Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

`Bidt u dan zó´ (1)

Jaargang: 
9
Datum: 
15 jul. 2015
Nummer: 
21
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1528
Rubriek: 


Ons bidden is een kostbare zaak in de verbonds-omgang met onze God. Een zaak die elke dag meermalen plaatsvindt en onmisbaar is voor ons geloofsleven. Hoeveel aandacht geven we aan de praktijk van ons eigen bidden? Hoeveel zorg besteden we eraan? Bereiden we het voor of komt het zoals het ons te binnen schiet?

De Here Jezus werd gevraagd door zijn leerlingen om hen te leren hoe ze moesten bidden. Zij hadden er behoefte aan. Zo hebben ook wij uit de handen van onze Heiland het Onze Vader ontvangen met de opdracht `Bidt u dan zó´ (Matt. 6:9, HSV). De Heidelbergse Catechismus wijdt er een groot aantal zondagen aan.

Wat doen we daarmee voor ons eigen gebedsleven? Hebben wij zelf ook behoefte aan Christus´ toerusting? Om er onze eigen gebeden aan te spiegelen? Of zijn we wel tevreden met de manier waarop wij gewoon zijn te bidden?

Het is goed om wat de Catechismus over meerdere zondagen behandelt, eens bij elkaar te nemen om zo in grote lijnen ons eigen bidden te beoordelen en waar nodig te verbeteren.

In dit eerste artikel bespreken we de houding bij ons bidden en de inhoud ervan. In een tweede artikel ronden we de inhoud ervan af en gaan we nader in op onze gebedspraktijk.

Adres

Volgens het bevel van de Here Jezus spreken we in onze gebeden God de Vader aan. In Hem spreken we tot de Drie-enige God. Ook bij het Onze Vader toont Christus dat Hij de weg is naar God de Vader. Dat vraagt een bewuste aanspraak: Hoe maakt God, tot Wie wij bidden, Zich aan ons bekend? Ons gebed is toch een verbondsgesprek? Dit is allesbepalend, niet alleen voor onze houding maar ook voor de inhoud van ons gebed.

We zullen heel goed oog moeten hebben voor Gods majesteit, heiligheid en gerechtigheid. Hij is onze God in de hemel! Maar ook voor zijn goedertierenheid en genade in Christus als onze Vader. Dat we zijn Vaderlijke zorg opmerken, doet ons bijvoorbeeld verhinderen bezorgd te zijn (Fil. 4:6) en mag ons ervan verzekeren dat Hij zelfs slechte dingen doet meewerken ten goede voor allen die Hem liefhebben (Rom. 8:28). Als we God als onze Vader aanspreken, betekent dit al direct dat we onze hoop en vertrouwen in Hem hebben. Maar ook dat Hij door ons behoort te worden gehoorzaamd, geëerd en geprezen. Dat alles zullen we in ons gesprek met God een plaats horen te geven.

Verbondsrelatie met de Drie-enige God in Christus

Onze gebeden zijn bedoeld om te reageren op het Woord dat God tot ons spreekt en op alle dingen die God ons uit genade toedeelt in het verbond met Hem. Als kleine en zondige mensen dienen we te beseffen dat onze toegang tot Hem alleen mogelijk is uit genade op grond van het offer van Christus, eenmaal gebracht op Golgotha. Hebr. 10:20 zegt dat dit offer van Christus als een voorhangsel functioneert, waarlangs we in onze gebeden toegang hebben in het heiligdom in de hemel en tot Gods troon der genade. Christus´ voorspraak als onze Hogepriester en Advocaat waarborgt alle dagen van ons leven de verhoring van onze gebeden als ze in zijn naam zijn opgezonden.

Ons gebed in Christus vraagt daarom van ons niet alleen een nederige en onderdanige houding, maar tegelijk ook volle vrijmoedigheid en verzekerdheid (Hebr. 10:19-25).

