Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Afhankelijk

Jaargang: 
12
Datum: 
13 jun. 2018
Nummer: 
12
Schrijver: 
J.A. Sikkens
ID:
2080
Rubriek: 

Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen. Het spreekwoord is een lofzang op de deugden van zuinig zijn en hard werken. Maar wat als dat 'kasteel van een huis' een doel op zich wordt? Wat als wij het gemak, de status en het genot van de eigen welvaart wel heel bijzonder op prijs stellen en daarmee het leven in afhankelijkheid van de Heere een steeds moeilijkere opdracht wordt?

Geld verdienen als enig doel

Economische groei is beleidsdoelstelling nummer één. Het regeringsbeleid draait om koopkracht, groeicijfers, rentestanden. Een stabiele munt ter stimulering van onze concurrentiepositie. Om gezonde overheidsfinanciën. Onderdeel van dit (fiscale) beleid is arbeidsparticipatie, ook van de moeders. De échte ontwikkeling van de vrouw betekent werken en geld verdienen.

Dat dit beleid ook nadelen kent, is minder plezierig, maar het is de prijs voor een rijke en welvarende meerderheid van Nederland. Een meerderheid, want er zijn ook die schrijnende gevallen van een arme minderheid die het hoofd net of net niet boven water kan houden. Voedselbanken hebben het druk. Ondanks het sociale stelsel, vallen er toch mensen buiten de boot, die aangewezen zijn op hulp van anderen.

 

Armoede en rijkdom zijn betrekkelijk. Ondanks het streven naar rijkdom en meer, meer, meer blijkt de geestelijke armoede toch wel heel sterk. Gods Woord en wet worden losgelaten. De kerken lopen leeg. Nederland is een van de meest ongelovige landen geworden, zo kopte een krant een paar week terug. Geheel opgenomen door het streven naar aardse rijkdom en genot of geheel in beslag genomen door aardse armoede, is iedereen vooral met zichzelf bezig. Druk en zorgend om in dit leven 'verder' te komen in materieel opzicht, zonder zich af te vragen hoe verder te komen in geestelijk opzicht. De schatten worden hier op aarde verzameld, in plaats van in de hemel. De verkillende liefde wordt meer en meer zichtbaar, omdat niet naar Gods Woord geluisterd wordt.

 

In het verleden is de gerichtheid op economische groei wel aan de kaak gesteld. Is de gerichtheid op groei wel te verantwoorden of moet dat toch anders? In plaats van de 'economie van de groei' werd stelling ingenomen voor de 'economie van het genoeg'. Niet altijd maar meer, meer en nog meer, maar genoegen nemen met wat je wel al hebt. Deze theorie is echter nooit goed uit de verf gekomen, want een economie gericht op stagnatie of zelfs krimp heeft ook gevolgen voor de werkgelegenheid. Werkgelegenheid en de mogelijkheid om geld te verdienen om je gezin te onderhouden, de dienst van de kerk te onderhouden en de christelijke barmhartigheid te kunnen bewijzen, is een groot goed.

Beïnvloeding door welvaart

En wij? Ook wij worden beïnvloed door de welvaart. Door de gerichtheid op groei, door de gerichtheid op het uitbreiden van bezittingen. Wij profiteren ook van de economische vooruitgang van de afgelopen tijd; wij profiteren ook van de enorme Nederlandse rijkdom. Het gevaar zit erin dat wij, zonder ons af te vragen in hoeverre wij ook 'materialisten' worden, ons mee laten slepen door de manier waarop de samenleving tegen het bezit van geld en goed aankijkt. De reclames die gericht zijn op het uitlokken van consumptie, zien wij ook. En het onderwerp van die reclame - bijv. hypotheken, kredieten, vakanties, mooie woningen, auto's, computers en mobiele telefoons - worden ook door ons gebruikt in het dagelijks leven.

 

Hoe gaat u om met de opdracht om ook in uw bezit een voor de Heere heilig leven te leiden? Onze omgang met onze welvaart en de besteding van onze goederen is ook onderdeel van ons leven, waarop de Heere z'n beslag heeft gelegd.

 

De Heere vraagt in dit opzicht van ons geen uiterlijk-heden. Steeds weer wordt beslag gelegd op ons innerlijk. Op ons hart. Net zoals bij de Tien Geboden. Die zijn ook gericht op het gebod om God lief te hebben boven alles en niets anders te willen dan Gods wil te doen. Liefhebben en begeren. Het zijn woorden die aangeven dat het gaat om het hart. Maarten Luther heeft in dit verband zelfs eens gesproken over drie bekeringen: bekering van de geest tot de waarheid van het Evangelie, bekering van het hart om Christus als Zaligmaker te omhelzen en als Meester te erkennen én bekering van de portemonnee om het geld aan Christus' voeten te leggen. Iemand zei eens: tegenwoordig vertellen predikanten ons vaak dat, als mensen christen worden, het laatste ding in hun leven dat wordt aangeraakt door Gods herscheppende genade gewoonlijk hun portemonnee is.

 

Calvijn heeft het in dit verband over het maat houden. Die maat schrijft God ons voor in Zijn Woord, wanneer hij ons leert, dat het tegenwoordige leven voor de Zijnen een reis is, waardoor zij trekken naar het hemelse koninkrijk. Als wij slechts over de aarde moeten trekken, als vreemdelingen, als bijwoners, dan moeten wij alles wat wij krijgen van de Heere zo gebruiken dat ze ons op die reis helpen en ons niet tegenwerken.

