Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Behoud gepredikt op de Pinksterdag (1)

Jaargang: 
1
Datum: 
23 mei. 2007
Nummer: 
20
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
92

Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht, Hand. 2:40b

Behoud door het evangelie van de verhoogde Christus

De tekst van deze schriftoverdenking vormt de afronding van de pinksterpreek, die Petrus heeft gehouden ten aanhoren van de Joden. Joden uit allerlei landen van de wereld waren op dat moment bijeen gekomen in Jeruzalem om het oogstfeest te vieren. Leden van het volk van het oude verbond, waaronder vele vrome Joden (vs 5). Dus mensen die de wet en de profeten kenden. En naast al die Joden was daar ook de kerk van het nieuwe verbond in Christus aanwezig, slechts zo’n 120 mensen onder wie ook de 12 apostelen. Petrus had zojuist uit de Schrift aangetoond wat hier op de Pinksterdag gebeurde: alles lag onder de klem van de gerichtsprofetie van Joël (vs. 16-21). Deze oudtestamentische profetie liep uit op het grote appèl aan hen allemaal:

    En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden. (vs 21)

Dat behoud als redding in het komende gericht, heeft Petrus in zijn preek uitgewerkt.
Hij spreekt de joden aan als mannen van Israël, als kinderen van het oude verbond. Zij hadden Jezus Christus, die weliswaar door Gòd was voorbestemd als offer voor de zondeschuld, gekruisigd en gedood. Maar, zegt Petrus, God is machtiger, Hij heeft Hem uit de doden weer opgewekt. Dat hebben wij allen met onze eigen ogen gezien en getast. Deze Jezus is na zijn opstanding opgevaren naar de hemel en door de Vader verhoogd en bekleed met heerlijkheid en macht. Hij is het Die regeert over de hele wereld en Hij zal terugkomen als rechter. Hij zal zijn vijanden verpletteren. Petrus verwijst naar David, die dit als profeet al in zijn psalmen (16, 110) voorzegd heeft. De Joden kennen deze psalmen. Ze moeten nu tot de erkenning komen dat dit alles is vervuld. En dat wat ze nu èn zien èn horen, die wonderlijke en indrukwekkende tekenen, er zijn omdat diezelfde Christus nu Zijn Geest uitstort (vs 33). De Joden kunnen er niet om heen: iedereen in Israël, heel de kerk van het oude verbond moet het nu zeker weten: Jezus, die zij gedood hadden, heeft God èn tot Here èn tot Christus gemaakt (vs 36). Schrift en tekenen getuigen daarvan. Petrus wil hen brengen tot de erkenning dat de Here Jezus ook hun Here is, ook hun Messias, ook hun Verlosser.

Dezelfde Petrus die Christus driemaal verloochend had toen het erop aankwam om zijn naam in het openbaar te belijden, neemt nu vrijmoedig en vol geestdrift het woord. “Dus moet het hele huis van Israël zéker weten”. Onomwonden en met grote kracht, belijdt Petrus nu de Naam van Christus en roept hij publiek al die Joden op tot bekéring. Dat is geen mensenwerk , maar gave van de Heilige Geest. In de Geest komt de kracht van de verhoogde koning Christus in en op de kinderen van God. Ook op de zwakke Petrus.
De Heilige Geest geeft kracht niet alleen aan apostelen en ambtsdragers, maar aan heel zijn kerk. De kracht van het geloof, de kracht om het Woord van God aan te nemen en als profeten uit te dragen. Allen worden tot profeten. De Heilige Geest geeft ze de woorden van God in hun mond. En het verkondigde Woord komt met bevel van geloof en bekering.
De Joden worden door deze stellige woorden in de crisis gebracht. Ze zijn erdoor geroerd. Ze hoorden van hun ellende. Dat ze de Christus, die hen eeuwig leven kan geven, hadden verworpen, afgewezen, gekruisigd en doorstoken. Maar Gods Woord keert nooit ledig terug. Het wordt aangenomen of verworpen. We lezen hier dan ook wat dit Woord uitwerkt in de mensen die het horen. Ze vragen zich af: “Wat moeten wij doen, mannen broeders?” (vers 37).

