Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

“Eet deze rol”

Jaargang: 
1
Datum: 
28 mrt. 2007
Nummer: 
12
Schrijver: 
Jaap Sikkens
ID:
56

Omstreeks 597 voor Christus wordt een behoorlijk deel van het “twee-stammenrijk”, (met name de elite van het volk), door koning Nebukadnezar in ballingschap gevoerd (2 Kon. 24). Koning Jojachin (18 jr.) staat dan aan het hoofd van het volk. Ook Ezechiël is meegevoerd in ballingschap naar Babel. Daar wordt hij vervolgens door de HERE geroepen om te profeteren onder zijn volksgenoten (Ezech. 1:1). Hij krijgt daarvoor een opdracht van de HERE, welke in hoofdstuk 2 wordt beschreven. Maar dan krijgt Ezechiël van de HERE toch wel een heel apart bevel “Mensenkind, eet wat gij hier voor u ziet; eet deze rol”.

Ezechiëls opdracht

Het visioen wat in hoofdstuk 1 beschreven wordt, is buitengewoon indrukwekkend. Lees dit maar eens na. Vanwege het machtige gezicht van de blinkende troon, waarop de heerlijkheid van de HERE zich laat zien, kan Ezechiël niet op zijn voeten blijven staan, en hij valt op de grond. Daarom begint hoofdstuk 2 met: “Mensenkind, sta op uw voeten, opdat Ik met u spreke”. Daarna krijgt de profeet te horen wat hem te doen staat: de HERE zendt hem tot de Israëlieten. Hij moet profeteren in de kring van de ballingen waarvan zelfs de kinderen stugge hoofden en harde harten hebben door ontrouw van het volk aan God (zie daarvoor de boeken 1 en 2 Koningen). De ballingen zien zichzelf namelijk als slachtoffers, die een beter lot verdienen, terwijl ze zich juist moeten bekeren tot de HERE en de zonden wegdoen waarmee hun voorouders zijn begonnen. Ze zijn wel in ballingschap gevoerd, maar ze rekenen erop dat ze eens terug zullen keren naar Jeruzalem, en dat hun positie hersteld wordt. Om deze hoogmoedige en optimistische gedachten te breken, moet Ezechiël steeds tot hen spreken en profeteren. En hij moet daar telkens bij zeggen: “Zo zegt de Here HERE”, zodat de Israëlieten, of ze nu luisteren of niet, weten dat er een profeet in hun midden is geweest. Want de HERE heeft Jeruzalem en Juda weggeworpen, vanwege al de zonden van de koningen van Juda (2 Kon. 24:20). Dáárom zal Jeruzalem niet worden hersteld, maar met vuur worden verbrand (2 Kon. 25).

Dat een profeet moet spreken en moet profeteren is een normale zaak, maar dán krijgt Ezechiël een tweede opdracht: “wees niet weerspannig, zoals het weerspannige geslacht, maar doe uw mond open en eet wat Ik u geef”. De boekrol met de droevige en onheilspellende inhoud – het staat immers aan twee kanten vol met geklaag, gejammer en gezucht – moet Ezechiël opeten. Het binnenste van de profeet wordt ermee gevuld, zijn hele lichaam wordt hiermee gevoed. Alles wat de HERE hem geeft te spreken, móet hij ook spreken.

Het effect

De HERE roept Ezechiël dus niet voor niets. Hij moet door zijn prediking het volk voor het blok zetten: bekering of verharding. Maar de HERE schetst na het geven van Zijn opdracht aan de profeet een somber beeld. “Het huis Israëls zal niet willen luisteren, omdat zij naar Mij niet willen luisteren”. Dat betekent dus: verharding in plaats van bekering. Maar zie je dat? Het volk wil niet. De ballingen blijven liever het slachtoffer spelen, zonder te letten op het feit dat hun eigen afgoderij en ongeloof de aanleiding zijn geweest voor het wegvoeren naar het land Babel.
Nogmaals wordt Ezechiël daarom gewaarschuwd door de HERE. Wees niet bang voor smalende blikken, voor dreigende gezichten of voor spot over de preken die je houdt. Dat is een loodzware opdracht voor Ezechiël, maar hij moet blijven doorgaan, want het is een weerspannig geslacht!
Al met al een wonderlijke opdracht. Spreek mijn woorden! Ja, eet mijn woorden en laat je niet afhouden door hun harde, onbuigzame en ongehoorzame harten, haal de scherpe kantjes er niet af!
Wat heeft dit alles ons te zeggen?

