Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Advent, kind of Koning?

Jaargang: 
3
Datum: 
16 dec. 2009
Nummer: 
43
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
599
Rubriek: 

Advent. Vreugdevolle verwachting. Zo noemen we de periode voor Kerst. We kennen vier adventszondagen. En we houden er van om aan die adventszondagen ook in de kerk enige aandacht te besteden. Door adventsprediking. We doen er ook graag in de gemeente, op school en thuis het een en ander aan. Advents- en kerstliederen worden ingestudeerd. Kinderkerstfeesten worden georganiseerd. Zo bereiden we ons voor op het Kerstfeest. Het feest van Christus die als mens op aarde kwam. Als kind. Heel gewoontjes. Na zijn geboorte liggend in een voederbak. In een stal, een heel eenvoudig, gewoon onderkomen. Als zoveel gewone kinderen in een eenvoudig gezin in Israël.

Kindje in de kribbe

Het gaat in adventstijd dan ook om de opgang naar het feest van het kindje in de kribbe.

    `En er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde. En opeens stond een engel des Heren bij hen en de heerlijkheid des Heren omstraalde hen, en zij vreesden met grote vreze. En de engel zeide tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David. En dit zij u het teken: Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe. En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende: Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens.
    En het geschiedde, toen de engelen van hen heengevaren waren naar de hemel, dat de herders tot elkander spraken: Laten wij dan naar Betlehem gaan om te zien hetgeen geschied is en ons door de Here is bekendgemaakt. En zij gingen haastig en vonden Maria en Jozef, en het kind liggende in de kribbe. En toen zij het gezien hadden, maakten zij bekend hetgeen tot hen gesproken was over dit kind. En allen, die ervan hoorden, verbaasden zich over hetgeen door de herders tot hen gezegd werd. Doch Maria bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart. En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.`

Het bekende kerstevangelie uit Lukas 2: 8-20. Een kind in een kribbe, een voerbak voor dieren. Dat is het teken voor de herders. De Here Jezus, gekomen op aarde, als kind, als kleine baby. Het Woord dat vlees is geworden. (Joh. 1: 14). Een machtig heilsfeit. Een eeuwenoude verbondsbelofte vervuld. Eeuwenlang is door Gods kinderen gewacht op dit heilsfeit. Verlangend gewacht. Verlangend gewacht op de komst van dat ene Kind.
Het is dan ook goed om niet alleen aan dat heilsfeit maar ook aan die verwachting aandacht te besteden.

Wie?

Maar dan is het ook goed om ieder jaar weer na te gaan, en onszelf te beproeven, hóe we daar aandacht aan besteden. Feest vieren mag. Gezelligheid mag. Een blijde verwachtingsvolle stemming is niet verkeerd. Maar wáár leven we naar toe? Wát verwachten we? Beter gezegd: Wíe verwachten we?
In de Bijbel wordt ons nog veel meer geopenbaard in verband met onze advent, onze verwachting. Bijvoorbeeld in Openbaring 19.

    `En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren.` (Openbaring 19: 11-16).

En nu stellen we onszelf opnieuw de vraag: Wíe verwachten we? Dat Kind uit Lukas 2? Of die Koning uit Openbaring 19? Die Koning der Koningen? De Getrouwe en Waarachtige? Het Woord Gods?

Verder

In de adventstijd is onze aandacht altijd zo sterk gericht op de komst van dat Kind. En, nogmaals, het is goed om daarbij stil te staan. Om na te gaan hoe de Bijbel spreekt over Gods beloften. Over het uitzien naar de komst van de Verlosser. Over de vervulling van die oude beloften. Over de bijzondere wijze waarop de HERE aan de vervulling van zijn Woord heeft gewerkt.
Maar onze aandacht mag toch niet alleen daarop gericht zijn. Als we daarin blijven steken, dan sluiten we aan bij het Kerstfeest van de wereld. De wereld komt nooit verder. Wil ook niet verder komen. De wereld blijft staan bij de kribbe. Bij dat aandoenlijke kindje. Bij dat vredige tafereeltje. Bij dat symbool van vrede en geluk. Ja, want dat heeft de wereld er van gemaakt. Maar de ontroering van Maria, het geloof van de herders en de aanbidding van de wijzen werpt men van zich. In een tijd waarin het christelijk geloof in een hoog tempo de samenleving uit wordt geworpen kan en wil men daar niets meer mee. Maar wel wil men dat ontroerende en aandoenlijke beeld van dat kindje. Als centrum van een neo-heidens, een na-christelijk, een puur menselijk winter- en familiefeest.
Daarom moeten wij, leden van Gods kerk, er voor oppassen niet bij het Kind in de kribbe te blijven staan. We zouden zomaar in de valkuil van de wereldgelijkvormigheid vallen.
Gods werk is verder gegaan. De heilsgeschiedenis is verder gekomen. Onze verwáchting is verder gekomen. Is een andere verwachting geworden. Nog rijker dan in de dagen van Maria en Jozef.
Het is de verwachting van Handelingen 1: 9-11:

