Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Abram, Lot en Melchisedek.

Jaargang: 
1
Datum: 
24 okt. 2007
Nummer: 
37
Schrijver: 
Martine Sikkens
ID:
151
Rubriek: 



Abram en Lot gaan uit elkaar

Boven op een heuvel staan Abram en zijn neef Lot. Ze kijken om zich heen. Abram is speciaal samen met Lot naar deze plek gegaan om een probleem op te lossen. Lot en zijn oom Abram hebben allebei veel dieren. Ze hebben dus allebei ook veel land nodig met gras om de dieren te laten eten. Ook hebben ze water nodig om de dieren te laten drinken. Lot en zijn oom hebben allebei herders gevraagd om voor hun dieren te zorgen. Deze herders moeten goede eet- en drinkplekken zoeken zodat de dieren genoeg kunnen eten en drinken. Maar omdat het veel dieren zijn hebben de herders steeds ruzie om het mooiste stukje gras en het beste plekje bij de rivier. Abram heeft gezegd dat het zo niet langer kan. Ruzie maken is niet goed. Daarom wil Abram graag dat ze iets uit elkaar gaan wonen zodat ze allebei genoeg ruimte hebben voor hun dieren. Daarom staan Lot en Abram nu op de heuvel. Abram zegt tegen Lot: ‘Kijk goed om je heen Lot, waar wil jij het liefst wonen? Als jij naar rechts wilt, ga ik naar links, maar als jij naar links wilt ga ik naar rechts’.

Lot kiest

Lot kijkt goed om zich heen en ziet een mooi stuk land bij de rivier de Jordaan. Mooie weilanden zijn daar en water kan hij halen uit de Jordaan. Ook ligt het vlak bij een stad, de stad Sodom. Lot wil daar graag wonen. Hij weet dat de mensen in Sodom niet naar de Here luisteren en dat ze dingen doen die God verboden heeft. Toch kiest Lot dit stuk land! Hij gaat daar wonen eerst in een tent bij de stad, en later in een huis in de stad. Zijn oom Abram gaat juist aan de andere kant wonen en woont vlakbij het plaatsje Hebron. De Here zegt tegen Abram dat hij om zich heen moet kijken. Eens zal het hele land voor Abrams volk zijn. Hij moet naar het zand kijken. ‘Zoveel zand als je ziet Abram, zo groot zal jouw volk worden. Jouw nageslacht zal talrijk zijn’. Abram is de Here dankbaar voor deze belofte en voor deze woonplaats. Hij bouwt daar een altaar en brengt een offer om de Here te bedanken.

Opdracht

De volgende zinnen komen uit Genesis 13. Zoek jij de goede stukken bij elkaar?

En ook Lot had veel.........

...zeer slecht en zondig tegenover de Here.

Er ontstond twist tussen de herders van Abrahams vee.......

...de gehele streek van de Jordaan rijk aan water was.

Toen sloeg Lot zijn ogen op en zag dat...

...als het stof van de aarde

De mannen van Sodom waren.....
...een altaar voor de Here.

En ik zal uw nageslacht maken.......

...en de herders van Lots vee.

En Abram bouwde daar................

...schapen, runderen en tenten.

Abram bevrijdt Lot

Op een dag heeft een aantal koningen in de buurt van de stad Sodom oorlog met elkaar. Elke stad had in die tijd een eigen koning. Ook de koning van Sodom heeft deze keer ruzie en vecht mee in de oorlog. Maar hij verliest en de mensen van Sodom worden gevangen genomen. Alle spullen en de mensen nemen ze mee. Lot hoort ook bij de gevangenen. Al deze mensen worden ontvoerd.
Gelukkig weet één man te vluchten en hij gaat naar Abram toe en verteld wat er gebeurd is. Abram vindt het heel erg dat zijn neef Lot gevangen is genomen, en gaat samen met 300 knechten achter de gevangenen aan. Abram bedenkt een slim plan. Abram en zijn soldaten verdelen zich in groepjes en gaan zich verstoppen. ’s Nachts komen ze plotseling tevoorschijn, als de vijanden liggen te slapen, en gaan ze proberen de gevangenen te bevrijden. Het plan lukt. Abram met zijn knechten winnen de strijd. De Here heeft hun geholpen. Abram bevrijdt de gevangenen en ook Lot wordt bevrijd. Lot is weer vrij en kan naar huis. De gevangenen zijn erg blij en bedanken Abram. De koning van Sodom wil Abram grote cadeaus geven, maar die wil Abram niet hebben. Abram wil niet dat de koning van Sodom later zegt dat hij Abram rijk heeft gemaakt. Alleen de Here God heeft Abram rijk gemaakt.

Abram ontmoet Melchisedek

Op de terugweg komen Abram en Lot en hun knechten de Koning van Salem tegen. Deze koning heet Melchisedek. Melchisedek is koning maar hij is ook nog iets anders. Hij is ook een priester van God. Hij vertelt aan Abram dat de Here God ervoor gezorgd heeft dat Abram deze strijd heeft gewonnen.
Melchisedek geeft Abram en zijn mensen eten en drinken. En Abram geeft Melchisedek een tiende deel van al zijn bezittingen. Eigenlijk verdeelt Abram al zijn spullen in tien groepen en één groepje geeft hij aan Melchisedek, en dus aan de Here, want Melchisedek is een priester.
Melchisedek is een belangrijke naam om te onthouden. In de tijd van de Bijbel had je veel koningen en ook veel priesters maar het kwam nooit voor dat een priester óók een koning was. Alleen bij Melchisedek was dat zo. En bij nog Iemand. Ook de Here Jezus is Priester en Koning tegelijk. Paulus schrijft dat in zijn brief aan de Hebreeën. De Here Jezus is de Koning van de hele wereld, hij regeert alles. Als Priester heeft hij zichzelf geofferd voor onze zonden en pleit hij voor ons bij Zijn Vader. Dit betekent dat Hij God de Vader vraagt om vergeving van onze zonden. Dit kan Hij vragen omdat Hij voor onze zonden betaald heeft. De Here Jezus is er zelfs nog iets bij. Hij is Koning, Priester én Profeet. Als Profeet vertelde hij dingen van Zijn Vader, zodat wij weten hoe God wil dat wij leven. Deze verhalen staan in de Bijbel, zo kunnen wij ze ook nu nog lezen.

Is het gelukt om de eerste 10 bijbelboeken te leren de vorige keer?
Nu komen er tien bij. Succes!
Genesis
1 Koningen

Exodus
2 Koningen

Leviticus
1 Kronieken

Numeri
2 Kronieken

Deuteronomium
Ezra

Jozua
Nehemia

Richteren
Ester

Ruth
Job

1 Samuël
Psalmen

2 Samuël
Spreuken