De vrijmaking en haar betekenis voor verslaving (1)


Wie van jullie is er verslaafd? En wie niet? Is er iemand die niet verslaafd is aan één of ander iets of die volkomen vrij van alles in het leven staat? In dit artikel willen we stilstaan bij verslaving. Wat is nu verslaving? Hoe kom je tot verslaving? Is dit er tegenwoordig meer dan vroeger? Zo ja, hoe kan dat dan? En wat is de invloed van de mens, de kerk en de maatschappij hierop? We gaan op deze vragen proberen antwoorden te vinden en gaan deze vanuit gereformeerd standpunt beantwoorden. Ook gaan we kijken naar de praktijk van verslaving. Vervolgens hoe en wat Gods Woord daarover zegt.

Invloed mens, kerk en maatschappij op verslaving.


Wat is verslaving? Dat is een vraag die allereerst duidelijk moet worden, willen we verder komen. Is verslaving alleen het gebruiken van lichamelijke of uiterlijke middelen zoals roken, drinken en de rest? Of zijn deze uiterlijke verslavingen juist de uiting van een levensbeschouwing en een levenshouding? Is het zo als iemand verslaafd is aan drank of gewoonten, dat die gewoonten het probleem zijn? Of is de geestelijke instelling, het psychische, de oorzaak? Ik denk het laatste. Verslaving is te onderscheiden in uiterlijk en innerlijk, dus in lichaam en geest. Wel te ónderscheiden, maar niet te schéiden, want dan zou verslaving los van de geest staan en dat is niet het geval. De menselijke geest heeft grote invloed op de daad van en in verslaving. Het gaat om een achterliggende basishouding, de levensinstelling en geesteshouding. Door deze informatie wordt de horizon van verslaving veel breder dan alleen drank- of drugsverslaving. Nu kunnen we gaan zien dat de drang naar vaste patronen en gewoontes van invloed zijn. Als we dingen elke dag doen worden deze dingen gewoon, we gaan het normaal vinden en vervolgens kunnen deze dingen ook gewoonte worden en we moeten dan ervoor oppassen dat we niet meer zonder die gewoonte kunnen. Hieruit blijkt dan ook dat het niet om die dingen gaat waar we niet zonder kunnen, maar om de gewoonte, de structuur, de zekerheid en het vaste dat het ons geeft. Het gaat een bijzondere functie en plaats innemen in ons menszijn, in onze geest. Hieruit blijkt dat onze levenshouding van grote invloed is op de aanleg en gevoeligheid voor verslaving aan wat ook maar. En levenshouding wordt gepredikt in de kerk, maar (misschien) nog wel meer in de maatschappij.

De trein van het leven raast voort


We komen nu op het terrein van de mens en zijn leven, de kerk en haar ethiek, de maatschappij en haar grote invloed op de mens en de wérkelijke zin van het leven. Met deze zin kunnen we ons wapenen tegen verslaving. Is het niet zo dat de zin van het leven een grote rol speelt in het menszijn van nu? We doen allemaal ons dagelijkse werk, waar veel gewoonte en weinig bijzonders in zit. Het werk heeft vaak geen persoonlijk stempel meer. We zijn maar met kleine dingen bezig van een groot geheel. Dag in dag uit steeds weer hetzelfde. Ja het werk is nuttig, maar wat is de zin van zo’n leven? Is er nog plaats voor échte liefde voor het échte leven? Dreigen we niet allemaal het besef van de zin van ons bestaan te verliezen, omdat we door ons moderne leven geleefd worden en niet meer écht zélf leven? Zijn wij onderhand al niet slaaf van het leven geworden? De moderne mens jakkert voort zijn ondergang tegemoet, kijk maar om je heen. We móéten allemaal, ook jij en ik, mee in deze trein. Prof. K. Schilder heeft dit eens mooi gezegd: “de mens wordt door zijn eigen stad, straks overmeesterd; hij bezit en beheerst haar niet meer, maar zij maakt de mens tot haar bezit, haar werktuig en haar slachtoffer straks.” Is dit soort slavernij al niet aangebroken vandaag? Hoe raak schrijft Prediker over deze dingen als hij zegt: “alles is ijdelheid”, leegte, sleur.
Is juist door al deze dingen, verzet en vermaak, genot en ontspanning niet nodig om uit die sleur te komen? Echt leven is er niet meer bij, het leven wordt gekenmerkt door oppervlakkigheid, die in de geest en in de daad van de cultuur ligt en daarmee ook in de geest en daad van de mens. We mogen alles voor ons eigen pleziertje. Andere christenvrienden mogen alles of in ieder geval veel meer dan wij. Wat vroeger niet mocht, kan nu wel. Ja, de gereformeerden hollen soms het hardst mee, om te kunnen inhalen wat ze jarenlang gemist hebben. Wij hebben daar ook mee te maken. De ontkerkelijking heeft grote gevolgen gehad voor het leven. De waarheid werkte niet meer door binnen het gereformeerde leven en binnen de maatschappij. Het hierboven uitgewerkte levensgevoel sloop ook binnen in het leven van de gereformeerden. Het mag duidelijk zijn, dat het verval in de maatschappij en in de kerk één gezamenlijke noemer heeft: het verlaten van Gods geboden en Zijn Woord. Vanuit het thema van dit artikel kunnen we stellen dat de kwesties van de Vrijmaking met veel dingen samenhangen, ook met veel zaken van culturele aard en dus ook voor verslaving. Het hele levensbeeld en de hele levenshouding en stijl is er mee gemoeid.

