Sorry, u moet JavaScript inschakelen om de website te mogen bezoeken.
-A A +A

“Van hare teedere jaren aan”

Jaargang: 
1
Datum: 
30 mei. 2007
Nummer: 
21
Schrijver: 
T.L. Bruinius
ID:
94
Rubriek: 

“Opdat de Christelijke jeugd van hare teedere jaren aan, naarstiglijk in de fundamenten der ware religie onderwezen, en met ware godzaligheid vervuld moge worden, zoo moet deze drieërlei wijze van catechiseeren waargenomen worden. In de huizen van de ouders; in de scholen van de schoolmeesters; en in de kerken, van de predikanten, ouderlingen, en lezers, of ziekenbezoekers.”
In deze tijd van het jaar worden weer overal de catechisaties afgesloten. Jongelui doen publiek belijdenis van hun geloof. Een seizoen van onderwijs in de leer van de kerk is weer voorbij. We houden even pauze en maken ons op voor het volgende seizoen.
Dan is het goed om eens na te denken over de catechisatie. Of wat breder: over het onderwijs in de leer van de kerk. Onze voorvaderen deden dat ook. Zo werd er op de bekende Nationale Synode te Dordrecht, in 1618/1619, door de broeders afgevaardigden uitvoerig over gesproken. Dat was ook wel nodig. De reformatie van de kerk was inmiddels officieel overal in de noordelijke Nederlanden doorgedrongen. Maar met de kennis van de kerkleden was het op veel plaatsen nog droevig gesteld. Wel werd er door de kerkraden veel aan gedaan. Maar lang niet overal op dezelfde manier. Of met dezelfde leerstof. En soms, vooral op het platteland, met heel weinig resultaat. Daarom brachten de kerken dit punt op de synode.
Die Dordtse Synode is voor de gereformeerde kerken van onschatbaar belang geweest. Wat daar onder de zegen van de Here werd besloten was van fundamentele invloed voor het gereformeerde kerkelijke leven in de volgende eeuwen. Tot op vandaag toe. Het is dan ook boeiend en leerzaam om na te gaan hoe door de broeders over het onderwijs in de christelijke leer werd besloten.

Middagdienst

Zo handelde de Synode van Dordt over de “catechisatie of kinderlijke onderwijzing in de eerste fundamenten der Christelijke Religie”.
Catechisatie of catechese betekent heel gewoon “onderwijs”. Maar in de loop van de tijd werd dat woord uit het Latijn speciaal gebruikt voor kerkelijk onderwijs. Of, nog preciezer, voor onderwijs in de leer van de kerk.
Eerst werd door de synode besloten over de catechismusprediking in de middagdiensten. Dat was in die jaren nog een heel groot probleem. Een eerdere synode had besloten dat in alle kerken iedere zondagmiddag uit de catechismus gepreekt zou worden. Uit de Heidelbergse Catechismus. Men achtte dat zeer noodzakelijk en onmisbaar. Goede kennis van de Bijbelse leer was nodig om te bewaren voor afwijking en valse leer. Ook vond men het noodzakelijk dat hierin in de kerken eenheid was. Daarom was besloten in alle kerken gebruik te maken van hetzelfde leerboek. Er waren allerlei catechismussen in omloop. Maar na het verschijnen van de Heidelbergse Catechismus was men het er algemeen over eens dat geen andere catechismus, geen ander leerboek voor de kerk, zo goed de gereformeerde leer onderwees als deze.
Maar op de Dordtse Synode bleek dat de middagdiensten in heel veel plaatsen erg slecht bezocht werden. Soms preekte de dominee alleen voor zijn eigen gezin! En dus was er de neiging om die diensten dan maar over te slaan. Er was immers geen belangstelling voor...... Ja, er is inderdaad niets nieuws onder de zon.
Maar de afgevaardigden op de synode waren zich er terdege van bewust dat dit een heel slechte zaak was. Vóórtdurend onderwijs in de leer van de kerk is gewoon onmisbaar. Onmisbaar om te blijven in het geloof. En om te groeien in het geloof.
Daarom werd dat besluit van die vorige synode aangescherpt. De wegblijvers moesten streng vermaand worden. Evenals predikanten die het er maar bij lieten zitten. De kerken zouden er bij de overheid op aandringen om alle andere activiteiten op zondag, waaraan veel kerkleden, nog slechts in naam gereformeerd, zich overgaven, ten strengste te verbieden. ”... en voornamelijk de spelen, zuiperijen en zwelgerijen”. Vooral op het platteland brachten veel kerkleden daarmee hun zondagmiddagen door.
Ja, de vaderen zagen het goed: doorgaande reformatie vraagt voortdurend onderwijs!

