Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Betrouwbaar

Jaargang: 
5
Datum: 
03 aug. 2011
Nummer: 
28
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
895
Rubriek: 

Enige tijd geleden, in nr. 21, hebben we geschreven over de vraag: Waarom misschien een andere Bijbelvertaling? Daarvoor gaven we drie belangrijke redenen: grote veranderingen in de taal, toegenomen kennis van de talen waarin de Bijbel oorspronkelijk was geschreven en zoveel als mogelijk is ons inzetten voor de eer van onze God.
In dit artikel bespreken we de normen waaraan een Bijbelvertaling op z’n minst moet voldoen. Ook dit artikel is een bewerking van een deel van de lezing die is gehouden op de laatste Bondsdag in Heerenveen.


Normen voor de vertaling

De eerste vraag was toen: Hebben we een andere vertaling nodig? Is er een reden om een andere Bijbelvertaling te onderzóeken?
Als ons antwoord positief is, dan zou de volgende vraag kunnen zijn: waaraan zou zo’n vertaling dan moeten voldoen? Welke eisen moeten we daar dan aan stellen?
We gaan uit van het “betrouwbaar en waarachtig” uit Openbaring 22: 6, waar we lezen dat Gods Woord betrouwbaar en waarachtig is. Zo verzekert de engel aan Johannes. Dat
betekent dat ook voor een vertaling de eis moet zijn: volkomen betrouwbaar. Geschikt om
ons geloof op te gronden. Dan zijn er een paar belangrijke voorwaarden.
Allereerst wat betreft de geloofsopvatting van de vertalers of herzieners. Vervolgens de keuze van de gebruikte grondteksten. En in de derde plaats de gevolgde vertaalmethode. In de praktijk blijken deze drie nauw met elkaar samen te hangen. We gaan ze één voor één bij langs.

Vertalen

De geloofsovertuiging van de vertalers of herzieners is sterk bepalend voor het resultaat van hun werk. Bijbelvertalen is nooit zonder meer een neutrale technische bezigheid. Zo van: we hoeven alleen maar nauwkeurig na te gaan wat een woord in het Hebreeuws of Grieks betekent, en we zijn er uit. Zo eenvoudig is het niet. Veel woorden kunnen meer dan één betekenis hebben. Alleen al het feit dat een woord in een andere context een andere betekenis kan krijgen, of door een andere nadruk een andere betekenis, maakt het vertaalwerk moeilijk. Welke betekenis moet dit woord nu krijgen in deze tekst? In dit verhaal? Een extra moeilijkheid is dat in de taal van het Oude Testament, het Hebreeuws, geen klinkers worden neergeschreven. Dat is bijvoorbeeld een van de redenen dat de naam van de HERE op meerdere manieren wordt geschreven. (Jahweh, Jehova). Ook zijn er woorden en uitdrukkingen die in het Nederlands gewoon niet letterlijk weer te geven zijn. Daarvoor moet dan een omschrijving gezocht worden, zo, dat de boodschap toch dezelfde blijft. En soms schiet de kennis te kort, dan weet men het gewoon niet precies. En dat geldt ook voor de zinsbouw: voor de plaats van een woord in een zin, voor de volgorde van de woorden.
En dat zijn dan enkele van de meest voorkomende problemen. Er zijn nog talloos veel andere vragen bij het vertalen die met zich mee brengen dat de vertalers een keuze moeten maken uit meerdere mogelijkheden.

