Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Afhankelijkheid

Jaargang: 
3
Datum: 
12 mei. 2009
Nummer: 
18
Schrijver: 
C.A. Teunis
ID:
511
Rubriek: 

Er verandert veel
Er gebeurt veel in de wereld om ons heen. We zien veel gebeurtenissen die ons met zorg vervullen.
De werkloosheid stijgt. Veel bouwbedrijven hebben nog maar werk tot de zomervakantie. En dan? Ook de transportsector wordt getroffen. Minder productie betekent minder vervoer. We weten wel dat diverse overheden grote bedragen in de economie pompen. Maar daar kleven ook nadelen aan. Het gevaar van inflatie duikt op. Maar deflatie kan ook, daar waarschuwen andere economen voor. De geldinjecties roepen de vraag op wat de waarde van het geld zal worden. Onzekerheid. Voor onze gezinnen. Kan het zo noodzakelijk inkomen nog wel verdiend worden om onze kinderen te onderhouden en op te voeden? Wat gaat de waarde worden van de zorgvuldig gespaarde gelden van onze oudere broeders en zusters? Kunnen daar in de toekomst de jongeren nog wel mee geholpen worden?
Dat is de economische kant.
Maar er is meer.
President Obama deed het voorstel om de kernwapens af te schaffen. Dat oogstte bijval en het wordt sympathiek voorgeschoteld door de media. Maar daarbij wordt niet genoemd dat we, mede dankzij de afschrikking die deze wapens hebben, onze vrijheid hebben kunnen behouden. Ook horen we dat er een imam, een profeet van een valse godsdienst, tot geestelijk verzorger in onze krijgsmacht wordt aangesteld. Ons leger, dat moet waken voor onze vrijheid, wordt nu van binnenuit beïnvloed door een geestelijke leider die zich verzet tegen de Christus en daardoor tegen liefde en vrede.
Dat is de politieke kant.
Er gebeurt nog meer.
De ongeloofsleer van Darwin wordt hoe langer hoe meer met nadruk naar voren gebracht. Deze aanval van heidendom wordt vergezeld door openlijke propaganda van mensen die principieel het bestaan van God ontkennen en daar actie voor voeren. De Satan bedrijft openlijk zijn zending in ons land en de westerse wereld. Ook merken we op dat de politieke partij in onze regering die gereformeerde wortels heeft, worstelt met het vaststellen van haar nieuwe kernprogramma; de idealen in de achterban zijn zeer uiteenlopend.
Dat is de geestelijke kant.
Onze zekerheden vallen weg.
We kunnen ons niet afhankelijk opstellen van onze economie, onze bescherming tegen dictatuur, onze christelijke politiek.
Hoe zit dat met onze afhankelijkheid?

Politiek gedoe

Een staaltje van politiek gekonkel om een land bestuurlijk en economisch in eigen hand te houden vinden we in Handelingen 12:20. Daar lezen we dat de Tyriërs en Sidoniërs via achterkamertjespolitiek een belangrijke regeringsfunctionaris inpalmden om zo bij de uiteindelijke machthebber toch hun zin te krijgen.
Dat geeft geen duurzame oplossing. Na elk geslaagd compromis duikt er weer een nieuw probleem op. Dat dan ook weer door onderling touwtrekken wordt opgelost. In ons land hebben we, bijvoorbeeld, de discussie over de aanpak van de kredietcrisis en de aanschaf van een gevechtsvliegtuig. Besluitvorming komt tot stand zonder dat daarbij duidelijk wordt aangegeven vanuit welke geestelijke overtuiging geleefd en geregeerd wordt. Het lijkt wel dat het uiteindelijk gaat om persoonlijke macht, die geprobeerd wordt in stand te houden door te doen wat de meeste stemmen oplevert bij de volgende verkiezingen. Maar dat geeft geen duurzame vrede, omdat de gemiddelde kiezer zich laat leiden door persoonlijk gewin op korte termijn. De gemiddelde Nederlander heeft geen hoger ideaal.

Onveiligheid

Van wie kan je met een gerust hart afhankelijk zijn? Dat is de vraag die opdoemt. Het antwoord is eenvoudig, Je kunt gerust afhankelijk zijn van iemand die je helpt en daarbij goede bedoelingen heeft, die uiteindelijk het beste voor je blijken te zijn.
Maar in de loop van de tijd blijkt dat dit lang niet altijd bij de overheden het geval is.
Farao verdrukte het volk Israël en wilde het blijvend uitbuiten (Exodus 14:5). Ons land heeft gezucht onder de Spaanse overheersing. Na verlossing daarvan kwam zo’n honderdvijftig jaar later een periode van Franse zeggenschap. In de negentiende eeuw verdrukte onze eigen overheid onze voorouders uit de Afscheiding. Dat bracht leed over onderdanen.
Kan dat nu allemaal straffeloos gebeuren?

