De missionaire roeping van de kerk (2, slot)


Vandaag vervolgen we het artikel over de missionaire roeping van de kerk. In het vorige artikel hebben we gekeken wat de achtergrond en oorsprong van de missionaire roeping van de kerk is. We zagen hoe die nauw verbonden is en moet blijven met Gods initiatief om Zich een volk te vergaderen. Daarbij schakelt God de kerk in om van zijn grote daden te getuigen in de wereld. In dit artikel willen we zien wat de missionaire roeping inhoudt en hoe de kerk dat concreet doet vandaag.

De eerste missionaire roeping: bewaren

In het vorige artikel hebben we al kort weergegeven wat de eerste roeping van de kerk is. We zagen dat God de kerk geroepen heeft uit de wereld om Gods heilig volk te zijn. De kerk moet Góds grote daden verkondigen, 1 Petr. 2:9. Ze is tot getuigen geroepen. Dat betekent dat de kerk er éérst voor God is en tot Gods eer moet leven. Dat is immers het doel dat God de mens bij de schepping gaf, vgl. Zondag 3. De mogelijkheden en gaven voor dat doel krijgt de mens in Christus weer terug dat is immers her-schepping. Volk van God zijn, dat is fundamenteel vóór al het andere. De kerk moet daarom trouw blijven aan haar Hoofd. Dat is de antithese bewaren en de zonde geen voet geven. Dat komt voort uit haar roeping en uitverkiezing uit de wereld om God tot een volk te zijn. Het is daarom de eerste roeping voor de kerk dat zij haar belijden zuiver houdt. Alleen zó kan ze haar missionaire taak in de wereld vervullen. Dus de kerk mag nooit haar belijdenis relativeren of het Woord aanpassen aan de mens van vandaag. Om het voor een postmoderne cultuur acceptabel te maken. Want dan verliest de kerk haar reformerende kracht. Dan kan ze niet meer tot zegen voor de wereld zijn. De kerk tast dan haar missionaire karakter en kracht aan. Het is dus belangrijk dat de kerk vandaag het Woord zuiver bewaart. Dat ze pijler en fundament van de waarheid blijft, 1 Tim. 3:15. En blijft op het fundament van apostelen en profeten. De antithese die nauw verbonden is met de verkiezing tot Gods volk uit de wereld moet daarom gehandhaafd blijven, vgl. Openb. 12:13-18. Dat betekent dat de kerk moet beseffen wat haar hoge positie is. Beseffen dat ze wat ze hééft, gekregen heeft. Dat wijst op het voortdurend bewaren (Openb. 2:25, 3:11) ongeacht de tijd en cultuur waarin we leven. Daarin ligt voor de kerk haar kracht en redding en is ze een prediking en getuigenis voor de wereld. Alleen zo is de kerk kerk en is ze kerk voor de wereld.

De tweede missionaire roeping: getuigen

Met wat de kerk gekregen heeft, moet ze aan het werk. Ze moet haar eigen leden opbouwen en onderwijzen, zodat die hun taken in kerk en maatschappij, in Gods koninkrijk, kunnen uitvoeren. We moeten erop letten dat wanneer er gesproken wordt over het Woord bewaren, dat dit niet alleen een passieve, bewarende en zuiverhoudende betekenis heeft. Dus naar binnen gericht. Het is ook actief en naar buiten gericht. Want de kerk moet immers verantwoording afleggen van de hoop die in haar is, 1 Petr. 3:15. De kerk moet niet alleen naar binnen gekeerd zijn en binnen haar muren God dienen. Nee, ze moet ook getuigen, profeteren. In de wereld getuigen van Christus en oproepen tot geloof en bekering. Want het oordeel komt. Denk maar aan wat we onder het kopje Christus, de Gezondene van de Vader schreven in het vorige artikel. Dat is de inhoud van haar getuigenis. Dat moet de hele nieuwe bedeling blijven doorklinken tot de wederkomst van Christus. Openbaring 11 laat ons zien dat de wereld strijdt tegen het getuigenis van de getuigende kerk. En het zal zover komen dat het getuigenis zal verstommen, omdat het niet meer getolereerd wordt door de wereld. Dat komt vandaag steeds dichterbij. Denk maar aan discussies in politiek en maatschappij over abortus, euthanasie en homoseksualiteit, waarin het getuigenis van de Schrift niet meer wordt geduld.

