Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Advent - Maranatha

Jaargang: 
4
Datum: 
22 dec. 2010
Nummer: 
46
Schrijver: 
P. van Gurp
ID:
761
Rubriek: 



Het ene grote gebed

Uw gebed is verhoord. Met die boodschap stuurde de HEERE Zijn engel Gabriël eerst naar Zacharias. Daarmee werd de geboorte aangekondigd van Johannes de Doper, de Elia, die voorzegd was als de voorloper van de Christus.
Welk gebed is verhoord?
De gebeden om een zoon, zo lang naar de HEERE opgezonden en tenslotte verstild, maar door de HEERE nog niet vergeten?
Of het gebed dat Zacharias juist gebeden heeft bij het reukoffer: de God der barmhartigheid kome tot Zijn heiligdom en neme het offer van Zijn volk met welgevallen aan? En niet alleen Zacharias bad dat, in de voorhof bad heel het volk met hem mee.
Gaat het hier om een persoonlijk gebed of om een kerkgebed?
Beide gebeden vallen samen bij deze twee hoogbejaarde kinderen van God, van wie de HEERE Zelf getuigt dat zij beiden rechtvaardig waren voor God en onberispelijk leefden naar alle geboden en eisen van de HEERE.
Hun vroegere gebed om een zoon was in feite het bidden om mee te mogen werken aan de komst van de Messias. De mensen om hen heen smaadden hen omdat zij geen zoon hadden gekregen van de HEERE. Maar toen kwam er zomaar het woord van de HEERE tot hen: uw gebed is verhoord.
Zij hebben het uiteraard niet meer meegemaakt dat hun zoon de weg zal banen voor de Messias als Zijn heraut. Zij hebben die vertroosting van Israël niet vervuld gezien. Zij zijn hun levens geëindigd als schapen zonder herder! Toch was toen al hun gebed verhoord. Hun persoonlijk gebed en het gebed van de gemeente.
Wij leren hieruit dat ook nu onze persoonlijke gebeden nog altijd moeten samenvallen met de gebeden van Gods volk.
De HEERE heeft ons de vrijheid gegeven dat wij al onze verlangens door ons bidden en smeken met dankzegging bekend mogen maken aan Hem, Filip.4:6.
Onze verlangens? In alles? Kunnen wij dat wel overzien?
Inderdaad, wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. Maar de Geest Die de harten doorzoekt, bidt in en door ons, Rom.8:26.
De gebeden van Gods volk, de persoonlijke gebeden en die in het gezin, de gebeden als gemeente van Christus, als Zijn bruid, ze zijn allen samen te vatten in één zin: kom, Heere Jezus! Opb.22:20.

Tweede advent

Die gebeden voor de eerste komst van Christus werden vervolgd in de verwachting van Zijn tweede komst. Bij Zijn Hemelvaart had de Heere Jezus Christus Zijn discipelen immers gezegd dat zij, uit Galilea teruggekeerd, in Jeruzalem moesten blijven. Daar zouden zij de Heilige Geest ontvangen en zo bekleed worden met kracht uit de hoogte, Luk.24:49.
Dat betekent dat Christus weer bij hen zou terugkomen overeenkomstig Zijn belofte dat Hij hen niet als wezen zou achterlaten, Hand.2:4-5.
Hij is wel lichamelijk in de hemel, maar naar Zijn godheid, majesteit en Geest kwam Hij terug en zo is Hij ook nu nog bij ons.
Dat was dus toen in de verwachting van Pinksteren het adventsgebed om de tweede komst van Christus, in de Geest.
De discipelen, met de vrouwen en Maria de moeder van Jezus en met Zijn broers hebben toen eensgezind volhard in het bidden en smeken, zonder te weten wanneer zij met de Heilige Geest gedoopt zouden worden. Niet lang na deze dagen, had hun Meester nog gezegd in Zijn laatste toespraak tot hen.
Ook dat gebed werd toen verhoord.

De laatste komst van Christus

Nu verwachten wij Zijn laatste komst om te oordelen de levenden en doden. En ook nu is het gebed een onmisbaar onderdeel van die verwachting.
Immers, zo heeft de HEERE het ons toch geleerd:

    Laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn....bidt zonder ophouden 1 Tess.5:6,17

Dat bidden doen wij allen samen en ieder ook persoonlijk. Het kan toch niet anders dan dat de bruid verlangend uitziet naar de komst van haar Bruidegom! Daarom is het dat de Geest en de bruid zeggen: kom, Heere Jezus, Opb. 22: 17

Maranatha

Dat gebed van de Bruid wordt door de HEERE beantwoord: ja, Ik kom met haast. Daarop antwoordt de gemeente: amen, ja, kom Heere Jezus! Opb.22:20.
Wij bidden om Zijn komst en ook al kan het nog lang duren, toch zegt Hij tegen ons: uw gebed is verhoord, Ik kom, Ik ben komende, Ik ben al onderweg.
Datzelfde zien wij ook in de uitroep Maranatha. Dat woord betekent tweeërlei: Heere kom. En: de Heere komt.
Uit een oud geschrift (Didache 10,6) weten wij dat in de eerste christelijke gemeente de viering van het Heilig Avondmaal werd ingeluid met de woorden: als iemand heilig is, hij kome. Als iemand niet heilig is, hij bekere zich. Maranatha.
Dat werd steeds bij de viering van het Heilig Avondmaal geroepen om met die woorden uit te nodigen en te waarschuwen, omdat het de tafel van de Heere is en Hij Zelf komt als Gastheer.
Ons gebed om de komst van de Heere Jezus Christus wordt verhoord, want Hij is al bezig te komen.