Veiligheid

Zeker niet. De Bijbel geeft daar een duidelijk antwoord op. De HERE ziet dat wel. En neemt maatregelen. De HERE straft leidinggevenden en bestuurders die het volk uitzuigen dat Hij aan hun zorgen toevertrouwde. Over edelen giet Hij schande uit, Hij doet hen ronddolen in de ongebaande wildernis (Psalm 107:40). Hij neemt het op voor de armen en degenen die bijstand behoeven (Psalm 107:41, Job 12:21,24).
Maar gelukkig, de HERE vertelt ons ook dat wij ons van Hem veilig afhankelijk kunnen maken. En Hij bewijst dat ook.
Onder meer in Psalm 136. Opvallend is dat de bewijsvoering die de HERE geeft begint met een oproep tot loven. Het motief wordt er direct achteraan genoemd.
Hoe dat kan, wordt ons duidelijk als we het begin van deze Psalm nader bekijken. Loven, dat heeft de betekenis van gaaf maken ofwel volkomen maken, maar ook van betalen. Dat betekent dat loven het roemen, prijzen en verheerlijken inhoudt omdat de situatie volkomen gemaakt is, er is betaald, de schuld is weg. En het is de HERE Die dat doet. En van Hem weten we dat Hij dat kan: Volkomen maken en betalen. Want Hij is in staat om altijd te doen wat Hij belooft, en Hij doet dat ook.
Waarom kan hij dat en doet Hij dat? zo kunnen we ons afvragen. Hij doet dat, omdat Hij goed is. Goed. Dat is het motief. Want goed is datgene wat aan zijn doel beantwoordt. En van de HERE weten we dat Hij volmaakt is, dus komt alles wat Hij doet overeen met het doel en de bestemming van degenen die Hij helpt. En het stemt ook overeen met Zijn eigen doel. Dat geeft ons alvast een stuk rust. Maar, om alle mogelijke twijfels bij ons weg te nemen, en om ons een volkomen gevoel van veiligheid te geven, leert de Bijbel ons ook hoe het komt dat de HERE goed is.
De HERE is goed omdat zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Goedertierenheid is een woord dat in ons gewone spraakgebruik niet zo veel meer gebruikt wordt. In de Bijbel echter komt het vaak voor. Het woord is een samenvoeging van twee woorden: goed en tier, het woord ‘tier’ betekent ‘aard’. Met dit woord wordt gezegd dat degene die goedertieren is, goed van aard is. Dat geeft aan dat een goedertieren God alleen vanwege Zichzelf erop uit is om precies datgene te doen wat het beste is voor zijn schepsel. Dat doet Hij niet maar voor een bepaalde periode, maar dat doet Hij tot in eeuwigheid. Hij zal nooit ophouden te doen wat goed is voor zijn kinderen, of we nu leven in de tijd of straks, na de jongste dag, buiten de tijd. Want Hij verandert niet. Hij doet altijd wat Hij belooft en Hij zal altijd blijven doen wat Hij belooft. Want de eeuwigheid heeft geen begin en heeft geen einde.
De trouw waarmee God de beloften, bij zijn verbond gegeven, vervult is zeker (Psalm 6:5-6, Psalm 23:6). Op dat verbond en op die beloften mogen wij een beroep doen. Altijd, in onze tijd hier op aarde en straks in de hemel. Tot in eeuwigheid. God geeft altijd het beste aan zijn kinderen, daar houdt Hij nooit mee op. Dat geeft zekerheid en dat bevestigt ons gevoel van een veilige afhankelijkheid..

Echt waar

En terecht. Want Hij vervult zijn beloften.
Maar misschien komen er toch nog twijfels boven of het echt waar is, dat God volkomen goed is en dat Hij altijd goed zal blijven doen tot in de eeuwigheid. Want het is heel menselijk te denken dat, om zulke beloften rechtmatig te kunnen geven, God toch wel moet beschikken over enorme krachten en liefde, anders kan Hij de gedane beloften en de toegezegde zorg niet nakomen.
Op deze mogelijkheid van menselijke twijfels gaat onze Psalm in.
Als eerste wordt gewezen op het ontstaan van hemel en aarde. Deze zijn door God geschapen.
Als wij, zoals Abraham eens deed, op een heldere avond naar boven kijken en de sterrenhemel bewonderen, dan zal blijken dat we niet in staat zijn om de sterren te tellen (Genesis 15:5). Zo groot, zo machtig, zo indrukwekkend. En dan de afstanden. Onmetelijk, met al onze instrumenten en hulpmiddelen is de mens niet in staat om aan te geven hoe groot het heelal is. Dan ervaren we onze kleinheid en zwakheid, want wij zijn na één dag van werken op deze aarde al moe. En dan te bedenken dat al die sterren op één dag gemaakt zijn. Zonder moe te worden. Dat vraagt om een hoeveelheid energie die wij ons niet kunnen indenken. Welnu, deze onuitputtelijke bron van ongekende energie zet God in, om aan zijn kinderen alleen datgene te geven wat het beste voor hen is.
En dan volgt ook nog een tweede bewijs, dat God echt kan doen wat Hij belooft.
Kijk maar naar het volk Israël. Een onderdrukt slavenvolk wordt op een spectaculaire manier bevrijd uit de handen van de onderdrukkers. Dat gebeurt zo grondig dat de hele legermacht, inclusief de top van de leiding, verloren gaat. In één klap is de grootste wereldmacht zijn kracht kwijt (Exodus 14:25-28).
God wil alle twijfel wegnemen. Hij toont dat Hij de oppermachtige God is, die werkelijk bestaat met eeuwigdurende goedertierenheid.

