Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Advent en Kerst 2010: ‘vlees’? ...of Geest?

Jaargang: 
4
Datum: 
08 dec. 2010
Nummer: 
44
Schrijver: 
Maarten Dijkstra
ID:
756

Kerst komt er D.V. weer aan. We leven nu in de periode voor Kerst, ook wel ‘advent’ genoemd. Dat betekent een periode van ‘naderen tot Kerst’. We naderen Kerst 2010. Wat wil dat nu zeggen? En hoe naderen we dan? Wat doen we in die periode? Er is vaak sprake van een ‘grote verwachting’. Maar wat is jouw kerstverwachting? Je hoop? Helemaal anno 2010? Het IS toch al Kerst geweest, toen in Bethlehem? Jezus Christus IS al geboren, voltooid verleden tijd. Die tijd en die gebeurtenissen kunnen zich niet herhalen. Maar hoe brengen we de adventsdagen dan door? Doen we dat christelijk, joods of werelds? Is ons hart vol van uitzien naar de HERE; en willen we vanuit ons geloof in Hem advent beleven? Of is ons hart vol van al het lekkere ‘vlees’ bij Kerst, vol van alle uiterlijke dingen, zoals romantiek, sfeer en gezelligheid? Gaat advent bij jou, zo gezegd, om ‘vlees’ of om geest?
Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op (Jesaja 60:1, SV);
Maar ik zal uitzien naar de HERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen (Micha 7:7).

2 soorten vlees

Kunnen we überhaupt wel christelijk met advent omgaan? Moeten we advent niet doorbrengen op joodse wijze? Dus advent alsof de Messias nog moet komen? Alsof we nog onder de oude bedeling leven? En dan gaan uitzien naar de geboorte van de Messias? Of brengen we advent door vanuit het volbrachte werk in Christus? Dat is dan op christelijke wijze. Maar kunnen we in het jaar 2010 wel doen alsof Christus nog niet is gekomen? Alsof Hij nog niet zijn geestelijke gaven over ons heeft uitgestort? De oude bedeling is voorbij gegaan en de nieuwe bedeling is gekomen. Door te doen alsof we in de tijd vóór de komst van de Here Jezus leven, brengen we de adventsdagen toch door als joden die Christus niet erkennen. Anno 2010, in de nieuwe bedeling, is dat zonde. Want wie nu bewust de gekomen Here Jezus niet erkent als Messias, als Christus, die gaat eigen wegen! Dat betekent voor advent, dat we niet joods, Oudtestamentisch advent kunnen doorbrengen. Dat is zonde. Ja, vlees. We hebben dan liever de duisternis dan het Licht (Joh. 1:5, 3:19, 8:12). Lees ook eens wat Paulus schrijft over de bedekking die over het oude verbond ligt, 2 Cor. 3. Alleen in Christus gaat deze weg en is er vrijheid en de volle rijkdom van het heil (2 Cor. 3:14-16).
Kunnen we dan advent vieren als heidenen en ongelovigen, zeg maar werelds? Advent zonder Christus. Zonder geloof. Zonder Geest en geestelijk aspect. Vaak gericht op uiterlijke dingen. Op het materiële. Je kerstverwachting is dan al gauw: lekker eten, drinken en gezelligheid. Maar ook voor de ongelovige en heiden geldt: gelóóf! Christus is de weg, de waarheid en het leven (Joh. 14:6). Ook voor hen is geschreven: “alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe”, Joh. 3:16. Ook zij gaan eigen zondige wegen, wegen van het vlees, als ze zich niet bekeren en geloven in de Here Jezus Christus. Dus ook werelds advent doorbrengen mag niet.

Wij: vlees of geest?

Hoe breng jij de adventsdagen door, hoe leef je naar Kerst toe? Laat je je daarin leiden door wat de wereld ons toont met haar kerstverdwazing? Of speelt de ‘joodse’ manier ook een rol bij jouw advent? Werelds en joods, het is actueel. Want hoeveel kerstvieringen op scholen zijn gericht op het opnieuw beleven van de geboorte van Jezus? Een kerststalletje met een pop in een krib? Op jouw school misschien ook? Of in de stad? Maar ook de wereldse stijl kan ons in verzoeking brengen. Al die kerstversiering, kerstverlichting. (Foute) kerstliedjes op de radio. Lekker winkelen in prachtig opgetuigde winkelstraten. Heb jij ook al zo’n versierde en verlichte tuin? Maar hoe zit het met je hart? Is daar ook licht? Of maken die twee ‘soorten vlees’ de dienst uit? Waar ben je vol van in je hart? Van het lekkere vetgemeste konijn, dat in zijn hokje rond hipt? Of ben je zélf misschien vetgemest, heb je een vetgemest hart gekregen (Jak. 5:5; Matth. 13:15), onder alle weelde waar je in leeft? Maar dan zorgt de wereld voor je kerstgevoel! Terwijl dat juist een geestelijke zaak is! Een zaak van geloof. Iets wat de heilige Geest werkt met het Woord. Dan moet dat Woord jouw advent en Kerst bepalen. Het Woord zegt ons hoe we advent en Kerst moeten doorbrengen. Dat is geloven in de heilsfeiten, waarvan de Schrift spreekt. Dat is tegelijk ook ervan getuigen door onze advents- en kerststijl en door er over te spreken.

