Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

6a.3. Om de ware oecumene (2)

Jaargang: 
5
Datum: 
16 feb. 2011
Nummer: 
6
Schrijver: 
S. de Marie
ID:
558

We zetten onze reactie op het referaat van ds. E. Hoogendoorn voort. De vorige keer constateerden we met vreugde herkenning van de Bijbelse boodschap met betrekking tot de door de Here gevraagde kerkelijke eenheid.
Enerzijds staat daarbij de ware oecumene tegenover de valse oecumene, waar Gods Woord niet veilig is, en waar daarom Gods kinderen niet veilig zijn.
Anderzijds is er steeds de opdracht van de Here Zelf om die eenheid te zoeken met al Gods kinderen, de eenheid in het ware geloof.
Verder zijn we blij met de consequentie die ds. Hoogendoorn op basis van de boodschap van Schrift en belijdenis trekt uit de huidige situatie in de GKv: breken met de ongerechtigheid.
We wezen daarbij wel op zijn voorbijgaan aan de ontwikkelingen die tot de vrijmaking van 2003 hebben geleid. We vroegen ons af: waarom toch?


Het advies van ds. Hoogendoorn


Als ds. Hoogendoorn nu komt tot een concreet advies aan de zich vrijmakende broeder en/of zuster, dan kijkt hij eerst links en rechts van de GKv. Hij is op zoek naar alternatieven. De Christelijke Gereformeerde Kerken en de Hersteld Hervormde Kerk. Hij ziet herkenning, wijst zelfs op een gemeenschappelijk fundament.
Toch ziet hij in beide kerkgenootschappen problemen en drempels om zich bij één van hen te voegen. Hoewel hij het niet speciaal noemt, mogen we aannemen dat NGB art. 29 als leidraad wordt genomen, want er worden argumenten genoemd die de waarheid van Gods Woord betreffen. Ds. Hoogendoorn gebruikt voor deze kerkgenootschappen en zelfs voor de Gereformeerde Gemeenten de aanduiding "broederschap". Dat laatste bevreemdt ons. Er is toch náást de 'ware oecumene' niet ook een ' (ware) broederschapsband' tussen kerken. Komt hier toch in mee de idee van "de gereformeerde gezindte"? Of lees ik dit verkeerd?

Dan wendt hij zich tot De Gereformeerde Kerken (hersteld):

    Last but not least noem ik de GKH. De vele zorgen over de ontwikkelingen in de GKV die wij met de GKH deelden en delen, verraden een gemeenschappelijk basis. En drijven ons naar elkaar toe. Het is nog niet zo lang geleden dat we samen avondmaal vierden. We delen ook een rijk gemeenschappelijk verleden. De GKH is vóór ons uitgegaan in het scheiden van de wegen met de GKV. Het is bekend dat het voor veel broeders en zusters die ook hun zorgen hadden over de GKV, te vroeg was om die stap toen al te doen. We zagen nog ruimte en plicht om binnen de GKV via de kerkelijke weg te appelleren op de broederschap.
    Ook waren de argumenten die de GKH destijds aandroegen, voor ons een te smalle basis om op grond daarvan te zeggen: dit maakt een langer blijven in de GKV voor de Here niet verantwoord.



Ootmoed?


Het doet verdriet dat ds. Hoogendoorn dit nu ook nog zo wil stellen. Ds. Hoogendoorn wil zijn zorgen die een drempel kunnen zijn in alle eerlijkheid neerleggen. Hij is van mening dat die openheid elkaar kan dienen. We waarderen die houding zeer. Daaraan ontlenen we hier de vrijmoedigheid om open en eerlijk een reactie te geven op dat wat hij als drempel voor eenwording in onze richting neerlegt. Zou ds. Hoogendoorn er niet goed aan doen om het 'te vroeg' en 'te smal' van zijn oordeel over de vrijmaking van 2003 en volgende jaren, te verbinden met de overweging of de stap van hem en anderen nú niet 'erg laat' zou kunnen zijn in de ogen van de Here? Er moet toch na een deformatieproces van meer dan 15 jaar ook bedacht worden hoeveel kerkleden intussen vergiftigd zijn in de GKv door de dwaalleer van de valse oecumene en door de ondermijning van het Schriftgezag. Hoeveel gezinnen zijn daardoor inmiddels niet uiteengeslagen? Dit is in de DGK één van de meest verbreide redenen van voortdurend en diep verdriet. Hoezeer is ook de verontrusting binnen de GKv in de loop van de laatste jaren niet afgekalfd door steeds verdere aanpassing? Maar vooral moeten we allemaal dit bedenken: hoeveel is de Here niet tekort gedaan in Zijn eer en in Zijn recht!?
En wat betreft het te smal: is de basis waarop ds. Hoogendoorn nu tot vrijmaking oproept, wezenlijk breder dan die waarop in 2003 tot reformatie werd opgeroepen?
Daar komt bij dat hij zelf destijds in de ongedeelde kerkenraad van Kampen-Noord ingestemd heeft met de ratificering van onschriftuurlijke synodebesluiten van GS Zuidhorn 2002/2003.

