Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Het antwoord van de Canadese kerken (CANRC) (4,slot)

Jaargang: 
1
Datum: 
19 dec. 2007
Nummer: 
45
Schrijver: 
P. Drijfhout
ID:
200
Rubriek: 



Overzicht bezwaren en besluiten van Canadese synoden

We hebben in het voorafgaande aangetoond dat zowel Neerlandia (2001), Chatham (2004) als Smithers (2007) wel een aantal zaken aan de orde gesteld hebben, maar in hun antwoorden veelal de Schrift niet hebben laten spreken. Veelal waren voor hen de antwoorden van de GKv-deputaten afdoende!
Zegenende ouderling:
gaat niet in tegen de K.O (Neerlandia 2001, art. 80).
Men confronteert zich hierbij niet met de verhouding tussen het ambt en de bediening der verzoening. In de bezwaren tegen dit synodebesluit is dat wel aan de orde geweest. Het zijn met name de Australische kerken die op dit onderdeel hebben gewezen. Blijkbaar vinden de Canadese kerken dat er voldoende grond is voor een dergelijke ingrijpende wijziging in de ambtstaken, als de kerkorde het niet verbiedt.
H.A. bediening in crisisgebieden:
Naar aanleiding van het besluit van Leusden 1999 hebben de Canadese kerken de GKv voorgehouden de artikelen 60 en 61 van de KO te handhaven en dat de Schrift duidelijk aangeeft dat de viering van het Heilig Avondmaal in een eredienst van de gemeente plaatsvindt en dat toelating tot het Heilig Avondmaal geschiedt onder toezicht van de kerkenraad (Neerlandia 2001, art. 80).
De zaak komt echter later niet meer voor in de besluiten van de Canadese synodes. We moeten er dus vanuit gaan dat de Canadese kerken nu ook vinden dat het vieren van het Heilig Avondmaal in crisisgebieden alleen onder de verantwoordelijkheid van de dienstdoende predikant valt. En dat het ontbreken van ware eenheid en de handhaving van de tucht ondergeschikte zaken zijn.
Het Heilig Avondmaal:
Het is niet juist om te zeggen dat de GKv de toelatingseisen tot het Heilig Avondmaal versoepelt, zo zeggen de Canadese kerken. De goedkeuring van de kerkenraad is nodig voor toelating tot de tafel. De toelatingseisen zijn strikt (Overwegingen Smithers 2007).
We vragen ons af hoe de Canadese kerken deze zaak hebben gelezen. Hebben ze dan niet begrepen dat leden van kerken buiten het verband van de GKv nu op grond van hun mondeling getuigenis aan kunnen gaan en dat de gemeenten verschillend (kunnen) omgaan met de inhoud van dit getuigenis? Naast het instemmen met de Apostolische Geloofsbelijdenis worden ook vrijere vormen geaccepteerd. Heeft men geen vragen omtrent de kerk?
Het belang van deel uit te maken van de ware kerk bij de bediening van het Heilig Avondmaal wordt in de verschillende Acta zelfs nergens genoemd! Is het vieren van het Heilig Avondmaal los te maken van de gemeenschap der heiligen? Nee, toch zeker! We missen ook hier weer een gedegen Schriftuurlijke onderbouwing. We krijgen sterk de indruk dat de synode in cruciale zaken die de samenwerking met andere kerken raakt, niet meer ernstig naar het Woord en de belijdenis wil luisteren. Misschien dat het gesprek met de Orthodox Presbyterian Church (OPC) hierin ook een rol speelt.
Het vierde gebod:
De informatie van de GKv uit de brochure “Zondag, HEERlijke dag”, overtuigt de synode, dat de zondag door de GKv als rustdag blijft gehandhaafd (Smithers 2007).
Het is voor de Canadese kerken dus geen beletsel dat er binnen de GKv twee tegenovergestelde visies op het rusten op de zondag als gebod van God naast elkaar kunnen bestaan. Men mag leren dat het rusten op de zondag een gebod van God is. Maar als men van overtuiging is dat dit niet rust op een goddelijk gebod maar slecht een menselijke instelling, dan mag men die overtuiging ook in de Woordbediening uitdragen. En men vindt het ook niet erg dat de handreiking slechts een advies is, waarin het uitdrukkelijk gebod om te rusten omgebogen is naar een dringend advies om te rusten. Het is ons helaas duidelijk geworden, dat de kerken in Canada deze innerlijk tegenstrijdige dubbelvisie hebben overgenomen.
Het grote aantal gezangen:
Antwoord GKv-deputaten is voorlopig voldoende. Dat men niet op de inhoud van de Liedboekliederen en andere gezangen is ingegaan, maar alleen een beetje moeite had met het aantal gezangen tegenover het aantal psalmen, heeft ons meer dan verbaast.
Op achtereenvolgende GKv synoden zijn allerlei zaken m.b.t. de Liedboekliederen besproken. Te wijzen is op de veranderingen in de criteria voor het selecteren van gezangen voor de eredienst, de toetsingsprocedure en – het belangrijkste - de inhoud van de geselecteerde liederen. Daarop zijn vanuit de Nederlandse kerken vele uitgebreid gedocumenteerde bezwaren gekomen. Daar had de synode te Smithers kennis van kunnen nemen in de verschillende Acta.van de GKV synoden.
Het nieuwe huwelijksformulier:
Er zouden geen onschriftuurlijke elementen zijn gevonden in dit nieuwe formulier, hoewel er vragen over bepaalde formuleringen blijven bestaan Mede omdat dit nieuwe formulier nu al ongeveer 11 jaar in de GKv wordt gebruikt, wordt de conclusie getrokken deze zaak te sluiten (Overwegingen Smithers 2007).
We vragen ons af hoe de Canadese kerken deze conclusie kan trekken. De synode van Neerlandia stelde nog wel dat het taalgebruik zodanig was dat het onderwijs uit de Schrift was afgezwakt. Ook het argument van de Nederlandse deputaten dat jongeren bij hun huwelijk moeite hadden om de vragen in het oude formulier eerlijk te beantwoorden, had de Canadese kerken tot vragen moeten dwingen over de exegese. Dat is niet gebeurd. Nu wordt met voorbijgaan van de destijds geconstateerde verzwakking van het Schriftuurlijke onderwijs, geen reden meer gezien om de Schriftuurlijkheid van het formulier te betwisten.