Totaal ontspoord


Wat is nu de diepste oorzaak hiervan? Het heeft alles te maken met een vals evangelie dat overal om ons heen klinkt. Petrus heeft in zijn tweede brief indringend gewaarschuwd tegen valse profeten, die het volk naar het verderf leiden. Het gevolg hiervan is te zien in het leven: ontucht, onreine begeerten, weelderig leven en het najagen van zingenot. Ja, zingenot, weer dat woord, zin en genot! Vrijheid wordt er beloofd door de valse profeten, maar ze zijn slaven van de verdorvenheid. Zo ver zijn we in het Westen ook al gekomen. We vereren de vrijheid als een afgod, maar deze wordt gebruikt als oorzaak voor het vlees. Al onze goede zeden worden prijsgegeven aan de vrijheid van de mens. Het gaat dus om een verkeerd verkondigde vrijheid. Tegenover de ware Bijbelse vrijheid staat dus de schijn van vrijheid, die niets anders is dan onvrijheid: slavernij, onderwerping van de geest aan het lichaam. Als het lichaam over de geest heerst, gaat het faliekant mis. We hebben verstand gekregen van onze hemelse Vader om op grond van Zijn Woord te toetsen wat uit God is en wat niet. Als we dat niet doen, niet gebruiken, worden we gelijk aan de beesten die hun natuurlijke behoeften achterna lopen. Dit is een proces van ontbinding dat het echte ware leven doodt. Het is misbruik van vrijheid die zichzelf zoekt. Vrijheid die gebruikt wordt als doel en niet als middel. Als middel moet vrijheid toch gebruikt worden om het doel, namelijk God te dienen? De vrijheid die we in het Westen hebben is een vrucht van het geloof. Maar zo zien we dat waar het geloof bezig is te verdwijnen, dat daar de vrijheid totaal ontspoort. Paulus waarschuwde daar al voor, ook in het kader van verslaving:
    “want gij broeders zijt tot vrijheid geroepen. Alleen gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees”
, dus voor zonde (Gal. 5:13).
Ja, we hebben in ons land de fundamenten van het leven omver gestoten. De mensen groeien nu op in grote leegte en ze eten het brood dat hen niet verzadigen kan. Is het dan geen wonder dat de jeugd, maar ook de ouderen, gaan maaien wat al eerder gezaaid is? Bandeloosheid, misdaad, vrije seksuele lusten, drankmisbruik etc., als uiting van geestelijke verslaving.

Welke trein nemen wij?