Nee, allemaal hebben we medeschuld aan de deformerende ontwikkelingen die al zovele jaren hun gang konden gaan. Daar wèrden of wòrden we niet medeverantwoordelijk voor, zoals ds. Hoogendoorn dat stelt. Maar daar wáren of zíjn we medeverantwoordelijk voor. Daarin voelen wij ons niet beter dan de ander. Hier past ons allen oprechte verootmoediging tegenover de Here. Maar laten we dan die verootmoediging ook tonen door elkaar geen veroordeling te geven, die ons niet toekomt. Dit geldt mijns inziens wederzijds.


Radicalisme


Ds. Hoogendoorns zorg strekt echter dieper dan alleen een 'te vroeg' en 'te smal' van destijds.
Hij stelt daarbij de vraag of dit ook

    kan getuigen van een radicalisme dat tekort schiet aan de breedte van het fundament van de gereformeerde kerken: Gods Woord en dat alleen (denk aan wat we belijden in onze drie formulieren van eenheid!)?

Hier wordt door ds. Hoogendoorn iets zeer ernstigs gesuggereerd: radicalisme door af te doen van Gods Woord. Het wordt in de vragende vorm gesteld, zonder argumentatie maar met een zwaargeladen suggestie. Zo plaats je een kerkverband in de hoek van extremisme, dat afbreuk doet aan Gods Woord en daaraan toevoegt. Dit gesignaleerde radicalisme gaat dus tot in het fundament van de kerk. Het is in strijd met de drie formulieren van eenheid.

Een ernstige zaak. Wat zijn zijn argumenten hiervoor? We lezen ze niet. Het is niet de eerste keer dat ds. Hoogendoorn zich in deze zin uitlaat over DGK. In dit referaat òm de ware oecumene worden opnieuw geen gronden voor deze suggestie genoemd. "Radicalisme dat tekort schiet aan de breedte van het fundament van de gereformeerde kerken". Radicalisme waarin de grond voor ware oecumene dus ontbreekt. Radicalisme waarmee het fundament van de kerk is opgebroken. Een radicalisme dat niet gelijk is aan de radicaliteit van het geloof die de Here juist van ons vraagt. Nee, er worden volgens ds. Hoogendoorn eisen gesteld die boven Gods Woord uitgaan.

Kan dit zomaar gesteld worden? Mag dit zo? 'Open' en 'eerlijk' in de lezing, op het internet, in het RD-verslag? Dit stemt opnieuw tot verdriet. Ja, het is open maar is het wel 'eerlijk'? Als je bij je zorgen elkaar echt openlijk en eerlijk zoekt, begin je toch niet met een dergelijke kwalificatie zònder argumenten? Dan bevraag je eerst de ander; of dan leg je bij de ander zijn door jou gesignaleerde tekorten of dwalingen neer in het licht van Gods Woord. Zodat de ander zich daarvan kan bekeren. Maar óók om hem in de gelegenheid te stellen om bij Gods Woord te reageren, waarop je zo nodig je eigen bezwaren bij zou moeten stellen. Zó moeten we elkaar toch zoeken? Dat is toch de open en eerlijke weg die de Here Jezus, de goede Herder in deze zaken aangeeft? Denk aan Math. 18. Dit geldt toch juist waar het om zoeken van de ware oecumene gaat? Zo was het door ds. Hoogendoorn genoemde schrijven "om de ware oecumene" uit 1980 in opdracht van GS Groningen-Zuid ook bedoeld èn ingericht: met argumenten uit Gods Woord en de belijdenis van de kerk waarschuwen en terugroepen. Zo was ook het schrijven in opdracht van GS Arnhem 1981 richting de Christelijke Gereformeerde Kerken "Het Woord laten staan; een oproep tot keuze" opgesteld: indringend, maar met argumenten. Datzelfde is nagestreefd met de brochure "Laten we ons (!) bekeren" van 2003.