Jezus de Christus

Als je ergens op wacht, tref je meestal bepaalde voorbereidingen. Als je op de trein wacht, ga je op het station staan. Wanneer de 10 meisjes uitzien, wachten, op de bruidegom, treffen 5 meisjes goede voorbereidingen en 5 niet (Matth. 25:1-13). Het gaat erom of we in ons wachten en uitzien, ons laten leiden door wie of wat we verwachten. Daar stemmen we toch op af? Ook innerlijk, met ons hart. Waar je op wacht bepaalt dus hoe je wacht. Advent is de periode die vooruit ziet op Kerst, op de komst van de Here Jezus Christus in het vlees. Christus bepaalt dan ook hoe ons advent er uit moet zien. We moeten goed weten wie Hij is en waarvoor Hij op aarde kwam. Wat zijn HELE werk en leven is. Wat Hij gedaan heeft voor ons. Maar ook wat Hij van ons vraagt: zijn werk en persoon te geloven. Daarvan te getuigen in woord, daad en stijl. Dan pas kunnen we advent, maar zeker ook Kerst vieren. Het gevaar is groot, dat we Jezus Christus uit zijn context halen, uit zijn werk lospeuteren. Dan gaat het met Kerst om Jezus, punt. Niets meer. Een klein teer mensje in een kribje. Maar wie is Hij? Hij is toch óók de Christus, de Zoon van God? Weg romantiek! Zijn geboorte werd met hemelse legermachten bij de herders aangekondigd. Leger! Dat spreekt toch van oorlog en strijd? Die pop in de kerststal... Hoe is het mogelijk. Is dat geen zonde tegen het 2e gebod? Maken we dan geen beeld van onze Here en Heiland? - Als jij jarig bent, vier je dan dat je nog een klein kind bent? Wil je als zo’n klein kind behandeld worden op die dag? Als je visite dat doet, voel je je dan serieus genomen als mens die je bent, in je totaliteit? Wordt jouw geboorte op die manier niet losgemaakt van de persoon die je nu bent?
We moeten de Schrift laten spreken over advent en Kerst. Over de Here Jezus Christus. Dan worden we onderwezen over de ware adventsgedachte en het echte kerstfeest. Dan gaat het om meer dan Jezus, punt. De punt moet weg: Jezus Christus. Zelfs nog meer: onze Here! Laten we geen karikatuur maken van onze Verlosser. Geloof en getuig van wat de Schrift zegt! Maar wàt leert de Schrift ons nu over Hem, onszelf en over advent en Kerst?