Thuis

Maar alleen de catechismusprediking is niet voldoende. Men was er zich heel scherp van bewust dat juist ook de jeugd onderwezen moest worden. Over de noodzaak van dat onderwijs werd, zo blijkt uit de Acta, niet gediscussieerd. Die noodzaak stond vast. De broeders zagen drie soorten onderwijs. Aan het begin van dit artikel plaatsten we de eerste zinnen van het synodebesluit over de catechisatie. In hedendaags Nederlands staat er ongeveer: Opdat de christelijke jeugd van jongs af ernstig en ijverig in de fundamenten van de ware godsdienst onderwezen zal worden, en met ware vroomheid vervuld mag worden, moet op de volgende drie manieren gecatechiseerd worden. In de huisgezinnen door de ouders, in de scholen door de onderwijzers, en in de kerken door de predikanten, ouderlingen, voorlezers of ziekenbezoekers.
Daarna wordt allereerst uitgelegd wat het “ambt” van de ouders is. Ambt, dat is een bijzondere, in dit geval door de Here opgedragen, taak. Ouders hebben een bijzondere roeping. Als het gaat om onderwijs in het Woord van de Here, dan zijn zij de eersten. Dat is in overeenstemming met hun belofte bij de doop van hun kind. En wat houdt dat ambt dan in? Wel, ze moeten hun kinderen “op het vlijtigst” onderwijzen in de christelijke religie. “Naar eens ieders begrip”. Door ze te wennen aan het als gezin samen bidden. Door ze mee te nemen naar de kerk. Door met de kinderen na te praten over de preek. Door ze uit de Bijbel voor te lezen. Of ze Bijbelgedeelten op te geven om zelf te lezen. Door ze belangrijke Bijbelteksten uit het hoofd te laten leren. En door die teksten op een kinderlijke, begrijpelijke manier uit te leggen. En tenslotte, als ze daaraan toe zijn, naar vermogen te stimuleren en begeleiden bij het volgen van de overige catechisatie.

Vermaan

Dat stelden onze gereformeerde voorouders vast in 1618. Bijna 400 jaar geleden. Verrassend? Het is alsof het voor ons geschreven is. Heel in het kort zien we hier wat het in de praktijk van het gezinsleven betekent om christelijke ouders te zijn. Ja, verrassend. En toch ook weer niet. Want de roeping van de Here voor ouders in het Verbond blijft alle eeuwen door dezelfde.
En die roeping is ernstig en gemeend. Ook dat begrepen de afgevaardigden op de Dordtse Synode. Ze besloten dat ouders die deze roeping niet nakwamen ernstig vermaand moesten worden. In de prediking. Maar ook onder vier ogen, door de dominees en de ouderlingen. Ja, zonodig moest de kerkelijke tucht toegepast worden om ouders te dwingen hun christelijke plicht te vervullen!
Gereformeerd ouderschap...... Dat vraagt veel. Dat is een ernstige, een letterlijk levensbelangrijke zaak. Zijn we ons dat in onze jachtige levens net zo bewust als die ambtsdragers in de zeventiende eeuw?

Scholen

Na te hebben gesproken over de allereerste catechisatie, het onderwijs in het gezin, sprak de synode zich uit over de scholen. In alle steden en dorpen moeten scholen zijn om de kinderen goed te onderwijzen in de gereformeerde leer. Bij de overheid moet er op aangedrongen worden dat de onderwijzers eerlijk betaald worden. Zodat er bekwame en ijverige mensen voor de klas komen te staan. Ook moet er op gelet worden dat er alleen maar leerkrachten worden aangenomen die belijdend lid zijn van een Gereformeerde Kerk! Leerkrachten waarvan getuigd kan worden dat ze christelijk leven, en die de belijdenis en de catechismus willen ondertekenen!
En het “ambt dezer schoolmeesters” is dat ze minstens twee dagen in de week de kinderen de catechismus leren. Afhankelijk van leeftijd en vermogen. Dat begint met eenvoudige stukjes van de catechismus of een kort begrip, dat is een korte samenvatting. En verder het Gebed des Heren, de Twaalf Artikelen en de Tien Geboden. Daar komen Bijbelteksten bij. En dat eindigt met de volledige kennis van de Heidelbergse Catechismus. En natuurlijk moeten de onderwijzers er voor zorgen dat de leerlingen begrijpen wat ze leren. Er wordt vaak gesuggereerd dat er vroeger alleen maar “dom” uit het hoofd geleerd werd. Nu, uit het hoofd geleerd werd er zeker. In een advies aan de Dordtse Synode wordt zelfs het woord “instampen” gebruikt. Maar het bleef niet bij “stampen”. Integendeel, de catechese mag juist geen dode kennis opleveren. De synode spreekt uitdrukkelijk uit “Tot welk einde (doel)zij dezelve naar eens ieders begrip duidelijk zullen verklaren, en naarstiglijk en meermalen hen afvragen, of zij den zin (betekenis, bedoeling)wel hebben begrepen.”
Zo bevat dit besluit niet alleen theologie maar ook een prachtig stukje christelijke opvoedkunde. Gereformeerd onderwijs in een notedop!