De beantwoording van het adventsgebed

Waarin is dat komen van de Heere Jezus Christus vandaag te zien? Hij heeft Zelf gezegd dat Hij vuur op de aarde wil werpen en dat Hij niet gekomen is om vrede te brengen maar verdeeldheid en het zwaard, Luk.12:49-53.
Op Patmos ziet Johannes in een visioen hoe de gebeden van Gods volk, van alle gelovigen, bij de HEERE komen. Een engel ontsteekt op het altaar in de hemel reukwerk voor die gebeden, zodat deze gereinigd en gezuiverd door de HEERE worden aangenomen. En dan ziet hij de beantwoording van de gebeden. De engel neemt wat van dat brandende reukwerk van het altaar en werpt het op de aarde. Dat betekent dat de gebeden terugkomen, dat zij verhoord worden. En dan gebeurt er dit:

    er kwamen donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving, Opb.8:5.

Dat zijn de gerichten van God die op de aarde komen. Dat is het komen van Christus. Zeker, Ik kom spoedig, zegt Christus en daarom:

    Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd, Opb.22:11.

De tegenstellingen worden steeds duidelijker zichtbaar.

Bespoedigen

De HEERE laat door middel van Zijn apostel Petrus ons weten dat wij de dag van Zijn komst zelfs bespoedigen. Niet alleen maar verwachten, maar ook bespoedigen.

    Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten. 2 Petrus 3:11-12

Het woord vertaald door ‘u spoedende’ kan beter vertaald worden door: ‘bespoedigend’, ‘verhaastend’. In het Grieks staat er namelijk geen voorzetsel achter ‘spoedende’ (dat er door de vertalers wel tussenin gezet is), maar gewoon de vierde naamval.
Dat is wel heel bijzonder. Door onze gebeden wordt de dag van de Heere Jezus Christus bespoedigd. Niet alleen door onze gebeden, maar ook door onze ‘heilige wandel en godsvrucht’.
Kan dat? Ligt dan niet alles vast in de raad van God van eeuwigheid?
Laten wij maar rustig luisteren naar wat de HEERE ons zegt om ons te troosten en aan te moedigen. De Heere Jezus Christus heeft gezegd dat Hij die moeitevolle laatste tijden vol verzoekingen zal inkorten. Anders zou er niemand behouden worden Matt.24:22. Dus: de tijd wordt ingekort.
Dat ligt dus ook al in de raad van God. Hij heeft immers ook onze gebeden in Zijn raad opgenomen.
Die troost geeft de HEERE ons mee als wij moeten meemaken dat de kerk haast tot niets is gekomen. Als de afval van de HEERE niet alleen zich steeds meer verspreidt, maar ook vijandiger wordt. Als de verzoekingen van de antichrist steeds verraderlijker worden.

Het teken van het Beest

Dat zal een tijd zijn waarin de kooplieden van de aarde handelen in lichamen van mensen, zoals wij dat zien in de vrouwenhandel, in de slavernij. Zij handelen zelfs in zielen van mensen, Opb.18:14. Zij willen in ons denken binnendringen en ons geloof vernielen en ons indoctrineren.
Onlangs heeft een zogeheten futuroloog (iemand die op grond van de huidige ontwikkelingen schetst hoe die zullen uitmonden in allerlei bijzondere uitvindingen in de toekomst) als een van zijn verwachtingen uitgesproken, dat niet alleen de informatietechnologie zover komt dat er een menselijk verstand (human intelligence) kan worden geproduceerd - dat is al een heel eind op weg! – maar zelfs ook dat die software via een chip kan worden ingeplant in de hersenen. Zo stond onlangs in het tijdschrift TIME te lezen.
Dat zou dan betekenen dat daardoor voor een groot deel het denken van de mens geprogrammeerd kan worden naar het moederbrein van de antichrist. Allen in eenzelfde richting, uit eenzelfde overtuiging.
Dat zou wel eens de voltooiing zijn van die handel in zielen van mensen, die ook in onze tijd al volop aan de gang is door middel van allerlei duivelse invloeden door beeld en geluid en geschrift. In deze laatste ontwikkelingen beginnen dus nu al de contouren van het teken van het Beest zichtbaar te worden. En wie weigert dat teken aan te nemen wordt buitengesloten en is dan niets meer dan een illegaal in de samenleving geworden.

Troost

Maar in dat alles komt nu de troost van de Heere Jezus Christus. Hij is in dat alles bezig te komen tot Zijn dag. Waakt en bidt, zei Hij tot Zijn discipelen en tot ons. Tegelijk zegt Hij: de satan heeft geëist u te mogen ziften als de tarwe, maar Ik bid voor u dat uw geloof niet bezwijkt.
In artikel 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij over die voorbede van Christus: er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus. Niemand heeft zoveel liefde voor ons als Hij, Die Zijn leven voor ons heeft gegeven, zelfs toen wij vijanden waren. En niemand heeft zoveel macht en aanzien als Hij, Die gezeten is aan de rechterhand van Zijn Vader en Die alle macht heeft in hemel en op aarde.
En de kerk doet daarvan belijdenis aan het slot van de Dordtse Leerregels over deze leer van de bewaring van Gods kinderen:

    De bruid van Christus heeft haar altijd als een schat van oneindige waarde innig liefgehad en standvastig verdedigd. God zal ervoor zorgen, dat zij dit ook zal blijven doen; tegen Hem kan geen plan iets uitrichten en is geen enkele macht opgewassen, V,15.