Keuzes

En bij het maken van die keuzes komt het er op aan. Wanneer je er van overtuigd bent, wanneer je van harte gelooft, dat de Bijbel Gods eigen volkomen Woord is, dan zul je bij het maken van die keuzes proberen de oorspronkelijke tekst zo letterlijk mogelijk weer te geven. Uit eerbied voor de oorspronkelijke door de Heilige Geest ingegeven tekst. Dan zul je proberen je eigen gevoelens en aangeleerde interessante inzichten zoveel mogelijk er buiten te laten.
Maar wanneer je dat niet gelooft, wanneer je van mening bent dat de Bijbel weliswaar een interessant en waardevol document is, maar wel een menselijk geschrift, dan zul je ook in je vertaalarbeid die grote eerbied voor de oorspronkelijke tekst niet hebben. Dan geef je voorrang aan wetenschappelijke inzichten. Aan eigentijdse moderne meningen en vooroordelen. Aan de geest van de tijd.
Ja, dan is de kans groot, en in de praktijk altijd zichtbaar, dat de mens zichzelf en zijn eigen inzichten en meningen tussen de oorspronkelijke tekst en de vertaling stelt. Dan wordt de vertaling onbetrouwbaar.

Geloof

Dat hebben we zien gebeuren bij de Groot Nieuwsbijbel, bij Het Boek en bij de Nieuwe Bijbelvertaling.
De geloofsovertuiging van de vertalers heeft grote invloed. De Nieuwe Bijbelvertaling bijvoorbeeld is daar een goed voorbeeld van. Die is tot stand gekomen met hulp van taalwetenschappers en theologen uit vele kerkgenootschappen in Nederland en Vlaanderen. Van gereformeerd tot remonstrants. En daarbij is ook de mening van rooms-katholieken en zelfs van Joden meegenomen. Want de Nieuwe Bijbelvertaling moet, zo is het ideaal, een vertaling zijn voor iedereen. Niemand moet zich daaraan kunnen stoten. Oecumenisch. Daarom een brede vertalersgroep. En omdat verreweg de meeste vertalers lid waren van een kerkgenootschap waarin de Bijbel niet meer gezien wordt als Gods eigen Woord, of zelfs helemaal geen band met een kerkgenootschap hadden, daarom kreeg de zondige toepassing van de wetenschap de overhand in het vertaalproces. Eerst de taalwetenschap. Daarna de moderne theologie met al haar van Gods Woord afwijkende theorieën. Het heeft geleid tot een zeer onbetrouwbare vertaling. Wel “mooi” en zonder al te veel voor verschillende richtingen aanstootgevende teksten, maar niet in overeenstemming met de oorspronkelijke boodschap. Het “zo zegt de HERE” speelde geen rol meer. Een, naar de overtuiging van de vertalers, menselijk geschrift werd aangepast voor de moderne mens van deze tijd.
Dat is dus de eerste belangrijke eis: Bijbelvertalers moeten art. 3 t/m 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis van harte kunnen onderschrijven en vast geloven dat de Bijbel Gods eigen Woord is.

Handschriften

Een tweede eis heeft te maken met de grondtekst, de oorspronkelijke tekst waarin de Heilige Geest de Bijbel liet opschrijven. Voor welke uitgave van de grondteksten is gekozen? Helaas zijn er naast betrouwbare ook onbetrouwbare versies van grondteksten, van de oorspronkelijke Bijbelboeken. De echte oorspronkelijke boekrollen bestaan niet meer. Wij moeten het doen met overschrijvingen uit de eerste eeuwen na Pinksteren. En dan blijken er tussen de vele overschrijvingen nogal wat verschillen te zitten. Voor het Oude Testament valt dat nog wel mee. De wetenschap is het redelijk eens over welke handschriften (zo noemen we die boekrollen) de meest betrouwbare zijn. Maar voor het Nieuwe Testament ligt dat moeilijker.

Byzantijns

De handschriften met de boeken van het Nieuwe Testament kunnen we grofweg in twee groepen verdelen. De ene groep noemen we de Byzantijnse teksten of meerderheidsteksten. De andere Alexandrijnse of minderheidsteksten.
De Byzantijnse teksten komen allemaal uit het gebied van de stad Antiochië. Die stad kennen we uit de Bijbel. Paulus en Barnabas werden vanuit de gemeente te Antiochië uitgezonden. De handschriften uit die regio komen allemaal erg overeen. Er zijn weinig onderlinge verschillen, ook al liggen er soms vele jaren tussen in ouderdom. Daarom werd geconcludeerd dat deze handschriften steeds erg nauwkeurig waren overgeschreven. En dus erg betrouwbaar. Een grote meerderheid van Bijbelwetenschappers was eeuwenlang die mening toegedaan. Vandaar “meerderheidsteksten”. Ook wel Textus Receptus.

