Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Ben ik wel gehoorzaam? Altijd?

Jaargang: 
9
Datum: 
23 sep. 2015
Nummer: 
26
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
1549
Rubriek: 


De Here Jezus vraagt van ons dat wij de Here, onze God, liefhebben. Met geheel ons hart, met geheel onze ziel en met geheel ons verstand. En ook dat wij onze naaste liefhebben als onszelf (Matth. 22:37-39). Doen we dat eigenlijk wel, leven zoals Hij vraagt? De Here vraagt dat omdat onze God ons gemaakt heeft. Hij houdt van ons en wil ons volmaakt hebben en houden tot in eeuwigheid.Hij heeft tenslotte zijn Zoon naar deze wereld gezonden om ons te bevrijden van onze tekortkomingen: zonden die we door eigen schuld veroorzaken. We hebben daarom alle reden om dankbaar te zijn voor de verlossing van al onze gebreken. Blijkt die dankbaarheid uit een gehoorzaam leven in al onze gedachten, woorden en daden?Het gaat zo vaak anders.

Mozes

En zo gauw.

Dat zien we zelfs bij Mozes. De man met wie God een bijzondere relatie had. Die bijzonderheid bleek onder andere hieruit dat God rechtstreeks met hem sprak. Van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend (Ex. 33:11).

Hoe kon dat dan gebeuren, die ongehoorzaamheid van Mozes?

Het gebeurde bij Kades. Het twistwater.

Het volk Israël twistte met Mozes (Num. 20:2-13). Het volk maakte ruzie met Mozes. Dat hield in dat het volk, dat was het kerkvolk, zich niet verenigde met de weg die God met hen ging; het volk had dorst in de woestijn en geen water. Het beschuldigde God en eiste rekenschap van Hem. Dat was een grote zonde, welke de HERE zeker zal straffen (1 Sam. 2:10). Wee Hem die met zijn Formeerder twist (Jes. 45:9), zal een balletje leem opstaan tegen de Pottenbakker (Jer. 18)?

Mozes werd boos vanwege het ongeloof van, en het ruzie zoeken door het volk. Mozes werd driftig en verloor zijn geduld, zodat hij zich aan de HERE vergreep. Mozes moest tot de rots spreken, maar hij ging slaan, twee keer zelfs (Num. 20:10-12). Maar de HERE werd niet moe om Zich te blijven ontfermen over zijn uitverkoren volk. En de HERE wilde zijn knecht niet tot schande maken en zijn volk niet van dorst laten omkomen in de woestijn.

Daarom sprongen er toch stromen van water uit de rots en kon het volk zich te goed doen.

Maar hoe ging dat? Mag Mozes dan maar alles doen wat in zijn hoofd opkomt?

Hij heeft de HERE niet geheiligd voor het gehele volk. Zal de HERE dat zomaar accepteren? Dat is uitgesloten.

Het kerkvolk

De HERE vertoornde Zich op Mozes, weliswaar omwille van het volk (Deut. 1:37). Dat betekent dat het gedrag van het volk de oorzaak was van de boosheid van de HERE op Mozes. Dat wordt ons nadrukkelijk meegedeeld in de Bijbel, zie o.m. ook Deut. 3:26, 4:21 en Ps. 106:32. Mozes wordt niet vrijgepleit van schuld, maar het accent van de schuld verschuift van Mozes naar het volk. De HERE maakt ons duidelijk dat Hij echt geen werkeloos toeschouwer is bij de zonde die zijn kinderen en zijn volk bedrijven.

Hij is een heilig God. Mozes moest God heiligen.

Wij heiligen God als wij van al zijn deugden en werken met eerbied spreken en door onze daden de oorzaak geven dat Gods Naam geprezen en grootgemaakt wordt.

Dat deed Mozes niet. Mozes sprak tot de gemeente in plaats van tot de rots. Dat was verkeerd.

