Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Amen

Jaargang: 
1
Datum: 
26 dec. 2007
Nummer: 
46
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
202
Rubriek: 

”O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest?
Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet?
Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid!
Amen.”
(Romeinen 11: 33-36)


Geheimenis

Bovenstaand Bijbelgedeelte uit Romeinen is de afsluiting van een uitvoerige verhandeling van Paulus over het behoud van Joden en heidenen. Hij heeft uitgelegd hoe de heidenen als geënte takken ingevoegd zijn in de stam van Israël. (Rom. 11: 17 en 18). Hij heeft laten zien hoe er afval en verharding over Israël gekomen is. Maar ook hoe toch een rest van dat volk behouden zal worden en zo toch Israël samen met de christenen uit de heidenen ontferming vindt.
Paulus noemt dat een “geheimenis”(Rom. 11: 25). Een zaak die door mensen niet te doorgronden is. Ook niet door gelovige mensen. Hoe de Here de zijnen uitverkiest, hoe Hij ze roept en tot bekering brengt, langs welke weg Hij zijn verlossingswerk volvoert, hoe Hij zijn verbond houdt, dat is niet te begrijpen. Niet te doorgronden. Dat is in menselijke ogen ook niet logisch.
Maar de Here dóet het! In zijn welbehagen en ontferming roept Hij heidenen en Joden. Ongehoorzamen, beiden. Maar Hij roept ze en brengt al zijn uitverkorenen tot bekering. Zodat ze allen behouden worden.

Wijsheid

Paulus sluit dan dit gedeelte af met de woorden van de aangehaalde tekst.
Nee, wij kunnen de Here niet narekenen. Ons beperkte en door zonde misvormde verstand kan niet raken aan de wijsheid van de Here. Onpeilbaar diep, onmetelijk breed, onnaspeurlijk hoog is de wijsheid van onze God. Ondoorgrondelijk.
O ja, de Here heeft ons een deel van zijn wil geopenbaard. Door zijn Woord te schenken. Hij geeft zijn Heilige Geest om verstand en inzicht te geven aan zijn kinderen. Om het Bijbelwoord goed te begrijpen. Hij schenkt zijn volk daarvoor voorgangers en uitleggers. Zo worden de Schriften geopend en gaan we steeds beter begrijpen wie de Here is en hoe groot zijn werken zijn.
Maar toch is dat maar een deel van de onmetelijke kennis en wijsheid van de Here. De echte diepte en breedte en hoogte van Gods wijsheid zien we niet. Die blijven voor ons verborgen. De zin, de betekenis van het handelen van de Here, die kunnen we vaak niet doorgronden. Het handelen van de Here blijft vaak een “geheimenis”.

Gods Raad

Gods wijsheid gaat boven onze vermogens. Gods Raad is alleen aan Hem. Hij is almachtig. Hij is de Here van Hemel en aarde. Hij alleen schiep die Hemel en die aarde. Hij onderhoudt die. Hij houdt heel de schepping in stand door zijn kracht. Niemand gaf Hem raad. Niemand kàn Hem raad geven. Want Hij is te groot. “Wie is Hem tot raadsman geweest?”(vers 34b).

Geen onrecht

We zouden soms de indruk kunnen krijgen dat het handelen van de Here niet terecht is. Dat Hij zijn kinderen soms onrecht doet. Zit daar niet iets onrechtvaardigs in de verwerping van Israël? En in de aanneming van heidenen?
Maar wie kan de Here ter verantwoording roepen? Wie kan het recht van de Here doorgronden? Wie heeft zo’n prestatie voor de Here geleverd dat hij nu recht heeft op behoud? Of wie zou de Here kunnen aanspreken op zijn beloften? Wie zou zich durven beklagen tegenover de Here?
Job moest het al erkennen:

    ”Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen uwer plannen wordt verijdeld. ‘Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?’ Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep. ‘Hoor nu, en Ik zal spreken; Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij onderricht.’ Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. Daarom herroep ik en doe boete in stof en as.”(Job 42: 1b-6).

Hem zij de heerlijkheid

Gods wegen zijn wonderbaar. Niet na te rekenen. Zo houdt Paulus het zijn Romeinse broeders en zusters voor. En dat is goed. Als mensen kunnen we niet raken aan Gods Raad. Dat is niet iets om over in te zitten. Om mismoedig van te worden. Om te gaan twijfelen aan Gods wijsheid. Integendeel. Want ook al kunnen wij Gods weg niet overzien, het belangrijkste weten we wel: “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen”. Onze God, ja, ònze God is het begin en het einde van alles. Hij heeft alles geschapen. Hij werkt volgens zijn raadsbesluit naar de Jongste Dag. Alles is van Hem. Wíj zijn van Hem. En Hij leidt alles naar zijn wil. In zijn vrijmachtig welbehagen geeft Hij zijn kinderen een plaats in de volbrenging van Zijn Raad. Hij volbrengt zijn werk. Al zijn beloften worden werkelijkheid. Zien we het niet? Straks zúllen we het zien. Want alle dingen zijn uit Hem en door Hem en tot Hem. Hij volvoert zijn raadsbesluiten. Tot zijn eer. Dat is vast.