    ` En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.`

Koning der koningen

Onze Here Christus zal weerkomen. Dat is de vaste belofte die we hebben. Maar als Hij weerkomt op de wolken, dan komt hij niet als Kind. Nee, dan komt Hij als de grote Koning! Als de Here der heren. Schitterend om te zien. Bekleed met het gewaad van Zijn Middelaarswerk. Aan het hoofd van Zijn hemelse legers, gehuld in blinkend wit. Dan komt Hij om te oordelen. Om vonnis te vellen. Én om de zijnen vrij te spreken.
Na de komst van Christus op aarde werd het Goede Vrijdag. Golgotha. En daarna Pasen. En Pinksteren. Gods werk ging door. Wij mogen veel verder zijn dan de herders en de wijzen. Veel verder dan Simeon en Hanna. Wij verwachten de komst van Kóning Christus op de Jongste Dag. Daar zien we met groot verlangen naar uit. Dat belijden we toch iedere zondag?
Nee, er is geen tegenstelling tussen dat Kind in de kribbe en die Hemelse Koning. Het verschil is dat de geschiedenis van Gods heil verder is gekomen. En nog elke dag verder gaat. We zien het om ons heen. Onze Koning is op komst! En vele tekenen gaan aan zijn komst vooruit.

Kind of Koning?

Als wij aanbidden, dan aanbidden we onze Koning. Onze Here, komend in macht en heerlijkheid. Als we verwachten en verlangen, dan verwachten en verlangen we de Overwinnaar, de Here der heren. Het Kind is opgegroeid, heeft Zijn werk gedaan en is verheerlijkt en Koning geworden.
Wat moeten we dan met advent? Afschaffen? En het kerstfeest ook meteen maar weg? Nee, natuurlijk niet. Ook advent, ook de verwachting van Gods heil is deel van Gods Woord. Hoort bij de geschiedenis van Gods volk. Hoort bij de geschiedenis van de gemeente van de Here. Laten we daar maar rustig aandacht aan besteden. Laten we maar heel gewoon de Here loven en eren om de verwachting van de Heiland. Een verwachting die God zelf in stand heeft gehouden.
Maar laten we dan tegelijk bedenken dat we daar niet bij blijven staan. Laten we tegelijk bedenken dat advent dan ook betekent de verwachting van de komst van de grote Koning in heerlijkheid op de wolken. Dat hoort er bij. Onmisbaar.
Eigenlijk is ieder zondag zo advent. Ja, iedere dag van ons leven. Steeds als we bidden: Kom, Here Jezus, kom spoedig, dan is het advent.
Kind of Koning?
Het Kind werd Koning. Gods beloften werden vervuld. En ze zúllen vervuld worden. De Koning, dat is het Lam dat geslacht werd. Als Hij komt in macht en heerlijkheid zal Hij de zijnen plaats laten nemen aan de maaltijd van het Lam, aan het koninklijke bruiloftsmaal.

    ` En ik hoorde als een stem van een grote schare
    en als een stem van vele wateren
    en als een stem van zware donderslagen,
    zeggende:
    Halleluja!
    Want de Here, onze God, de Almachtige,
    heeft het koningschap aanvaard.
    Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven,
    want de bruiloft des Lams is gekomen
    en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt;
    en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden,
    want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.
    (Openbaring 19:6-8)

Dat is onze advent! Onze vreugdevolle verwachting!