Niet alleen God de Vader en God de Zoon zijn betrokken bij ons gebed, maar ook God de Heilige Geest. De Heilige Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn, opdat wij roepen: Abba, Vader (Rom. 8:15). Het is ook de Heilige Geest die woont in onze harten en ons bereid maakt om te bidden. Hij leidt ons ook in ons bidden, zodat ons gebed als een bidden in de Geest aanvaardbaar zal zijn voor God. De Geest bidt ook Zelf voor ons, als we niet weten wat we naar behoren zullen bidden en wat naar Gods wil is. Hij komt dan onze zwakheid te hulp en pleit voor ons bij God de Vader. Maar dit geldt alleen voor degenen die God liefhebben en Hem in alles willen gehoorzamen en eren (Rom. 8:26,27).

Onze gebedshouding

Onze erkenning van de plaats, de eigenschappen en het werk van onze Drie-enige God zal ook dienen door te werken in de houding waarmee we tot God naderen in ons gebed. Zijn heerlijke majesteit en heiligheid maken ons vol eerbied en ontzag. God verdient in zijn barmhartigheid, trouw en liefde ook onze oprechte genegenheid en ons volle vertrouwen. Ook ons verlangen naar Hem als onze Schepper, Redder en Vader met een houding van afhankelijkheid en nederigheid. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat we van onszelf geen enkel recht hebben op het verkrijgen van onze behoeften in ons leven. Daarom smeken we God de Vader in de naam en ter wille van zijn Zoon.

God wil in ons bidden oprechtheid zien met de wens om te willen leven in gehoorzaamheid aan en in liefde tot Hem. Hij wil bij het geloof in en het pleiten op zijn beloften bij ons geen twijfels zien (Jak. 1:6). Hij wil ook zien dat we doorgaan met bidden voor zaken die wij naar onze inschatting nodig hebben voor ons leven met Hem, zolang we deze nog niet hebben ontvangen (Matt. 7:7-12). We komen op dit laatste nog terug.

Ons verbondsverkeer met God kan niet bestaan voor Hem zonder dat we uiting geven aan onze afhankelijkheid van Hem en onze dankbaarheid en eer aan Hem. Ook zullen we Hem in ons dagelijks gebed laten weten dat we ons alle dagen in Hem verheugen, in welke situatie we ook verkeren (Fil. 4:4; 1 Tess. 5:16-18). Ons gebed zal zo ook het belangrijkste stuk van onze dankbaarheid zijn die God van ons eist.

Zaken van het verbond

Een gesprek van het verbond moet gaan over zaken van het verbond. Wat zijn deze zaken van het verbond? Het betreft enerzijds onze smekingen om alles wat nodig is om te kunnen wandelen met God de Vader als zijn kind en om de Here Jezus Christus te kunnen volgen als zijn discipel. Het is hetzelfde als alles wat nodig is voor het vervullen van onze taken in dienst van Gods Koninkrijk. Deze dienst in onderwerping aan God strekt zich uit tot alle gebieden van ons leven op aarde. We zien daarin twee terreinen die niet los van elkaar staan: onze persoonlijke bijdrage aan de opbouw van de kerk van Christus en onze plichten in ons persoonlijk leven en in onze gezinnen en in de samenleving. Zaken die niets te maken hebben met onze verbondsrelatie met de Here moeten we niet alleen vermijden in ons leven, maar ook uitsluiten in ons gebed. Want ze kunnen niet bestaan voor Gods aangezicht. Alleen de dingen waarvoor we God kunnen danken, moeten deel uitmaken van ons leven en van ons gebed (Kol. 3:17).

Onze dankzegging vormt het andere belangrijke element van ons gebed. We zullen de Here danken voor het feit dat we tot zijn kinderen zijn aangenomen in Christus. En we zullen onze dankbaarheid tonen voor het ontvangen van zijn gemeenschap, zijn Geest en zegeningen en alle ontvangen materiële en geestelijke gaven en krachten voor de dienst aan Hem.

Onze Vader

Al deze verbondszaken worden in het Onze Vader aangeduid. In dit artikel kunnen we lang niet alles zeggen. Daarvoor verwijzen naar HC, Zondag 46-52. We vragen hier wel aandacht voor een aantal belangrijke aspecten.