In plaats van op God te wijzen, wijst Mozes op zichzelf. Hij sprak van `wij´ en niet van de daden van de HERE. Mozes verloor daardoor zijn gehoorzaamheid. Hij heiligde God niet, sprak niet van zijn grote daden, gaf Hem geen eer.

Door ontrouw of eigenmachtig optreden van profeten wordt Gods woord van kracht beroofd.

God handhaaft het recht

God toont zijn volkomen rechtshandhaving ten opzichte van iedereen, ook als het een man betreft als Mozes en het begrijpelijk overkomt dat hij zijn geduld verloor. Mozes was immers lid van het volk dat aan het ruzie zoeken was met zijn God. Iedereen kan vallen, zelfs al is hij nog zo´n grote in het koninkrijk der hemelen, zoals Mozes, een man die onze God altijd zo trouw diende.

In onze werken waarin, oppervlakkig gezien, alleen maar deugdzaamheid schittert, zijn toch vaak verborgen zonden aanwezig die het menselijk oog niet opmerkt; maar God ziet dat wel. Als we in toorn ontbranden door de zonden van anderen, moeten we oppassen dat niet een tegenovergestelde beproeving onze gevoelens in haar greep krijgt, zoals bij Mozes.

Het ongeloof van het volk, en als gevolg daarvan ook het ongeloof van Mozes bij het twistwater, is een ernstige zaak. Want wie de wil van de Heer heeft gekend en niet gedaan heeft, zal vele slagen krijgen (Lucas 12:47).

God is heilig en rechtvaardig

God echter toont dat Hij zijn volk wil bewaren èn dat Hij ook altijd rechtvaardig is.

Daaruit blijkt dat het wezen van God liefde is. Door de zonde te veroordelen geeft God de mogelijkheid tot bekering en houdt Hij daardoor de weg naar het eeuwige geluk open.

Ook dat is gebleken, en de HERE heeft Mozes daarbij weer ingeschakeld.

Mozes vraagt aan de HERE om een herder aan te stellen die een herder voor het volk is (Num. 27:17). Mozes vraagt hiermee om een herder die altijd trouw is in leer en leven, en de schapen zal aansporen opdat iedereen zijn of haar plicht en taak behoorlijk zal vervullen, zodat ieder zowel in het geestelijke als in het lichamelijke leven wèl vaart.

Mozes mag later het volk vertellen dat de HERE een profeet uit hun midden zal verwekken, zoals hij is, naar Hem zal het volk luisteren (Deut. 18:15, Hand. 3:22). Want de Middelaar moet de schuld van het volk dragen. God is groot van mededogen. Ondanks de zonde van Mozes gaf Hij het begeerde en zo nodige water voor mens en vee. God geeft de voortgang van het leven voor zijn volk. Altijd (2 Tim. 2:13).

God is altijd rechtvaardig, ook als zijn Zoon in onze plaats treedt. Hèt grote verschil is dat de Opvolger van Mozes verzocht is geweest zoals wij, doch zonder zonde te doen (Hebr. 4:15). Jezus, dé Middelaar, betrad op grond van Gods recht als Eerste het Beloofde Land van het hemels heiligdom.

Hoogmoed

Uit het feit dat het volk twistte met Mozes en daarin duidelijk maakte het woord van de HERE niet te geloven, blijkt weer dat de satan zijn aanval op de kerk inzet door de leugen. Dat begon in het paradijs door het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad als een begeerlijke zaak voor te stellen. De satan is de vader, ofwel de uitvinder, van de leugen (Joh. 8:44). Hij houdt niet op met zijn pogingen om Gods kinderen in een leugen te laten geloven. Woorden van mensen komen dan in de plaats van Gods woorden.

Hoogmoed gaat dan regeren in de kerk. Kerkleden hebben dan een te hoge dunk van zichzelf, komen tot eigenwaan, opgeblazenheid, zelfverheffing in eigen gedachten, groot denken van eigen prestaties en gedachten.

