Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Apostolische Geloofsbelijdenis contra Islam (4)

Jaargang: 
3
Datum: 
07 okt. 2009
Nummer: 
33
Schrijver: 
W. Ensing
ID:
555
Rubriek: 


Het is noodzakelijk, om niet in herhalingen te vervallen, dat wij bij dit stuk uit het Apostolicum ook behandelen ook behandelen het artikel:

    Ik geloof in de Heilige Geest.

Johannes 16 : 7 zegt:

    Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga zal ik Hem tot u zenden.

Deze woorden worden door Islam-uitleggers verklaard als: Hier belooft Isa de Trooster en dat betekent de komst van Mohammed. Maar dat zou dan een hele vreemde consequentie hebben voor de Islam. Want we lezen verder in dit Johannes-evangelie over het werk van de Trooster.

    Hij zal de wereld overtuigen van zonde en van oordeel en van gerechtigheid. Van zonde omdat zij in Mij (= Christus, WE)niet geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet.

Deze woorden, die door de Geest gedaan worden, kunnen de Moslims niet geloven als de Geest volgens de uitlegging van de Moslims Mohammed zou zijn. Het is een duidelijke zaak dat de Islam-uitleggers deze tekst laten buikspreken.

De Islam ziet de Geest niet als God. Allah is immers één en duldt geen genoten (medegoden) naast zich. Zie vooral Soera 4: 171: “Isa zoon van Marjam is slechts de boodschapper van Allah en zijn woord, hetwelk hij geworpen heeft op Marjam en een geest van hem gelooft dan in Allah en zijn boodschappers. En zegt niet: Drie. Houdt daarmede op: dat is beter voor u. Immers Allah is een enig god; ver is het van zijn lofprijzing, dat hij kinderen zou hebben. Aan hem behoort wat in de hemel is en wat op aarde is. En Allah is voldoende als zaakbezorger.”
Hier wordt duidelijk de Drie-eenheid verworpen. De Heilige Geest kan dus ook niet god zijn. De Geest maakt dan ook geen woning in de mensen. Het is een door Allah geschapen kracht en geen persoon, al verschijnt hij wel eens in de gedaante van een persoon. Wel is hij te vergelijken met engelen en wordt daarmee in één adem genoemd. Het is de Geest geweest -- Djibril (= Gabriël) – die aan Mohammed de koran heeft geopenbaard in de Arabische taal.

In de aankondiging van Isa´s geboorte speelt de Geest ook een rol als een welgevormd menselijk wezen. Soera 19: 17 - 21: `Zij zeide: ik neem mijn toevlucht tot de Erbarmer voor u, indien gij vrezend zijt. Hij zeide: Ik ben slechts de boodschapper van uw heer, opdat ik u een reine knaap schenke. Zij zeide: Hoe zou ik een knaap kunnen verkrijgen, daar toch geen menselijk wezen mij heeft aangeroerd en ik geen hoer ben. Hij zeide: Aldus heeft uw heer gesproken: Het is voor mij gemakkelijk (Allah´s almacht). En het geschiedde opdat wij het tot een teken voor de mensen zouden maken en barmhartigheid vanwege ons. `
Zo gaat het verhaal verder in deze Soera, die ook naar Marjam genoemd is. Marjam wordt zwanger en gaat naar een afgelegen plaats. Zij krijgt haar zoon aan de voet van een dadelpalm.
Tijdens de geboorteweeën zegt zij: O, ware ik toch gestorven hiervóór en ware ik een vergeten ding gebleven.` Maar Isa spreekt van onder haar: Wees niet bedroefd, uw heer heeft onder u een stroombed geplaatst (vs. 24) en schudt naar u toe de tronk van de dadelpalm, dan zal hij verse dadels opleveren (vs. 25).`
Zo wordt de geboorte van Isa in de koran verhaald. Dat verhaal is wel zeer afwijkend van de geschiedenis van Jezus´ geboorte zoals die in de Evangeliën beschreven is. Een verhaal dat duidelijk ver is van de inspiratie door de Heilige Geest. Daar handelt de Heilige Schrift over:

    De Heilige Geest zal u overschaduwen.

Het gaat hier om een goddelijke aanwezigheid, het is de heerlijkheid van de Here die over Maria komt. Jezus is niet verwekt maar ontvangen. De Geest heeft niet de plaats van Jozef ingenomen (NBG Lukas 1: 35). De Statenvertaling spreekt over: hetgeen geboren wordt. Vóórdat Jezus geboren was, was Hij reeds de Zoon van God.
De Heilige Geest is God, maar in de godheid is Hij een persoon, want Hij heeft verstand en wil. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods (I Kor. 2: 10). Hij wordt ook de Trooster genoemd: “Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen, al wat Ik u gezegd heb.” (Joh. 14: 26).

Uit heel de Heilige Schrift blijkt dat de Heilige Geest eeuwig en waarachtig God is, evenzeer als de Vader en de Zoon. Het werk van de Heilige Geest ligt in het gebied van de genade. Hij maakt mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig. En de Heilige Geest troost ons. Hij is onze advocaat en voorspraak. Net als Jezus zelf: `Mijn kinderkens, ........ als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader; Jezus Christus, de Rechtvaardige. (I Joh. 2: 1b).
Tenslotte: de heilige Geest blijft ook bij ons, eeuwig. Immers de genade en de roeping Gods zijn onberouwelijk (Romeinen 11: 29).
Geest der kennis, Geest der waarheid,
der genade, der gebeên,
leer ons wandlen in uw klaarheid,
in de heilverborgenheên.
(Gezang 26a: 4)

Volgende keer DV `Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel.`