Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Amen

Jaargang: 
1
Datum: 
28 feb. 2007
Nummer: 
8
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
36

Geloven is amen-zeggen. Amen: Ja, Here, ik geloof, uw Woord is waarheid. Uw Woord is mijn richtsnoer. Uw Woord is de lamp die mijn levensweg verlicht. Amen: Ja, Here, ik geloof in mijn enige Zaligmaker, Jezus Christus, de Zoon van God, het Woord dat vlees werd. Amen: Ja, Here, ik onderwerp mij aan uw Woord, ik wil dankbaar leven naar uw geboden. Amen: Ja, Here, ik wil niets anders zeggen dan U zelf aan mij geleerd hebt.

Belijden

Amen zèggen. Wie gelooft, die spreekt dat uit. Dat kan niet anders. Dat vraagt de Here ook. Geloven en belijden horen bij elkaar. Geloven leidt tot belijden. De Bijbel is daar zelf heel duidelijk over:

    “Maar wat zegt zij? Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs, dat wij prediken.
    Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden;
    want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. (Rom.10:8-10).

Hart èn mond. Geloven èn belijden. Onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Geloven zonder belijden, dat kan eigenlijk niet. De mond spreekt waar het hart vol van is. Zo krijgt onze God de eer die Hem toekomt.
Als we spreken over geloven en over de inhoud van ons geloof, dan moeten we dus ook spreken over ons belijden.

Bekennen

Wat is belijden nu precies? Als we de woordenboeken er op naslaan, dan blijkt dat belijden verschillende dingen betekent.
Allereerst is het “bekennen”. We kennen die betekenis ook uit heel veel plaatsen in de Schrift. Bijvoorbeeld uit Leviticus, waar de Here voorschriften geeft voor Zijn dienst.

    “Wanneer hij nu aan een van deze dingen schuldig is, dan zal hij belijden, waarin hij gezondigd heeft, en aan de HERE als boete voor de zonde die hij begaan heeft, een dier van het vrouwelijk geslacht uit het kleinvee, een schaap of een geit, ten zondoffer brengen; zo zal de priester over hem voor zijn zonde verzoening doen.”(Lev. 5: 5 en 6).

In deze betekenis heeft belijden te maken met verzoening. Ik beken mijn zonden. Ik erken dat ik schuldig ben. Ik belijd mijn kwaad. Ik belijd dat ik uit mijzelf nooit behouden kan worden.
Wie oprecht gelooft in Christus kan niet anders dan dankbaar en blij erkennen, belijden, dat zijn of haar leven alleen in Christus is. Dat hijzelf volkomen onbekwaam is en des doods schuldig. Dat zal hij uitspreken. Dat zal hij zeggen aan de Here. In het gebed. Dat zal hij ook zeggen aan zijn broeders en zusters, om zo samen de Here groot te maken.
Belijden, en vervolgens smeken om vergeving, pleitend op het offer van Christus.

Loven

Belijden kan ook gebruikt worden in de zin van “loven”. Loven, dat is de Here groot maken. Èrkennen dat Hij God is en Hij alleen. In de Bijbel lezen we dat bijvoorbeeld in het boek I Koningen:

    Wanneer de hemel gesloten blijft, zodat er geen regen komt, daar zij tegen U gezondigd hebben, en zij te dezer plaatse bidden, uw naam belijden, en zich van hun zonde bekeren, omdat Gij hen vernederd hebt, .... (I Kon. 8:35).

“Uw naam belijden”. Aan God de eer geven die Hem toekomt. Door Gods recht te erkennen. Door tot de Here te roepen. Omdat er geen andere naam is door wie wij behouden kunnen worden.
Die twee betekenissen, bekennen en loven, békennen en èrkennen, liggen heel dicht tegen elkaar aan. Ze zijn eigenlijk twee kanten van de zelfde zaak. Wie zijn schuld aan de Here bekent, èrkent daarmee tegelijk dat de Here daar recht op heeft. En wie de Here in het gebed of in psalmzang aanspreekt als zijn God en Vader, die moet zich wel bewust zijn van zonde en schuld. Die moet zich wel bewust zijn van Gods gerechtigheid. Die moet wel alles van de Here verwachten wat nodig is voor de verlossing uit de schuld van de zonde. En die bekent zijn schuld.
Zo is ieder oprecht gebed belijden. Geloven en belijden, ze zijn één.

Naspreken

Belijden heeft nog een derde betekenis. “Naspreken”. “Hetzelfde zeggen”. In Romeinen 10, het gedeelte dat hierboven aangehaald wordt, en op veel andere plaatsen in het Nieuwe Testament, wordt in de grondtekst een woord gebruikt dat juist die betekenis heeft. Hetzelfde zeggen. Naspreken, hetzelfde laten horen, wat de Here in zijn Woord gesproken heeft.

    “Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!” (Filippenzen 2: 9-11).

God heeft bekend gemaakt dat Jezus Christus Here is. En ieder mens moet dat naspreken. Ieder mens moet dat nazeggen. Precies zoals de Here het zelf gezegd heeft.