Dan antwoordt Petrus in vers 38: “Bekeert u”, dat wil zeggen: keert u om. Kom terug van verkeerde, kromme wegen naar de rechte wegen van de Here! Terug naar uw God en Zijn Woord. Er is nog een heden van genade voor Israël, dat de verlosser heeft verworpen. Maar dan klinkt hierin tegelijk mee de grote klem van “Heden indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.” Want wat de Here door de mond van Petrus en in de kracht van de Heilige Geest aanbiedt, zijn zékere beloften van redding van de toorn van God. Zekere beloften van eeuwig heil. Maar wie die beloften verwerpt, gaat niet alleen zelf verloren, maar diens kinderen lopen ook grote kans om buiten het verbond te blijven.

De satan zal alles in het werk stellen dit Woord van behoud te verdoezelen, en onwerkzaam te maken. Daarom geldt ook voor alle lokkende wonderverhalen en wondertekenen die het ware Pinksterevangelie tegenwoordig verduisteren het woord van Jezus:

    En men zal tot u zeggen: Zie, daar is het; zie, hier is het! Gaat er niet heen, en loopt het niet na.

In een tijd van allerlei charismatische bewegingen is het belangrijk te luisteren naar 2 Tess. 2 waarin gewaarschuwd wordt voor allerlei misleidende krachten, geestesuitingen, verlokkende tekenen en bedrieglijke wonderen, die bedoeld zijn om de kerk van Christus af te trekken. Velen zullen in die leugens geloven, doordat ze de dwaling lief hebben gehad boven de waarheid, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. De dwaling van het eigen gevoel en daarom van het compromis, de synthese met de wereld. Maar daartegenover wil het Pinksterevangelie deze schitterende en schiftende boodschap laten uitgaan: “laat u behouden uit dit verkeerde geslacht.”

Behoud in de gemeenschap van het verbond

Op Pinksteren start de nieuwe bedeling van het genadeverbond. De besnijdenis heeft afgedaan, omdat Christus’ bloed eens en voor goed heeft gevloeid en de zondestraf is gedragen. De doop op de naam van deze Verlosser is er voor in de plaats gekomen. Als garantieteken dat Christus ook mij afgewassen heeft en mij eeuwig leven geeft. Ook het pascha is afgeschaft en het avondmaal mag worden gevierd. Doop en avondmaal als tekens en zegels van het nieuwe verbond.
We zien dat op deze dag allemaal bij elkaar: Christus die zijn Geest aan zijn Kerk geeft als eerste gave. Wij horen de Woordverkondiging door de ambtsdragers, die vervuld zijn met de Geest, en we zien het sacrament van de doop bediend. Uiteindelijk laten zo’n 3000 mensen zich bekeren en worden gedoopt. Zo krijgen ook zij de gave van de Pinkstergeest. Dat alles gebeurt waar de Kerk op deze feestelijke dag bijeen is. Het is een complete verbondsvernieuwing, waarbij de Geest nu ook de wet in de harten gaat schrijven van de verbondskinderen (Jer. 31:33). Ze gaan anders leven: nu niet meer uit de werken van de wet maar uit de genade in Christus, uit de vergeving van hun zonden.
Deze gaven zien we direct hun vorm krijgen in de gemeenschap der heiligen. De Geest heiligt hun harten. Ze gaan andere mensen worden. Ze willen hun leven meer en meer onder de norm van Gods Woord stellen. Ze willen de strijd van het geloof strijden. Maar niet in hun eentje. Ze moeten dat doen in gemeenschap met hun broeders en zusters die de Here hen gegeven heeft. Eén van Geest, één van zin. Gericht op de verheerlijking van de naam van Christus en God de Vader. Maar ook gericht op het dienen van elkaar. Eén van hart en ziel. Zo mocht er al direct een echte avondmaalsgemeenschap zijn in die eerste christelijke gemeente. Zo lezen we dat in vers 42:

    En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.