De betekenis van het getuigen

De kerk moet dus in de wereld getuigen van wat haar gegeven is, van het evangelie dat haar is geleerd en toevertrouwd, 2 Tim. 3:14. Maar wat is de kracht en de betekenis van dat getuigenis? Is het alleen maar een boodschap, zoals je iemand een mededeling doet als je hem tegenkomt in de winkel? Nee. Het woord getuigen en getuigenis heeft een juridische betekenis. Wat geprofeteerd en getuigd wordt in en tegen de wereld heeft rechtsgevolgen voor de wereld in het laatste oordeel, wanneer de Rechter zal rechtspreken. Het is een getuigenis dat niet zonder gevolgen blijft. Als het getuigenis geloofd wordt, maar ook als het verworpen wordt.

Getuigen van het getuigenis is een belangrijke typering van de boodschap van de kerk naar buiten toe. Daarin valt te wijzen op drie belangrijke aspecten van dit getuigen:

1. Getuigen is gefundeerd in de heilsfeiten. We getuigen immers van onze Here, die is gekruisigd, gestorven, opgestaan en opgevaren naar de hemel. Van deze heilsdaden moeten de kerk getuigen tegenover de wereld (Jes. 43:9-13; 1 Cor. 15:3-11; Hand. 10:37-43; 1 Joh. 5:9-11).

2. Getuigenis heeft alles te maken met het gezag waarmee het evangelie van Christus wordt verkondigd. De kerk en haar leden leggen tegenover de wereld en de ongelovigen getuigenis van de waarheid af. De Schrift zegt dat God mee getuigt, Hand. 14:3; Hebr. 2:4.

3. Het getuigenis heeft rechtsgevolgen tot in het laatste oordeel. Als het niet geloofd wordt, dan wordt het tot een getuigenis dat tegen ieder spreekt in het oordeel.

Hieruit blijkt dat de Here de kerk inschakelt in het geding, het grote gericht, dat Christus met de wereld heeft. De heilsfeiten hebben gevolgen voor het mensenleven. Zo moet de kerk het getuigenis voortzetten en heeft ze de missionaire roeping om door de verkondiging van de Christus van de Schriften de geesten (wat er in het hart leeft) openbaar te maken. Dat werk werkt naar twee kanten: geloof of ongeloof. Of zoals Openb. 22:11 zegt: Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.

Getuigen door heilige levenswandel

We hebben tot nu toe gezien dat de eerste roeping van de kerk in de wereld is dat ze haar eigen karakter als heilig volk van God moet handhaven. Ze moet waken tegen alles wat haar heiliging in gevaar brengt. Want dat heeft gevolgen voor haar missionaire roeping. Dat betekent dat de christelijke levenshouding van de kerk een missionaire betekenis heeft in de wereld. Waarom dat zo is zullen we nu bespreken.

De gelovigen moeten zich tonen in een nieuwe levens-wandel. Dat is een heilig leven. Heilig wil zeggen dat het is afgezonderd van de wereld. En tegelijk is het toegewijd aan de dienst aan God. De gelovigen moeten Gods wil doen. En die wil van God is de heiliging van de gelovigen, 1 Thess. 4:3 en 7. Die heiliging is breken met de zonde en tegelijk ook een leven in liefde tot God en de naaste.

Alles wat aanleiding kan geven aan ongelovigen om het evangelie of de kerk bespotten, moet vermeden worden. De heilige levenswandel van de gemeente moet de missionaire activiteiten van de kerk stimuleren. Het moet de prediking bevestigen. Dat betekent dat de kerk de buitenwereld ook in het oog moet houden als ze aan haar eigen levensheiliging werkt. Heiliging is dus niet alleen om zélf heilig te leven, maar ook om aan de omgeving de heerlijkheid van het leven in gemeenschap met Christus te tonen! Immers, door levensheiliging verheerlijkt de kerk in haar omgeving Christus. De kerk is dus de uitvalsbasis voor het missionaire werk. Van de kerk wordt een goede wandel gevraagd te midden van de omgeving, met als doel dat de mensen God gaan verheerlijken, 1 Petr. 2:12. Heiliging moet de reactie van de buurt uitlokken. Tegelijk betekent dat ook dat zonder heiliging het werk van Christus gelasterd wordt. Het werk wordt dan niet meer verheerlijkt, vgl. Rom. 14:18.

Het leven van een christen, van u en jou, moet altijd en in alles een bewuste prediking en getuigenis van Christus voor de omgeving zijn. Daarbij moeten we steeds ook de omgeving in het oog houden, omdat ook anderen voor Christus gewonnen moeten worden.