Hart

We moeten wel goed zien hoe dat zit. Belijden is niet alleen maar een paar teksten hardop uitspreken. Een paar geloofsregels citeren. Zoals we alle teksten kunnen naspreken. Als een leraar in de klas vraagt om een zin in een vreemde taal na te spreken, dan is dat wel een soort naspreken maar geen belijden. En als een lid van de Tweede Kamer, die uit het verleden nog wat vage Bijbelkennis heeft over gehouden, een bijbeltekst citeert om zijn christelijke collega´s te vangen, dan is dat ook een soort naspreken, misschien wel heel nauwkeurig, maar het is geen belijden.
Nee, belijden zit vast aan het geloof. Belijden heeft te maken met het hart. Met vaste overtuiging. Met liefde voor de waarheid. De echte waarheid van Gods Woord. Belijden is naspreken wat je zelf voor de waarheid houdt.
Belijden doen we dan ook met ons hart. Niet voor niets begint onze Nederlandse Geloofsbelijdenis met:

    `Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond ....`(NGB art. 1).

Daarmee spreekt de belijdenis heel gewoon de Heilige Schrift na. Het zijn heel eenvoudig de woorden van Paulus in Romeinen 10.
Belijden is dus gelóvig naspreken.

Roeping

Belijden moet. De Here vraagt het van zijn kinderen.

    `Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is.`(Mattheüs 10: 32, 33).

Een indringende tekst. Het is een woord uit de toespraak van de Here Jezus wanneer Hij zijn discipelen de opdracht geeft om te gaan prediken. Wie gelovig naspreekt dat de Here Jezus de Zoon van God is, de beloofde Verlosser, die zal zalig worden. De verschillende betekenissen van belijden komen hier bij elkaar. Wie Christus belijdt en erkent, wie dat uitspreekt voor de mensen, wie daarvan getuigt, die zal door de Here Jezus ook zelf `erkend` worden voor God de Vader. Wie gelooft moet de Christus belijden. We zien hier ook het tegenovergestelde van belijden: verloochenen. Dat is heel gewoon de Christus niet erkennen en zijn Woord niet naspreken. We mogen dat best eens goed tot ons laten doordringen: wie niet het Woord van God naspreekt, wie niet hetzelfde zegt als de Here in de Bijbel, die zal door Christus ook niet erkend worden!
Belijden moet! De Here roept zijn kinderen daartoe. Wie niet belijdt, wie niet erkent en gelovig naspreekt, die krijgt het Koninkrijk niet.
Over die roeping om te belijden lezen we op meer plaatsen in de Bijbel.

    `Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn verschijning als op zijn koningschap: verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting.`(II Timotheüs 4: 1,2).

Het Woord verkondigen. Dat is ook belijden. Dat is Gods Woord gelovig naspreken. Voor de mensen. Niet omdat we het zelf willen, omdat we het zelf belangrijk vinden. Niet omdat we, zoals tegenwoordig zo vaak gezegd wordt, onze rijkdom zo graag willen delen. Of omdat we zo blij zijn dat we ons niet stil kunnen houden. Ja, dat zal ook wel vaak zo zijn. Maar allereerst omdat de Here het wil! `Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus,...`
Belijden moet. De Here roept ons om zijn Naam te belijden. Om zijn Woord na te spreken. Met hart en mond. Gelovig. Hardop.

Positie kiezen

Belijden is ook uitspreken dat je achter de Here Christus aan wilt. Dat je bewust de goede positie inneemt. Denk maar eens aan het afleggen van openbare geloofsbelijdenis door jonge mensen in de kerk. Zij weten en geloven dat ze door de Here geroepen zijn om Hem te dienen. En ze getuigen dan van hun geloof. Ze belijden dan hun geloof in Christus. Ze spreken, door het geven van hun ja-woord, Gods Woord na. Ze erkennen daarmee de Christus.
En daarmee kiezen ze positie. Niet in de zin van: ze hadden ook een andere plaats kunnen kiezen. We hebben het daar al eerder over gehad. Maar wel in de zin van: gehoorzaam en trouw hun plaats innemen. Hun plaats innemen achter hun Here. Hun plaats innemen in de grote strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad.
Hun plaats innemen in de strijd der geesten.
Ja, dat is ook belijden. Belijden kan zo heel wat weerstand oproepen bij andere mensen. Want de waarheid van Gods Woord is niet geliefd.

    `Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, ...`(I Kor. 1: 22, 23).

En in de eerste brief van Petrus lezen we:

    `U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn.`(I Petrus 2: 7, 8).

Een aanstoot. Een dwaasheid. Een ergernis. Trouw en nauwkeurig naspreken van Gods Woord maakt een mens vaak niet populair. Integendeel. De geschiedenis van Gods kerk is vol voorbeelden van broeders en zusters die om hun belijden werden vervolgd. Vaak tot de dood toe. En die vervolging is nog altijd aan de gang. Dat heeft de Here ook geopenbaard. Belijden is niet altijd gemakkelijk.
Maar belijden levert wel een groot genadeloon op. Verzoening. Vrijspraak. Deel aan Christus en aan Zijn Koninkrijk.

    `Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is;......`(Mattheüs 10: 32).

Als we spreken over geloven, dan spreken we ook over belijden. Dat is amen zeggen. Gelovig Gods Woord erkennen en trouw naspreken. Onze roeping be-amen en onze plaats innemen in de antithese, de strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad. En straks zal de Here Jezus ons belijden voor zijn Vader!