Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Bidden (5)

Jaargang: 
4
Datum: 
24 mrt. 2010
Nummer: 
11
Schrijver: 
M. Oosterhuis-Sikkens
ID:
647
Rubriek: 

We zijn toegekomen aan de tweede bede. We zijn bezig met het uitleggen van het gebed dat de Here Jezus ons zelf geleerd heeft. Zo weten we hoe God wil dat we bidden. Vandaag gaat het over Het Koninkrijk van God.

Gods Koninkrijk

De Here Jezus heeft toen Hij op aarde was veel verteld over het Koninkrijk van Zijn Vader. Het is moeilijk uit te leggen wat het Koninkrijk van God precies is. En voor ons mensen is het moeilijk te begrijpen wat het is. Daarom vertelde de Here Jezus gelijkenissen erover zodat wij het beter begrijpen.
Denk maar aan de gelijkenis van de Goede Herder die een schaapje mist. De Here wil al Zijn kinderen verzamelen in Zijn Koninkrijk, niet één mag er missen. In het leven van de kinderen van God kun je merken dat ze bij Gods Koninkrijk horen. Ze leven anders dan de kinderen van de wereld. Ze dienen God in heel hun leven.

De gelijkenissen van het Koninkrijk

De Here Jezus vertelde de gelijkenis van het mosterdzaadje en het zuurdesem. Deze beide gelijkenissen gaan over het Koninkrijk van God. Lees Lucas 13: 18-21. Misschien wil je vader of je moeder het wel even voorlezen. Beantwoord daarna de vragen.
Vraag
Antwoord

1.Waar wordt het Koninkrijk van God in vers 18/19 mee vergeleken?

2. Wat deed iemand met dit zaadje

3. Wat groeide eruit?

4. Wie woonden er later in?

5. Waar wordt het Koninkrijk van God in vers 21 mee vergeleken?

6. Wie pakte dit?

7. Hoeveel maten meel deed ze erbij?

De Kerk

Het koninkrijk van God kun je nu al zien hier op aarde.
Kun jij zeggen waar je het Koninkrijk ziet?
Misschien denk je wel aan de jongste dag. Dan zal de Here Jezus terug komen en ons brengen naar de nieuwe hemel en aarde. Toch kun je het Koninkrijk nu al zien. Weet je waar?
In de kerk. Daar zie je dat mensen naar God luisteren en dat ze doen wat God zegt. Ze worden geregeerd door de Grote Koning.

Bewaar Uw kerk

In de kerk zijn goede herders maar ook valse. Soms wijzen mensen je de verkeerde kant op. Ze verdraaien de woorden van God, of ze leggen het anders uit. Ze willen bijvoorbeeld onder de geboden van God uitkomen. De duivel werkt dan in de Kerk om de mensen in de war te maken. Hij zorgt voor verdeeldheid en ruzie. Wij vragen bij deze bede of de Here het werk van de duivel wil verbreken, zodat de duivel niets kan doen in de Kerk. We vragen aan de Here of Hij er voor wil zorgen dat we bij de Here blijven en Zijn Woord niet verlaten. We vragen aan God of we elkaar lief mogen hebben in de Kerk als broeders en zusters en die liefde ook aan elkaar laten zien door eens iets voor een ander te doen. De Here bewaart Zijn Kerk, zonder de Here zouden alle mensen de koning willen zijn en naar zichzelf luisteren. De Here is de Koning en naar Hem moeten we luisteren.

Vermeerder Uw kerk

Als we bidden ‘Uw Koninkrijk kome’ vragen we ook of de Here ervoor wil zorgen dat er meer mensen onderdanen van God worden. Je vraagt aan de Here of de mensen die zonder God leven zich bekeren. Je vraagt of de Here hun ook in Het Koninkrijk van Hem wil brengen. We vragen aan God of Hij de Kerk wil ‘vermeerderen’, dit betekent groter maken. We vragen of God mensen wil bekeren. Vermeerderen van de Kerk gebeurt ook doordat in de gezinnen kinderen worden geboren. Ook zo wordt Gods Kerk groter. Sommige mannen roept de Here om dominee te worden. De Here werkt in hun hart zodat zij ernaar verlangen om Gods dienstknecht te worden. Zij mogen het evangelie van God vertellen aan anderen. Zo werken zij ook mee om Gods kerk te vermeerderen.

Het volmaakte rijk

Wanneer hoeven we niet meer te bidden om de komst van Gods Koninkrijk?
Dat kan pas als de Here Jezus terug is gekomen om Zijn kinderen Thuis te halen. Dus tot de jongste dag moeten we bidden om de komst van Gods Koninkrijk. ‘Tot de volmaaktheid van Uw rijk komt’. Volmaakt is dat alles goed en perfect is. Hier op aarde is zonde, pijn, verdriet, zorg, honger, ziekte armoede maar op de Nieuwe Hemel en aarde is dat er niet. Dan is al het zondige weg. Dan komt het volmaakte rijk van God.

Dan mogen we bij de Vader thuis komen. We weten niet wanneer dat zal zijn. De Here vindt het niet nodig dat we dat weten. Wij weten wel dat het gaat gebeuren. We moeten wachten net als de tien meisjes uit de gelijkenis van de dwaze en wijze meisjes (Matteus 25:1-13). We mogen dan komen op het bruiloftsfeest van de Here. Zijn bruid wordt dan thuisgehaald!

O, Heer die onze Koning zijt

Gezang 24 gaat over de dag van de bruiloft. Op deze dag zal de Here Zijn bruid, dat is de kerk, bij Zich thuis halen. De vetgedrukte woorden staan op de verkeerde plek. Zet achter de regel welk woord er wél hoort.
Vers 4
Juiste woord
Vers 5
Juiste woord

Wie kan zijn wereld en heilig recht,

O Heer die onzepoorten zijt,

ter kerk ooit verbreken!

laat niets uw bruiloft verhinderen,

Wie Vaderhuis Hem tegenspreken,

en open voor uw Koning

die voor Zijn hoog het pleit beslecht

de kindren van uw woning wijd

En haar na zal en kruis

Laat, met uw rijk aan,

voert in het strijd.

ons tot uw feestkleed gaan