Ook tot ons klinkt het Woord

In het O.T. werd het Woord van God onder andere door profeten gebracht. Heel het volk moest daar naar luisteren. De HERE sprak door de profeten tot Zijn volk. Maar wij hebben een stuk meer. Wij zijn in het bezit van een kant en klare “boekrol” van de HERE. Gods volkomen openbaring aan de mensen. We hoeven niet te wachten tot iemand misschien een visioen krijgt. De bijbel is in alle soorten en maten in de boekwinkel te koop.
Daarom geldt niet minder voor ons: “eet deze rol”, oftewel: “kom op, luister naar het Woord van God”. En: “studeer in je Bijbel”. De woorden moeten niet alleen worden gelezen, of worden uitgesproken, gepreekt of aangehoord, maar de Bijbel moet worden “verslonden”. We moeten aan het werk om meer en meer kennis te verzamelen. Doe je actief mee op vereniging en catechisatie? Lees je thuis de bijbel voor jezelf? Praat je thuis over dingen die je opvallen of dingen die je niet begrijpt? Of laat je het allemaal liggen met een schouder-ophalend “het komt later wel”?!

Nee, zo zegt de HERE ook tot ons, “eet Mijn woorden”. We moeten kennis van de Vader, zijn Zoon en van de Heilige Geest opdoen. Kennis en inzicht krijgen van onze ellende, verlossing en dankbaarheid. De rode draad van Gods verbond moeten we in de Bijbel opmerken. De vaste grond van het verbond, het werk van onze Heiland, gaan kennen. Meer en meer beseffen dat jij zondig bent en elke dag de schuld groter maakt (vgl. zondag 5 HC). Geloven dat Jezus Christus ook voor jou de straf heeft gedragen en dat je daarom je leven aan Hem moet wijden. Zo hebben we allemaal de roeping om te groeien in oprechte kennis van God Drieënig. Hem lief te hebben met heel ons hart, heel onze ziel en heel ons verstand, en ons vertrouwen alleen op Hem stellen! (vgl. ook Jer. 15:16)

Als diamant zo hard

Zoals wij ook aangespoord worden om de HERE te leren kennen, zo geldt er ook een waarschuwing voor ons. Laat van ons niet gezegd worden dat we een weerspannig volk zijn, een volk met hoofden als beton, met stugge en verstokte harten. Een volk dat niet wil luisteren. Daarom is het noodzakelijk dat als de bediening van het Woord plaatsvindt en wij de HERE ontmoeten in zijn huis, wij luisteren en opletten wat de HERE tot ons zegt. Een predikant of preeklezer zegt toch niet: “en nu begin ik aan de preek, dus dut of droom lekker weg, over een halfuurtje is het einde”. Nee! Opletten! Gods Woord wordt verkondigd. Een preek is daarom niet maar een verhaaltje, of een zalvend praatje, maar het is heel ernstig: “zo zegt de Here HERE”. Niet de dominee spreekt, maar de HERE spreekt. Luister naar Mij en doe wat Ik u zeg, omdat Ik u uit het diensthuis van de zonde heb geleid!

Maar hoe diep zit de zonde in ons hart. Het is een voorrecht om naar de kerk te kunnen en mogen gaan, maar tegelijk roept de HERE ons niet voor niets elke week naar Zijn huis. Niet voor niets moet dag in dag uit de bijbel worden gelezen, zondag aan zondag het Woord worden gepreekt. Ook wij zijn van nature een ongehoorzaam en weerspannig geslacht (vgl. HC zondag 2 en 3). Zelfs als we prachtige preken horen zijn de opmerkingen niet van de lucht. Was de preek niet te lang, dan wel te ouderwets. Een andere keer was het weer véél te radicaal, en een volgende keer was het volgens ons niet te volgen. Ook hieraan blijkt dat wij ten diepste ongehoorzaam zijn en het liefst blijven liggen in onze zonde. Vaak is de preek “precies van toepassing voor hem of haar”, maar zelf doen we er vervolgens maar weinig mee. Het komt niet in ons op om ook maar eens naar onszelf te kijken (vgl. Luc. 6:39-42). Zondag aan zondag wordt ons voorgehouden hoe de Here wil dat wij leven (alleen Hém dienen, geen afgoderij, gevloek, geroddel, haat, jaloezie, slechte begeerte etc.), maar we pakken op maandag de draad gewoon weer op en gaan door op oude zondige voet. Daarom gelden de woorden in Ezechiël voor ons niet minder. En het zijn voor ons geen onbegrijpelijke woorden. De meeste van ons groeien ermee op. We horen ze op vereniging en catechisatie. We zijn niet onbekend met wat er zondags gepreekt wordt. Zo wordt ook Ezechiël voorgehouden: U spreekt niet tot mensen met een onbegrijpelijke taal of zwaar dialect, maar tot uw eigen volk!
Laat niet van jou of mij gezegd kunnen worden dat we niet willen luisteren. Studeer in de Bijbel, bidt om de opening van dat Woord door de werking van de Heilige Geest zodat wij meer en meer onze eigen zonden gaan zien en naar Gods wil begeren te leven (vgl. HC zondag 33)!