Wij leven in een andere tijd. Het gereformeerd onderwijs is in verval. Op dit moment is het niet mogelijk onze kinderen naar scholen te sturen waar dit alles, misschien niet letterlijk maar wel naar de geest, van toepassing is. De zogenaamde triangelgedachte, de eenheid in opvoeding tussen gezin, school en kerk, die de broeders op de Dordtse Synode zo duidelijk zagen, wordt langzaam maar zeker afgebroken.
Daarom wordt er gewerkt aan het opbouwen van eigen schoolverenigingen. En in verschillende gemeenten zijn en worden door ouders mogelijkheden gezocht en gevonden om op een andere manier onderwijs te geven in Bijbelkennis en geschiedenis van de kerk. In aanvulling op of als vervanging van schoolonderwijs. Dat is een goede zaak. In de lijn van de besluiten van die oude gereformeerde synode. “Nuttig en noodzakelijk”.

Kerk

Catechisatie op drie manieren: thuis, op school en door de kerk. Over de catechismusprediking hebben we het al gehad. Maar daarmee is de rol van de kerk, de rol van predikanten en andere ambtsdragers, nog niet uitgespeeld. De synode deed in de derde plaats ook uitspraken over het “ambt” van predikanten en andere ambtsdragers. Zij hebben als taak om trouw en regelmatig toe te zien op het onderwijs in de christelijke leer. Ze moeten de scholen bezoeken en de onderwijzers opscherpen. Ze moeten de jeugd prijzen en vermanen. En leerkrachten die hun roeping verzaken moeten ambtelijk vermaand worden. Zonodig zal een ander dat deel van het onderwijs op zich moeten nemen. Of zelfs moet er bij de overheid op aangedrongen worden een onbekwame onderwijzer te ontslaan.
Misschien ook iets voor kerkraden om eens over na te denken? Hebben ambtsdragers echt zicht op het onderwijs dat de kinderen van de kerk krijgen?
Daarnaast moet de predikant catechisatie geven aan hen die al wat ouder zijn en de school (de lagere school, nu de basisschool) niet meer bezoeken. Dat herkennen we wel. Dat is uitgegroeid tot onze huidige catechisatie. Maar ook moeten de predikanten onderwijs geven aan volwassenen die nog niet over voldoende kennis beschikken. Catechisatie voor belijdende leden.

”Van hare teedere jaren aan ...”

Catechese: onderwijs in de leer van de Bijbel. In het gezin, op school en door de kerk. In 1618 en in 2007 voor kerkleden de zelfde roeping, het zelfde “ambt”. Eén catechisatie, op drie manieren. Laten we ons er voor inzetten dat ook in het volgende seizoen, als de Here het wil zegenen, die drie manieren van catechese weer gegeven kunnen worden. Niet omdat die mannen dat vierhonderd jaar geleden in hun eigen wijsheid uitspraken. Maar wel omdat zij dat in gelóóf uitspraken. Omdat zij oog hadden gekregen voor Gods werk in het Verbond. Omdat zij hadden leren zien dat onderwijs voor de kinderen van de kerk noodzakelijk is. Om ze te doen blijven bij het ware geloof. Dat geloof zelf, dat schenkt de Heilige Geest. Dat kunnen mensen niet geven. Wel is het ons ambt, onze roeping, naar vermogen, aan de jeugd van de kerk de kennis van het geloof bij te brengen. Van jongs af. “Van hare teedere jaren aan”.
Het besluit eindigt, we zeggen het nu in eigen woorden, met het uitspreken van de overtuiging dat de Here, als ouders, onderwijzers en ambtsdragers trouw en ijverig hun roeping vervullen, het catechisatiewerk zeker zal zegenen. Tot Gods eer en tot opbouw van de kerk.
In 1618 of in 2007, Gods beloften blijven dezelfde. Dat mag ons sterken om, na een periode van rust, bezinning en voorbereiding, weer met het onderwijs aan de jeugd aan de slag te gaan.