Alexandrijns

Met de Alexandrijnse teksten ligt het wat anders. Die zijn overgeschreven in Alexandrië en omgeving. Alexandrië bestaat nog steeds. Het is de tweede stad in grootte in Egypte. Alexandrië was in de eerste eeuwen na Pinksteren een centrum van wetenschap. En die wetenschap was gestempeld door het denken van de heidense Grieken. Door de Griekse filosofie. Daarin is het menselijk verstand heel belangrijk. Logisch redeneren en kennis door eigen waarneming gaan voorop. Uit de Bijbel kennen we een mooi voorbeeld van een situatie waarin die Griekse wetenschap een rol speelt: Paulus op de Areopagus, Handelingen 17.
Die handschriften uit Alexandrië vertonen wel heel veel onderlinge verschillen. Duizenden! O.a. om die reden werden ze minder betrouwbaar geacht en lange tijd slechts door een minderheid belangrijk gevonden. Tekenend is dat deze handschriften de voorkeur gingen krijgen tegelijk met de doorwerking van de moderne schriftkritiek! Ze worden ook wel aangeduid als “kritische tekst”.
O.a. de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uitgegeven in 1951 (NBG51), onze huidige kerk- en gezinsbijbel, is gebaseerd op de Alexandrijnse teksten. En dat geldt voor de meeste nieuwere vertalingen. Ook voor de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV).
(Overigens is het opmerkelijk dat er tegenwoordig onder wetenschappers weer meer aandacht komt voor de Byzantijnse teksten; blijkbaar zijn ze ook wetenschappelijk bezien toch niet van mindere kwaliteit zoals in de voorbije eeuw vaak werd gesuggereerd).

Zoals zo vaak blijkt: er is niets nieuws onder de zon. Blijkbaar konden veel christelijke wetenschappers uit Alexandrië zich moeilijk losmaken van de moderne wetenschap van hun dagen en brachten ze, ieder voor zich, “verbeteringen” aan bij het overschrijven van de Bijbelboeken.
Er zou over die zaken nog veel meer te zeggen zijn, het ligt allemaal wetenschappelijk gezien wat genuanceerder, en het gebruik van de grondteksten is niet altijd een zwart-wit-verhaal, maar in grote lijnen komt het toch wel neer op wat we hier neerschrijven.
De conclusie is dat een betrouwbare Bijbelvertaling gebaseerd moet zijn op betrouwbare handschriften, de meerderheidsteksten uit Antiochië.

Formeel-equivalent

In de derde plaats is een heel belangrijke voorwaarde voor een betrouwbare Bijbelvertaling de gevolgde vertaalmethode. Ook in de keuze van de vertaalmethode, de manier waarop vertaald wordt, zitten grote verschillen.
Vertalers doen het meest recht aan de grondtekst als ze zo letterlijk mogelijk vertalen. Helemaal letterlijk vertalen gaat niet. Dan krijg je zogenaamde “indianentaal”: een woordgebruik en een zinsbouw zoals die wel in stripverhalen worden gebruikt om het spreken van Indianen weer te geven. Zinnen die in het Nederlands eigenlijk onzin zijn. Onbegrijpelijk en oneerbiedig. Het Hebreeuws en Grieks verschillen te veel van het Nederlands. En een leesbare Bijbelvertaling moet wel uit goede Nederlandse zinnen bestaan. Maar het is wel belangrijk om zo letterlijk mógelijk te vertalen. Als letterlijk niet mogelijk is, kies dan een woord, een begrip of een omschrijving met dezelfde betekenis. Maar ga vooral niet interpreteren, ga vooral niet uitleggen in de vertaling. Ga vooral niet af op vermeende bedoelingen en gevoelens. Dan schuif je jezelf tussen Gods Woord en de Bijbelvertaling.
Op zo letterlijk mogelijke manier vertalen heet “formeel-equivalent”. Equivalent betekent gelijkwaardig. Die methode wordt ook wel genoemd “concordante vertaalmethode”. Concordant wil zeggen dat hetzelfde woord op zoveel mogelijk plaatsen in de Bijbel ook met hetzelfde Nederlandse woord vertaald wordt. Alweer: honderd procent concordant vertalen is niet mogelijk maar het kan wel heel vaak. Als dat gebeurt wordt het heel duidelijk waar bijvoorbeeld in een Psalm of in het Nieuwe Testament een tekst uit een ander Bijbelboek wordt aangehaald. Dan wordt de eenheid van de Schrift zichtbaar.
Zo de Bijbel vertalen geeft een zeer betrouwbaar resultaat.

