoe jij informatie verwerkt? En voor je concentratie? Merk je daarvan ook iets bij jezelf op? Wat kun je daaraan doen?4. Stelling 1: Internet is afleiding. Stelling 2: Multitasken is gevaarlijk. Wat vind jij van beide stellingen? Waarom? 5. Ben jij je bewust van het gevaar dat je op internet loopt, omdat het vol is met rotzooi, zonde en verleidingen? Wat kun je daartegen doen?6. Hoeveel tijd ben jij elke dag/week kwijt aan internet en je mobiel? Houd dat eens bij. Wat vind je daarvan? Hoe moeten we met onze tijd omgaan?7. Wie ben jij in de virtuele wereld? Hoe gedraag jij je daar? Dien jij ook daar de HERE? Ben jij in de virtuele wereld en in de normale wereld dezelfde persoon? Zou dat belangrijk zijn, denk je? Waarom?