Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

Aangenaam

Jaargang: 
2
Datum: 
06 aug. 2008
Nummer: 
28
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
334
Rubriek: 

... al wat waar, al wat waardig, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat. (Fil. 4:8)

Heiliging

De tijd van de vakanties is weer aangebroken. Velen van ons gaan er één of meer weken tussen uit. Het is een tijd van ontspanning en genieten. En dat is een goede zaak. Als we ook deze tijd maar gebruiken tot Gods eer en in Zijn dienst. Met name kan dat uitstekend gebeuren door de natuur in te trekken en zo de schepping van God te bewonderen. Er zijn ook allerlei andere vormen van vrije tijdsbesteding, waar we ons kritischer tegenover moeten opstellen.
Dat geldt speciaal met betrekking tot onze zogenaamde passieve ontspanning in de vorm van vermaak, “entertainment”, door anderen. Op dat gebied is er momenteel een ware hausse aan ontwikkelingen. Het ene lijkt nog weer aantrekkelijker dan het andere. Audiovisuele apparaten en hun media, computers met allerlei soorten spellen en andere software. Alles komt met een grote aantrekkelijkheid op ons af. Het is overigens zeer de vraag of hier wel altijd sprake is van “ontspanning”, laat staan of deze vorm van ontspanning voor ons goed is.
Laten we in ieder geval beseffen dat het gebruik ervan niet zonder gevolg is. Wat er via onze oren en ogen bij ons binnenkomt wordt altijd wel op de een of andere wijze door onze hersenen verwerkt. Het kijken naar een film bijvoorbeeld, beperkt zich niet tot het puur waarnemen van reeksen van beelden door onze ogen. Wat we zien bevat boodschappen, die onze hersenen te verwerken krijgen, bewust of onbewust. Ook bij muziek gaat het maar niet om klanken zonder meer, die onze oren waarnemen. Ook muziek bevat een boodschap. En die boodschap leidt zomaar tot een bepaald gedrag of stemming. We kunnen door muziek in een blijde stemming raken of juist meer in een droevige sfeer komen. Door de tekst en de wijze van zingen kunnen ook bepaalde hartstochten binnen ons in beweging worden gebracht.
De grote vraag bij dit alles is, of dat wat we binnenhalen aan beelden en muziek afgestemd is op het feit dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest. Of we daarmee ons lichaam met onze zintuigen en hersenen, werkelijk heiligen tot een Gode welgevallig offer.
Paulus schrijft in Rom. 6 over ons leven dat bevrijd is door Christus van de zondemacht, en daarom als het nieuwe leven niets meer van doen mag hebben met zonden en zondige begeerten.
Daarbij spreekt hij in vers 13 en 19 ook over onze “leden”, dat zijn onze ledematen, onze lichaamsdelen, organen, lichamelijke krachten en gaven. Hij zegt: wij moeten die leden, die organen, niet langer als instrumenten in dienst van de zonde, van onreinheid en wetteloosheid stellen. Maar wij moeten onze “leden” ten dienste stellen van de gerechtigheid tot heiliging. Dat wil zeggen dat onze leden gebruikt moeten worden tot volle toewijding aan onze Here God in een heilige dienst van danken en loven. Om de Here aangenaam te zijn in alles.
Er was een hele omwenteling nodig in het denken en in het handelen sinds Christus ons heeft vrijgekocht. Dat moet ook zijn uitwerking krijgen in de manier waarop wij nu ons lichaam gaan gebruiken, en waar we het op gaan richten. Hoe wij ook onze lichaamsdelen gaan inzetten in dienst van Gods Koninkrijk.
Tot die ‘leden’ behoren dus ook onze zintuiglijke organen, onze ogen, onze oren en ons verstand. Die mogen en moeten we nu in dienst van Christus gebruiken. Het vraagt een bewuste omgang, een verantwoord gebruik van die ‘leden’, om die ook positief in te zetten.
Dat positief inzetten van onze leden in de wereld waarin we leven, wordt heel mooi uiteengezet in de Heilige Schrift in Fil. 4:8:

    Al wat waar, al wat waardig, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat.

In dit artikel wil ik vanuit het vertrekpunt van Rom. 6 en Fil. 4 aandacht vragen voor onze ontspanning op het gebied van muziek. Uiteraard beperkt zich dat niet tot de vakanties, maar heeft dat betrekking op veel andere uurtjes van ‘ontspanning’ in ons leven.

