Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Afkeer van de wereld

Jaargang: 
3
Datum: 
17 jun. 2009
Nummer: 
23
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
529
Rubriek: 

“Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en ook haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid” (I Johannes 2:15-17).

Antwoord

Een prachtig Bijbelboek, die eerste brief van Johannes. Zo heel duidelijk schrijft Johannes daarin wat het betekent een gelovige te zijn. Wat het betekent om gemeenschap met God te hebben. Om te wandelen in het licht. Om deel te hebben aan de verzoening en zo in Christus te zijn.
Ja, Johannes roept de gelovigen op om te breken met zonde en duisternis, om te wandelen ìn het licht, om de wereld niet meer lief te hebben.
En daar zouden we het bij kunnen laten. Bij die vaststelling: wat een mooie oproep. Wat helder en duidelijk!
Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. In Gods Woord worden wij allemaal aangesproken. Een dergelijke oproep is niet alleen “mooi”. Maar vraagt om een gelovig antwoord. Eíst een gelovig antwoord.

Antithese

Heel duidelijk tekent Johannes de antithese, de tegenstelling, tussen de liefde voor God en de liefde voor de wereld en de wereldse begeerten. Die twee staan lijnrecht tegenover elkaar. Ze verdragen elkaar niet, ze sluiten elkaar volkomen uit. Wie in Christus is kàn niet de wereld liefhebben. Wie de wereld en haar begeerten liefheeft, kàn niet de liefde van de Vader in zich hebben.
Dat is scherp. Dat is duidelijk. Dat laat geen ruimte voor halfslachtigheid, voor compromissen, voor een beetje van God en een beetje van de wereld.
Johannes brengt die tegenstelling naar voren, niet als een vorm van doemdenken, niet als zwartkijkerij, niet als doperse drijverij. Nee, integendeel, heel die eerste brief van Johannes spreekt de taal van de liefde. De liefde van God, gericht op het behoud van zijn kinderen. Het is heel gewoon de taal van het Evangelie. Wie gelooft en zijn behoud in Christus zoekt, die kan en mag niet schipperen. De Here vraagt van zijn kinderen hun hele hart. Antithese, niet om het leven zwaar te maken maar om het leven te kríjgen en te behóuden!

Wereld

Dat betekent dus breken met de wereld. En wat is dat dan, die “wereld”? Wel, als we spreken over “wereld” dan moeten we denken aan het leven buiten het Verbond. Het leven dat niet gestempeld wordt door de liefde voor de geboden van de Here. Dan hebben we het heel gewoon over de moderne maatschappij en de cultuur van vandaag. Onze “wereld” wordt gestempeld door de revolutie. Door de opstand tegen God. Door het omkeren van al Gods instellingen en geboden. Onze maatschappij wordt beheerst, niet door de aanvaarding van het koningschap van God maar door de heerschappij van de autonome mens, die zèlf God is. De revolutionaire mens die alleen zijn eigen wetten erkent en zich bij allerlei regels en instellingen neerlegt omdat hij zelf daarvan het nut inziet. Omdat een geordend leven anders praktisch onmogelijk wordt. De wereld en al haar culturele uitingen zijn zo ten diepste anti-christelijk.
Dat is onze wereld. Daarin leven wij.

Verval

Sinds de zondeval leven we in een schepping die aan verval onderhevig is. Een verval, een proces van voortdurende achteruitgang, dat na Pinksteren, in de eindtijd, steeds duidelijker zichtbaar wordt. Terwijl aan de ene kant het Evangelie over de wereld gaat en het Woord van God tot aan de einden der aarde gaat reiken, gaat aan de andere kant de maatschappij langzaam te gronde. Ondanks de geweldige ontwikkeling van techniek en wetenschap raakt de maatschappij, de menselijke samenleving, steeds meer in ontbinding. We kunnen daar in de geschiedenis heel duidelijk momenten en perioden voor aanwijzen. In ons eigen West-Europa werden lange tijd de normen van God en zijn scheppingsinstellingen geëerbiedigd. Zo niet uit geloof, dan wel uit traditie en gewoonte. Maar sinds in de achttiende eeuw de ideeën van de revolutie doorbraken, sinds het “geen god en geen meester” de overhand kreeg, is de degeneratie van onze cultuur in een hoog tempo gegaan. We zien dat terug in de wetenschap die niet wil rekenen met het Woord van God. We zien het in het politieke en maatschappelijke denken waarin het welzijn van de mens de norm is geworden, in plaats van de eer van God. We zien het in de moderne literatuur, in schilder- en beeldhouwkunst en in de moderne muziek, waarin kunstenaars en musici zich begeven buiten de door God gegeven orde en zich daar juist fel tegen keren. We zien het in de toenemende eenzaamheid en vervreemding. In de verschrikkelijke toename van grote moordpartijen en “gezinsmoorden”. In de steeds groeiende groep van mensen met allerlei verslavingen. Ten diepste telt alleen het eigen “ik” nog, de anti-orde, die “ik” zelf bepaal. Míjn mening. Mijn zelf gekozen waarheid. Mijn persoonlijke gevoelens. Dienen, datgene waarvoor de mens door zijn Schepper is aangelegd, is in de “wereld” bijna een wezensvreemd begrip geworden.
Zo is de hele scheppingsorde in verval. De “wereld”, het leven zonder en tegen God, gaat meer en meer het leven beheersen.

