Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Bijbelteksten leren? (2)

Jaargang: 
10
Datum: 
04 nov. 2015
Nummer: 
3
Schrijver: 
J.G. Sikkens-Hoving
ID:
1566


Wat moest je zonder geheugen? Stel je voor dat je niet kunt onthouden waar je huis is. Dat je dat elke keer zou moeten opzoeken. Of dat je niet kunt onthouden wat links en rechts is. Dat zou soms knap lastig zijn. Je zou je wel redden, maar toch niet zo gemakkelijk. Of je moet het opzoeken, of je moet met pijltjes werken, of... Welke informatie hebben we allemaal niet opgeslagen in ons geheugen? Namen, (familie)verbanden, achtergronden. Stel je eens voor dat je dat niet kon onthouden!

Geheugen

Als ons geheugen minder wordt, brengt dat veel praktische en psychische moeiten mee. Denk maar aan oudere mensen. Hun wereld wordt onveilig en zij kunnen zichzelf niet meer goed redden.

We hebben ons geheugen niet voor niets. We hebben het nodig voor ons dagelijks leven. Veel belangrijke informatie slijt bij een kind gaandeweg in het geheugen in. Denk aan namen en het kennen van links en rechts. Daar zorgt ervaring en onderwijs voor. Maar wat te denken van Bijbelteksten en catechismuszondagen? Die worden op de meeste scholen niet meer aangeleerd. Of eenmalig. Zonder herhaling, waardoor het geleerde niet beklijft, niet tussen de oren blijft hangen.

Achtergrond: geheugen opfrissen

Dat heeft natuurlijk een achtergrond. Zo´n vijftig jaar geleden moest er nog van alles uit het hoofd geleerd worden. Bijbelteksten, catechismuszondagen, jaartallen, natuurfeiten, plaatsnamen en rivieren, etc. etc. Door de komst van het internet gebeurt dit nu niet meer zo veel. Het is, zo zegt men, veel belangrijker dat mensen weten waar zij informatie kunnen vinden. Dingen uit het hoofd leren is niet meer nodig. Bovendien, zo zei men, is kennis zo weer achterhaald, het heeft dus geen nut. Kortom, vaardigheden zijn belangrijker dan kennis. Zo is het uit het hoofd leren steeds meer naar de achtergrond geschoven.

Bijbelschool en catechisatie

Wij laten onze kinderen nog wel dingen uit het hoofd leren. Naam & Feit voor de Bijbelschool, catechismus-zondagen voor catechisatie. Waarom doen we dat? Waarom denken wij, in tegenstelling tot zovelen, dat het uit het hoofd leren juist wel nut heeft?

Vervolgde christenen zullen zeggen: ja, leer ze! Ken Bijbelteksten, in tijden van vervolging zullen jullie ze nodig hebben! Zoals dominee Knoop beschrijft in zijn boek `Theater in Dachau´, hoe hij in Dachau steun heeft gehad aan het kennen van de catechismus.

En dit is inderdaad een belangrijke reden. Een tijd van vervolging kan zich (onverwacht) aandienen. Dan hebben we misschien geen Bijbel meer tot onze beschikking.

Er zijn meer redenen om parate Bijbelkennis te hebben. Want daar hebben we het over. Over parate kennis. Kennis die je direct beschikbaar hebt. Kennis die je direct kunt gebruiken. Waarvoor je dus geen internet nodig hebt.

Basis om op te bouwen

We hebben veel parate kennis. Het zorgt voor structuur. Ik woon in plaats X, straat Y, huisnummer Z. Dus als ik bij de winkel ben, loop ik daar en daar langs naar huis. Daar woon ik met die en die. Ik heb een zoon, die heeft een naam. Als iemand mij iets vertelt over mijn zoon dan weet ik al waar hij woont en met wie; ik weet wat voor werk hij doet en deed en hoe het met zijn kinderen is. Ik weet dat ze laatst een ongeluk hebben gehad en nu vertelt iemand mij dat ze een nieuwe auto hebben. Als ik dit gegeven aan al mijn kennis van hen toevoeg, kan ik deze nieuwe informatie goed plaatsen. Fijn, nu kunnen ze zich logistiek weer beter redden. Met één auto was het vast onhandig.

Maar nu heb ik geen parate kennis. Ik sta bij de winkel en ik weet niet waar mijn huis is. Ik loop ergens heen, maar ik weet niet waar ik loop en waarom. Iemand vertelt iets over een zeker iemand, mijn zoon. Maar ik weet niet dat het mijn zoon is. En die heeft een nieuwe auto? Waarom? Had hij al wel een auto of wil hij steeds de nieuwste of heeft hij een ongeluk gehad of zo? En wat heeft dat met mij te maken?

Zonder basiskennis is het moeilijk(er) om nieuwe kennis te plaatsen, je eigen te maken. Basiskennis is een kapstok. Het geeft structuur in je hoofd. Door de Bijbelboeken te kennen, ken je de opbouw van de Bijbel, weet je waar je moet zoeken. Door het rijtje koningen en richters te kennen, heb je ook overzicht over de inhoud van die Bijbelboeken. Als op vereniging iemand iets zegt over een koning, heb je al heel wat informatie. Deze geschiedenis kwam voor of na Achab, de vader van deze koning was ... en zijn zoon was ... Namen worden bekend en daardoor wordt de geschiedenis ook steeds bekender.