De kerk die leeft in heiliging is een levende en missionaire kerk. Er komen dan grote krachten los vanuit de kerk richting haar omgeving. Laten we daarom toezien op onze heilige levenswandel en de wereldgelijkvormigheid wegdoen. Ons niet aanpassen aan de wereld met haar cultuur. Want dat schaadt de missionaire kracht van de kerk. Dat brengt schade toe aan Gods werk. Want als de heiliging ontbreekt of minimaal is, is het gevolg dat het geen vragen meer oproept in de omgeving. Dan wordt ook al het andere missionaire werk (zending en evangelisatie) lamgelegd. De kerk verhindert dan de Geest te laten werken. En dat is een ernstige zaak! Wat een roeping komt er dan vandaag op ons af.

Wat is missionair?

We hebben gezien hoe de kerk haar missionaire roeping heeft uit te voeren. Dat zet ons vandaag wel in het isolement. Want in de kerken om ons heen merken we juist op dat ze zich aanpassen of met een praktisch christendom komen. Denk bijv. aan de Micha-campagne of andere activiteiten waarin christenen goede daden willen doen voor mensen. We vragen: is dat nu de missionaire roeping van de kerk? In deze twee artikelen zagen we wel anders. Het gaat steeds om verkondiging, getuigen van Christus. Mensen winnen voor Christus. Oproepen tot geloof en bekering, omdat er dan redding is in het oordeel dat komt. Het evangelie onverkort handhaven en bewaren.

Steeds is er ook voor ons het gevaar van aanpassing aan de wereld. Het gevaar dat we de aanstoot en dwaasheid van het evangelie wegnemen of verminderen, zodat de mensen om ons heen het nog wel acceptabel vinden. Dat is vandaag de dag zeer actueel. Zo wil o.a. dr. S. Paas de kerk van haar cultuur ontdoen. Omdat daarmee de postmoderne mens niet meer te bereiken zou zijn. Paas wil aansluiting zoeken bij de doelgroep. Het evangelie moet hertaald worden in eigentijdse woorden en vormen die de postmoderne mens ook verstaat. Paas gaat zo ver dat hij de Schriftuurlijke belijdenis dat wij onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad wil loslaten, omdat dit ongelovige mensen kan afschrikken. Dit alles loopt uit op kerkdiensten waarin de moderne eigentijdse cultuur de boventoon voert. Diensten met een praiseband, opwekkingsliederen. Waar kinderen niet gedoopt hoeven te worden en met de vrouw in het ambt. De vrouw hoort er immers in de cultuur van vandaag helemaal bij. Dan ook in de kerk Het gevolg van deze visie is dat er nieuwe gemeenten worden gesticht in diverse steden die zich helemaal hebben aangepast aan de omgeving, zodat de wereld zich thuis voelt in hun gemeente. Gemeenten met praatjes en plaatjes in plaats van preken. Gemeenten zonder belijdenis en tuchtoefening. Maar zo geeft men wel de basis van het missionaire werk van de kerk prijs! Het is radicaal tegen het getuigenis van de Schrift in! Dat hebben we in deze twee artikelen besproken. Juist als de kerk zich aanpast, de antithese met de wereld laat vallen, is ze níét missionair. Voor het oog misschien wel, omdat er weer veel mensen in de kerk komen. Maar het is niet missionair volgens de Schrift. Het moet missionair zijn in lijn met Gods initiatief. Met zijn plan dat Hij uitwerkt en waarbij Hij de kerk zijn heilig en uitverkoren volk inschakelt. Dan kan het resultaat misschien wel miniem zijn, maar de trouw en gehoorzaamheid aan God het grootst. En gehoorzaamheid bouwt de kerk!

Onze missionaire roeping

We ronden deze artikelen over de missionaire roeping af met een aantal woorden van K. Schilder, die in dit verband belangrijk zijn. Je kunt het vinden in de rede Uw oecumenische taak, pag. 10-11 en 13.

Schilder zegt over de missionaire roeping van de kerk en van haar leden, dat haar eerste roeping is: getuigen. Trouw getuigen. Het rustig, evenwichtig doorgeven van de door ons beleden Schriftinhoud. Daarin ligt het begin van christelijke taakvervulling op oecumenisch (en missionair) gebied.

De tweede roeping waar Schilder op wijst is: u rustig laten kennen aan en in een brandende liefde voor uw kerk met haar stevig gebonden confessioneel lidmatenboek. Dat is: uw kerk als Gods zichtbare vergadering liefhebben, en alleen aan de zuivere kerk de groei toestaan. Groei zoeken voor het Woord van God. Dat is: nooit van uw plaatsje weglopen; niet naar een ander plekje lonken dan dat waar God u heeft geplaatst.