Wat is er over gebleven?

Gezangen:
De bezorgdheid blijft wel dat het steeds toenemende aantal gezangen toch de prioriteit van de psalmen onder druk gaat zetten. Het is goed deze bezorgdheid nogmaals uit te spreken. De nieuw te benoemen deputaten moeten zich nu voor het eerst ook met de inhoud van de liederen bezighouden om te zien of er ook wat betreft de inhoud reden is voor bezorgdheid (Overwegingen Smithers 2007). De deputaten van Canadese kerken hebben steeds op formele gronden geweigerd de gezangen inhoudelijk te beoordelen, terwijl in de Acta van de GKV synoden daar genoeg materiaal voor aanwezig was! De synode van Smithers heeft ingezien, mee op grond van het rapport van haar deputaten, dat de Canadese kerken niet om een inhoudelijke beoordeling heen kunnen.
Echtscheiding en hertrouwen:
De nieuwe benadering van de echtscheiding met de Nederlandse deputaten te bespreken, vanwege de zorgen die er zijn over de nieuwe hermeneutiek (‘de stijl van het koninkrijk’). Hoe raakt deze benadering de revisie van de K.O. inzake de tucht.

Als we de trend in de afwikkeling van aanvankelijke bezwaren door de verschillende Canadese synodes bekijken, kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken, dat ook deze twee overgebleven zaken mettertijd ook wel een voor Canada bevredigend oplossing opleveren.

Het kerkverband van DGK is veroordeeld omdat zij het lichaam van Christus, de kerk, heeft gescheurd. In de Canadese kerken zijn weliswaar ‘zorgen’ over een aantal besluiten van de GKv-synodes, maar die ‘bezorgdheid’ valt binnen de regels van de zusterkerkrelatie. Men vindt het zelfs nog niet nodig een waarschuwing te laten horen. Want men is er nog steeds van overtuigd dat de GKv een ware kerk is waar het Woord van God en de drie formulieren van Enigheid veilig zijn.
Door hun keuze voor de Gkv heeft men gekozen voor een kerk waar het pluralisme heerst. En we vragen de Canadese kerken of dit een keuze voor God en zijn Woord is of een keuze voor de mens die zijn gehoorzaamheid aan het Woord laat afhangen van zijn gevoelens en cultuur.