Toets alles

Laten we maar eens proberen een aantal vragen te beantwoorden. Wat hebben de bovengenoemde tekstwoorden ons te zeggen voor de muziek die wij zoal uitkiezen? Hoe gaan we om met muziek die ons als achtergrond wordt "aangeboden" of die we misschien gedachteloos aanzetten? Laten we deze Schriftwoorden meespreken om onze jeugd voor te gaan in de keuze van en het omgaan met muziek? Hanteren wij bij muziek de norm van Gods Woord over onze levenswandel en mijden wij muziek die uit is op effectbejag, op verkeerde beïnvloeding van onze geest? Is het zo dat wij steeds kiezen voor muziek die kuis en ingetogen is, die mooi van compositie en tonen is, die harmonieus is, zodat we onze God en Here ermee eren en onszelf ook onze medemens erdoor weten op te bouwen? Weten we eigenlijk nog wel te onderscheiden waarop het aankomt zodra het om kunst, muziek of 'amusement' gaat?
Wanneer we deze vragen overdenken, blijkt dat ook gereformeerden bij muziek vaak zo weinig kritisch zijn. En toch is dat echt nodig. Want ook door muziek via onze radio, televisie, afspeelapparatuur, walkmans, computers, MP3-spelers en i-pods stellen wij ons gehoor en dus onze geest zomaar bloot aan allerlei vormen van wereldse beïnvloeding, soms onbedoeld of zelfs onbewust. Hoe gemakkelijk leidt dit niet tot een gewenning, vervlakking en aanvaarding. We horen die populaire muziek elke dag wel een aantal malen, en raken eraan gewend. We gaan ons prettiger voelen, want die muziek ligt immers gemakkelijk in het gehoor. Bepaalde ritmische muziek werkt daarbij zelfs bijzonder verslavend. Vele jongeren kunnen niet meer zonder die extra beat. Het stuwt hun gemoed en denken op. Ze zijn er aan verslaafd geraakt.

Zo verslindt de amusements- en pop-muziek zijn duizenden. Maar, en daar willen we in het bijzonder de vinger bij leggen, de meerderheid van deze muziek staat qua vorm en bedoelingen op gespannen voet met de opdracht van de Here zoals die in Fil. 4:8 staat omschreven.
De opzwepende beat die zo eigen is aan de talloze varianten van popmuziek is voor een deel terug te brengen op de ritmes van heidens religieuze dansen van Afrika. Ze brengen de luisteraar in de sfeer van de betoverende belevingswereld van de moderne religieuze mens met zijn afgoden: de pop-stars. Daar heerst de verafgoding van het lichaam en van de seks. De popmuziek staat niet los van de teksten en van de hele levensstijl die uitgeademd wordt door de muzikanten. Het gaat om een totale levensstijl, een totale levenshouding van de mens met zijn lusten en zijn ongebondenheid.
Dat komt ook uit in de teksten. Ook op dat onderdeel zullen we die muziek moeten beoordelen. Zijn deze gemeten aan de norm van Gods Woord zuiver, rein en waar? Gaat het bij het overweldigend vaak voorkomende onderwerp ‘liefde’ om de liefde die God aangenaam is, of gaat het om 'vrije' liefde, waarin de afgod seks zijn aanbidding vraagt. Leg daarom naast deze teksten de bovengenoemde Schriftgedeelten en oordeel zelf.
En hoe staat het met de videoclips? De TV zender MTV en allerlei internetsites bieden videofragmenten waarop de zanggroep of band zich al zingend presenteert, in vaak zeer provocerende en schaamteloze stijl. Weer moeten we dan de vraag stellen: Is dat de Here aangenaam? Daar kijken we toch niet naar op onze MP4s/i-pods? Je kan toch geen twee heren dienen, ook niet met je muziek (Matt. 6:24)?
We zullen het nu maar niet meer hebben over disco’s en popconcerten. Daar komt heel deze cultuur bij elkaar, maar dan nog aangevuld met massahysterie.

Op een enkel geluid na (G.J. Nijhof met een aantal artikelen in het blad Klare Klanken van de Geref. Omroep Vereniging en P.A. te Velde in zijn uitgaven Popmuziek; een christelijke visie op populaire muziek, Groningen, 1982 en Popmuziek; in gesprek met jongeren, Willem de Zwijgerstichting, Apeldoorn, 1988) is het altijd erg stil geweest in de gereformeerde pers rond het thema popmuziek. In het Nederlands Dagblad stond de jeugdrubriek jaren bol van aanbevelingen om naar deze muziek te luisteren. Voor andere muziek zoals gewijde muziek, marsmuziek, klassieke muziek is maar weinig aandacht. Kennelijk is er slechts een enkeling, die zich daarvoor interesseert?!
Zo zijn ook onze jongeren en een groot deel van de ouders er min of meer bij opgegroeid, en hebben zij er vaak geen idee van wat daar nu verkeerd aan is. Door opvoeders en ouders is in het verleden verzuimd erop te wijzen hoezeer deze muziek vergeven is van het dienen van de afgoden van deze tijd.