Gedenken in stijl; een lach en een traan

De Schrift laat duidelijk zien dat we Hem moeten gedenken. Niet nadoen of gaan herbeleven en onze Redder uit het geheel van zijn daden lichten. Wel mogen we zijn komst op aarde, zijn heilswerk voor onze geest halen. Dat doen we ook als we de kerstverhalen weer horen. Of als we lezen over het uitzien van het volk onder het oude verbond naar de Messias. Centraal staat dan hoe we uitzien en gedenken. Dat is voor de echte gelovige allereerst gelóven in wat God openbaart in zijn Woord. En daar vervolgens naar léven, in christelijke stijl! In heel de heilsgeschiedenis van God gaat het om het gedenken, geloven en getuigen van Gods werken van schepping en herschepping. Om het gelovig erkennen van onze zonde en schuld en de noodzaak van verzoening. Dat is de rode draad die door de oude- en nieuwe bedeling heenloopt. De echte adventsgedachte van de gelovigen onder het oude- en nieuwe verbond is het gelóvig gedenken van Gods grote daden en onze schuld. Wel leefde men onder de oude bedeling nog toe naar het feit van dat grote werk. Daarom was er ook sprake van schaduwen en ceremoniën (vgl. art. 25 NGB). In de nieuwe bedeling leven wij vanuit het feit van die grote daden van God in onze Here Jezus Christus. Maar de houding en inhoud van de adventsverwachting is hetzelfde: verdriet en verootmoediging voor God om onze zonden en grote vreugde om de verlossing die God zou brengen en voor ons gebracht heeft. Denk aan Psalm 130. Het kenmerkende van Gods éne volk alle eeuwen door is de eenheid in schuldbelijdenis én de lofprijzing om de verlossing van die schuld en de verzoening met God. En vervolgens het leven uit die verlossing. Geloven en getuigen. Ook in een christelijk advent en Kerst. Dat leren we uit de Schrift. Als we dat weten dan pas kunnen we echt en christelijk feestvieren. Weten we dit niet, dan kan het niet anders of we maken een beeld van onze Here Jezus Christus. We maken dan zelf een voorstelling van Hem die niet uit de Schrift zelf komt. Laten we daar toch voor oppassen. Gedenken wil dus zeggen: geloven in en denken aan de beloften en werken van God en daardoor je leven laten bepalen (bijv. Psalm 77 en 78). Daar vervolgens van getuigen in woord, daad en stijl. Dán laten we de Christus van de Schriften spreken over advent en Kerst. Dan gaan we zien hoe advent en Kerst moet zijn. Die Schriften hebben het daar vaak over! Gelukkig. Jesaja sprak er ook van in 60:1 ‘Maak u op’. En Micha heeft het er ook al over in 7:7: ‘uitzien’ en ‘wachten’. Maar, betrek jij de woorden ‘uitzien’, ‘wachten’ en ‘opmaken’ op een ‘joodse’ of wereldse kerstverwachting, zo van ‘maak het konijn op, ik kan er niet op wachten’? Of betrek je dat op jezelf, op je hart: ‘ik maak me zelf op voor de Here, ik zie uit naar Hem’? Vlees of Geest!

Advent in de Schrift

‘Maak u op’, zei Jesaja. Dat kunnen we vertalen met: klaarmaken om iets te doen; opstaan uit een bepaalde toestand of situatie. Jesaja riep dat het volk toe, omdat het Licht zou komen. De grote Koning. Het volk moest zich klaarmaken om Hem te ontmoeten. Ze moesten opstaan uit hun zondige levenstoestand. Uit de slaap van de zonde. Men moest juist nuchter en waakzaam zijn, Matth. 25:13; 1 Petr. 5:8-9. Wassen en reinigen was nodig om de Koning te kunnen ontmoeten. Heiligen heet dat ook wel. Dat is een belangrijk aspect in de Bijbel. Onder het Oude Testament werd dat vaak door reinigingsrituelen uitgebeeld (vgl. Ex. 19:10; 30:19-21; Num. 8:7). Het wijst er op, dat er een reiniging van zonde moest komen door de komende Messias (Jes.1:16; Jer.2:22; Ps.51:4). Daar zijn de rituelen een afbeelding van. Het wil het volk bewaren bij de kennis, dat verzoening nodig is. Eigenlijk staat het hele Oude Testament in het kader van advent. In het Nieuwe Testament wordt duidelijk, dat dit op de reiniging van onze zonden slaat (1 Joh. 1:9; Titus 2:14; Hebr.1:3). Niet door onszelf, maar door het werk van onze Here Jezus Christus. Zijn bloed heeft ons gereinigd van de zonde (Gez. 16). ‘In het kruis zal ik eeuwig roemen’... en met Kerst dit werk ook noemen! Dat werk begon feitelijk met zijn geboorte en zette Hij voort in de volgende heilsfeiten. Kerst staat dus niet los van Goede Vrijdag, Pasen, Pinksteren of Hemelvaart. De gelovigen onder het oude verbond zagen uit naar de Messias, zeg maar Kerst. Maar niet omdat Hij daar zo romantisch en menselijk lag in de krib. Maar omdat Hij daarmee zijn heilswerk feitelijk begon! Men jubelde in Hem, omdat Hij de wortel van alle kwaad en zorgen in het leven, de zonde en de dood, zou overwinnen. Zijn volk daarvan zou verlossen. Hoelang zou die grote dag nog duren? Wanneer zou die morgen dagen, Ps. 130? Denk aan de lofzang van Maria die de nood en hoop van het volk zo treffend weergeeft: ‘Hij heeft Zich Israël, zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid’, Luc.1:54. Zacharias profeteerde ervan bij de geboorte van Johannes, Luc.1:68 en 79: ‘Geloofd zij de Here, de God van Israël, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg des vredes’. Ook Simeon sprak erover: ‘... Hij verwachtte de vertroosting van Israël’, Luc.2:25.

Blijft in mijn liefde!