Allereerst dat het Onze Vader niet alleen bedoeld is om dit volmaakte gebed woordelijk na te spreken. Het bevat de wezenlijke zaken, volmaakt samengevat, in een volmaakte volgorde. De Here Jezus zei tot zijn discipelen: `Bidt u dan zó´, dat is op déze manier, naar dít voorbeeld, naar dít model (Matt. 6:9). Zo zullen ook wij onze persoonlijke gebeden behoren op te stellen, naar het bevel van onze Heiland en hoogste Profeet en Leraar. De vraag is of we dit wel altijd zo beseffen en doen. Niet alleen binnen de kerk in de dienst der gebeden, maar juist ook persoonlijk, in onze `binnenkamer´, als leden van zijn kerk (Matt. 6:6).

Gods naam

In de eerste bede vragen we Gods hulp voor ons heiligen van zijn naam. Ik wijs hier op een aantal aspecten. Ten eerste dat we Gods hulp nodig hebben om in deze wereld zijn beeld te zijn. Dat betreft in feite het vervullen van het doel van ons bestaan op aarde. Dat houdt in dat we God vertegenwoordigen op aarde: dat we zijn opdracht uitvoeren in zijn schepping en Hem weerspiegelen in ons doen en laten. Daarmee hangt samen dat we God bidden om zijn hulp voor het eren van zijn naam in heel ons denken, spreken en gedrag.

Het tweede aspect is dat we ons, evenals bij de twee volgende beden, dienen te confronteren met onze eigen onheiligheid en zondigheid, die niet kunnen bestaan voor Gods heiligheid, en die daarom vergeving vereisen.

Het derde aspect is dat we ons geconfronteerd zien met de vijandschap van de wereld waarin we leven, die ook de heiliging van ons leven nodig maakt: afzondering in dienst aan de Here.

Gods wil

We moeten bij de tweede bede onderscheid maken tussen aan de ene kant Gods verborgen wil, dat is zijn raad, waarbij we zullen moeten aanvaarden wat God laat gebeuren. En aan de andere kant zijn geopenbaarde wil, zijn geboden, die we zullen moeten gehoorzamen (Deut. 29:29). Deze tweede bede is voornamelijk gericht op ons gehoorzaam handelen naar de geopenbaarde wil van God. Daarvoor hebben we Gods bijstand nodig, waarbij we onze eigen wil dienen te verloochenen.

Ons bidden zal erop gericht zijn om graag Gods wil in zijn Woord te kennen en te begrijpen. We bidden dan ook om de Heilige Geest dat Hij ons wijsheid van Boven schenkt en ijverig maakt om Gods geboden te willen doen en te jagen naar gerechtigheid en volmaaktheid (Matt. 5:48).

Gods Koninkrijk

Ook de bede om Gods Koninkrijk behoort deel uit te maken van ons dagelijks gebed. Wat wordt hiermee bedoeld? Het verstaan hiervan is erg belangrijk, willen we deze woorden van Christus niet inhoudsloos gebruiken.

Allereerst bidden we in deze bede om Gods hulp voor onze onderwerping aan Hem, als de Koning en aan zijn Heilig Woord. Zodat ons leven echt onze redelijke eredienst aan Hem wordt en we onze Here Jezus volgen als het enige Hoofd van de kerk.

We moeten ons daarbij dagelijks afvragen welk werk we doen voor de dienst aan Christus´ kerkvergadering. Bidden voor de komst van Gods koninkrijk zonder ons zelf in actieve dienst in zijn rijk geroepen te weten, heeft geen betekenis. Dat wil niet zeggen dat invaliden of ouderen geen actieve taak hebben. Want ook onze concrete voorbeden voor predikanten, ambtsdragers en de Opleiding tot de Dienst des Woords, en de voorbeden voor het kerkverband en de ene katholieke kerk van Christus vallen hieronder.

Belangrijk bij deze bede is ook de plaats van onze voorbeden voor de gemeenschap der heiligen met betrekking tot de concrete noden en redenen tot dankbaarheid bij andere leden.

Niet vergeten mag worden ons aanhoudend gebed voor de ouders in de gemeente om hun kinderen te kunnen opvoeden in de vreze van Gods naam en ons gebed om te voorzien in gereformeerd onderwijs.