Hoe nu verder?

Nu de Canadese kerken ons verzoek tot een zusterkerkrelatie niet hebben gehonoreerd, komt de vraag aan de orde of verdere contacten van onze kant nog wel zinvol zijn.
Als we zien hoe de zorgen over het gereformeerde karakter van de GKv, zoals die op de synode van Neerlandia (2001) naar voren kwamen, in de loop der jaren de een na de ander verdwijnen en ‘opgelost’ worden, en men de schriftuurlijke verdediging van DGK naast zich heeft neergelegd, kan er dan nog wel een gesproken worden over een band op grond van Schrift en belijdenis? Drie opeenvolgende Canadese synodes hebben zich met deze zorgen beziggehouden, met het bovengenoemde teleurstellende eindresultaat.
Voorop wil ik wel stellen dat het voor buitenlandse kerken een zware taak is alles in de GKv in Nederland te beoordelen. Daarbij speelt ook de communicatie een grote rol (Nederlands/Engels). Vooral de jonge Canadese kerkleden zijn het Nederlands niet meer machtig.
Daarbij komt ook de vraag van de laatste Canadese deputaten hoe zij een situatie in een buitenlandse kerk kunnen en mogen beoordelen. Reeds in Neerlandia (2001) kwam dit naar voren. De zorgen over de gereformeerde koers van de GKv bracht toen verschillende kerken in het geweer. De vraag was toen of deze zorgen zichtbaar waren in de officiële documenten (Acta, synoderapporten). Mogen in de beoordeling ook allerlei artikelen in boeken, kranten en tijdschriften meegewogen worden?
In hun beoordeling van DGK komen de Canadese deputaten hierop terug in hun rapport aan de synode van Smithers (2007).
In de stukken van DGK komt ook de Schriftkritiek aan de orde. Het gaat daarbij o.a. over de publicatie ‘Woord op Schrift’. De Canadese deputaten geven aan dat zij hierover met DGK niet kunnen spreken omdat zij zich alleen bezighouden met officiële Acta. Informatie in publicaties, tijdschriften en kranten wordt niet meegenomen in de beoordeling. In deze benadering volgden zij de bestaande praktijk in de Canadese kerken. De Canadese deputaten wijzen erop dat door deze handelswijze de Canadese kerken zichzelf te kort doen. Zij wijzen dan ook op de inhoud van de nieuwe gezangen. Daarover hebben zij bewust geen oordeel willen geven. Dit zou hun taak bijna onmogelijk maken.

Daarmee geven de Canadese deputaten overigens toe dat niet alle zaken die als grond voor de Vrijmaking hebben gediend door hen zijn onderzocht, omdat zij daartoe geen specifieke opdracht hadden gekregen. Deze opmerking zou zowel de deputaten als de synode in hun oordeel over de Vrijmaking van 2003 voorzichtig hebben moeten maken. Helaas is dit niet het geval geweest.

De synode van Smithers heeft zich met dit probleem beziggehouden. In een artikel in Clarion (juli 2007) gaat dr. J. Visscher in op de genomen besluiten van de Canadese synode van Smithers. Hij noemt dat een zekere broeder het niet eens was met de sterke bewoording van het besluit over DGK. Dit heeft de synode niet bewogen het besluit te veranderen. Is daarmee alles gezegd, kunnen we weer overgaan tot de orde van de dag?, zo stelt dr. Visscher. Kunnen we de zorgen zoals die door DGK zijn aangekaart maar naast ons neerleggen? Ook al is er in een aantal zaken vooruitgang geboekt, de zorgen over een aantal andere zaken blijft bestaan schrijft dr. Visscher verder. De voortgaande discussie over huwelijk en echtscheiding, met name de hermeneutische principes die de achtergrond hiervan vormen, moeten we blijven volgen. Ook het groeiend aantal gezangen behoeft onze aandacht, zowel wat betreft aantal als inhoud. Hoe de zaken verder ontwikkelen met het besluit over het vierde gebod moet ook onze aandacht blijven houden.
De synode besloot dat de Canadese deputaten zich “pro-actief” moeten opstellen, d.w.z. in de contacten met de deputaten van de GKv ook aandacht schenken aan meerdere bronnen dan alleen de Acta. Iedere twee jaar zullen de Canadese deputaten voortaan in persoonlijke contacten zaken van gemeenschappelijke zorg met de GKv-deputaten bespreken.