Dit betekent ook dat we als jongeren nu goed moet opletten, moeten studeren, meeleven met kerkelijke ontwikkelingen zodat wij de taken van onze ouders in de toekomst over kunnen nemen. Zodat we dóór kunnen bouwen op de fundamenten die door hen, met Gods zegen en kracht, zijn gelegd. Weten we nog waarom we ons hebben vrijgemaakt? Of begint dat nu al weer weg te zakken? Blijven we de kerk zien als dé plek waar God Zijn verbondsvolk vergadert? Of zetten wij ook art. 27-29 NGB liever aan de kant, om niet als té radicaal worden weggezet. Blijven wij bij de beloften en eisen van Gods verbond?

Al groeien er netels en doornen

Naast de waarschuwing voor de onwil en desinteresse van onszelf, worden we ook gewaarschuwd voor netels, doornen en schorpioenen (vgl. Ezech. 2:6). Vergelijk het met spot, hoon, uitlachen, verkettering van de mensen om ons heen. Misschien merk je dat als je over je geloof en de kerk praat. Of als je zegt dat de héle Bijbel door de Heilige Geest is geïnspireerd. Gauw wordt je dan versleten als té radicaal, té ouderwets, wereldvreemd, niet-met-je-tijd-meegaand. “De bijbel? Dat is een oud boek, geschreven door mensen van héél vroeger! We leven nu in een andere tijd!”
Maar denk erom, nog steeds gelden de woorden van God. En we hoeven niet maar wat te raden naar wat de HERE van ons vandaag de dag vraagt. Blijf bij het Woord en doe daar geen letter af of bij.

Uit dat Woord weten we dat we er met gemakzucht niet komen. We leven niet voor onze eigen lol of eigen genot. Integendeel, we zijn op aarde tot Zijn eer! Om tot Zijn eer te leven moeten we strijden tegen satan, tegen ons eigen vlees en de wereld. En uit het Woord weten we dat dat een strijd is op leven en dood. Een strijd tussen óf het doen wat de HERE van ons vraagt, óf ongehoorzaam te zijn. Tot aan de Jongste Dag zal er gestreden moeten worden tussen Jeruzalem en Babylon, tussen Gods volk en satans volk. Een makkelijke tussenweg bestaat niet. Ook aan jou wordt dagelijks getrokken door satan om de HERE te verlaten en te doen waar je zelf zin in hebt! Ben je je daarvan bewust?
Daarom is het voor ons belangrijk om de “rol te eten”, de bijbel te verslinden en te bidden om kracht en bijstand van de Heilige Geest zodat we leren onderscheiden tussen goed en fout en staande kunnen blijven in de geestelijke strijd (vgl. zondag 52 HC). Alleen op deze manier kunnen we de wedloop lopen en de goede strijd voeren (vgl. Ef. 6: 10 e.v.).

Eet deze rol! Dien Hem tijdens je werk, school of vrije tijd. Verslind het Woord! Het zal zo zoet zijn als honing (Ezech. 3:3). Alleen uit het Woord weten we hoe het strijdplan tussen Jezus Christus en satan eruit ziet. Alleen daaruit weten we dat onze Here Jezus Christus gekomen is om Zijn volk te redden en op de Jongste Dag op te halen om met Hem de nieuwe hemel en aarde in bezit te nemen!