Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Actueel herderschap

Jaargang: 
5
Datum: 
25 mei. 2011
Nummer: 
20
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
879
Rubriek: 


In verband met de doorgaande discussie over de beoordeling van de Vrijmaking van 2003, wil ik graag onderstaande passage doorgeven in deze rubriek. Het betreft een deel van een artikel dat prof. J. Kamphuis, schreef in 1967 onder de titel Actueel herderschap, in Toogdag in tenten, Groningen 1967, pag. 96 vv. Het werd eerder gepubliceerd in De Reformatie, jg. 42 (1966-1967), pag. 394, 395.

In dit artikel beschrijft Kamphuis het kerkvergaderend werk van Christus in de reformaties van de kerk. Hij wijst met name op het belang om deze reformaties om Christus’ wil te blijven zien en belijden als werk van Christus. Hij schreef dit een jaar na het verschijnen van de Open Brief waarin de Vrijmaking van 1944 als werk des Heeren ter discussie werd gesteld.

    Laten we niet vergeten, dat ‘wederkeer’ het kernwoord van iedere reformatie is in welke historische situatie die zich dan ook voltrekt. In het woord re-form-atie, her-vorming ligt die erkentenis van de noodzaak der wederkeer en de belijdenis van haar feitelijkheid al opgesloten. En de Afscheiding van 1834 noemde zich Afscheiding of Wederkeer, zoals de Vrijmaking van 1944 als vrijmaking en wederkeer beleden werd.
    Een heilsfeit? Neen.
    Ook niet het oud-testamentische beginsel van een heilsfeit als de uittocht uit Egypte, vervuld in de opstanding van Christus Jezus uit de doden.

    Maar wel de uitwerking van het vervulde heilsfeit in onze aardse historie en daarin groter dan ieder oud-testamentisch beginsel, zoals Christus Zelf de kleinste in het Koninkrijk der Hemelen, dat in de Nieuwe Bedding gepredikt wordt en komt, groter noemt dan Johannes de Doper, hoewel er uit hen, die van vrouwen geboren zijn tot dat ogenblik toe niemand is opgestaan groter dan deze Johannes (Matth.11 : 11).
    Niet in zichzelf en op zichzelf genomen zijn zij groter of met hem op een lijn te stellen, maar als kinderen van het in Christus gekomen en komende Koninkrijk zijn zij boven hem uit.

    Dat moet om Christus’ wil worden vastgehouden. Dat mag in Christus’ naam met vrijmoedigheid, met blijdschap van het geloof worden beleden.

    Zo is een reformatie de zestiende eeuw na de geboorte, de dood, de opstanding, de hemelvaart van Christus Jezus, na de uitstorting van de Geest, in wie Hij present is en nabij Zijn volk, groter dan een uittocht uit het diensthuis, zoveel duizend jaar voor Zijn geboorte.

    Want Hij is in de geschiedenis gekomen. Hij, die werd aangekondigd in het Oude Verbond en toen reeds krachten werkte, Hij is nu verschenen als de grote Herder van Zijn ene kudde, die Hij zich aan het kruis verwierf. En Hij — God boven alles te prijzen tot in eeuwigheid — is niet onderworpen aan de wet van opgaan, blinken en verzinken, maar stelt zich steeds weer in de gang der eeuwen door Zijn Woord en Geest present.

    Waar het Woord tot heerschappij komt, daar zijn maar niet alleen gelovige en gehoorzame mènsen, ook maar niet gelovige mensen, die erkennen, dat hun gehoorzaamheid door de Heilige Geest gewerkt is, maar daar is Hij als Gids der Zijnen, die in de rechte sporen leidt om Zijns naam wil. Daar zijn maar geen schapen, die een nieuwe weg inslaan of op een oude weg voortgaan, maar de Herder is daar, teruggebracht uit de doden.

    Daarom er die saamvergadering, die samentrekking van de schapen steeds opnieuw en steeds naar het oude, altijd-actuele Woord van de Goede Herder, die de Zijnen bij name kent. En de Zijnen, ze kennen Zijn stem en horen en volgen Hem in het jaar des Heren 1517 of in het jaar des Heren 1944, in welk jaar ook Zijn barmhartige presentie en van Zijn eeuwig herderschap. Komt en kent Hem, de Herder der eeuwen, die dood geweest is en Hij leeft, Die ’t volk, dat Hij ontzondigd heeft, in eeuwigheid beveiligt.
    (alle vet weergegeven woorden van JK).