Statenvertaling

Een vertaling die op die manier, zo letterlijk mogelijk maar tegelijk in leesbaar Nederlands is gemaakt, is de oude Statenvertaling. Nog altijd geldt de Statenvertaling als de meest nauwkeurige vertaling in het Nederlandse taalgebied. We moeten niet vergeten dat de Statenvertaling uiteindelijk een directe vrucht is van de reformatie van de kerk!
Het mooie van de Statenvertaling is dat de statenvertalers bij hun vertaling ook de zogenaamde kanttekeningen hebben gegeven. In die kanttekeningen leggen ze voortdurend uit waarom ze een bepaalde keuze gemaakt hebben. Of, wanneer ze niet helemaal zeker waren, hoe een bepaald woord ook zou kunnen worden vertaald. En ze laten daarin ook verbanden zien in de Bijbel. Heel open en eerlijk. Die kanttekeningen geven nog altijd een schat aan informatie voor Bijbelstudie. Ik denk dat op veel van uw verenigingen daarvan ook gebruikt wordt gemaakt.

Andere vertalingen

In het vorige nummer trof u een hoofdartikel aan over de “King James Bijbel”. Zeg maar de “Engelse Statenvertaling”. Die is ook ongeveer volgens bovenstaande principes tot stand gekomen. En wordt dan ook zeer betrouwbaar geacht.
Het lijkt me goed om hier ook te wijzen op de door ons tot op heden gebruikte vertaling uit 1951. Is die zo heel erg verkeerd? We moeten wel zorgvuldig zijn in ons antwoord op die vraag. Tenslotte gebruiken we die vertaling alweer bijna zestig Jaar. Maar er kleven wel gebreken aan. Die vertaling is tot stand gekomen door ongeveer dezelfde goede vertaalmethode. Maar daarbij is wel gebruik gemaakt van de kritische, minder betrouwbare grondtekst. Daardoor bevat de vertaling 1951 hier en daar onjuiste teksten.

Hedendaagse Bijbelvertalingen gaan van heel andere methoden uit. Zo is, heel kort gezegd, bij Groot Nieuws het uitgangspunt geweest dat de lezer van vandaag de bedoeling van de oorspronkelijke tekst moet begrijpen, zodat hij of zij ook op dezelfde manier kan reageren als de mens uit de Bijbelse tijd. Nu, u begrijpt wel, als je gaat praten over bedoelingen en reacties, dan gaat het over moderne theologie.
En de Nieuwe Bijbelvertaling maakt gebruik van een wat aangepaste methode: de tekst van de Bijbel moet dezelfde fúnctie hebben als de oorspronkelijke tekst. Dan gaat de discussie over wat precies de functie is geweest. Dan wordt het heel belangrijk of het gaat om een militair bericht, of een verhalend stuk tekst, of een gedicht ...... Dan krijgen de eigen fantasie en de taalwetenschap voorrang boven de theologie. Het concordant vertalen is daarbij losgelaten.

We vatten het samen. Vertalers die vast geloven dat de Bijbel Gods eigen Woord is, gebruik van de meerderheidsteksten en gebruik van de concordante vertaalmethode: de belangrijkste voorwaarden voor een echt betrouwbare weergave van Gods eigen Woord.