Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Bewaar en vermeerder uw kerk

Jaargang: 
8
Datum: 
30 jul. 2014
Nummer: 
35
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
1403


1 Sam. 1:11

Toen deed zij een gelofte en zeide: HERE der heerscharen, indien Gij werkelijk naar de ellende uwer dienstmaagd omziet en mij gedenkt en uw dienstmaagd niet vergeet, maar aan uw dienstmaagd een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor zijn gehele leven de HERE geven en geen scheermes zal op zijn hoofd komen.

Een zoon

Hanna bidt niet gewoon om een kind voor zichzelf en Elkana. Maar als dienstmaagd van de HERE bidt zij om een mannelijke nakomeling. Om die vervolgens aan de HERE te mogen geven. Dat is bijzonder. Je zou verwachten dat Hanna ook graag kinderen om zich heen wil en daarvoor bidt. Maar ze vraagt een zoon om die vervolgens aan de HERE terug te geven. Om als de HERE haar een zoon schenkt, hem weer af te staan om geheel en altijd aan de dienst van de HERE te zijn gewijd.

Hanna bidt dus niet om een kind met als gelofte de HERE uit dankbaarheid daarvoor iets te willen geven. Nee, zij bidt om een zoon die zich heel zijn leven aan de HERE zou wijden als nazireeër. Er zou geen scheermes op zijn hoofd komen. Dat is kenmerkend voor het nazireeërschap, waarbij ook zal horen dat hij geen wijn mocht drinken. Heel zijn leven, net als Johannes de doper.

Hannas verdriet reikt dus veel dieper dan kinderloosheid op zichzelf. Haar leed is ook niet zozeer van persoonlijke aard zoals de achterstelling bij Peninna of het pesten van haar kant. Zij ziet haar ellende in het feit dat zij nutteloos is in een kerk die toe is aan reformatie.

Hanna weet van de moederbelofte. Ze bidt daarom om een mannelijke nakomeling. Zo zal ze als moeder aan de vervulling van de belofte van de Messias mee mogen werken. Hannas smeekbede aan de HERE is dat ze een zoon mag krijgen, die heel zijn leven ook juist dat zal mogen doen.

Kinderloosheid

Hierin ligt toch ook een aanwijzing hoezeer ook onze verlangens naar kinderen vervuld moeten zijn van de wens dat zij in hun leven de HERE zullen dienen. Waarbij ze ook de kerk zullen mogen meebouwen. Zodat het volle getal bereikt mag worden van Gods kerk bij de wederkomst van Christus. Het is een zegen op het huwelijk als de HERE kinderen geeft aan gelovige ouders. Maar die zegen moet dan wel gezien worden in verband met de bede Uw koninkrijk kome, waarmee gebeden wordt: HERE, bewaar en vermeerder uw kerk.

Gelovige ouders zullen dan ook hun doopbelofte willen nakomen. Ze zullen daar ook heel hun inzet aan willen geven.

Ook nu is kinderloosheid vaak reden tot verdriet. Ook in de kerk. We zullen daarvan niet meer kunnen zeggen dat het een teken van straf over de kerk is. Zeker niet met betrekking tot de gehuwden zelf. Maar wel zal ook dan het verlangen naar kinderen in de gebeden afgestemd dienen te zijn op de belangen van God en zijn kerk.

Als echtparen teleurgesteld worden, doordat de HERE hen geen of nog geen kinderen geeft, zullen ze toch mogen beseffen dat ook zij een even grote taak hebben om de kerk te helpen bouwen en bewaren. En dat ze ook daar dan gaven en krachten voor zullen mogen ontvangen van de HERE. Wellicht anders dan ze hadden gehoopt. Maar door Gods leiding toch goed.

Het blijft voor hen een gemis, maar de HERE geeft daarnaast ook rijke zegen, die niet minder is.

Als wij, gehuwden of ongehuwden, maar dienstmaagden en dienstknechten van de HERE willen zijn en daarvoor alles afbidden, wat nodig is. Met of zonder de gave van kinderen.

Gelovig gebed

Hanna loopt niet ontgoocheld bij de HERE vandaan na zoveel jaren wachten, maar stort heel haar ziel voor de HERE uit. God is het die het verlangen naar kinderen van de kerk soms extra versterkt door de moederschoot te sluiten. Zo wakkerde de HERE Zelf in een tijd van deformatie het verlangen bij Hanna aan om des te vuriger te bidden: HERE, uw koninkrijk kome. HERE, geef de kerk kinderen, opdat die u mogen dienen.

De situatie in Israël is donker. Ook Hanna ziet in de tempel, zo zegt vers 3, de priesters Hofni en Pinehas, de schandvlekken in de tempeldienst. Als we Hannas dankgebed van hoofdstuk 2 erbij betrekken, dan blijkt ze oog te hebben voor de verschrikkelijke afval in haar dagen. Ze benoemt daarin de hoogmoed, de verwaten taal, de onheilige en goddeloze daden, en het betwisten van Gods recht en eer. In verband daarmee heeft ze nu in haar smeekgebed haar HERE verzocht zijn almacht te tonen en haar, de onvruchtbare, toch een zoon te geven.

Een zoon die dan voorbestemd zal mogen zijn om mee te werken aan de reformatie van de kerk.

Ja, de HERE zal Zich in die weg Zelf een dienstknecht verschaffen door deze onvruchtbare moederschoot te openen. Maar Hij wil daarom gebeden zijn. Net zoals dat bij Abraham en Sara gebeurde, en bij Zacharias en Elisabeth. Zo gaat God zijn weg. Een weg die vaak tegen alle verwachting in gaat. Waarbij God krachtige werken kan doen, als antwoord op het gebed van een gelovige (Jak. 5:16).