Dan komen er leiders die zich ontpoppen als valse profeten, die verkeerde leiding gaan geven. Daarbij worden Gods trouwe profeten vaak ook verdrukt, geslagen, lichamelijk geweld aangedaan, voorgesteld als ouderwets, die niet meer passen in de ontwikkelingen van de tijd.

Satan gebruikt geweld

Dat zien we onder meer ten tijde van de regering van koning Achab. Een leugengeest maakt zich meester van al de profeten, vierhonderd, van de koning. Een leugengeest is een geest die onwaarheid uit zichzelf voortbrengt en anderen zover brengt de leugen te geloven en de waarheid te verachten. Zedekia werpt zich op als hun aanvoerder in hun verwerping van de éne trouwe profeet, Micha. Hij slaat hem op de kaak en demonstreert daardoor zijn grote minachting voor de trouwe profetie (1 Kon. 22:6,11,22-28). Ook Jeremia, de trouwe profeet, kreeg klappen (Jer. 37:15). Profetieën van de slagen die Jezus Christus zou krijgen (Marcus 15:15, Joh. 19:1).

Het zijn ook profetieën van de slagen die zijn trouwe nieuwtestamentische profeten zouden krijgen. Paulus werd geslagen op bevel van de hogepriester (Hand. 23:2), kreeg later zeer veel slagen, vijf keer de veertig-min-één-slagen en werd ook nog driemaal met de roede gegeseld (2 Kor. 11:23-25). Trouwe profeten worden aangevallen vanuit de kerk. Alexander de koperslager heeft Paulus en diens woorden veel kwaad berokkend (2 Tim. 4:14,15). Diotrefes, de ontrouwe leider van de gemeente, zal door de apostel Johannes herinnerd worden aan zijn boze werken (3 Joh.:10). Valse profeten zullen het trouwe kerkvolk stoten en dringen, zodat ze het niet meer kunnen uithouden in de kring waar de valse profetie gewonnen heeft (Ezech. 34:21). Hendrik de Cock en K. Schilder zijn veracht en uit de kerk verwijderd. Bij de reformatie in 2003/4 waren er kerkenraden die het kerkelijk vermaan en de censuur als wapen gebruikten.

Maar: als het recht van de sterkste gaat heersen zal de Here Zelf recht gaan spreken. Er komt een dag dat zal blijken dat de woorden van de trouwe profeten op waarheid berusten (1 Kon. 22:25). Het trouwe gemeentelid Gajus werd door de apostel Johannes bemoedigd vanwege zijn trouw (3 Joh.).

Satan blijft liegen

Voor alle gelovigen die trouw willen blijven aan het Woord, is het tevens de boodschap dat de satan niet zal ophouden om twist en tweedracht te blijven zaaien. Hij zal bezig blijven om de mens zover te krijgen dat er meer geloof wordt gehecht aan de eigen gedachten en woorden dan aan het Woord van God.

Ook bij het begin van de nieuwtestamentische gemeenten bleek dat al vrij snel. In het begin van zijn eerste brief aan de gemeente te Korinthe waarschuwt de apostel tegen scheuring, ook al gebeurt dat met een beroep op een bepaalde leraar, zoals Paulus, Apollos of Kefas (1 Kor. 1:10-12). De leraars moeten het evangelie niet mooi maken met menselijke wijsheid, maar spreken in eenvoud en kracht van de Geest. Er zijn nl. twisten onder hen, die hun leraren raken en betrekking hebben op gevoelens in leerstukken en plechtigheden die leiden tot onverantwoorde situaties, ja zelfs tot scheuringen. Velen hebben een persoonlijke voorkeur voor een leraar die zij volgen. Ze gedragen zich puur menselijk en komen daardoor op gevaarlijk terrein.