Catecheten merken dat ook. Als kinderen thuis al eens bepaalde namen en geschiedenissen hebben gehoord, kunnen ze het beter plaatsen en onthouden. Als ze nog nooit van Arius of Gomarus hebben gehoord, praat een catecheet in het luchtledige. Het kind heeft geen aanknopingspunten, geen kapstokken om nieuwe kennis aan op te hangen. Het beklijft niet. Zoals een demente bejaarde ervaart: gaat het over mijn zoon? Wat heeft hij met z´n auto? Hij kan het niet plaatsen.

Geleerde groeit uit

Het kan onzinnig lijken om van je kind te vragen om jaartallen voor kerkgeschiedenis uit het hoofd te leren. En dat kan het ook zijn, als je het nooit herhaalt en als je verder nooit over kerkgeschiedenis spreekt. Maar het kan heel nuttig zijn als basis, jaartallen leren. Het kind zal, als het meer hoort en leest en praat, deze jaartallen steeds meer invullen. Steeds meer kennis hierover krijgen. Het zal steeds meer gaan leven. Zo spreekt Luther over het kennen en leven en spreken over en met de catechismus. Hij hoopt dat in elk gezin de catechismus uitgelegd en geleerd wordt. `Op deze manier zal immers de waarheid in het hart gedreven worden. Waar de catechismus niet wordt geleerd, leven de mensen als domme koeien en varkens.´ Met parate kennis is ook de preek beter te begrijpen. Als een dominee een tekst uit een ander Bijbelboek aanhaalt, weet de hoorder dit te plaatsen in het geheel van de Bijbel.

Communicatie

Kennis is ook nodig om te communiceren. Is er weinig kennis, dan is er minder om over te praten. Dat kennen we allemaal wel van een verenigingsavond. Is er een goede voorstudie geweest, dan is het een waardevolle avond. De kennis uit de voorstudie heb je in elk geval tijdelijk paraat. Daardoor krijgt de verenigingsavond meer diepgang. De kennis die je uit een voorstudie opdoet, vergeet je wel eerder dan uit het hoofd geleerde kennis. Dat ervaren wij op vereniging wel eens. Dan hebben we een onderwerp eerder besproken, maar moeten we de notulen erbij pakken om te zien hoe het ook al weer was. Parate kennis moet je door herhaling paraat houden. Maar wat een rijkdom is het, om in allerlei situaties direct te kunnen putten uit Gods Woord. Op vereniging, in gesprekken tussen ouders en kinderen, tussen gemeenteleden, met andersdenkenden, in eigen moeiten of in momenten van keuzes maken.

Wapenrusting

Door belangrijke Bijbelteksten over het verbond uit je hoofd te kennen, heb je in een gesprek met een baptist handvatten. Ben je weerbaar. Weet je waar je terecht moet.

Door belangrijke Bijbelteksten over Gods voorzienigheid te kennen, weet je waar je op vertrouwen mag als je zorgen hebt. Concreet. Dat heb je direct voor ogen.

Door belangrijke Bijbelteksten te kennen over de omgang met je naaste, kun je jezelf in een moeilijke situatie misschien beter beheersen. Je hebt snel voor ogen wat God van je vraagt. Je bent beter bewapend om te strijden tegen je oude mens.

En dat is ook een belangrijke reden waarom dingen uit het hoofd leren niet nutteloos is. Waarom parate kennis goed is. Gods Woord hoort bij je geestelijke wapenrusting! Hoe sloeg Jezus in de woestijn de pijlen van de duivel af? Met Gods Woord! De duivel zei: Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot. Jezus zei tegen hem: Er staat eveneens geschreven: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken. (Mat. 4:6,7).

Petrus kon op de Pinksterdag de spottende voorbijgangers verwijzen naar de profetie van Joël (Hand. 2). Gods Woord beschermt tegen de pijlen van de boze.

Zaligmakend?

Veel Bijbelkennis is geen garantie voor geloof. De duivels kennen God, maar zij sidderen (Jak. 2:19). We weten ook dat Gods Woord niet altijd in goede aarde valt (Luk. 8). Gods Woord moet niet alleen gehoord, maar ook aangenomen worden. Maar we weten ook dat Gods Geest werkt met het Woord. Zoals in artikel 24 van de NGB staat: Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde.

Een woord kan een liedje in je hoofd oproepen. Gods Geest gebruikt het zaad van Gods Woord dat in ons geplant is. Zo is Gods Woord een lamp voor onze voet en een licht op ons pad.

Misschien denkt u wel: ik ken niet veel teksten uit mijn hoofd, maar ik geloof toch ook? Of: maar een kind begrijpt toch nog niet wat het leert? Of: niet alle kinderen kunnen dingen uit het hoofd leren!

Daarover willen we een volgende keer nadenken.