Kennis van die vertroosting is bitter nodig, samen met kennis van God en onszelf. Het doet ons onze ellende en nood zien én de verlossing die nodig is. Daarom roept Jesaja op tot opstaan en heiliging en spreekt Micha van uitzien en wachten op de God van ons heil. Paulus haalt dezelfde zaak aan in Ef. 5:1-21. Hij roept ook op tot een heilige wandel als kinderen van het licht. Tot een breken met de zonde en een uitzien naar onze Here. Oproepen tot geloof en bekering. Daarom kan Johannes de Doper een adventsprofeet bij uitstek genoemd worden. Vlak voordat de Messias zou komen, moest hij het volk oproepen tot geloof en bekering, tot een opstaan en klaarmaken voor de komst van de Koning. Tot een uitzien en hopen. Tot een heilig leven, aangenaam voor God. Dat is een leven in het verbond. Geloof in Gods beloften en een gehoorzamen aan wat Hij vraagt. Zo blijft de weg tot Christus open. Om te kunnen genieten van de vreugde van het heil, is dus bekering nodig. Een dagelijks breken met de zonde, 2 Cor. 7:1. Sta op!, zegt Jesaja. Heilig je! Waarom? Zonde en ongeloof staan de verlossing en de komst van Gods rijk in de weg. Het sluit ons hart voor Christus, die nu juist om onze zonden moest komen. Calvijn zegt daarvan dat ‘wij dàn kennis hebben van de zaligheid, als wij de vergeving der zonden hebben leren kennen’. Hij wijst daarbij op Luc.1:77. We leren door het onderhouden van het verbond, dat het een genade-verbond is, waarvan Christus de Middelaar is. We hebben Hem dus nodig. Daarom is het belangrijk dat we leven naar de wil van de Here. Naar zijn verbondseisen. Zo blijven we immers in zijn liefde! (Joh.15:10; 1 Joh. 3:24). Zo houden we de gemeenschap met onze God en Vader. Dan is het Immanuël: God met ons. Van belang is dus de vraag: hoe sta jij tegenover Christus? Als wij niet recht tegenover Hem staan, moeten we ons bekeren. Anders komt het oordeel over ons en kan Kerst nu wel vredig lijken, maar leven we wel onder het oordeel van God. De genade van de Here wordt tot een oordeel, als het niet komt tot een echt wakker worden en opstaan uit de slaap van de zonde. Simeon sprak in zijn lofzang daar al van: ‘Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt  – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan –, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden’, Luc. 2:34-35. Het gaat om ernstige dingen. Geloof of ongeloof. Vlees of Geest! Voor ieder die het ‘vlees’ liever heeft dan de Geest komt het tot een val. Maar wie door de werking van de Geest breekt met het vlees, die zal uiteindelijk mogen ingaan in het feest van onze Here! Laat ieder om die Geest bidden en leren het vlees te doden.

Geest en feest!

Alleen wie ootmoedig alles van de Here verwachten, op Hem hopen, die mogen juichen van het heil. Ervan getuigen in woord, daad en stijl. Ja, getuigen en juichen. Ook te midden van de moeite en nood, die er nog kan zijn. Juist dán kùn je juichen! Dat is nu advent! De dood en de zonde is overwonnen. Maar advent loopt door, omdat Gods werk nog niet af is. Immers, de rekening van het ‘vlees’ is wel volledig betaald, maar wij ‘kopen’ nog steeds ‘vlees’. We hebben deel aan de verlossing, maar we zondigen ook nog. Wij wachten nog op de volkomen verlossing. Op het definitieve einde. Gelukkig. Zie jij daarnaar uit? Die dag komt! De morgen van de totale verlossing, van de voleinding, gloort al! Dat is nu ook advent! Heilig - in christelijke stijl - uitzien en wachten tot de volle glorie van de dag komt. Straks bij de tweede komst van onze Here Jezus Christus op de wolken. Dan is er de heerlijke gemeenschap met onze God. Immanuël. God met ons. De Vader, de Zoon en de Geest. Dan zal het feest volkomen zijn. Wel zonder vlees... Of nee, toch met vlees. Mijn en jouw eigen vlees. Het zal opstaan door de kracht van Christus en verenigd worden met onze ziel, Zondag 22. Wat een rijkdom en vreugde. Wat een uitzicht. Geloof je het? Getuig je ervan? Van dat feest, van dat eeuwige leven, daarvan mogen we nu al een begin proeven, Zondag 22. Met advent en ook met Kerst. Proeven van die vreugde, ook in het vlees van jouw kerstdiner. Feest! Maar wel christelijk. Gelovig gedenken in stijl, met een lach en een traan. Zalig kerstfeest!