Betekent dit nu voor DGK dat contacten toch nog mogelijk blijven? Naar mijn overtuiging helaas niet.
DGK zijn naar hun uitdrukkelijke oordeel scheurkerken. Dat houdt feitelijk in dat we in hun ogen zondige ongehoorzame kerken zijn, die het kerkvergaderend werk van Christus tegenstaan. Met hun oordeel hebben zij van hun kant dan ook de band met De Gereformeerde Kerken doorgesneden.
Zolang we als bezwaarden binnen de GKv waren gebleven, hadden we in Canada mogelijk een welwillend oor gehouden.
De synode van Smithers gaf haar deputaten nu wel opdracht om contacten met DGK te blijven onderhouden, maar de reden hiervoor is om te bevorderen dat er weer éénwording met de GKv komt. Zij willen verzoening tussen DGK en GKv, zonder dat de Schriftuurlijke gronden voor de vrijmaking daarbij als geldige scheidingsgronden gelden.
DGK zal van haar kant echter alleen tevreden mogen zijn met een zusterkerkrelatie die gebaseerd is op Schrift en belijdenis. Nu de Canadese kerken bovendien de zusterkerkrelatie met de GKv blijven honoreren en er zelfs van overtuigd zijn dat Schrift en belijdenis daar veilig zijn, is het contact met deze kerken niet meer zinvol. Men heeft gekozen, men heeft geoordeeld. Zolang het Canadese kerkverband zich niet bekeert, zullen we zelfs met deze kerken geen zusterkerk mogen aangaan of zoeken.
Laten we in onze gebeden de HEERE vragen, dat Hij zich blijft ontfermen over deze kerken en of Hij hen eenmaal tot de overtuiging mag brengen dat men verkeerd heeft gehandeld.
Daarbij moeten we niet vergeten dat de Canadese kerken zich nog niet over het synodale oordeel; hebben uitgesproken. Als we de bezwaren en onrust die een aantal kerken op de synode van Neerlandia (2001) aan de orde stelden in acht nemen, mogen we verwachten dat meerdere kerken dit synodale oordeel zullen aanvechten.

Hebben De Gereformeerde Kerken in Nederland nog een taak?

In het antwoord op het GKv appel heeft onze synode te Mariënberg gesteld dat wij niets liever willen dan de breuk helen. Maar daarbij werd wel als voorwaarde gesteld: terugkeer naar de Schrift, de belijdenis en de KO.
Onder die voorwaarde alleen kan gewerkt worden aan herstel. Van dit antwoord zijn de Canadese kerken door ons op de hoogte gebracht. Desondanks menen zij dat de GKv zich blijft houden aan Schrift, belijdenis en KO. Op grond daarvan moeten we constateren dat hun besluit om contacten met De Gereformeerde Kerken in Nederland voort te zetten met het doel de breuk met de GKv te herstellen, een vruchteloos besluit zal blijken te zijn.

Is daarmee aangegeven dat àlle contacten dus vruchteloos zullen zijn? Van de kant van de Canadese kerken zeer zeker. Maar hebben wij van onze kant nog een taak ten opzichte van onze broeders en zusters in Canada? Ik ben overtuigd van wel. Een taak in die zin dat De Gereformeerde Kerken deze broeders en zusters vanuit de Schrift moeten waarschuwen voor de gevolgen van de door hun Synode genomen besluiten. Met de oproep tot inkeer en terugkeer naar de gehoorzaamheid aan Gods Woord.

Onze komende synode te Zwolle 2007 zal zich ook over deze zaak moeten buigen. Moge de Here ook daarin de kerken door zijn Geest het juiste inzicht en de ware wijsheid naar zijn Woord schenken.