Bijbelse norm

Uit de Bijbel weten we dat de Heere God de Gever en de Eigenaar is van al onze aarde bezittingen. Hij heeft de wereld gemaakt. Hij is Schepper van alles wat is. Hij is Koning en Bezitter van alles wat bestaat. Van Hem is de wereld, de schepping en alles wat daarop is. We lezen dat ook in Leviticus 25:23, waar de HERE aan Israël bij de voorschriften over het jubeljaar voorhoudt dat het land van Hem is en dat Israëlieten vreemdelingen en bijwoners zijn op aarde (vgl. 1 Kron. 29:10-16; Ps. 24:1).

Als we dus spreken over ons aardse goed, onze bezittingen, dan zullen we daarbij steeds moeten bedenken dat we eigenlijk beperkt eigenaar zijn. Hier komt naar voren wat de Heere zelf als opdracht in Genesis 1:28 aan de mens geeft: weest rentmeester over de aarde. Beheer haar, voor Mij. Ontplooi haar, tot Mijn eer. Gebruik haar, tot opbouw van Mijn Koninkrijk op deze wereld.

Alles is van onze HERE God en Hij geeft het ons 'slechts' in beheer om te ontplooien. Die opdracht is bij ons allemaal wel bekend. Maar vult u het maar eens concreet in. Kijk maar eens om u heen. Uw huis; uw auto; uw computer. De maandelijkse AOW, het pensioen, uw salaris. Hoe gebruikt u die middelen tot meerdere eer van de Naam van de HERE?

 

De opdracht van Genesis 1:28 om rentmeester te zijn is vóór de zondeval aan Adam als opdracht gegeven. De historie is verder gegaan en wij weten van zondeval, van belofte van verzoening, van Jezus Christus en die gekruisigd. Wanneer het van ons had afgehangen, hadden wij aan Gods opdracht om rentmeesters te zijn nooit kunnen voldoen. Maar alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eigen Zoon heeft gestuurd, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven heeft. De Heere geeft de mogelijkheid om te leven. Hij geeft bestaansmogelijkheid in Jezus Christus. Voor heel ons leven, voor al wat wij zijn, heeft Jezus Christus Zijn bloed gestort. Zijn bloed is gestort voor onze rechtvaardigmaking en voor onze heiligmaking. Wat wij bezitten is tevens duur gekocht door het bloed van Zijn Zoon. Het zijn Bijbelse uitgangspunten waarvan wij ons rekenschap moeten geven om onze omgang met verkregen welvaart te toetsen aan Gods Woord.

Afhankelijkheid

Bovenstaande normen betekenen dat wij afhankelijk zijn van onze God. Hij heeft ons ons aardse goed gegeven; Hij heeft ons met Zijn bloed gekocht. Dat maakt ons klein en afhankelijk van Hem. We moeten leven met wat we van de Hem krijgen. En dan past het ons, als Gods kinderen, om niet allereerst onze blik te werpen op wat voor ogen is of wat onze naasten allemaal wel of niet hebben. Het past ons in de eerste plaats om onze ogen te slaan in het Woord, waarin Hij zichzelf openbaart. We leven niet bij het aardse brood alleen, maar we leven van het geestelijke brood, wat uit Gods mond voortkomt (Deut. 8:3b).

 

Dat is een moeilijke opdracht. Wie heeft nu niet liever de zekerheid van een vaste baan? Wie voelt zich niet prettiger bij een goed gevulde spaarrekening? Wie vindt het niet prettiger om gewoon te kunnen doen wat je wilt, zonder je daarbij zorgen te maken over wat je eet of drinkt of waarmee je je kleden zult? We mogen die goede gaven van welvaart uit de hand van de Heere ontvangen, maar het ligt in het hart van de mens om vervolgens te gaan steunen op die aardse goederen. Te steunen op zekerheden, die geen zekerheden zijn. In afhankelijkheid leven van de Heere met een goede baan, een leuke spaarrekening en een mooi huis, wordt door ons over het algemeen makkelijker gevonden dan wanneer we te kampen krijgen met werkloosheid of wanneer van ons grote geldelijke offers worden gevraagd voor de dienst van de Heere. Voor de kerk, voor de opleiding, voor hulpbehoevende kerken, voor de dienst van de barmhartigheid, voor ... en vult u maar in.

De blijmoedige gever

God ziet vol liefde naar degene die blijmoedig geeft (er staat niet: 'die veel geeft'). Het is kenmerkend voor het genadeleven als - zodra in de noodzakelijke levensbehoeften voorzien is - een christen verlangt zijn bezit in te zetten voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk en om mensen in nood te helpen. Immers, ook ons bezit is van Christus en in die wetenschap zijn we slechts bewindvoerder over Zijn geld, rentmeester over het ons toevertrouwde.

 

Wij mogen met de van Hem gekregen gaven ook het welzijn van onze naaste bevorderen. Wat betekent dit? Paulus schrijft over de nieuwe levenswandel in Efeziërs 4. Hierin roept hij ook op om inspanning bij het werk, om de behoeftige iets te kunnen meedelen. Dat betekent niet alleen achteloos wat geld geven voor de diaconie, maar ook dat de behoeftigen ver weg maar ook dichtbij worden ondersteund. Niet uit een mensgerichte medemenselijkheid, maar om de gaven goed te gebruiken die God ons gegeven heeft, zodat Zijn Naam daardoor meer eer ontvangt.

 

We mogen leven in afhankelijkheid van onze hemelse Vader. Hij belooft dat Hij als een Vader voor Zijn kinderen zal zorgen. Vertrouw op Hem en blijf Zijn geboden gehoorzamen. Blijven leven in afhankelijkheid van Hem en rotsvast blijven vertrouwen op God, ook in tijden wanneer van u grote offers worden gevraagd en u zichzelf afvraagt of en hoe dat goed zal komen.

Op deze wijze verzamelen we ons geen schatten op de aarde, waar mot en roest ze verteren, maar we verzamelen schatten in de hemel.