Veilig weten


Wij willen hier niet verder ingaan op de mogelijke inhoud en betekenis van 'allerlei tegenstellingen'. Wel willen we erop wijzen dat de ware kerk nooit volmaakt zal zijn. Dat ook daar altijd onenigheden moeten voorkomen, wil blijken wie de toets kunnen doorstaan (1 Kor. 11:19). Ook is het goed te benadrukken dat we de kerk niet moeten beoordelen op de mensen, die op grond van allerlei tegenstellingen onvrede hebben. Maar dat we de kerk zullen moeten beoordelen naar haar fundament, en de kenmerken van de ware kerk.
Dan zal de ware kerk ook altijd een strijdende kerk blijken te zijn. Strijdend niet alleen naar buiten, maar ook naar binnen. Zo'n strijdende kerk zal voor anderen niet altijd aantrekkelijk lijken. Er kan zeker ook sprake zijn van onheilig vuur. Maar als deze kerk zo wil blijven bij Gods Woord, dan mag ze zich veilig weten, vanwege de leiding van haar Heer en Heiland. Dat was de reden waarom ook Calvijn zich toch veilig wist in het Genève van zijn dagen. En waarom de Gereformeerde kerken vrijgemaakt in de zestiger jaren zich veilig wisten ten tijde van het de kop opstekend independentisme. Zo mogen ook wij als leden van De Gereformeerde Kerken ons veilig weten, nu opnieuw independentisme actief is geworden. Maar dan mag ook een ieder die zich bij de kerk voegen wil, zich veilig weten, omdat de Here Zelf die veiligheid biedt. Niet in alle rust die wij als mensen ons zouden wensen, maar in de vrede die de Here wil schenken door Zijn Woord en Geest. De strijd zal ook binnen de kerk blijven doorgaan, want het oordeel begint bij de kerk (1 Pet. 4:17).


Hoe nu verder?


Als we de balans opmaken dan kunnen we het volgende zeggen. We zijn blij met de Schriftuurlijke boodschap die ds. Hoogendoorn in zijn referaat heeft doorgegeven. We hebben wel wat kanttekeningen gemaakt bij de uitwerking ervan richting bepaalde kerkgenootschappen. Ook begrepen we niet waarom de geschiedenis van deformatie en reformatie binnen de GKv niet eerlijk was benoemd.
We zijn echter dankbaar dat ds. Hoogendoorn inziet dàt hij en wáárom hij moet breken met de ongerechtigheid van de GKv. En dat hij daarbij een oproep doet aan verontruste broeders en zusters om hem daarin te volgen.
Ook zijn we daarbij blij dat hij uitspreekt dat er veel is wat hem en zijn gemeente met De Gereformeerde Kerken verbindt. En dat hij de intentie heeft open en eerlijk te zijn, ook bij de zorgen die hij heeft en de drempel die hij ervaart.

Wat hij vervolgens heeft uitgesproken over die drempel die er ligt voor toenadering en eenwording, doet pijn en verdriet vanwege het publieke en onbeargumenteerde verwijt van radicalisme die het fundament van de kerk zou aantasten. We willen hem daarbij aanspreken op de Schriftuurlijke weg daarin.
Toch merken we ook op dat ds. Hoogendoorn, na zijn ernstige uitspraken richting de DGK, de mogelijkheid aangeeft dat er na een eerlijk gesprek zorgen zouden kunnen worden weggenomen:

    Wie weet, dat wat op dit moment ons zorgen geeft, in de toekomst met Gods hulp kan worden weggenomen.

Juist het aanroepen van Gods hulp-en we gaan ervan uit dat dit welgemeend is-moet de basis kunnen geven, om niet alleen tot een goed gesprek te komen, maar ook om elkaar werkelijk te zoeken en te vinden in de eenheid van het ware geloof. Eerlijkheid daarbij betekent ook dat we alle vooroordelen moeten willen laten varen.

We willen dan ook eindigen met een oproep richting ds. Hoogendoorn, de Ichthus gemeente te Kampen-Noord, en alle verontruste broeders en zusters, om de roeping van de Here volgend, zich te willen herenigen met de broeders en zusters die hen voorgingen bij het zich vrijmaken en het voortzetten van de kerk van Jezus Christus in Nederland.
Wij mogen in alle ootmoed belijden dat de DGK de kenmerken van de ware kerk vertoont. Daarom mogen en moeten wij hen in alle vrijmoedigheid oproepen om overeenkomstig artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zich te voegen bij de kerk van de Here Jezus Christus. Daarop mogen we dan met hen ook de zegen van de Here mogen verwachten.