Een ander aspect is het inroepen van Gods hulp voor het verspreiden van het evangelie door ons spreken over onze Heiland en door onze heilige wandel. Om zo tot een lichtend licht te zijn voor onze omgeving. Juist ook zieken en ouderen hebben hier een taak in.

De bede om de komst van Gods rijk zal een bede zijn om Gods onmisbare hulp in onze dagelijkse strijd van het geloof en in de strijd van de kerk. Opdat Hij de werken van de duivel zal verbreken. Ook zullen we daarbij ons verlangen uitspreken naar de dag dat Gods Koninkrijk voltooid en volmaakt is, op de dag van de wederkomst van onze Here Jezus Christus.

Vaderlijke zorg

De bede om ons dagelijks brood richt zich op onze afhankelijkheid van de Here voor al onze dagelijkse materiële benodigdheden en ondersteuningen. We moeten daarbij niet vergeten Gods hulp te vragen voor het beheersen door ons van welvaart en luxe. Om een goede rentmeester te zijn, waarbij we alle materiële gaven in zijn dienst besteden. Waarbij we ook weten te geven aan mensen in nood.

Een ander aspect bij deze bede is dat we niet bezorgd zullen zijn over onze inkomsten en de dagelijkse behoeften, maar dat we dit alles van de Here verwachten (Matt. 6:33). Het tonen van onze tevredenheid en van onze dank aan God voor alles wat we dagelijks ontvangen uit zijn vaderlijke hand, verdient in elk gebed een plaats.

Vergeving

Onze bede om de vergeving van onze zonden staat centraal in ons dagelijks gebed. Deze bede vraagt oprechte verootmoediging. God kent niet alleen al onze noden, onze behoeften, voordat we ze uiten (Matt. 6:8). Hij kent ook al onze zonden, zelfs de verborgen zonden van ons hart (Ps. 90:8). Hij wil dat we ook onze zonden concreet aan Hem belijden, zodat we er vergeving voor ontvangen. We moeten daarin algemeenheden vermijden, maar specifiek zijn. Ook dat vraagt een goede voorbereiding. Het hangt er natuurlijk wel van af waar we bidden, in de kerk, in ons gezin, of alleen in afzondering.

Bij het belijden van onze zonden mogen we ook zeker zijn van Gods genade. We behoren daarbij niet bang te zijn, want God is lankmoedig en genadig, vol van goedertierenheid en barmhartigheid. Hij vergeeft ons in Christus al onze ongerechtigheden, als wij Hem vrezen (Psalm 103).

Bij deze bede hoort de eis van de Here dat wij ook van onze kant een nederige houding van verzoening aannemen tegenover onze naasten, om hen vergeving te willen schenken in geval van geleden onrecht of andere zonden (Matt. 6:14). Ook daarvoor hebben we Gods hulp nodig.

Verzoeking en verlossing

Een ander essentieel onderdeel van ons dagelijks gebed is de bede om Gods verlossing van de boze, de grote tegenstander van God, die wij nooit mogen onderschatten.

Deze bede geeft uiting aan de behoefte aan Gods bijstand om onze eigen zwakheid te erkennen. En om in de kracht van de Heilige Geest in de strijd met satan, de wereld en ons eigen vlees, staande te blijven.

Ook hebben we Gods hulp speciaal nodig om verleidingen te weerstaan. Vooral in onze tijd moeten we dit niet vergeten voor ons dagelijks gebed. De wereld waarin wij en onze kinderen leven is zo verleidelijk en de verdrukkingen en beproevingen voor de kerk zullen niet stoppen voor de dag van de Here er is waarop Hij zal wederkomen. Maar ook: van onszelf kunnen we zelfs geen moment standhouden!

Ons gebed moet zijn dat God ons waakzaam maakt en ons zijn wapenrusting doet aantrekken met de hulp van zijn Heilige Geest (Ef. 6:10v). Laten we op dit punt ook voorbeden voor elkaar doen in de kerk in Nederland, Canada en elders.

(Wordt vervolgd)