Dé vraag aan ons is: in hoeverre zijn wij meegegaan in deze ontsporing, in deze levenshouding en instelling van verslaving? Ja, hoever zie je bij jezelf overeenkomsten hiermee? Zijn wij als gereformeerde jeugd ook niet al trouwe bezoekers van het café en de bioscoop geworden? Of bezoekers van andere plaatsen waar we hopen geluk, genot en gezelligheid te vinden? Is er bij ons thuis wáre liefde, gezelligheid en aandacht voor elkaar te vinden en bovendien het ware genot van het leven met de Here, dat als enige écht zingevend is? Ik hoop het van harte, want dit is de kracht van de kerk en van het gereformeerde leven!
Om al deze dingen is de vrijmaking van grote betekenis met het oog op geestelijke verslaving in ons land, maar zeker ook voor ons als jeugd van Gods kerk. Hoe meer we op de wereld gaan lijken, des te meer we ook de geestelijke onvrijheid, verslaving dus, meenemen in ons leven. Laten we ons knechten door wat de maatschappij ons voorschrijft als vrijheid en echt leven? Moeten we de mode volgen? Of laten we ons beheersen door de visie die de tele-visie uitkraamt? Of gaan we mee op in de verseksualiseerde wereld om ons heen, die vrijheid predikt, maar ondertussen slaaf is van haar eigen begeerten? Het is alsof de innerlijke onvrijheid nergens scherper uitkomt dan in onze maatschappij. Wapenen we ons hiertegen? Laat daarom dan de Vrijmaking óók Reformatie, ja, dóórgaande Reformatie zijn en laat het doorwerken in onze levenshouding, zodat we minder vatbaar worden voor deze verslavingen. Als we deze achtergronden en grondhoudingen goed begrijpen, kunnen we alle soorten en vormen van verslaving begrijpen en beoordelen. Men stelt wel eens dat men aan de vrucht de boom kent, maar in wezen kunnen we hiervan ook zeggen dat men aan de voeding en de grond waarin de boom staat ook van tevoren de vrucht kan kennen. Laten we dat doen!

Verslavingen in de praktijk


We komen nu bij de praktijk van de verslaving. We hebben al gezien dat er een levensinstelling aan vooraf gaat. De nep-vrijheid die de maatschappij predikt komt uiteindelijk uit op een stijl waarin drankgebruik, roken en drugs, genot en geld het doel is. We zullen daar nu even kort bij stil staan.
Verslaving is meer dan een ziekte. De Bijbel tekent dit als een ergerlijke zonde, waardoor je zelfs je zaligheid kunt verspelen. In 1 Cor. 6:10 staat:
    “Dwaalt niet. Hoereerders, afgodendienaars, overspelers... ...dieven, geldgierigen, dronkaards... zullen het koninkrijk Gods niet beërven.”
We moeten wel beseffen, dat hier de uiterlijke zaken genoemd worden. Mensen die innerlijk net zo verslaafd zijn, maar nog niet tot een daad van verslaving zijn gekomen, zijn niet anders!
Redenen voor bijv. drankverslaving kunnen zijn: teleurstellingen, minderwaardigheid, geen doel in het leven hebben, persoonlijke en sociale spanningen, sociale situatie en eenzaamheid. Hoe komt men dan tot totale verslaving? Dat gaat vaak in 5 stappen:
1. kennismaking met het middel.
2. experimenteren met het middel.
3. Het sociale gebruik van het middel, dus het wordt bijvoorbeeld je gewoonte om te drinken, thuis, bij vrienden, voor en tijdens het eten.
4. Overmatig gebruik.
5. Verslaving. De controle over het gebruikte middel is weg. De moed kan niet meer opgebracht worden om te stoppen. De vrije eigen wil is niet meer beschikbaar. Je zit in een vicieuze cirkel.
Het gevolg is dat je niet meer als mens kunt functioneren. Daarom zeggen we nee tegen alle verslaving, omdat dit ons onbekwaam maakt om onze roeping en onze taak in de wereld te volbrengen. Verslaving heeft met een totale levensinstelling te maken. In een gezond geestelijk klimaat krijgen de middelen hun kans niet. Het is daarom ook van belang dat we aan elkaar het goede voorbeeld geven en zo elkaar bemoedigen en verder (ervan af) helpen.
Natuurlijk mogen we alcohol gebruiken. Gezelligheid wordt door een drankje verhoogd. Maar dan moet wel de gezelligheid het doel zijn en niet de drank. De Bijbel waarschuwt tegen overmatig gebruik. Zie o.a. Noach. Het gaat te ver om drankgebruik te verbieden, we hoeven geen geheelonthouder te zijn, (zie ook 1 Tim. 5:23). Goed gebruik kan ook in de zin van matig gebruik. Wat matig is kun je nu zelf wel invullen vanuit het perspectief van dit artikel. Zo is het ook met roken. Met een sigaartje op zijn tijd is niets mis, maar het gaat om structureel gebruik van tabak. Ontwenning is erg moeilijk als je wilt stoppen. Maar ons lichaam is de tempel van de Heilige Geest. Hij woont daar. Die tempel moeten we door drank, drugs of tabak niet laten afbreken. Stoppen is erg moeilijk, maar daarom nog wel geboden!
Volgende week gaan we verder!