Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Apostolische Geloofsbelijdenis contra Islam (7)

Jaargang: 
3
Datum: 
16 dec. 2009
Nummer: 
43
Schrijver: 
W. Ensing
ID:
600
Rubriek: 


Volgens verklaarders van de Islam zal Isa terug komen op aarde. Dan zal hij Daddjaäl (een satanisch figuur) doden. Hij zal alle kruisen verbreken en zich in Jerusalem achter het gebed van de imam stellen. Hij zal noch de levenden, noch de doden oordelen. Dat doet Allah alleen. En daar schrijft de koran wel over. Dat wordt zelfs veel genoemd in het heilige boek van de Islam. We lezen in Soera 22: 69: “Allah zal oordeel vellen over ulieden op de dag der opstanding.”
Wat gelooft de moslim over de dag der opstanding?
Dat begint bij het sterven. Soera 6: 72: “En verricht de salât (=gebed) en vreest Hem. En Hij is het, tot wie gij vergaderd zult worden.”
Mensen geloven niet dat de gestorvenen zullen opstaan. Soera 79: 10-14. “Zij zeggen: Zullen wij soms terug gebracht worden in de vorige staat – wanneer wij al vergane beenderen zijn geworden? – Zij zeggen: Dat is dan een verlies brengende wederkeer – Doch het is slechts één enkele stoot – en dan zijn zij reeds in het rusteloze oord.” Het antwoord luidt (Soera 45: 2b): “Zeg: Allah doet ulieden leven en daarna doet hij u sterven en daarna verzamelt hij u tot de dag der opstanding, waaraan geen twijfel is – Maar de meesten der mensen weten het niet.”
En op de dag der opstanding ontvangt ieder een boek, Soera 84: 7-12. “Wie dan zijn schrift (=boek) in de rechterhand is gegeven, aan die zal geschieden een gemakkelijke afrekening. En hij zal terugkeren tot de zijnen, verheugd. Maar wie zijn schrift gegeven wordt achter zijn rug, die zal roepen om vernietiging (uit vrees voor de komende bestraffing) en braden in hellegloed.”
In Soera 3: 106-107 wordt beschreven dat de gezichten van de ongelovigen zwart zullen zijn en van de gelovigen wit. De ongelovigen gaan naar Djahannam en hen wacht een vreselijk lot. (Soera 74: 26-31). Zij zullen branden in hellehitte. Er zal geen koelte zijn, noch drank, alleen hellekooksel en stinkend vocht (Soera 78: 24-29). De mensen met de witte gezichten: zij zijn in de barmhartigheid Allah´s, eeuwig levend daarin (Soera 3: 106, 107). Zij rusten in de gaarden (hemel) op rustbanken, zonder dat zij zonneschijn of winterkoude ondervinden. “En haar beschaduwing is laag over hen, terwijl haar vruchtentrossen nederhangen en onder hen wordt rondgegaan met vaatwerk en zilver en kommen.”(Soera 76: 13-22).
Elders in de koran wordt vermeld dat de mannen bediend worden door jonge vrouwen die door Allah weer tot maagd zijn gemaakt. De gaarden worden kortom beschreven als een lusthof.

Allah doet dus leven en sterven en daarna weer opstaan uit de doden, zoals we zagen in Soera 79: 10/14. Maar het gaat hier om een opstanding tot oordeel: Er wordt beslist door Allah: naar de gaarden of naar Djahannam (= de hel).
Wij geloven met Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus, vr. en antw. 57, dat ons lichaam weer verenigd wordt met de ziel, door de kracht van Christus, en terstond met Christus verenigd wordt. Hieruit blijkt dat de ziel onsterflijk is. Zo begeert Paulus om heen te gaan en met Christus te zijn (Fil. 1: 23b). Aan het kruis zegt Jezus tegen de moordenaar: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn (Luk. 23: 43b). Bij de opstanding van het vlees krijgen wij ons eigen lichaam terug, maar dat lichaam is veranderd van eigenschappen: het zal een verheerlijkt lichaam zijn, een herschepping. De lichamen van de ongelovigen zullen opstaan tot een eeuwig afgrijzen. De daden van hun zondig leven zullen in hun lichaam eeuwig openbaar zijn en steeds meer openbaar worden.
En de lichamen der godzaligen? Paulus schrijft daarover in I Kor. 15: 42-44. En in Fil. 3: 21 schrijft hij: “die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan Zijn (Christus´) verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt. “

De moslim gelooft ook in een eeuwig leven: een leven van lichamelijke en materiële vreugde.
In Christus geloven wij duidelijk andere dingen. Nu reeds voelen wij door het geloof in ons hart een beginsel van eeuwige vreugde, die straks na de opstanding volkomen zal zijn. In Joh. 3: 36 lezen we: “Wie in de Zoon gelooft, hééft eeuwig leven.”
De gelovige vreugde die we nu reeds in beginsel bezitten is een onderpand van de eeuwige vreugde. En die eeuwige vreugde zal ons geschonken worden om God daarin eeuwig te prijzen.
De eeuwige vreugde bestaat bij de Islam uit materialistische zaken. Bij gelovige christenen is de eeuwige vreugde gericht op God. Hij moet geloofd en geprezen worden voor Zijn verlossingswerk in Jezus Christus.
Zo zien christenen ook uit naar Zijn wederkomst, als Hij komt op de wolken van de hemel. Dan zal Christus als rechter terug komen, want de Vader heeft het oordeel aan de Zoon overgegeven. Dan zal ook de wederoprichting van alle dingen plaatsvinden (hand. 3: 21). De wedergekomen Christus zal oordelen naar wat de mens gedaan heeft, goed of kwaad. Maar wie zal dan bestaan? Goddank! Onze rechter is tevens onze Redder!
Immers Jezus heeft alles voor Zijn volk volbracht en daarom zullen Zijn kinderen vrijgesproken worden. Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn (Rom. 8: 1).
Dat is een heerlijke, troostrijke boodschap. Vooral in een tijd dat het voor gelovigen steeds moeilijker wordt en er steeds minder rekening gehouden wordt met God en Zijn geboden en met christenen. Steeds meer wordt het christelijk leven in het nauw gedreven door allerlei wetten die faliekant strijden met de geboden van de Here. Laten we bidden voor de overheden, dat zij zich zullen bekeren. En evenzo voor de talloze groepen die ons land lijken te regeren. Er is nog tijd voor bekering. Christus komt weer en Hij zal de wereld richten in gerechtigheid. De vijanden van Christus zijn ook de vijanden van de gelovigen. We lezen in II Thess. 1: 9, 10: “Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen die tot geloof gekomen zijn.”
Kom, Here Jezus, kom spoedig!

Volgende keer DV “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen.”