Psalm 42:1


De dichter van deze psalm weet maar één ding: hij wil bij de HERE zijn. Hij wil de HERE weer dienen in de tempel. Hij voelt zich tussen de mensen in zijn omgeving niet thuis. Hij is nu ver weg van de tempel. Hij is gevlucht naar het noorden; daar waar de Jordaan begint, ver bij Jeruzalem vandaan.

 

De dichter vraagt zich af waarom alles gaat zoals het gaat. We lezen in deze psalm niet over zonden van de dichter. We lezen niet dat het zijn schuld is dat hij moet vluchten. Het zou kunnen zijn dat deze psalm gemaakt is in de tijd van koning Manasse. Een slechte koning die de tempeldienst onmogelijk heeft gemaakt (2 Kon. 21 vers 1-18). Hij heeft zelfs misschien de profeet Jesaja vermoord. Lees hierbij maar 2 Kron. 33 vers 1-16.

 

Zo zit de dichter daar in het hete, droge noorden. Hij zit daar met een groot verdriet, want: de HERE wordt gelasterd! De mensen daar stellen de HERE voor als een god die zijn volk niet kan helpen en redden. De dichter weet wel dat Jahweh (Ik ben die Ik ben) de almachtige God is. De HERE heeft hem beloofd dat er een einde zal komen aan de moeilijke situatie. Hij zal de HERE weer kunnen danken en prijzen in de tempel. Hij hoeft niet onrustig te zijn. Hij moet gelovig op God vertrouwen (vers 6), wachten op Gods tijd. Toch blijft hij klagen (vers 7-12). Hij vraagt waarom God hem vergeet, waarom hij zo moet lijden. Hij heeft het over kolkende watermassa's (vers 8). De moeiten die de HERE hem laat ondervinden zijn als de rivier de Jordaan waarin hij kopje onder gaat. Hij weet met zijn verstand dat de HERE hem zal verlossen. Maar zijn gevoel zegt: waarom vergeet U mij (vers 10)?

 

Het leven is op dat moment heel moeilijk voor hem. Toch hoeft hij zich geen zorgen te maken. Hij moet op God vertrouwen, dat eist God van hem. Altijd op God vertrouwen, dat geldt ook voor ons. Ook voor ons is God: JAHWEH! De almachtige God, de trouwe Verbondsgod. Zo heeft de HERE zich aan Mozes bekendgemaakt (Ex. 3 vers 14). Die naam wordt niet zomaar gebruikt. Die naam wil zeggen: Geloof het nu maar, want Ik - de Verbondsgod -,Ik ben die Ik ben, heeft het gezegd. Ik heb jou mijn beloften gegeven toen Ik Mijn Verbond met jou sloot! Daaraan mag je nooit twijfelen!