Gemeenschap met de Here sluit frontvorming uit en sluit gemeenschap met elkaar in (1 Kor. 1:10). Het gevaar is aanwezig dat we ons zo snel schuldig maken aan de gemeenschappelijke dwaling om de woorden van leiders tot norm te verheffen en daardoor minder aandacht te schenken aan het Woord van de Here. Dat is heel gevaarlijk, want zelfs leraars met veel aanzien kunnen vallen door toedoen van het kerkvolk, zoals Mozes in het Oude Testament en Petrus in het Nieuwe Testament, die zich enige tijd liet meeslepen door de judaïsten (Galaten 2:11-14). Gelukkig heeft hij zich laten gezeggen door de ware profetie en kwam hij terug van zijn dwaling (2 Petr. 3:14,15).

Geestelijk inzicht verandert de gelovige

Hoogmoed maakt partijzuchtig (Spr. 13:10). Kerkleden kunnen twisten over hun leraren. Twistmakers doen aan partijvorming en zetten leraren aan hun hoofd. Daardoor brengen zij voorgangers in de verleiding om te gaan spreken over hun `achterban´, alsof de kerk een organisatie is waarin elke leider zijn eigen aanhangers op de achtergrond heeft. Dan ontstaat de situatie dat men zich laat leiden door de eigen vleselijke = onveranderde inzichten en eigen belangen. Pas op: hoogmoed kan christenen tot opstand tegen elkaar brengen. Zover zelfs dat men Christus tegen elkaar verdeelt (1 Kor. 1:12).

De kerk is een gemeenschap waarin herders zijn aangesteld om de schapen van de kudde te weiden in de grazige weiden van Gods Woord. Scheuringen maken mensen tot leiders en trekken de aandacht af van de Here. Een roep zoals: ik ben van Dijkstra, ik ben van Heres, ik ben van Van Gurp, maar ik van Koster en ik van De Marie, mag onder ons niet gehoord worden. Zo´n roep komt vanuit een vleselijk, dat is onveranderd, leven; dat is een leven zonder besef van verbondenheid met en verantwoordelijkheid voor de naaste in Christus. Het motief daarvan is eigenbelang, roemen in bepaalde leiders in plaats van zich in te spannen om zuiver te leven in gedachten, woorden en daden in overeenstemming met het Woord van God.

Twisten en de eenheid scheuren mag niet. Desondanks zal het gebeuren dat eigenwillige gemeenteleden gaan twisten en voor zich eigenwillige leraars zullen aanstellen om hen verder te leiden op het pad van de eigenwilligheid (2 Tim. 4:3,4).

We moeten niet zo doen als de heidenen die hun voorkeur hebben voor een spreker. Zij zoeken imponerende wijsheid, waarbij de onveranderde mens heerlijk kan blijven strijden (1 Kor. 3:4).

Christus is onze Steenrots en Herder

Profeten echter zijn dienaars. Werktuigen in Gods hand die het evangelie verkondigen. Het geloof is een gave van God en Christus is de Oorzaak en de Voleinder daarvan. Waar geloof maakt vreedzaam en niet twistziek. Door de stroom die uit Christus ontspringt, worden al zijn gelovigen gedrenkt en verkwikt. Hij is onze Steenrots (1 Kor. 10:4).

Een leraar verdient alleen gezag als hij een dienaar is van Christus. Niemand mag zich verheffen op grond van zijn grote voorrechten, verdiensten of belijdenis.

Als het recht van de sterkste heerst, zal de HERE Zelf recht spreken (Ez. 34:22). En Gods kind zal zingen:

Twist, HERE, tegen wie met mij twisten, bestrijd wie mij bestrijden.

De HERE is groot, die welgevallen heeft aan het heil van zijn knecht (Psalm 35:1,27).

Het is Christus Zelf die zijn schapen zal bewaren. Zo sprak onze grootste Profeet en Leraar:

Zalig de armen van geest, want van hun is het Koninkrijk der hemelen.

Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Zalig zijt gij wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd.

(Matth. 5:3,8,11,12).