Weldaden en zorg

Twijfelen hoeft niet meer. De HERE doet en zal doen wat Hij belooft: Zich vol zorg bekommeren om zijn volk, de kinderen die Hij liefheeft (Johannes 3:16, Psalm 55:23). Eens zal Hij alle misbruiken van de wereldse machthebbers, zijn ondergeschikten, wegdoen. Hij zal recht doen. Hij, de Heer der heren, is ook de Heer van de allerkleinsten. En bij Hem is geen aanzien des persoons (Colossenzen 3:25). De Here combineert rechtvaardigheid en goedertierenheid tot welzijn van Zijn onderdanen.
Hij heeft ons land behoed voor de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Hij heeft ons bevrijd van vreemde overheersing na de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft ons behoed voor een communistisch systeem, dat ons de vrijheid van godsdienst wilde afpakken. Hij heeft in de Vrijmaking van 1944 een opleving gegeven van getrouw geloof. Hij heeft in de tweede helft van de vorige eeuw volop de mogelijkheid gegeven om ons leven in te richten overeenkomstig zijn heerlijk Woord. Hij heeft grote materiële welvaart gegeven. Hij heeft opnieuw verlossing gegeven van afdwaling door een terugkeer te geven naar de zuivere bronnen van Zijn Woord in de Vrijmakingen van 2003 en 2004.
En nu worden we beproefd. De economische situatie geeft zorgen omtrent de mogelijkheid om in het bestaan te voorzien, de politieke situatie doet vermoeden dat de wereldleiders en de leiders van ons land niet meer het belang zien om onze vrijheid te verdedigen, en dat komt omdat ons volk afscheid neemt van het leven met de Here.

Moed houden

Wat nu?
Moed houden. God verlost zijn volk niet om het aan zijn lot over te laten. God verlost zijn volk om het naar zijn bestemming te leiden. God bevrijdt ons uit alle nederigheid. Dat kan Hij. De bewijzen zijn er. Want Hij staat boven al het geschapene.
We kunnen moed houden, omdat we, als we naar onszelf zien, weten en ervaren dat God niet kiest op grond van de kwaliteiten die een mens heeft. God kiest de zwakke en geeft aan hem en haar de zege van de verkiezing, dat houdt in een verlossing tot in eeuwigheid. De Schepper en Behouder buigt Zich, vanuit zijn hoge hemelwoning, diep voorover naar zijn kinderen hier beneden op deze aarde.
Hij doet wat Hij belooft en zal zijn verbondsbelofte waar maken. Met geheel Zijn onmetelijke kracht en wijsheid die van eeuwigheid is. Ook nu, voor ons vandaag. Zo geeft God ons zijn goedertierenheid, die is tot in eeuwigheid.
We zullen het merken: Gods goedheid gaat gepaard met reddende kracht, en niet met dadenloze zwakte en ook niet met werkeloos toezien. Hij zal zijn kinderen in hun beproevingen de wijsheid, kracht en inzicht geven om de moeiten waarin zij terecht komen te boven te komen. God is de legeroverste van zijn volk. Hij gaat voorop bij de verlossing. Dat is bewezen. Nu ruim twee duizend jaar geleden, want de Zoon van God is waarlijk opgestaan.

Terechte afhankelijkheid

God ontfermt Zich uit Zichzelf en niet op grond van welk werk van zijn kinderen dan ook. Daarom is onze afhankelijkheid veilig. Onze God houdt alle leven in stand. De zon gaat op en de zon gaat onder over bozen en goeden, daarin is geen onderscheid. Iedereen is verplicht hem te loven en te danken, in het bijzonder de kinderen van Abraham, de kinderen van het geloof (Psalm 105:6-11, Romeinen 4:11,12), want God ziet naar hen om in Zijn gunst (Psalm 37:28).
Onze dank gaat uit naar God, onze Vader, de Hoogste in de hemel en op de aarde (Psalm 145:10).
Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.