Chrìstus heerste in deze gemeente. En de onderlinge broederliefde vlamde op. In de gemeente had iedereen alles voor elkaar over. En zo was deze gemeente een licht voor de mensen. Dat zegt vers 47: “ze stonden in de gunst bij het hele volk”. Ze waren een licht in de duisternis. Zo moet dat bij de kerk van Christus altijd zijn:

    Onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld (Fil. 2:15)

Aan de vruchten moet de boom te herkennen zijn. De vruchten van de Geest. Dat is het leven naar Zijn Woord. Laten we onszelf daarop steeds blijven beproeven.
Ook nu mag en moet iedereen profeteren van de goedertierenheid van de Here. Dat is de gave van de Geest. Iedereen, niemand uitgezonderd, móet ook meedoen. Maar daarbij raken we niet in extase, we zoeken het niet in bijzondere tekenen en wonderen, voorbehouden aan enkelen. Nee, wij allen mogen en moeten de grote daden van de Here verkondigen. De grote werken van de verlossing van Christus, dat is het grote pinksterfeest van de kerk.
Wie zich wil laten behouden, wie terug naar God wil, moet zich nu ook laten invoegen in het verbond met Hem. Die mag door waar geloof in Christus worden ingelijfd en lid worden van de verbondsgemeenschap van Christus. Die mag meedoen om de grote daden van God te verkondigen, gedaan aan hem of haar en aan Christus’ kerk (vers 11; 1 Petr. 2:9).

Ook de verbondsvernieuwingen na Pinksteren in reformaties, vrijmakingen en in doorgaande reformatie in ons leven, zijn grote daden van de Here tot ons behoud. Juist door deze werken van de Here aan zijn kerk blijven voor ons als kerkleden Gods beloften nog steeds van kracht. Beloften die ook voor onze kinderen mogen gelden:

    Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die verre zijn, zovelen als de Here onze God er toe roepen zal. (vers 39)

Maar dan moeten we ons als ouders wel inspannen om onze kinderen hun doop te leren verstaan. Zodat ze weten wat Gods beloften inhouden. Die beloften waren er al voor het oude verbondsvolk, ook toen steunden ze al op het verlossingswerk van Christus. Nu blijven die beloften van kracht. De oude verbondsbeloften eens aan Abraham, de vader van alle gelovigen gedaan, gaan in vervulling. Joden en niet-Joden, die door God worden geroepen, zij vormen in Christus één volk, het geestelijke Israël. Het appèl aan de Joden die Christus verworpen hadden, is duidelijk: voeg je door Christus en zijn weldaden aan te nemen nu ook bij de ware kerk. Laat je zo behouden uit dit verkeerde geslacht. Op deze dag van de oogst.

Het werk van de Here, onze Heiland is met ons verstand niet te berekenen. Wij moeten gehoorzaam zijn en gevolg geven aan Zijn oproep tot geloof en bekering. De Here werkt naar het einde toe, naar de schare die niemand tellen kan. Zijn kerk uit alle volken en geslachten. Zo wil Hij zich ook over ons ontfermen. We zien ook vandaag verbondsvernieuwing na een fase van verbondsverlating. En daarbij zien wij ons vandaag als kerk van Christus geworden tot een minuscuul overblijfsel in Nederland. Nederland, eens zo rijk begenadigd met zijn grote gereformeerde kerken. Wij weten niet hoe het in de nabije toekomst zijn zal. Zullen er zich nog meer vrijmaken? Mogen we nog een grote golf verwachten en zullen daar predikanten bij zijn? Wij weten deze wegen van de Here en Zijn Geest niet, dat is zijn verborgen wil. Maar wat wij moeten doen, is gehoorzamen aan zijn geopenbaarde wil. En anderen aansporen om te gehoorzamen aan dat Woord van de Here zoals nagesproken door art. 28 NGB: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht, en voegt u bij de kerk. Want buiten haar is er geen heil, geen behoud. Zo, in die weg van gehoorzaamheid, mogen we ons vastklampen aan de beloften dat Hij ons tot een God zal zijn. De beloften dat Christus ons met zijn Geest nimmermeer zal verlaten. En dat Hij naar zijn definitieve wederkomst met grote kracht en haast toewerkt.