We moeten daar niet van opkijken. Het is alles door de Here voorzegd. Het moet zo gaan, op weg naar de Jongste Dag. Op weg naar de Herschepping van alle dingen. Soms zijn we in die wereld zo hard met allerlei aardse zaken bezig dat we bijna vergeten dat deze wereld zal vergaan en dat er een Nieuwe Wereld komt.

Hebt de wereld niet lief

En dan hebben we daar de apostel Johannes met zijn ernstige waarschuwing. “Hebt de wereld niet lief”. Neem afstand van die wereld. Richt je op die andere wereld, het koninkrijk van God. Johannes waarschuwt zijn “kinderen”, de ouden en de jongen, de opvoeders en de opgroeiende jeugd, heel indringend om toch vooral die wereld niet lief te hebben. Want dat kan niet. Als je in Christus bent en als de liefde van God in je is, dan heeft de wereld, die anti-christelijke cultuur, geen aantrekkingskracht voor je. Word je wel gegrepen door de wereld, is die aantrekkingskracht er wel, doe je wel mee met het revolutionaire leven om je heen, dan ben je dubbelhartig bezig. Dan laat je niet echt zien dat je het Evangelie gehoord hebt. Dan toon je niet echt dat je het licht kent.
Hebt de wereld niet lief!

Doorgaande reformatie

Dat moet ons leven stempelen, die afkeer van de wereld en het leven in de liefde van de Here. Heel ons leven moet zijn terugkeer naar Gods Woord. Vasthouden aan dat Woord. Blijven in het Woord. Heel eenvoudig aangeduid met dat oude begrip “doorgaande reformatie”. Dat is onze Bijbelse roeping. Dat maakt Johannes ons hier duidelijk. Ieder kerklid moet zich daarop bezinnen.
En dan hebben we het natuurlijk allereerst over de léér van de Bijbel. En over goede Bijbelse vormen om de Here te dienen. En over ethiek, over belangrijke vragen die samenhangen met het houden van de Wet van God.
In al die zaken moeten we terug naar het eenvoudige Woord van onze Here. En daarbij blijven.
Maar(.. Zijn we er dan? Zijn we er als we attent zijn op het binnensluipen van eventuele valse leer? Zijn we er als we duidelijk en stoer de ethiek, de levensleer van de wereld afwijzen? Zijn we er als we trouw naar de kerk gaan en de verenigingen bezoeken en groeien in kennis van Gods Woord? Is onze doorgaande reformatie voltooid als we samen met niet al te veel moeiten en kwesties gemeente van Christus zijn?

We moeten ons goed realiseren dat verval in de kerk altijd samengaat met toenemende wereldgelijkvormigheid. Al ruim vijf jaar mogen we leven in de opnieuw door de Here vrijgemaakte kerk. En die vrijmaking was hard nodig. Vanwege het loslaten van Gods Woord. Maar niet minder vanwege de enorme invloed in de kerken, in ons léven, van de wereldgelijkvormigheid. We hebben de wereld teveel liefgehad. Dat gaat bijna altijd samen. Verval in de Kerk beweegt zich voortdurend langs twee lijnen: aan de ene kant het loslaten van het Woord van God en aan de andere kant het steeds meer leiden van een werelds leven. Het één beïnvloedt het ander. Twee zijden van dezelfde munt.
Broeders en zusters die daar oog voor hadden kwamen steeds vaker alleen te staan. Spreken over een gezamenlijk gedragen gereformeerde zede werd verschrikkelijk ouderwets.