En behoudt het goede

Vaak wordt tegengeworpen dat je niet alle popmuziek en lichte muziek over één kam mag scheren. En, zo zegt men erbij, klassieke muziek is toch ook door onchristelijke mensen gecomponeerd; ook onder klassieke muziekwerken komen toch ongelovige en verkeerde composities voor? Vaak wordt dan hiermee de discussie gesloten: overal valt wel wat op aan te merken. Dus pas op om een ander op z'n muziek te veroordelen en beslis maar voor jezelf.
Maar dat is niet de goede houding van een mondig christen. Je bent immers mondig om de Here zo goed mogelijk te dienen. Je zult daarom des te meer na moeten gaan of de omgang met de door jou gekozen muziek de Here welgevallig zal zijn.

Deze bewuste en positieve instelling snijdt twee wegen de pas af.
Het betekent enerzijds dat je vanwege je christen-zijn muziek niet kritiekloos over je heen mag laten komen. Dat geldt ook voor klassieke muziek.
Anderzijds wordt zo de gedachte bestreden, dat de muziekcultuur in deze wereld maar helemaal gemeden moet worden. Vandaag wordt op heel veel fronten van ons gevraagd te toetsen en het goede te behouden, en ons te onthouden van alle soorten van kwaad (1 Tess. 5: 21,22). Ook wat betreft muziek luisteren en muziek beoefenen wil de Here dat we niet het schema van deze wereld volgen maar het goede in Zijn schepping tot zijn lof weten te gebruiken, met dankzegging (1 Tim. 4:4). Dit houdt in dat we niet alleen maar afkeuren wat nièt goed is, maar ook opzoeken wat het wèl is, naar de maatstaf van Gods Woord.

Dan komen we wat de muziek betreft allereerst uit bij psalmen, gezangen en geestelijke liederen (Col. 3:17, Ef. 5:19): laten we daar nooit smalend over spreken! Voor eigen gebruik en naar onze jeugd toe moeten we juist deze muziekuiting ook in onze huizen in hoge ere houden! Gezongen of instrumentaal.
Is er daarnaast meer, waar we achter kunnen staan? Als we daarnaar op zoek gaan, valt op dat er onder ons en vooral onder onze jeugd zo weinig kennis van en voorlichting over verantwoorde klassieke muziek is. Vaak blijkt in onze gezinnen de bagage die we ons gunnen op het gebied van klassieke muziek niet uit te stijgen boven een aantal platen of CD's met orgel- en koormuziek. We hebben vaak eenvoudig geen weet van (andere) klassieke muziek. En dan wordt het zoals het gezegde zegt: onbekend maakt onbemind.
Voor een positieve mondige houding is dit erg jammer. We doen onszelf tekort en bovendien hebben we zo onze jeugd weinig beters te bieden, dan ze via hun leeftijdsgroep krijgen toegestopt. Juist in de strijd die we tegen wereldgelijkvormigheid in de vrije tijdsbesteding moeten voeren, kan van goede, mooie muziek veel positiefs uitgaan. Het luisteren maar vooral ook het beoefenen van muziek geeft een goede invulling voor onze vrije tijd. Het vormt ook een goede tegenhanger tegenover televisie-verslaving, computerspel-verslaving en de cultuur van pop-idolen, idols en hitlijsten.

In bovenstaande heb ik een richting mogen wijzen voor het omgaan met ontspanning en kunst in deze wereld. Daarbij mag ons uitgangspunt niet zijn: hoe kan ik nog wat voor mezelf houden. Maar onze gedragslijn moet zijn: hoe breng ik alles in mijn leven onder het beslag van mijn Here en Eigenaar Jezus Christus. Als voorbeeld namen we muziek. Maar we kunnen dat doortrekken naar ons TV kijken, ons internetgebruik, onze computerspelen, ons ‘uitgaan’ enz.. Laten we al deze dingen toetsen aan Gods wil, en ook daarin een lichtend licht in deze wereld zijn. Als we zó bezig zijn, dan zullen ook onze ontspanning en vakanties de zegen van de Here mogen krijgen. En daar is ons toch alles aan gelegen?