Lof

Nee, het werk van de Here is niet te doorgronden. Dat hoeft ook niet. Want we weten, ja, we gelóven dat alles is in de handen van onze genadige, goedertieren, trouwe en almachtige God. Aan Hem dan ook de eer! Aan Hem alle lof! Aan Hem de heerlijkheid, tot in eeuwigheid!
En Paulus sluit dan af met dat kleine maar prachtige woordje “amen”.
Ja, amen. Zo is het. Zo geloven we het. Onze God heeft het ons zelf gezegd.

Oudjaar

Het oude jaar is bijna voorbij. Vaak hebben we de neiging om bij de jaarwisseling terug te kijken. Dat doen we misschien thuis. Voor onszelf of in de familiekring. Dat doen we in het midden van de gemeente. Misschien ook wel op ons werk. Daar is niets mis mee. Integendeel, het is goed om op momenten na te denken over ons leven.
In een mensenleven gebeurt vaak veel. De Here beproeft zijn kinderen. En Hij zegent ze. Het is ons, zondige mensen, eigen om bij de beproevingen, de verdrietige en moeilijke dingen, uitgebreid stil te staan. Die ziekte, dat ongeluk, die werkloosheid. De moeite op het werk, de problemen in het gezin, de onenigheid in de kerk. Die moeite op school. Die zware weg die gegaan moet worden. Die toenemende last van de ouderdom, die eenzaamheid, die onvervulde verlangens, die hardnekkige, stille zonde.
Maar als het goed is overdenken we ook de talloze zegeningen. Het leven dat we mogen hebben. De voorspoed die we genieten. De zegen van een gezin, van familie, van vrienden, van broeders en zusters. De mogelijkheden om de Here te dienen, de rijke prediking, de aanbieding van verzoening, iedere zondag. De dagelijkse rijkdom die we genieten. De mogelijkheden om te leren en te werken en vooruit te komen, om onze gaven te ontwikkelen en in dienst van God en de naaste te stellen. De zekerheid dat we op weg zijn naar de Wederkomst van Christus. Het geloof dat de Here ons schenkt, de zekerheid dat Hij ons staande houdt. De kleine dingen van iedere dag.

Vragen

En altijd weer roept dat overdenken vragen bij ons op. Waaraan hebben we dat verdiend? Hoe kan de Here ons zo genadig zijn? Maar vaker nog: waarom beproefde de Here ons zo? Zal dat zo blijven? Komen we er wel uit? Hoe kunnen we de zin van alles nog zien? Hoe zal het aflopen? Wat geeft Hij ons nog verder te dragen? Te strijden? Te lijden? Waarom verloopt ons leven zo? Wanneer wordt het nu echt goed? Wanneer komt nu de Here Christus eindelijk weer om álles nieuw te maken?
En zo zijn er wel veel meer vragen die in het hart en de gedachten van Gods kinderen opkomen. We willen zo graag antwoorden hebben. Maar Gods beschikkingen zijn ondoorgrondelijk. We moeten geloven en aanvaarden. Een antwoord krijgen we niet.

Antwoord

Tenminste, dat is vaak ons gevoel. We hebben geen antwoord. Maar dat klopt toch niet. Nee, we hebben vaak niet het antwoord waar óns verstand en óns gevoel om vragen. Maar antwoorden hébben we wel. De Here heeft ons niet voor niets Zijn Woord geschonken.
Eén van die antwoorden vinden we hier. In Romeinen 11. Wat is de zin van alles?
Dit:

    ”Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen ...”

Zie ik de zin niet? Dat geeft niet. Hij, onze God, weet het wel. Hij gaf ons leven zin omdat het van Hem is. Hij geeft ons leven en werken een plaats in zijn raadsplan. Vraag ik me af waar alles goed voor is geweest? Dat hoeft niet. Want het was alles uit en door en tot Hem. Het was goed ómdat het van de Here was. Aanvaard het uit zijn hand, de goede en de kwade zaken. (HC Zondag 10).Heb ik zorg over de toekomst? Dat kan. Maar laat het mij niet beheersen. Want het komt goed! Alle dingen zijn tot Hem.
Tot Hem, die al zijn beloften volmaakt vervult in onze Here Christus.

Amen

Terugkijkend naar het voorbij gegane jaar. Naar misschien wel al veel voorbije jaren. Met allerlei gevoelens. Vooruitkijkend naar het komende jaar. Vol onzekerheden.
Maar als we dat doen in het licht van Romeinen 11:36, in het licht van het rijke evangelie, dan kunnen we het oude jaar afsluiten en het nieuwe beginnen met die machtige lofprijzing, die Paulus de broeders en zusters voorhoudt: “Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid!”.
Ja, Here, machtige en wijze God, het is goed. Het is alles goed. Want het is uit U en door U en tot U. U wil ik loven. U komt de lof toe tot in eeuwigheid.
Ja, dan kunnen we in geloof verder. Gods raad is vast en zeker. Dan sluiten we het voorbije jaar eerbiedig, dankbaar ondanks alles, verwonderd misschien, ook af met dat laatste woord uit Romeinen 11:“Amen”!