En nu? Nu we zo hard bezig zijn met de opbouw van nieuw kerkelijk leven? Nu we echt de stem van de Here weer willen volgen? Hebben we echt oog voor die twee kanten? Leer èn leven? Is aan ons te zien dat we niet de wereld lief hebben? kennen we echt de antithese?
Ja? Weet u dat heel zeker?
En waaraan is dat dan te merken?
Is onze tijdsbesteding nu echt zo’n heel andere? Hanteren we nu echt een heel andere opvoedingsstijl? Laten we in ons omgaan met elkaar en in ons voorleven van de jeugd prachtig het beeld van God zien? Zijn we bezig niet alleen met Gods liefde maar ook met zijn toorn? Getuigen we van belofte èn eis? Verwerpen we de wereld in onze geldbesteding? Klinkt in onze huizen andere muziek? Houdt onze jeugd zich ver van allerlei uitingen van jeugdcultuur? Lezen we andere boeken en tijdschriften? Passen we onze kleding aan?
En hèlpen we elkaar bij dat leven in het Verbond?
Gaan we verdraagzaam en liefdevol met elkaar om? Hebben we een goed zicht op de ambten? Weten we echt wat luisteren en gehoorzamen is? Laten we echt alle democratische uitwassen los? Hoe is ons taalgebruik? Onze woordkeus? Hoe reageren we als we boos zijn? Of teleurgesteld? Hoe is het gesteld met onze eigen “korte lontjes”?

Misschien klinkt dit erg hard en negatief. Vast en zeker bent u echt wel regelmatig bezig met de reformatie van het leven. Vast en zeker zijn er vruchten van het geloof te zien. Ja, ambtsdragers mogen die vruchten met blijdschap en dankbaarheid constateren. Gelukkig wel!
Maar tegelijk, als we eerlijk zijn, eerlijk tegenover onze Verbondsgod, dan moeten we erkennen dat er nog heel veel werk wacht. Dat onze reformatie inderdaad nog lang niet “àf” is. Dat er in ons dagelijks leven en in ons samen leven nog veel te doen is.
Inderdaad: dóórgaande reformatie.

Laten we daarop studeren. Laten we die doorgaande reformatie, die afkeer van de “wereld”, tot onderwerp van gesprekken en verenigingsavonden maken. Laten we toch heel serieus nagaan wat dat betekent voor ons kerkelijk en persoonlijk leven. Voor de praktijk van het leven, niet alleen op zondag, niet alleen op de verenigingsavond, maar iedere dag. In de gewone, dagelijkse kleine dingen. Welke krant lees ik? Naar welke sportvereniging gaan mijn kinderen? Wat trek ik aan als het Héilig Avondmaal gevierd wordt? En ....... Ach, er is zoveel te noemen. Zoveel in onze ogen kleine zaken waarin de liefde voor de Here, het geheel anders zijn, nog veel meer zichtbaar zou kunnen worden. Meer zichtbaar zou móeten worden. Niemand van ons is er al. Laten we ons er dan voor inzetten om sámen, in eensgezindheid, elkaar sterkend en ondersteunend, te zoeken naar het leven in het Verbond. Om zulk leven ook voor te leven aan de jeugd in de Kerk.
Dat hebben we nodig. Ook vijf-en-een-half jaar na het begin van de nieuwe uittocht. Iedere dag. Om niet te verslappen. Om juist te groeien in de kennis van onze God en zijn dienst. Om sterker te worden in het geloof.

Hebt de wereld niet lief. Doorgaande reformatie. Steeds opnieuw terug naar het licht. In leer en leven. Samen op weg naar een nieuwe Hemel en aarde. Hebt de wereld niet lief. Voer de strijd om de wil van God te doen. Onmogelijk? Want we zullen in dit leven toch de volmaaktheid niet bereiken? Zo mogen we niet spreken en denken. Dan krijgt juist de wereld weer vat op ons. Nee, het kàn! Zelf kunnen we het niet. Te vaak krijgt de liefde voor de wereld weer vat op ons. Maar het kan toch. In onze Here Christus, die als enige de wereld volkomen verzaakt heeft en ons die geloven daaraan deel geeft. Met al onze onvolmaaktheid en gebrekkigheid en zonde, met al ons vallen en weer opgericht worden, kan het toch. Dat is het wonder van de verlossing en verzoening van het kruis.
De wereld gaat voorbij maar door Christus is er voor Gods kinderen liefdevol leven in eeuwigheid.